Geluk is iedere dag weer kunnen beginnen met de rest van je leven

Elramel werpt hem een waarschuwende blik toe en Sol loopt zuchtend naar voren.
'Het spijt me voor zijn grote mond,' zegt hij zonder een uitdrukking mee te geven. 'Zo doet hij altijd.'
Even kijk ik langs alle huisjes, totdat Flora me uit mijn gedachten haalt.
'Kijk!' zegt ze terwijl ze me een elleboog geeft en ze wijst naar een van de huisjes. 'Dat moet de jouwe wel zijn! Puur vanwege de narcissen.'
Ik volg haar blik en besef dat ze gelijk heeft. De gele bloemen hangen in de zon en er is overvloed van!
'Heb jij een bloem als symbool?' vraagt Agape verrast. 'Wat als wij dat zouden hebben? Dan zou ik sowieso een roos hebben.'
'We gaan niet ineens van symbool veranderen.' snauwt de Krachtjongen. 'Da's hetzelfde als plotseling besluiten dat je Rianda wil heten in plaats van Olivia.'
Agape doet haar mond open om iets te zeggen, maar blijkt zich te bedenken en sluit hem weer.
'Waarom ben je zo chagrijnig?' vraag ik nieuwsgierig.
'Niet chagrijnig.' bijt hij me toe. 'Ik, eh, heb dingen doorgemaakt.'
'Dat hoef je toch niet op hen te uiten?'
'Ik mag doen wat ik wil.'
Elramel zucht geërgerd en Cheimona knipt in haar vingers waardoor er een regenwolk boven zijn hoofd verschijnt. Hij vermijdt onze blikken en kijkt ziedend naar de grond. Iedereen begint te lachen, behalve papa die met zijn gedachten bij iets anders is en ik. Ik heb eerder medelijden.
'Ja, ja, zo kan ie wel weer.' mompelt hij en Cheimona laat het verdwijnen.
'Stelletje idioten.' murmelt hij nog even en dan loopt hij zijn huis binnen.

Na nog belangrijke informatie te hebben gekregen van Elramel besluit ik even langs te gaan bij de Krachtjongen. Hopelijk heeft hij nog een kortere bijnaam of iets dergelijks, net als Elramel. Want de Krachtjongen klinkt nog al, apart. Niet dat het Zonnemeisje dat niet is.
Zodra ik voor zijn deur sta, twijfel ik even. Wat als ik niet met hem mag praten? Ik wil hem helpen, maar wat als hij niet wil dat ik help? Dan probeer ik namelijk altijd alles om het toch te doen en als het toch niet lukt, word ik nog al boos op mezelf. Ik schud mijn hoofd vastberaden en klop. De deur wordt opengegooid en hij kijkt me verbijsterd aan.
'Wat moet je?' sist hij uiteindelijk en ik zucht.
'Zou ik mogen binnenkomen?'
Even denkt hij na, maar uiteindelijk gromt hij en gaat aan de kant zodat ik er door kan.
'Vooruit dan maar.'
Ik loop naar binnen en hij sluit de deur.
'Nou,' zegt hij op een vijandige toon. 'Waarom wil je zo graag binnen komen? Heb ik iets van je aan?'
Even krab ik op mijn hoofd. 'Je zei dat je dingen hebt doorgemaakt,' mompel ik. 'Wil je daar misschien over praten?'
Hij bevriest. 'Nee. Gewoon niet. Dat hou ik liever voor me.'
'Oké dan,' murmel ik teleurgesteld. 'Heb je wel een makkelijkere naam? In plaats van de Krachtjongen? Een bijnaam of zo?'
Hij knikt. 'Sommige noemen me Nathan. Hoezo? Hoe wil je dat ik jou ga noemen dan?'
Ik haal mijn schouders op. 'Elise klinkt me wel wat.'
'Wat jij wil,' reageert hij, maar hij zegt het niet met plezier.
'Waarom toch zo chagi? Is het zo moeilijk vrolijk te zijn of in ieder geval te doen alsof?' Het komt er iets minder hartelijk uit dan ik hoopte, maar het maakt met niks uit. Waarom zou ik vriendelijk moeten blijven als hij simpelweg blijft mopperen?
'Ja, dat is het!' roept hij. 'Iedereen zit anders in elkaar, oké? Jij mag dan wel alles van de zonnige kant zien, maar er zijn zoveel mensen die dat niet kunnen! Zoveel mensen die niet optimistisch zijn! Je mag me best proberen te helpen, maar het gaat toch nooit werken, voor het geval je het nog niet door had.'
Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Het zit hem echt dwars. Het zit hem echt heel erg dwars.
'Je kan er toch wel over praten?' probeer ik nog eens, maar tevergeefs.
'Nee.'
Ik zucht nog even. 'Waarom maken we ons dan zo zorgen?' vraag ik nadenkend. 'Ik weet dat het moeilijk is om het verleden achter je te laten, ik heb er ook heel lang last van gehad, maar hakuna matata. Chill out. Het verleden kunnen we niet meer veranderen, maar de toekomst kunnen we nog wel een goede draai geven. Dus doe gewoon wat minder boos, oké Nathan?'
Hij zucht. 'Ik zal mijn best doen.' Dit keer komt het er niet uit zoals de rest. Het komt er triest uit, alsof hij herinneringen terughaalt. Herinneringen die hij liever vergeet. Ik zucht nog een laatste keer en verlaat dan zijn huis. In mijn eigen huis ga ik op de bank zitten en staar ik naar het plafond, denkend aan het gesprek. Het is duidelijk dat hij iets heeft meegemaakt dat hem al lang achtervolgt. Trauma's die hij waarschijnlijk heeft gekregen van mensen, omdat ik wel een bakje met hondenbrokken zag staan gedurende mijn bezoek. Wat het ook is, het voelt verplicht dat ik hem erover heen help. Iemand moet hem laten zien dat hij niet de enige is en als de rest dat niet doet, doe ik het.

Reacties (1)

  • MissEL

    Toetsweek begonnen, wens me suc6

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen