Foto bij Scar 108

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik knik en neem haar weer in mijn armen. Ze legt haar hoofd in mijn hals en we sluiten onze ogen. Heel even zijn we gewoon Paige en Nathan en doet al het andere er niet meer toe. Het is een verassend puur moment, en een beetje plotseling, maar ik geniet van elke seconde.
'Ik hou van je,' zegt ze zachtjes, alsof het een geheim is.
Ik glimlach en sla mijn armen iets strakker om haar heen.
'Ik ook van jou,' antwoord ik. 'Elke dag een beetje meer.'

De volgende ochtend zijn we bezig met onze patrouille, al pratend over onzinnige dingen als onze lievelingsfilms of wat we vanavond gaan eten, maar dan roept Marco ons ineens op via de radio. Er is een lijk gevonden bij ons in de buurt en hij wil ons op de zaak zetten. Gretig om de mogelijkheid dat dit tot een promotie zal leiden, stemmen we ermee in en Paige begint richting het adres te rijden.
We komen aan bij een motel, afgezet met politielint. Wanneer we handschoenen aantrekken en onze badges laten zien, worden we erlangs gelaten, maar ik moet nog even blijven om uit te leggen dat commissaris Kowalski ons gestuurd heeft. Paige loopt echter al door, waardoor ze iets eerder aankomt bij het lijk dan ik, samen met twee andere agenten iemand van de forensische afdeling. Zodra ze het lijk ziet, zie ik een terugdeinzen in haar blik en haar laatste stap naar het groepje agenten toe hapert een beetje. Ik begin iets sneller op hen af te lopen.
‘We moeten iemand vinden die hem kan identificeren,’ zegt een van de agenten. Ik weet dat ik hem wel eens gezien en gesproken heb, maar zijn naam ben ik vergeten. Hij werkt al langere tijd bij moordzaken. Hij schrikt niet meer van de dood, maar is in staat gewoon meteen te focussen op waar het om gaat.
‘Dat is niet nodig,’ zegt Paige, haar stem zo vlak dat ik weet dat er iets aan de hand is. ‘Ik ken hem. Hij heet Dmitri Portjev. Hij woont in de buurt van Zuidoost-Rusland, in Ilimsk. Woonde.’
Er lijkt iets te verkrampen in mijn borst en ik krijg direct kippenvel. Ik ga naast Paige staan en ik wil haar aanraken, laten weten dat ik er voor haar ben, maar ik doe het niet.
‘God... Paige, wat erg. Gecondoleerd,’ stamelt Ashley, maar Paige schudt haar hoofd.
‘Er zijn mensen die om hem zullen rouwen. Ik ben niet een van die mensen. Hij had veel banden met de criminaliteit. Voornamelijk grote, internationale drugsorganisaties en kartels. Ik vermoed dat dat de reden is dat hij geliquideerd is.’
Ze knielt naast het lijk neer, waardoor ik over haar heen naar het lichaam kan kijken. Het is inderdaad Dmitri, met bloedvegen op zijn gezicht en wijd opengesperde ogen die nietsziend naar naar het plafond staren. Ze legt haar met wegwerphandschoen bedekte hand in zijn hals en ademt opeens scherp in. Haar andere hand gaat automatisch naar het pistool aan haar heup en ze komt weer overeind.
‘Hij is nog warm. Het is pas net gebeurd.’
‘We zullen de omgeving afzetten en mensen sturen. Bourgeoiselle, Darling, kunnen jullie-‘ begint de hoofdinspecteur, maar een plotseling gebonk onderbreekt hem. Het komt vanachter een deur, die van buitenaf op slot is gedaan.
Het is Paige die na een lange stilte de deur opendoet, één hand bij haar heup om elk moment haar wapen te kunnen grijpen. Achter de deur ligt een slaapkamer en op de grond een vrouw, met donker haar en donkere ogen. Ze is bedekt met bloed, haar handen tegen een gapende wond in haar buik gedrukt, wanhopig proberend het bloeden te stelpen, maar te verzwakt om echt iets te kunnen doen.
De hoofdinspecteur vloekt en roept snel om een dokter. Wanneer ik een blik op Paige werp, zie ik dat de vrouw en zij elkaar strak aankijken en ze geen spier vertrekt.
‘Paige?’ vraag ik en ik leg aarzelend een hand op haar schouder, maar ze reageert niet. ‘Paige?’
Zonder iets te zeggen stapt ze naar de vrouw toe en knielt bij haar neer. De dokter arriveert net en roept snel extra eenheden op. Hij wil al naar de vrouw toestappen, maar niemand vertrekt ook maar een spier wanneer Paige uit het niets iets zegt.
‘Laritsja.' Het klinkt alsof ze stikt in de naam.
Opeens zie ik een klap van herkenning op het gezicht van de vrouw. Naar adem happend kruipt ze dichter naar Paige toe, zich vastgrijpend aan haar shirt, als een klein kind dat troost zoekt. Paige legt gewoon een hand op haar achterhoofd en maakt een sussend geluidje.
‘Agraishka,’ hoor ik de vrouw snikken, zo zacht dat ik het maar net kan verstaan.
Paige blijft gewoon sussende geluidjes maken en zachtjes dingen tegen haar zeggen in het Russisch. De stervende vrouw legt haar hoofd op Paiges schoot, te moe om zichzelf nog het kleinste beetje overeind te houden. Paige streelt door haar haar, met een vaste hand die me vertelt dat het verschrikkelijk slecht met haar gaat, want ze ziet er altijd juist onverschrokken uit wanneer ze bang is.
‘Dmitri?’ vraagt de vrouw opeens en ze komt wanhopig een stukje overeind, volledig overstuur. ‘Dmitri?!’
Paige dwingt haar voorzichtig weer terug en zegt iets tegen haar, waardoor ze ondanks al het bloedverlies en de pijn begint te huilen. Ze jammert zijn naam, keer op keer, waardoor ik me besef dat deze vrouw Dmitri’s partner moet zijn.
Paige legt haar zachtjes op haar rug, haar adem oppervlakkig in haar keel. Ze kijkt een beetje paniekerig naar de wond en haar hand zoekt koortsachtig in het rond. Uiteindelijk vindt ze een jas die ergens naast hen op de grond rondslingerde. Net wanneer ze het stuk stof op de wond wil drukken om het bloeden te stelpen, schudt Laritsja haar hoofd en met een verloren gezichtsuitdrukking laat Paige het kledingstuk weer zakken.
'Наталия,' hoest de vrouw op, samen met wat bloed dat haar lippen donkerrood kleurt. 'Наталия. Береги Наталью. не оставляй ее в россии. не с твоим отцом.'
Paige blijft haar aanstaren. Het ene moment is haar gezichtsuitdrukking staalhard en het andere moment zie je dat ze pijn heeft. Ze bevochtigt haar droge lippen en stoot weer uit, alsof dat het enige is wat ze nog kan zeggen: 'Laritsja.'
We staan er met zijn allen maar een beetje omheen. Niemand weet wat ze moeten doen. Hier is geen protocol voor. Dus we doen maar gewoon niks en laten hen hun gang gaan.
De vrouw kreunt van de pijn. Het is een diep, gorgelend geluid, en we weten allemaal wat het betekent. Het duurt maar een paar seconden voordat haar ogen glazig worden en er geen hortende ademhaling meer over haar lippen komt. Paige vertrekt geen spier, alsof ze verwacht dat ze elk moment weer wakker zal worden. Maar ik weet dat ze begrijpt dat ze dood is. Paige weet genoeg over de dood. En Agraishka nog meer. En momenteel is ze even allebei.
Er komen extra verplegers aanrennen, net te laat, maar de dokter houdt ze even tegen. De vrouw is toch al dood. En iedereen wil Paige even de ruimte gunnen die ze zichzelf niet zal geven.
'Paige?' vraag ik na een tijdje, mijn stem zacht en toegankelijk, alsof ik een wild dier sus.
Ik zie haar slikken en ze komt overeind. Haar handen veegt ze tevergeefs af aan haar broek, maar het bloed kleeft nog steeds aan de handschoenen. Kalmte ligt als een deken over haar heen, maar ik vraag me af wat er onder schuilgaat. Ik denk niet dat ze het zelf wil zien.
'Uh...' begint ze, maar ze valt weer stil, als een film die op pauze is gezet. Dan slikt ze. 'Ze... Ze heet Laritsja Portjeva. Meisjesnaam Laritsja Nikolajevna.'
Ze valt weer stil, kijkt weer naar het lijk. Dan knikt ze en draait ze zich om. Ik loop snel achter haar aan terwijl ze wegloopt. Ik leg een hand op haar rug, maar ze krimpt ineen en ik trek hem weer terug. Ik zie nog steeds geen wroeging of verdriet op haar gezicht. Er is alleen maar die emotieloosheid die haar langzaam kapotmaakt.
'We moeten naar het bureau om tegen Marco te zeggen dat ik niet aan deze zaak kan werken,' zegt ze, haar stem een beetje wazig.
Ik knik. 'Oké, dan doen we dat.'
Wanneer we bij het politielint aankomen doet ze gedachteloos de bebloede handschoenen uit en laat ze op de grond vallen, alsof ze er niet meer genoeg bij is om eraan te denken ze op te ruimen. Ik pak ze voor haar op en gooi ze snel weg, samen met de mijne. Tegen de tijd dat ik haar weer ingehaald heb, is ze bijna bij de auto.
'Ik rij wel,' zeg ik, maar ze schudt haar hoofd.
'Ik rij.'
Ze legt haar hand al op het handvat van het bestuurdersportier, maar ik leg mijn hand op haar onderarm om haar tegen te houden. Met een ruk kijkt ze me aan. Haar blik is gesloten, alsof ze een pantser heeft aangetrokken die haar gehele lichaam bedekt.
'Paige, ik denk dat het beter is als ik even rijd,' opper ik, maar ze maakt zich los en gaat al zitten. Ze klikt haar gordel vast en kijkt kil naar me omhoog.
'Luister alsje-' begin ik, maar ze onderbreekt me.
'Ik-Ik moet even de controle over iets kunnen hebben, oké?' zegt ze, ook al is het geen vraag. Het is een baggere reden om achter het stuur te gaan zitten en de openbare weg op te rijden, maar ik weet dat ze gefocust genoeg is om ons niet meteen te laten verongelukken, dus ik zucht en ga in de passagiersstoel zitten.
Ze rijdt de weg op, met opeengeklemde kaken, en zet koers richting het politiebureau. Toch duurt het maar een paar minuutjes voordat ze de auto aan de kant van de weg zet, niet eens heel abrupt, maar nog steeds met die ergerlijke kalmte.
Ze klikt haar gordel los en ik kijk haar vragend aan.
'Jij moet rijden,' zegt ze, en zonder nog iets te zeggen stapt ze uit. Ik krabbel ook snel de auto uit en ga achter het stuur zitten, waarna ook Paige naast me plaatsneemt en met houterige bewegingen haar riem weer vastmaakt. Ik begin een beetje aarzelend weer te rijden en de rest van de rit zit ze als een standbeeld naast me. Misschien denkt ze dat, als ze niet bestaat, alles weer weg zal gaan.
'Wil je erover praten?' vraag ik na een tijdje onzeker.
Ze balt haar handen samen tot vuisten, zo hard dat haar knokkels wit kleuren. ‘Waarom zou ik?’
‘Je-je kende haar,’ stamel ik.
‘Ik hield van haar. En ze is gestorven in mijn armen. Het is goed zo. Een klote-einde voor een kloteverhaal. Ik heb nooit durven hopen dat het goed af zou lopen,' antwoordt ze, eerder alsof ze een schoolboek voorleest dan dat ze het heeft over het verlies van een dierbare.
'Paige,' zeg ik. 'Paige, lieverd, je mag best verdrietig zijn.'
'Nee.'
Mijn gezicht betrekt.
'Paige, alsjeblieft, doe jezelf dit niet aan.'
'Ik kan het me nu even niet permitteren om iets te voelen, Nathan,' zegt ze, met een stem die mijn moeder gebruikte als ze me vroeger de les las. 'Rijd gewoon door, alsjeblieft.'
Ik meen haar stem een beetje te horen trillen. Misschien beeld ik het me in. Misschien niet. Ik vraag er in ieder geval niet naar door, wetende dat ze zich opgejaagd voelt, dat ze het idee heeft dat ze weg moet vluchten. Het verleden, waar ze zo wanhopig graag wil ontsnappen, begint haar in te halen.
Wanneer we aankomen bij het bureau, lopen we praktisch meteen tegen Marco aan.
'Oh, hey, jongens. Hoe ging het? Ik heb net de voorlopige details binnengekregen,' zegt hij, met een opgewektheid die tegelijkertijd wel en niet bij hem past. Marco was vroeger altijd heel somber als er ook maar íéts was wat met moord te maken had, maar hij is anders, nu. Nu is het zijn baan.
‘Ik kan niet meewerken aan deze zaak,’ zegt Paige, die er geen gras over laat groeien. Marco fronst en ze antwoordt al voor hij de vraag heeft kunnen stellen: ‘Persoonlijke betrokkenis.’
Marco’s wenkbrauwen vliegen de lucht in.
‘Oh… Paige, fuck, wat erg. Gecondoleerd. Jezus…’ stottert hij. Hij lijkt iets te beseffen en kijkt dan naar mij.
‘Ik kan ook niet meewerken,’ zeg ik zachtjes.
‘Persoonlijke betrokkenis?’ vraagt hij, en ik knik.
‘Een stuk minder persoonlijk, maar… wel té persoonlijk,’ antwoord ik. 'Het zou niet integer zijn.'
Hij fronst. De meeste mensen die ik ken, kent hij ook. En Dmitri en Laritsja kent hij niet.
‘Oké, kom. We gaan even in mijn kantoor zitten,’ stelt hij voor.
Paige en ik lopen als makke schapen achter hem aan en terwijl hij achter zijn bureau gaat zitten, pakken wij twee stoeltjes die in de hoek staan en gaan voor hem zitten.
‘Paige, hoe kende jij hen?’ vraagt Marco.
Paige bijt even op haar lip en antwoordt dan: ‘Ik ben met ze opgegroeid.’
Hij fronst weer, nog dieper dan eerst. ‘Dmitri en Laritsja Protjev. Dat… Dat klinkt vrij… Russisch, om eerlijk te zijn.’
Ze perst haar lippen op elkaar en kijkt weg. Dan knikt ze. Het is een heel simpel moment, maar ik weet dat alles binnenin haar van slag is.
‘Ik was in mijn jeugd goed bevriend met Laritsja. En Dmitri was de beste vriend van mijn broer,’ zegt ze, haar stem dusdanig kalm dat ik weet dat ze niet kalm is.
‘Hoe… uh… Wat is de naam van je broer?’ vraagt Marco ongemakkelijk. Hij weet duidelijk niet of hij deze situatie als vriend of agent aan moet pakken.
Heel lang is Paige stil. Ze wil het niet zeggen. Ik weet dat ze het niet wil zeggen. En eigenlijk wil ik ook niet dat ze het zegt. Wie weet wat de consequenties zijn als haar verleden naar boven komt.
‘In dit geval gaat het om Vadìm,’ antwoordt ze dan. Er breekt iets van angst door in de vlakheid van haar stem en mijn borstkas lijkt ineens te krap en koud voor mijn hart.
‘Achternaam…?’ vraagt Marco onzeker door.
Paige knijpt haar ogen dicht. Dit is het moment waarop al haar privacy verloren zal gaan. Ze zal betrokken worden in het onderzoek. Ze zal al haar jeugdtrauma’s opnieuw naar de oppervlakte moeten halen. Ik wil ingrijpen, maar durf het niet.
‘Ik-Ik denk niet dat ik dit kan,’ zegt ze dan. Het klinkt bijna als een kreun van pijn.
‘Paige…’ probeert Marco. ‘Het is een stuk makkelijker als je het gewoon zegt. Dan hoeven we niet al die ellenlange protocollen uit te werken.’
Haar gezicht betrekt. Maar dan, bijna van het een op het andere moment, lijkt ze een knop in zichzelf om te zetten en wordt haar uitdrukking weer hard. Ze heeft een schild opgetrokken, een pantser, zodat ze kan proberen de pijn niet te voelen wanneer ze uiteindelijk dan toch zegt: ‘Ivanovic. Vadìm Ivanovic.’
De schok is duidelijk op Marco’s gezicht te zien. Zijn mond zakt een beetje open van verbazing. Als commissaris is het geen verassing dat die achternaam hem wel bekend voorkomt. De regering doet er geheimzinnig over voor het oog van het publiek, maar de familie Ivanovic is als bedreiging groot genoeg om de aandacht van de overheid te trekken.
‘Ivanovic?’ vraagt hij. Wanneer Paige knikt haalt hij een hand door zijn warrige haar. ‘Jij… Je… Jij bent Agraishka Ivanovica.’
Even kijkt ze hem strak aan, bijna onderzoekend. Dan knikt ze.
'Fuck,' stoot hij uit, volledig van zijn stuk gebracht. 'Gewoon... Fuck. Jezus, Nathan, wist je dit?'
Ik knik een beetje beschaamd. Ik heb de juiste beslissing gemaakt toen ik ervoor koos om het hem niet te vertellen, maar toch voel ik me een beetje schuldig. Hij is mijn beste vriend.
Met de schok nog altijd op zijn gezicht wendt hij zich weer tot Paige.
'We dachten dat je dood was,' weet hij over zijn lippen te persen.
'Mijn moeder is met me naar Frankrijk verhuisd toen ik dertien was,' zegt ze, alsof het het kinderrijmpje is waarmee ze vroeger in slaap is gevallen. Het is een zin die heel vaak op haar lippen heeft gelegen, op het puntje van haar tong, voorbestemd om nooit echt uitgesproken te worden, of ze het nu wil of niet. En nu moet ze er opnieuw iemand over vertellen.
'Paige... Ik... Ik weet niet hoe ik je dit moet vertellen, maar een tijdje geleden is een van je broers overleden,' sputtert hij, zoekend naar de juiste woorden.
'Kaiden,' antwoordt Paige. 'Ik weet het.'
Marco kijkt haar onderzoekend aan, misschien zelfs een beetje achterdochtig. Paige begint ongemakkelijk op haar stoel heen en weer te verschuiven, alsof zijn blik op haar brandt.
'Heb je... Wacht, je hebt nog contact met je familie?'
'Zo zou je het niet kunnen noemen,' antwoordt ze diplomatiek.
Marco's wijsvinger begint nerveus op het bureau te tikken, in de richting van de opnameapparatuur. Hij moet zichzelf er duidelijk van weerhouden om het gesprek op te gaan nemen, om deze kans voor zijn grote doorbraak met beide handen vast te pakken. Paige ziet het ook en kijkt met een stalen blik naar zijn hand. Haar mondhoeken wijzen naar beneden.
'Zou...' Marco schraapt zijn keel. 'Zou je meer kunnen vertellen over je familie, alsjeblieft?'
'Nee,' antwoordt ze scherp.
Hij knippert een paar keer met zijn ogen. Ondertussen begin ik zenuwachtig te worden door de geladen sfeer in de ruimte.
'Nee?' vraagt hij, een beetje verbaasd. Het ziet eruit alsof ze hem een klap in zijn gezicht heeft gegeven. Hij had duidelijk geen weerstand verwacht.
'Nee,' herhaalt ze. Haar stem is een paar octaven hoger, deze keer. Eindelijk breekt er in haar stem door hoe van streek ze is geworden van de hele situatie. Ze ziet eruit als een dier in het nauw.
‘Paige, je weet toch dat het hier niet gaat om een beetje graffiti op een bushokje, toch? Er zijn doden gevallen,’ probeert hij haar te overtuigen.
Ze klemt haar kaken stevig op elkaar en ik zie dat ze boos wil worden, maar ze haalt even diep adem en haalt weer iets van formaliteit omhoog.
‘Dat weet ik beter dan jij,’ zegt ze en ze staat op, haar handen voor zich gevouwen. ‘Als je wilt dat ik hierover spreek, wil ik een advocaat. Ik zal je even de tijd geven om een beslissing te maken.’
Met passen die steeds onvaster worden, draait ze zich om en loopt de kamer uit.

Reacties (2)

  • EvaSalvatore

    Oh boi oh boi oh boi

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ohnee! Neeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneeneenee! Nee.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen