Foto bij Scar 109

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Dat weet ik beter dan jij,’ zegt ze en ze staat op, haar handen voor zich gevouwen. ‘Als je wilt dat ik hierover spreek, wil ik een advocaat. Ik zal je even de tijd geven om een beslissing te maken.’
Met passen die steeds onvaster worden, draait ze zich om en loopt de kamer uit.

Ik werp Marco even een smekende blik toe, en wanneer hij zachtjes knikt hol ik meteen achter Paige aan. Ze is al een paar meter verder dan ik en loopt als een dronkaard, bijna zwalkend en met knikkende knieën. Ik haal haar snel in en leg een hand op haar rug. Pas nu voel ik hoe erg ze trilt.
'Paige?'
Ze schudt haar hoofd en ze lijkt even bijna te struikelen, maar ze blijft nog net overeind.
'Ik wil naar huis,' zegt ze, haar stem hoog en geknepen. Ze probeert duidelijk nog altijd koelbloedig te blijven, klampt zich eraan vast alsof het een reddingsboei is, maar ik zie dat het absoluut niet goed met haar gaat. Ze staat op instorten.
'Ik breng je,' zeg ik wanneer ik besef dat we samen met mijn auto hier naartoe gekomen zijn.
Ze schudt van nee. 'Ik neem de bus.'
'Paige...'
'Ik moet even alleen zijn.'
Mijn hand vindt haar onderarm, maar ze rukt zich los.
'I-Ik moet alleen zijn,' stoot ze weer uit, bijna stikkend. Het idee bevalt me totaal niet, maar ik wil haar de ruimte geven die ze nodig heeft.
'Oké... Oké, liefje. Is goed. Bel me meteen als er iets aan de hand is. Ik... Ik kom na werk langs, oké?' stel ik voor.
Ze knikt zachtjes. Ik weet niet waarom ik verbaasd ben dat ze weer weg begint te lopen, maar toch is mijn eerste instinct om een stap in haar richting te zetten. Aarzelend blijf ik weer stilstaan, wat heel onnatuurlijk voelt, want alles in mij zegt dat ik achter haar aan moet gaan. Ik blijf haar misschien net iets te lang nastaren, en ook daarna blijf ik waarschijnlijk nog wat te lang staan, maar dan loop ik Marco's kantoor weer binnen. Hij staat een beetje nerveus achter het bureau en kijkt me bezorgd aan.
'Gaat het wel goed met ha-' begint hij.
'Nee,' antwoord ik al, duidelijk overstuur. 'Het... uh... Ze is naar huis gegaan. Ze wilde alleen zijn. Ze is best wel van slag.'
Hij gaat weer zitten en haalt een hand door zijn haar.
'Weet... Weet jij wat er gebeurd is?' vraagt hij en een beetje aarzelend neem ik weer plaats op de stoel.
'Grotendeels,' zeg ik. Ik weet dat ik niets meer moet zeggen, maar ik weet dat hij ernaar gaat vragen, en ik weet dat ik dan domme dingen ga zeggen, dus ik ben hem al voor. 'Ze is echt heel bang voor haar familie, Marco. Ik bedoel... Ze is helemaal naar de VS verhuisd. Dat is echt niet zomaar. Ze... Ze is gewoon echt heel bang. Ze wil niet betrokken worden bij allemaal procedures en acties die ervoor zullen zorgen dat ze de aandacht van haar vader trekt.'
Hij kauwt even nadenkend op de binnenkant van zijn wang, maar dan knikt hij.
'Kijk, ik wil niet dat dit tot een ruzie uitloopt, dus ik zal echt niet aan lopen dringen, maar er zijn gewoon even twee dingen die ik móét weten. Ik zal het niet opnemen of documenteren of zo. Ik moet het gewoon even weten voor mijn beeldvorming,' legt hij uit. 'Is dat oké?'
Ik knijp mijn ogen even samen tot spleetjes, maar uiteindelijk knik ik dan toch.
'Vraag maar.'
'Oké, heeft ze van haar vader zelf ooit misdrijven moeten begaan?'
Ik denk even heel goed na. Ik heb het haar ooit wel gevraagd. Ze zei van niet. En het was geen leugen. Toch weet ik niet of dit dingen zijn die ik zou moeten zeggen. Maar hij gaat het toch niet documenteren en het is de enige manier om ervoor te zorgen dat hij haar met rust zal laten, dus ik antwoord toch.
'Nee. Nee, dat niet. Maar ze heeft... Hij heeft wel... Ze is er wel eens bij geweest toen...' Ik aarzel even, maar dan concludeer ik: 'Ze heeft zelf niks gedaan. Ze was daar nog net te jong voor.'
Hij knikt.
'Oké. Oké, dan is ze er gelukkig goed van af gekomen, denk ik,' zegt hij, maar ik denk aan haar nachtmerries en vraag me af of het wel zo simpel is. 'Heeft haar vader of een ander familielid haar ooit... uh... pijn gedaan?'
Ik denk aan dat verschrikkelijke telefoontje, inmiddels al weken geleden, toen haar vader en broers haar ontvoerden. Ik denk aan die ondraaglijke week van stilte, aan al haar verwondingen; de longontsteking; de gebroken ribben; de talloze blauwe plekken. Ik denk aan haar PTSS, aan haar hond Laika, die haar vader vermoord heeft om haar te straffen toen ze nog maar een meisje was dat niets anders had om van te houden.
'Ja,' antwoord ik dan bitter.
Hij zucht.
'Fuck, zeg,' verzucht hij, duidelijk aangedaan. 'Heeft... Heeft ze nog contact met haar familie?'
'Er waren twee dingen die je wilde weten. Ik heb het je verteld. Meer ga ik niet zeggen.' Het komt er net te fel uit, maar ik heb er net niet genoeg spijt van om mijn excuses aan te bieden.
Hij knikt.
‘Je hebt gelijk. Sorry,’ zegt hij. ‘Oké, Nathan, misschien moet je naar Paige gaan. Wij redden het allemaal wel, hier.’
‘Echt?’ vraag ik, net iets te gretig. Hij knikt en begint wat nerveus met zijn pen te klikken. Ik neem niet eens de tijd om afscheid te nemen wanneer ik weer naar buiten loop. Ik wil alleen maar naar haar toe. Ik ken haar goed genoeg om te weten dat ze, nu ze alleen thuis is en er niemand is om haar te zien, ze in huilen is uitgebarsten. Ze heeft nog altijd het idee dat pijn hebben iets is wat ze alleen moet doen, alsof ze een last voor me is als ze niet altijd een glimlach op haar gezicht heeft. Dus ik spring snel in mijn auto en begin naar haar appartement te rijden. Het is druk op de weg, dus het duurt me allemaal veel te lang (en ik heb misschien net iets te vaak iemand afgesneden of kwaad getoeterd), maar na een zenuwachtig half uur kom ik dan toch aan bij haar flat. Ze zei dat ze alleen wilde zijn, en nu laat ik haar niet echt alleen, dus ik weet niet zeker of ze open zal doen. Ik pak dus maar gewoon mijn sleutel en doe zelf de voordeur open. Paige staat in de gang. Zodra ze me ziet, beginnen haar schouders verslagen te hangen. Ze zegt niets. Dat is ook niet nodig. De volgepropte weekendtas aan haar voeten zegt al genoeg. Ik voel iets verkrampen in mijn borstkas. Als ik ook maar een paar minuutjes later was geweest, was ze al weggeweest.
‘Nathan, ik-‘ begint ze uiteindelijk, maar ik laat haar niet uitpraten.
‘Nee. Gewoon... nee!’ roep ik uit. ‘Paige, wat is dit nou weer?! Je wilde gewoon weggaan?! Zonder het in ieder geval tegen mij te zeggen?! Fuck, Paige, wat een onzin! Wat... Ik... Het... Heb je enig idee wat...’
Ik weet niet meer wat ik moet zeggen en mijn schouders gaan hangen.
‘Ik was bang, Nathan!’ schreeuwt ze terug. ‘Ik bén bang! Ik ben verdomme in paniek en ik weet niet waar ik heen moet!'
'Blijf gewoon hier!' stoot ik uit. Ik klink boos, maar in werkelijkheid ben ik doodsbang om haar kwijt te raken.
'Er is iemand bezig om mijn familie uit te moorden, Nathan!' roept ze uit, met tranen in haar ogen. Ik open mijn mond om iets terug te zeggen, maar ik weet niet wat, dus ik sluit hem weer en Paige tiert verder. 'Kaiden was letterlijk familie! Dmitri is zo nauw met ons opgegroeid dat hij ook wel bij de familie hoort! En ze zijn allebei vermoord! Zo vlak achter elkaar! En Laritsja ook, alleen omdat ze met mijn familie getrouwd is! Wie is de volgende, denk je?! Ik?! En, als dat het geval is, wat zullen ze dat doen met jou?! Wat als je zou ook vermoorden, net als Laritsja?!'
Ik haal een hand door mijn haar en haal even diep adem.
'Paige, luister,' probeer ik, zo kalm mogelijk. 'Kaiden en Dmitri leefden allebei nog in Rusland. Ze werkten samen met je vader. Jij niet meer. Als dit om jouw vader gaat, zal het geen zin hebben om jou te vermoorden.'
'Dat wéét je niet! Je kunt het niet zeker weten! En ik-ik wil niet dat ik jou in gevaar breng...'
Hoewel ze er een hekel aan heeft, kan ik de medelijden op mijn gezicht niet tegenhouden. Ze ziet er zo kleintjes uit, zo verdrietig. En ik weet niet hoe ik het beter kan maken.
'Paige, je hoeft je daar geen zorgen over te maken. Als er iemand is die jou dood wil hebben, dan... dan maakt het niet uit of je hier zit of ergens anders. Hier kan ik je beschermen. Hier kunnen we elkáár beschermen. Dit is bekend terrein. En als het allemaal vals alarm is en er niemand achter je aan zit, dan zul je blij zijn dat je niet weg bent gegaan. Oké? Dus... Dus probeer gewoon even te kalmeren en dan-' zeg ik, mijn stem verassende kalm.
'Hoe kan ik kalmeren?! Ik heb vandaag mijn enige jeugdvriendin in mijn armen dood zien gaan!' roept ze schril. De tranen beginnen over haar wangen te rollen en ik stap naar haar toe om haar te kunnen troosten, maar ze plant haar hand op mijn borst en duwt me van zich af.
‘Blijf van me af!’ snikt ze.
Ik bijt even op mijn lip.
‘Paige, het spijt me, maar... maar als ik... als ik vijf minuten later was geweest, was je gewoon weg geweest. En dan... dan had ik je misschien nooit meer gezien. Denk je dat dat me veilig zou houden? Paige, als ik een leeg appartement aan had getroffen, was ik ervan uitgegaan dat je vader je weer ontvoerd had en had ik het eerstvolgende vliegtuig naar Ilimsk genomen om die klootzak in zijn gezicht te slaan. Als je me veilig wil houden, blijf dan hier.’
Ze veegt de tranen van haar wangen en snift even.
‘Het spijt me. I-Ik... Ik voel me gewoon niet... niet veilig. Ik ben gewend om dan te vluchten.’
Ik knik.
‘Ik weet het. Het spijt me. Maar ik... ik heb geen idee wat ik in godsnaam met mezelf aan zou moeten als ik jou kwijt zou raken en ik...’ Mijn stem sterft weg en ik bedek mijn ogen met mijn rechterhand terwijl ik mijn linker op mijn heup leg. Bijna als een standbeeld sta ik daar in de gang, zo verloren als wat. Ik heb geen idee meer wat ik nog zou moeten zeggen. Mijn woorden zijn gewoonweg op.
Aarzelend komt ze naar me toe lopen.
‘Nathan,’ zegt ze zachtjes. ‘Nathan, het is oké. I-Ik ga nergens heen.’
Ze laat haar armen om mijn lichaam glijden en komt dicht tegen me aan staan. Ze legt haar hoofd in mijn hals en ik voel haar de tranen wegslikken. Ik kan het nog steeds niet in ophalen om te bewegen.
‘Nathan, het spijt me,’ zegt ze zachtjes. Haar stem klinkt zo krakend en vol wroeging dat ik daadwerkelijk uit mijn trance gehaald word en ik omhels haar een beetje hakkerig terug.
‘Als ik... Als ik hier naartoe was gekomen en jij er niet meer was geweest, zou letterlijk mijn ergste angst uit zijn gekomen.’
Ze duwt zich dichter tegen me aan en duwt haar gezicht, nog nat van de tranen, in mijn hals.
‘Het spijt me,’ mompelt ze zachtjes. Ze begint zachtjes te snikken en ik pak haar steviger vast, probeer haar met alle macht te troosten, maar het lukt me niet om iets uit te brengen. ‘Ik-Ik wil gewoon... Ik ben gewoon echt heel bang. Voor-voor alles.’
Ik knijp mijn ogen dicht om de tranen weg te werken en slik.
‘We komen er samen wel uit,’ beloof ik haar, mijn stem nog een beetje krakend. ‘Ik zal er alles aan doen om je veilig te houden,’ zeg ik, ook al is dat niet wat ze wil horen. Ze wil horen dat ik mezelf in veiligheid zou brengen. Dat ik alles zou doen om mezelf te beschermen.
Maar in deze wereld van littekens kan ik niet liegen.

Reacties (2)

  • BethGoes

    "Mijn stem sterft weg en ik bedek mijn ogen met mijn rechterhand terwijl ik mijn linker op mijn heup leg. Bijna als een standbeeld sta ik daar in de gang, zo verloren als wat."

    Ik weet niet waarom, maar dit trof mij echt diep. Ik zie alles zo verschrikkelijk goed voor me, het is bijna alsof ik een film lees!

    Echt, mijn complimenten!

    1 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    Die laatste zin... Wow...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen