Geen verdriet noch geluk duurt eeuwig, geen rijkdom noch armoede. Maar als jij een hart bezit dat tevreden is, dan ben je net zo rijk als degene die de hele wereld bezit.

*tak: in deze tijden rookten ze al, alleen geen sigaretten of iets, maar takken van een speciale plant

Terwijl we naar de trainingsbasis lopen, kijken we uit voor Scar, maar gelukkig is hij er dit keer niet. Zodra we in de basis zijn, valt me iets op aan Nathan. Hij heeft iets mee. De bloem die ik hem gegeven had ter ere van mijn vriendschap.
'Heb je hem nog steeds?' vraag ik verrast.
Nathan bloost en kijkt een beetje ongemakkelijk. Hij weigert me aan te kijken uit schaamte en murmelt wat dat ik niet kan verstaan. Gelukkig lukt het uiteindelijk wel wat woorden te kunnen onderscheiden.
'Gewoon.'
Ik glimlach en grinnik even.
'Verlegen?' vraag ik met een ondeugende grijns op mijn gezicht en nog steeds ontwijkt hij mijn blik. Uiteindelijk haalt hij zijn schouders op.
'Denk het.' reageert hij zacht. Ik lach even zacht en kijk hem zachtaardig aan.
'Je weet toch dat je me kan vertrouwen?' zeg ik. Hij glimlacht en kijkt me aan. Uiteindelijk knikt hij en staat hij op.
'Laten we eens kijken hoe goed jij vechten kan.' zegt hij met een uitdagende glinstering in zijn ogen, maar wel nog op een vriendelijke manier. Ik sta ook op en pak mijn zwaard. Dan begint het. Nathan valt aan met zijn speer, maar wel op zo'n manier dat het mij niet ernstig kan verwonden. Met mijn zwaard verdedig ik mezelf terwijl ik hem probeer te slaan, maar het lukt niet. Zodra hij weet hoe hij me kan laten struikelen, val ik met een harde klap op de grond en heeft Nathan de kans me te doden, hoewel dat het doel niet is, maar ik gun hem die lol niet. Integendeel, ik trap richting zijn ballen als schijnbeweging, zoals ik met de andere hem ook kan laten struikelen. Alleen heb ik het niet helemaal onder controle en valt hij bijna op me. Hij weet zichzelf nog net op te vangen en lijkt zich een beetje te schamen zodra we elkaar aankijken. Ik kijk hem liefdevol aan als afleiding en maak uiteindelijk een rol waardoor hij wel mee moet gaan. Weer valt hij, maar ik sta op en zet mijn voet op zijn buik. Wanneer ik denk dat ik heb gewonnen, pakt hij mijn voet en gooit hem omhoog zodat ik weer op mijn rug terecht kom. In plaats van me weer aan te vallen, begint Nathan te lachen.
'Nooit geweten dat training zo leuk kon zijn.'
Ik lach mee en nog even blijven we op de grond liggen, kijkend naar het plafond. Een lange stilte volgt en uiteindelijk ben ik degene die hem verbreekt.
'Soms zijn juist de vervelendste trainingen, de mooiste herinneringen.'
'Ja, ik dacht eerst dat het eeuwige leven van een god alles behalve leuk zou worden in verband met het samen zijn van goden die me niet vertrouwen, maar er hoeft er maar één te zijn die toont vriendschap te willen sluiten en je voelt je al stukken beter.'
'Heb je nog nooit een vriend gehad dan?' vraag ik medelevend.
'Jawel,' murmelt Nathan. 'Maar het voelt alsof iedereen waar ik om gaf, me gewoon achterliet. Mijn moeder is vermoord en mijn vader ging gewoon weg. Mijn beste vriend stierf toen ik zeven was aan een ziekte, maar ze weten nog steeds niet welke ziekte het nou was. Na dat begonnen al mijn andere vrienden me te pesten en op dat moment voelde ik me de enige op de wereld.'
Hij kijkt me aan met ogen vol herinneringen. 'Toen ik hier kwam, was jouw vader de eerste die een fatsoenlijk gesprek met me aanging. Hij heeft ook een geschiedenis. Weet je waarom Elramel ons koos als goden?'
Ik schud mijn hoofd en hij glimlacht.
'Omdat wij al "straalden".' reageert hij. 'Vanwege de dingen die wij hebben meegemaakt, moeilijke herinneringen die we delen en ga zo maar verder. Ieder van ons wie is gepest, wie ongelukkig was of iemand heeft verloren terwijl hij of zij zelf toekeek, maar toch bleef volhouden en niet begon met dingen die je ongelukkig maken als een tak* roken, drinken of zelfmoord. We bleven gewoon doorgaan met ons leven zonder depressief te worden. De pijn werd kracht. We werden sterker en overwonnen onze angsten. We hielden hoop. En dat maakt ons anders. Dat maakt ons speciaal! De reden dat wij de goden zijn geworden en niet anderen. Omdat wij ze al waren. Wij waren al voorbestemd goden te worden. De kracht zat al in ons, alleen was hij nog niet ontwikkeld. En dat is ie nog steeds niet. Daarom wil Scar dat we ons bij hem voegen in plaats van dat hij ons wil doden. Hij weet niet hoe krachtig wij eigenlijk zijn, Elramel ook niet. Pas als we ontwikkeld zijn weet hij het, maar het kan zomaar zijn dat een van ons meer macht heeft dan zij twee samen. Als hij alle goden aan zijn kant heeft, is hij hoe dan ook de winnaar. Maar als de ene helft bij hem hoort en de ander bij Elramel, is er nog steeds een mogelijkheid dat hij wint, maar ook dat zij wint. Eerlijk gezegd, zie ik jou wel voor zo iemand aan die degene is met de meeste kracht.'
Ik zucht. 'Ik ben het Zonnemeisje, wat heb ik nou weer aan die gave? Wat kan ik nou weer met de zon? Ik bedoel, het is handig en zo, maar Sol betekent letterlijk zon in het Latijn, dus waarom bepaalt hij niet over de zon?'
'Omdat de zon niks met het weer te maken heeft, maar met het grootste mysterie van leven: het heelal. En zonder de zon is leven op Aarde niet mogelijk.'
Ik haal mijn schouders op en zucht. Ik ben niet de sterkste, toch?

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Ik denk dat het best nog eens zou kunnen dat zij de sterkste is. Zonder de zon kan niks bestaan. Letterlijk alles draait om de zon. De zon is pittig heet. Probeer de zon maar eens te verslaan.

    1 jaar geleden
    • MissEL

      Ik zag ook net pas dat ik hem was vergeten groen te maken XD

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Oh, het was me niet eens opgevallen.xD

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen