I was always the Queen, It was you who added Evil to my name.


      De scherpe ruk achter mijn navel is een bekende, maar desalniettemin onwelkome gewaarwording en dat komt niet enkel door het gevoel zelf. Nee, het is ook het besef dat een tijd waar ik zo lang tegenop heb gezien dan uiteindelijk is aangebroken. Mijn pogingen er onderuit te komen hebben tot niets geleid dan de toorn van mijn ouders, welke ik zonder mijn inspanningen al genoeg over de hals haal. Malfoy Manor en alles wat het omvat is al sinds twee maanden een onvermijdelijk punt in mijn leven en terwijl de duizeligheid van het bijverdwijnselen me verlaat, evenals de greep van mijn vader rond mijn bovenarm, doemt het voor ons op als een groteske kathedraal.
      Het landhuis lijkt nu al boven ons uit te torenen, zelfs nu we er nog bijna vijfhonderd meter van verwijderd zijn. De oeroude magie rond het landgoed is nog even sterk als de dag dat het werd opgelegd en maakt het ons onmogelijk om dichterbij te verschijnselen, de stille dreiging ervan bijna tastbaar in de lucht. Een lucht die grauw en grijs is, ondanks dat de zomer op zijn hoogtepunt is. Heggen minstens driemaal zo hoog als ik omlijnen het terrein en onttrekken de tuinen vooralsnog aan ons oog. Een smeedijzeren hek vol ingewikkelde patronen komt zonder enig geluid in beweging en zwaait voor ons open, toegang gevend tot het brede grindpad richting de enorme voordeuren van het huis. Ik probeer mijn ongemak weg te slikken, maar het blijft ergens halverwege mijn keel steken. Mijn ouders lijken op het eerste gezicht niet geïntimideerd, maar ik weet beter. Ik weet altijd beter.
      Zonder dat ik hun aansporing nodig heb weet ik ze echter wel te volgen, al groeit mijn melancholie met iedere knerpende stap die ik dichter bij de Manor kom. Ik geef mijn ogen goed de kost, neem ieder detail in me op in de hoop dat mijn beeld van deze mensen misschien nog bijgesteld kan worden ergens binnen nu en de drie minuten dat we nog moeten lopen. Er is weinig hoop.
      De heggen zijn messcherp bijgehouden, nergens ook maar een blaadje buiten de norm. Er is geen onkruid te ontdekken onder de haag, daar waar het grind nog niet begint. Dat grind, op zijn beurt, is wit als de dag dat het er is neergelegd en ik weet zeker dat dit tientallen jaren geleden moet zijn geweest. Deze tuin is een van de meest onderhouden landschappen die ik ooit heb gezien en toch zit er geen liefde in. Geen greintje warmte of levendigheid. Hoe toepasselijk.
      Precies op het moment dat het lijkt of de Manor ons met huid en haar op gaat slokken, openen diens deuren zich en worden we begroet door een huiself, het wezentje niet hoger dan mijn heup. Grote, serieuze, ogen wachten geduldig tot we de respectabele afstand hebben bereikt en dan spreekt hij piepend onder het maken van een diepe buiging.
      "Welkom op Malfoy Manor. Mijnheer en mevrouw Malfoy verwachten jullie."
      En ja, zelfs dit welkom voelt koud. Ik weet hoe het gaat, ben zelf niet veel anders gewend, maar had misschien toch nog hogere verwachtingen gehad. Twee maanden, dat is hoe lang ik hier zal blijven en nog kunnen ze het fatsoen niet opbrengen om persoonlijk de deuren van hun huis voor me te openen. Het is zachts gezegd een teleurstelling om mijn verwachtingen nog verder te moeten verlagen, maar acht het wel slim om het nu alvast te doen. Nadat de elf zich weer op heeft gericht, gebaart hij ons binnen te komen en ik stap achter mijn vader en moeder aan door de deur.
      Wat me opwacht is een statige hal, naar mijn idee groter dan ons halve huis. De vloeren zijn van een massief houten soort, bijna tegen zwart aan en opgepoetst alsof het eveneens moet fungeren als spiegel. Recht voor ons in het midden van de ruimte, dan wel op nog vijf meter afstand, is het begin van een brede trap welke oploopt naar wat ik denk de eerste verdieping. Als ik vanaf buiten goed heb geteld zijn er in totaal drie, de torens niet meegerekend. Evenals de trap zijn de muren en de pilaren welke het plafond verstevigen opgetrokken uit betonkleurig marmer. Op twee zilveren harnassen na staat er geen enkele decoratie in de hal en kil is het enige woord wat te binnen schiet. Zelfs de minstens dertig kaarsen die zacht flikkeren in de kroonluchter boven ons doen niets om het te verdrijven.
      "Lovely," zeg ik zacht, het sarcasme er zo dik bovenop dat ik het bijna terecht vind dat mijn vader moordlustig naar me kijkt. Verstandelijk sla ik mijn ogen af naar de vloer en druk mijn kaken op elkaar.
      "Volgt u mij," piept de huiself, niet op de hoogte van onze spanning of heel goed in het negeren ervan. Zoals hem betaamd, uiteraard. Hij leidt ons niet naar de deur links of de deur rechts, maar stevent voor ons uit, de gang links van de trap in. Terwijl we hem volgen en minstens nog drie deuren passeren zonder dat hij af slaat, gaat mijn hart steeds harder kloppen. Het misselijke gevoel in mijn buik was er al voor het verdwijnselen en kan hier dus niet aan worden afgeschreven. Nee, het heeft alles te maken met de mensen die ons op zitten te wachten. Maar terwijl de elf eindelijk een ruimte binnen loopt, niet door een deur maar gewoon onder een marmeren boog door, klikken zijn eerder gesproken woorden in mijn hoofd en ze bezinken met een vagelijk gevoel van opluchting wanneer er inderdaad maar twee mensen op ons zitten te wachten.
      Draco Malfoy is nog nergens te bekennen.

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    Okee damn dit is echt goed geschreven! Ik ga nh de rest bijlezen😉

    1 week geleden
  • Carameltaart

    Leuk abo'tje

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen