I was always the Queen, It was you who added Evil to my name.


      Er is niets hartelijks aan de mensen die me welkom heten. Ze passen eigenlijk erg goed binnen de muren van hun eveneens kille huis, even statig en kleurloos. Gekleed in een donkergroen wat haar huid nog bleker af doet steken komt Narcissa Malfoy overeind uit haar fauteuil bij de haard, welke brand en terecht. Het is zomer, maar de koude sijpelt mijn huid in en nestelt zich er drukkend. Haar gezicht is knap, zij het een strenge schoonheid. Haren half opgestoken, de zijkanten witblond als dat van haar man, maar de bovenkant een donkerbruin die bij ieder ander als warm omschreven zou worden. Haar ogen zijn het soort blauw wat gletsjers hebben en brengen eenzelfde ijselijke rilling met zich mee wanneer ze zich op je vestigen. Ik onderdruk het.
      Ondertussen is ook Lucius in de benen gekomen. De soepelheid waarmee hij het doet plaatst vraagtekens bij de wandelstok in zijn rechter hand, waarvan de slangenkop me, zo lijkt, venijnig aankijkt met zijn opengesperde bek. Lucius zijn witblonde haren zijn naar achteren gebonden in een staart en hij draagt een volwaardig pak, ondanks dat het zondag is. Iets zegt me dat gemak en comfort niet iets is wat hoog op zijn lijstje staat.
      "Welkom, Fredrick, Isolde,' zegt hij zalvend, zijn zenuwslopend grijze ogen al op mij gericht. "Evelyn." En ik doe mijn best zijn blik te beantwoorden, ondanks dat het me misschien goed zou doen me iets teerder op te stellen. Het voelt in dit moment echter alsof ik gewogen wordt. Deze man, welke ik nog nooit daadwerkelijk heb ontmoet en waarvan ik enkel heb horen zeggen, probeert in te schatten wat ik waard ben en probeert dat in een enkele oogopslag. Hij zal echter nooit zo veel zien als ik.
      Lucius Malfoy is onzeker, al draagt hij zichzelf op geen enkele wijze die dat ook maar zou kunnen suggereren. Hij maskeert het goed en ik vraag me af of iemand, buiten Narcissa om, op de hoogte is van zijn angst. Het is diepgeworteld en doordrenkt hem in zo'n mate dat het eigenlijk het enige is wat ik van hem af kan lezen. Narcissa daarentegen heeft een scala aan emoties op het oppervlak liggen. Angst en onzekerheid, ja, maar ook een kracht en trouw die me haar per direct minder onsympathiek doen vinden. Ze glimlacht naar me, terwijl mijn ouders een leeg gesprek beginnen met haar man, maar het bereikt haar ogen niet.
      "Draco is momenteel niet aanwezig," zegt ze zacht en oké, misschien ziet deze vrouw ook meer dan anderen. Misschien ziet ze hoe ik mijn onbewust ingehouden adem los laat en hoe mijn postuur iets meer ontspannen wordt, misschien weet ze nog hoe het was om kennis te maken met degene die de meest permanente rol in je toekomst gaat bekleden. Misschien. Mijn situatie is echter nog wel iets kleurrijker dan die van haar is geweest, aangezien er bij ons gekeken gaat worden of we het überhaupt met elkaar kunnen vinden. Een vraag waarop mijn antwoord bij voorbaat al stellig nee is, maar een luxe waar ik volgens mijn ouders maar al te tevreden mee moet zijn.
      Zie, ik ben trots onderdeel van de familie Avery, een van de volbloedfamilies van de Sacred Twenty-Eight. Mijn ouders zijn er op gebrand dit hoog te houden en waarschijnlijk doen we daar in deze tijden enkel goed aan, met de wederopstanding van The Dark Lord. Laten we het houden op het feit dat er een heleboel idealen zijn waarin ik me niet achter hen kan scharen.
      Mijn thuisscholing en beperking tot een sociaal leven hebben er toe geleid dat ik nauwelijks mensen van mijn leeftijd ken en binnen de Sacred zijn dat er op het moment nog wel een aantal. Zodoende mijn 'luxepositie' om iemand te vinden waarmee ik het op zijn minst kan vinden. Niet Theodor Nott dus, wiens snobistische manier van doen me nog steeds rillingen bezorgt wanneer ik er aan terug denk. Al helemaal niet Marcus Flint, die even onprettig was in zijn doen en laten als dat hij was om naar te kijken. En aan hun verhalen te horen gaat Draco Malfoy mislukte poging nummer drie zijn, want zij spraken vol lof over hem en ik kan me niet voorstellen dat je dan een degelijk persoon bent. Daarbij is de Malfoy naam het bekendst van ons allen en weet zelfs ik, met mijn afgeschermde opbreng, dat dit niet per se om positieve redenen is. Een vooroordeel is iets lelijks, maar moeilijk om niet te vormen in dit geval.
      In eerste instantie twijfel ik of Narcissa een antwoord van me verwacht, maar met een moeilijk te peilen blik wend ze zich tot mijn ouders en mengt zich in het gaande gesprek. Allemaal formaliteiten zonder enige achterliggende interesse. Hoe is het op het werk? Is de gezondheid van mijn moeder op het moment stabiel? Hoe ligt Avery Estate er deze zomer bij? Waar is jullie zoon?
      Mijn aandacht verscherpt bij de vraag van mijn vader, want alles wat ik te weten kan komen over Draco zie ik als een voordeel. Lucius zijn blik is al op mij gericht wanneer mijn eigen blik weer scherp stelt en ik voel me betrapt. Zijn ogen zijn scherp op een manier die ik associeer aan de blik van een havik welke zijn prooi gade slaat, op zoek naar het kleinste teken van zwakte, een opening om toe te slaan. Het is dat ik zijn onzekerheid kan proeven om mijn tong, anders zou ik mijn ogen afslaan.
      "Draco spendeert zijn vrije tijd graag... elders," zegt hij kalm, al twijfel ik er niet aan of hij is het niet volledig eens met de afwezigheid van zijn zoon. Niet op dit moment in ieder geval. "Hij zal zich tijdens het diner bij ons voegen."
      En nee, dat is in geen enkel opzicht iets om naar uit te kijken.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen