Foto bij Scar 110

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘We komen er samen wel uit,’ beloof ik haar, mijn stem nog een beetje krakend. ‘Ik zal er alles aan doen om je veilig te houden,’ zeg ik, ook al is dat niet wat ze wil horen. Ze wil horen dat ik mezelf in veiligheid zou brengen. Dat ik alles zou doen om mezelf te beschermen.
Maar in deze wereld van littekens kan ik niet liegen.

Heel lang blijven we zo in de gang staan. Uit angst dat ze in stof op zal gaan als ik haar loslaat, blijf ik haar vasthouden, en ze houdt me niet tegen. Pas wanneer ik merk dat ze echt moe begint te worden, leid ik ons even naar de bank. Als een mak schaap sjokt ze met me mee. Ze ziet er terneergeslagen en uitgeput uit. Ik kan me voorstellen dat het vermoeiend is om je beste vriendin te zien sterven.
Ik laat me neerzakken op de bankkussens en trek haar met me mee. Ze kruipt dicht tegen me aan, als een kind dat troost bij haar moeder zoekt. Ze heeft iets heel jongs wanneer ze er zo verloren uitziet, en ik krijg gelijk de behoefte om haar te beschermen.
En dan komen ineens de tranen, meer en erger dan eerst. Ik denk dat de pijn haar nu pas raakt, nu de adrenaline weg is en ze niet meer gefocust is op vluchten. Haar lijf schokt en ik houd haar maar gewoon stevig vast. Haar handen klauwen in de stof van mijn politie-uniform, klampen zich aan me vast. Ze snikt zo hard en diep dat ik denk dat het pijn doet, en volgens mij heeft ze moeite om genoeg adem te halen.
Ik laat haar maar begaan en zeg niets, want ik denk niet dat er iets is wat ik kan zeggen om haar beter te laten voelen. Ik ben al lang blij dat ze nu huilt en niet wanneer ze helemaal alleen is. Als ze dan toch verdrietig gaat zijn, heb ik liever dat ze dat in mijn armen doet.
Na een kwartiertje is het ergste voorbij, ook al blijft ze nog heel lang zachtjes snikken. Ik pak een beetje onhandig een fleecedeken van de bankleuning en wikkel die om haar heen, want ik zie dat ze kippenvel heeft. Geduldig wacht ik tot ze tot rust is gekomen.
'Gaat het een beetje?' vraag ik zachtjes.
'I-Ik weet het niet,' mompelt ze schor. Haar stem trilt een beetje. 'Ik-Ik weet niet wat ik moet voelen. Ik snap het gewoon nog allemaal niet. Het voelt onwerkelijk. Ik snap niet wat er allemaal aan de hand is.'
Ik wrijf zachtjes over haar rug in een poging geruststellend te zijn.
'Ik ook niet,' geef ik toe. 'Maar misschien komt dat nog wel.'
Ze slikt. 'Dat is juist waar ik bang voor ben.'
We vallen weer stil en ik denk even dat ze in slaap zal vallen, maar al snel wordt het me duidelijk dat de zorgen winnen van de slaap, hoe moe ze ook is.
‘Je hebt me nooit over Laritsja verteld,’ zeg ik na een tijdje, en ik doe heel erg mijn best om mijn stem niet beschuldigend te laten klinken, want zo bedoel ik het niet.
Ze schudt haar hoofd en murmelt: ‘Weet ik.’
Ik strijk voorzichtig over haar rug. ‘Waarom niet?’
Ze haalt haar schouders op.
‘Weet ik niet precies. Ik... Ik wilde haar gewoon heel graag achter me laten. Ik had me erbij neergelegd dat ik haar nooit meer zou zien en ik was bang dat alles weer naar boven zou komen als ik je erover zou vertellen. Ik was bang dat ik haar weer zou missen. Ik wilde er gewoon niet aan denken.’
Ik geef een kus tegen haar slaap en trek haar dichter tegen me aan. Ik merk dat ze het heel moeilijk vindt om zichzelf bijeen te houden en ze slikt een snik weg.
‘Wil je me nu over haar vertellen?’ vraag ik. ‘Misschien helpt het.’
Ze maakt zich van me los en aarzelt even. Ze durft geen oogcontact meer te maken, alsof haar blik te zwaar is om op te tillen.
‘Laritsja... was het enige kind dat mijn vader bij me in de buurt liet komen, weg van mijn broers en Dmitri. Ze was de dochter van een van mijn vader handlangers. We moesten dus eigenlijk wel vrienden worden, maar zelfs als die druk er niet was, denk ik dat ik graag met haar om was gegaan.’ Ze slikt even moeizaam en haalt diep adem. ‘Ze had een soort onschuldigheid om haar heen hangen, ook al was ze een paar jaar ouder dan ik. Ze was best naïef. Ik denk dat haar vader een betere vader was dan de mijne, want ik denk niet dat Laritsja wist welk bloed er aan de handen van onze families kleefden. Ze wist dat we met dingen bezig waren die de politie en regering niet goedkeurden, maar haar vader heeft haar nooit laten luisteren naar het gekrijs van de mensen die niet op tijd genoeg geld terug konden betalen. Haar vader... uh... Hij heette Ivan en... hij ontfermde zich soms ook over mij. Op de dagen dat mijn vader zo’n kille, lege blik in zijn ogen had die alleen maar weggewerkt kon worden met bloed. Dan gingen we wandelen of bij hem thuis legpuzzels maken. Hij zei dan meestal niets. Ik denk dat hij bang was dat hij iets verkeerds zou zeggen en dat mijn vader er dan achter zou komen. Ik... Ik denk dat hij de enige man is die me in Rusland behandeld heeft als een meisje dat een vader nodig had.’
Ze is even stil en ik vraag voorzichtig: ‘Wat is er met hem gebeurd?’
Ze bijt op haar lip.
‘Mijn vader heeft hem vermoord. Vlak voordat ik met mijn moeder wegging,’ antwoordt ze. Ze legt niet uit waarom. Misschien weet ze het niet.
Mijn hand vindt de hare. ‘Ik... Ik vind het heel erg voor je.’
Ze haalt haar schouders op, alsof ze niet precies weet hoe erg zij het wel vindt. Dat was gewoon haar leven, toen. Soms laten vaders mensen in leven. Soms komen ze thuis met bloed aan hun handen. Soms stroomde dat bloed eerst door de aderen van de man die je gaf wat je echte familie je ontzegde. En soms heb je geen tijd om dat erg te vinden.
‘Laritsja was... zacht. Zachter dan Kaiden, zelfs, ook al was hij minder naïef en maakte hem dat in sommige gevallen aardiger. Hij wist wat ik meemaakte, dus hij kon beter inschatten hoe hij met me om moest gaan. Laritsja... Ze was zo naïef dat ik denk dat ze niet doorhad dat onze families niet normaal waren. Het enige wat ik kende was mijn vaders manier van opvoeden, maar ik wist wel dat het niet klopte. Zij dacht gewoon dat iedereen lief was en wist niet... ze wist niks, eigenlijk. Ze was gewoon lief en zacht en zomerjurkjes en naïef en... smoorverliefd op Dmitri.’
Ik frons. Ik kan me oprecht niet voorstellen dat iemand verlíéfd op Dmitri zou worden. Ze ziet mijn blik en lacht schamper.
‘Ja, ik weet het. Onvoorstelbaar. Ik-Ik heb haar gewaarschuwd dat hij niet te vertrouwen was, maar zoals ik al zei: naïef,’ legt ze uit.
Ik denk aan Dmitri en de manier waarop hij Paige aanraakte toen ze langskwamen. Ik denk aan de trilling in haar stem toen ze vertelde dat Dmitri een keer naar haar toe gekomen is, haar prompt ten huwelijk gevraagd heeft en haar volledig in elkaar geslagen heeft toen ze hem afwees. Hij is gestoord. En ik denk niet dat hij van Laritsja heeft gehouden. Waarschijnlijk was zij gewoon de makkelijkste optie nadat hij Paige niet kon krijgen.
‘Ik...’ begint ze, heel voorzichtig en bedachtzaam. ‘Ik weet niet zéker dat hij een pedofiel is. Misschien... Misschien was het alleen ik waar hij geobsedeerd mee was. Dat zou best kunnen. Maar ik beide gevallen... Soms... Soms dan keek hij naar me en dan wíst ik het gewoon, weet je wel? Hij was bijna elf jaar ouder dan ik was, maar... ik... ik zag het in zijn ogen. Hij heeft nooit iets gedaan, maar ik wist het. En...’ Haar stem hapert even en ik zie de tranen in haar ogen. ‘En zij had het niet door. Ook toen ik het haar probeerde te vertellen, geloofde ze me niet. Ze was zo... dom, eigenlijk. Maar ik denk dat ze het nu wel wist. Toen ze... Terwijl... Toen ze doodging, hebben we wat gepraat, zoals je waarschijnlijk wel gehoord hebt. Een gesprek kon je het niet noemen, maar... ik zag het aan haar. Ze was niet meer zo zacht en onschuldig. En ik... ik vraag me af wat er gebeurd is dat haar dat heeft laten zien.’
Ze bijt haar kaken op elkaar en haalt bijna piepend adem, als in een kreun. Ik schuif automatisch iets dichter naar haar toe.
‘Ze zei tegen me dat ik Natalya uit Rusland moest halen, weg van mijn vader. Dat ik haar daar niet achter mocht laten,’ fluistert ze schor.
Ik frons.
‘Wie... Wie is Natalya?’ vraag ik.
Ze kijkt me aan, met een gekwelde blik vol tranen.
‘Ik weet het niet. I-Ik denk haar dochter. Ik weet het niet.’
Opeens lopen haar ogen over van de tranen en begint ze te snikken. Ik trek haar meteen dicht tegen me aan en ze huilt met haar gezicht tegen mijn schouder.
‘Ik had niet gedacht dat ik haar ooit nog zou zien, laat staan dat ik haar zou zien sterven. I-Ik snap niet eens wat ze hier deden,' weet ze gekweld uit te brengen. 'Ik-Ik was net zo gelukkig. Ik snap niet waarom dit gebeurt.'
Ik vouw mijn armen steviger om haar heen en wacht tot de pijn weer controleerbaar is. Het duurt minder lang dan eerst, en ik denk dat haar tranen inmiddels gewoon op zijn. Na maar een paar minuten maakt ze zich opeens van me los.
‘Ik-Ik moet Vadìm bellen,’ piept ze kleintjes, nog voor ik ernaar heb kunnen vragen. ‘Zodat ik het hem kan vertellen.’
Ik frons. ‘Denk je dat dat wel zo slim is?’
Ze haalt haar schouders op.
‘Hij... Hij verdient het om het te weten. Dmitri was zijn beste vriend.’
Ik geef een kus op de rug van haar hand en strijk er dan met mijn duim over.
‘Wacht in ieder geval even. Geef je jezelf even de tijd om tot rust te komen. Het heeft geen haast,’ probeer ik haar gerust te stellen, maar ze schudt haar hoofd.
‘I-Ik wil het gewoon gehad hebben. Als ik wacht, ga ik alleen maar zenuwachtiger worden.’
Met tegenzin knik ik. Het is haar eigen keus. En misschien heeft ze ook wel gelijk.
'Wil je dat ik erbij ben?' vraag ik, hopend dat ze antwoordt van wel.
'Denk je dat je je kalmte kunt bewaren?'
Ik haal een wenkbrauw op. 'Wat bedoel je?'
'De laatste keer dat je Vadìm zag, was in een video waarin hij me verrot sloeg en een mes tegen mijn gezicht aan drukte. Denk je dat je je kalmte kan bewaren terwijl ik hem aan het bellen ben? Ik bel hem om hem te vertellen dat zijn beste vriend in de hele wereld vermoord is, niet om boos te worden en hem uit te schelden, hoe graag ik dat ook zou willen,' legt ze uit, waar ze wel een punt heeft.
Ik heb geen medelijden met hem, ook niet nu Dmitri dood. Ik wil nog steeds een paar kogels door die lege schedel van hem jagen. En er zijn een hele hoop dingen die ik hem wel eens zou willen vertellen, als ik de kans zou krijgen. Maar ik knik toch, want ik wil niet dat Paige dit alleen hoeft te doen.
'Ik zal rustig blijven. Hij zal niet eens weten dat ik er ben.'
Ze knikt dankbaar en bijt even op haar lip. Ze tikt het nummer in en haar vinger blijft nog heel lang zweven boven de belknop voor ze erop drukt. Ze duwt haar mobiel zo hard tegen haar oor dat haar handen niet eens de kans hebben om te beven en ze zucht een beetje trillerig. Het duurt lang voordat er opgenomen wordt, of misschien zorgt de adrenaline ervoor dat de tijd langzamer lijkt te gaan. Ik weet dat ze niet in gevaar is, maar toch ben ik vreselijk gespannen.
Ze begint te praten, met dezelfde stem die ons op de academie aangeleerd is toen ons uitgelegd werd hoe we mensen moesten vertellen dat hun geliefde is overleden. Ze weet niet hoe ze met hem als broer op moet gaan, dus kiest ze deze manier maar. Haar stem is zachter dan normaal, maar wel duidelijk en goed verstaanbaar. Ik versta er niets van, behalve wanneer ze zijn naam zegt, en die van haarzelf, en Dmitri en Laritsja.
Wanneer ze uitgepraat is, is het even angstvallig stil aan de andere kant van de lijn. Één laatste seconde van genade. En dan volgt er de knap, de waarheid die hem raakt als een mokerslag. Het gehuil begint. Eerst is het een soort stikken, gevolgd door luide uithalen en geschreeuw. Paige verkrampt een beetje verder bij elk geluid dat hij maakt, als een te strakke knoop. Zijn klaagzang eindigt in gejammer en smekende woordjes die ik pas begrijp als ik me heel goed inspan.
Laritsja, snikt hij. Laritsja. Моя дорогая. Laritsja. Любимая.
Hij kermt het keer op keer, tot het alleen maar een mismaakt geluid is. Hij lijkt erin te stikken.
Laritsja.
Niet Dmitri. Laritsja. Het is niet zijn beste vriend waar hij om rouwt, maar de vróúw van zijn beste vriend.
Na een tijdje vraagt Vadìm iets, bijna als in een kreun. Ik wil dat hij zijn kop houdt, want ik wil helemaal niet met hem meeleven, maar de gebroken toon in zijn stem maakt het zo moeilijk.
Paige schraapt haar keel en antwoordt iets. Ik kan aan haar zien dat ook bij haar de tranen weer hoog staan.
Ik hoor Vadìm bijna hyperventilerend ademhalen, bijna alsof hij een paniekaanval heeft. Dan begint hij weer verscheurend te snikken en hangt op zonder nog iets te zeggen. Het duurt even voordat Paige weer beweegt, alsof ze hoopt dat de wereld stil zal gaan staan als zij dat ook doet.
‘Paige?’ vraag ik behoedzaam en ik pak haar mobiel uit haar hand, zodat ik die voor haar op de salontafel kan leggen. ‘Gaat het?’
Ze slikt en knippert een paar keer met haar ogen. Het ziet eruit alsof ze zich in een waas begeeft.
‘Vadìm... Hij... Hij had een affaire met Laritsja,’ stoot ze uit. ‘Hij-Hij hield van elkaar. Ze hielden van elkaar. Ik-Ik kan het me gewoon niet voorstellen.'
'Hoe bedoel je?' vraag ik. Als Laritsja al verliefd is geworden op Dmitri, lijkt het me niet heel verbazingwekkend dat ze ook op Vadìm kan vallen. Ze zijn een beetje hetzelfde type klootzak.
'Ik bedoel... Ik kan me niet voorstellen dat Vadìm... van iemand zou kunnen houden. Ik bedoel... Je hebt hem ontmoet. Ik vind het zo'n raar idee dat hij oprecht gelukkig zou kunnen zijn met iemand en dat... Laritsja, van alle mensen. Jezus. Het is gewoon zo onvoorstelbaar dat hij... dat hij ergens met haar in zijn armen heeft gelegen, pratend over hoeveel ze van elkaar houden,' ratelt ze. 'Vadìm... Vadìm is gewoon een moordmachine. Dmitri ook, maar... toch... gewoon...' Ze zucht en haalt een hand door haar haar. 'Het is gewoon zo veel om te bevatten. Gisteren... Gisteren hoefde ik hier niet eens over na te denken, maar nu... Het is allemaal gewoon teveel voor één dag.'
Ze neemt haar hoofd in haar handen en zucht weer. Ze ziet er verslagen uit. Ik geef een kus op haar schouder en wrijf over haar rug.
'Hoofdpijn?' vraag ik, want dit is meestal het gezicht dat ze trekt wanneer ze hoofdpijn heeft en ik weet dat ze er altijd last van krijgt als ze veel gehuild heeft. Wanneer ze zachtjes knikt, zeg ik: 'Ik pak even een paracetamol en wat water, oké, lieverd?'
Ze knikt weer.
Ik sta op en wanneer ik weer terugkom, zit ze nog steeds op de bang. Haar ogen zijn een beetje rood van het huilen en ze heeft een blos op haar wangen, maar verder ziet ze er heel bleekjes uit.
'Wat heb je tegen Marco gezegd?' vraagt ze wanneer ze het weggeslikt heeft. 'Ik ben niet heel erg aardig geweest.'
'Daar had je alle reden toe,' zeg ik, want dat is zo. Hij bedoelde het niet verkeerd, maar alles wat met haar vader te maken heeft is gevaarlijk terrein. 'Ik heb gezegd dat je gewoon heel bang bent voor je vader en dat hij het maar beter kan laten gaan. Daarna heeft hij me naar huis laten gaan.'
Ze slikt iets weg en knikt dan. Ze vermijdt stug elke vorm van oogcontact.
'Het spijt me dat ik je hierbij heb betrokken,' mompelt ze.
'Je hebt me er niet bij betrokken. Ik heb mezélf erbij betrokken,' verbeter ik haar, want het is waar. Ik heb genoeg kansen gehad om me terug te trekken. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben bij haar gebleven. En ik wil bij haar blijven. Ook als dat betekent dat ik me zorgen moet maken over haar familie en de consequenties van mijn aanwezigheid in haar leven. Ik heb er goed over nagedacht. Ik weet wat het betekent. En ik wil blijven.
'Er zijn een hoop dingen in mijn leven waar ik spijt van heb,' zeg ik eerlijk. 'Maar jij bent daar niet een van. En als het een keuze was om van jou te houden, zou ik voor je kiezen. Elke dag weer.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Wat erg allemaal!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen