Jokiel kijkt naar beneden. Naar de zwarte leegte onder hem. Hij voelt angst opkomen. Hij neemt als vanzelf een stap naar achter, maar wordt tegengehouden door de buis die snel achter hem weer omhoog komt. Jokiel schrikt als opeens als hij de stem weer hoort. 'Harem, OPGELET!' Jokiel schrikt zich een hoedje. 'Wij geven jou een optie. Wees niet bang, het is maar een spel. U kunt of springen en u doet mee aan het spel of u wordt opgeblazen. Als je wordt opgeblazen dan voel je dat wel. Ik geef u vijf seconden. 5' De speler helemaal links wordt opgeblazen. '4' Zijn buurvrouw springt naar het duisternis. '3' 'Wat moet ik doen?' denkt Jokiel angstig. '2 1' Jokiel springt met zijn ogen dicht de duisternis in.
Tijdens zijn val, is niks zoals het lijkt. Verschillende flitsen met verschillende kleuren zijn te zien op de wanden van het ravijn. De cijfers tellen of van tien tot nul en een stem die recht uit een televisieshow lijkt te komen, legt hem alles uit.
'Welkom bij Game-Life! Een gloednieuwe game waarbij er maar één doel is: winnen. Je wint door in je eentje of met je team over te blijven. je krijgt upgrades van het publiek. Game-Life wordt niet verantwoordelijk gesteld voor eventuele verwondingen of psychische problemen. Veel plezier met spelen!'
Jokiel verwacht dat hij op een zachte grond terecht komt, maar tevergeefs. Recht op zijn buik valt hij op een keiharde grond. Maar zodra hij opstaat, verdwijnt de pijn. Hij staat op en kijkt nog een keer om zich heen. Van alle mensen die in de buizen stonden, lijkt het of maar de helft is gesprongen. Dan ziet hij het meisje dat eerst naast hen stond. Verward loopt hij op haar af en bekijkt haar. Ze heeft lange, donkere haren die ze in een hoge paardenstaart heeft gedaan en smaragdgroene ogen. Ze is van zijn leeftijd alleen net iets kleiner.
'Hey,' zegt hij terwijl hij zo beleefd mogelijk probeert te zijn. 'Kan je me vertellen waar ik ben?'
Het meisje kijkt hem boos aan. 'Het eind. Niks hier is wat het lijkt, wees op je hoede!'
Ze is, vreemd. En hysterisch. Jokiel kijkt haar verbijsterd aan en beseft dat hij hieruit niet wijzer is geworden.
'Oké?' vraagt hij verbaasd. 'Wat is je naam?'
Ze zucht geërgerd. 'Lucy, aangenaam.'
'Jokiel,' reageert hij. 'Leuk je te ontmoeten.'
Ze draait even met haar ogen en kijkt weg.
'Hetzelfde,' zegt ze sarcastisch. Wow, denkt Jokiel. Zij is pas chagrijnig. Hij schrikt op wanneer hij iemand op zijn schouder voelt tikken. Hij draait zich om en kijkt in de kille ogen van een jongen van zijn leeftijd. De jongen heeft blonde haren en blauwe ogen. Hij is net iets groter dan Jokiel en nu pas valt het hem op dat iedereen een soort vreemde pakken aan heeft. Rode pakken die strak zitten en van tenen tot de nek reiken. Het zijn als zwempakken.
'Kijk eens wat een slap jongetje,' zegt de jongen tegenover hem met een grijns terwijl twee jongens achter hem verschijnen. De ene heeft nette, bruine haren en donkere ogen en de andere is als een spiegelbeeld van hem. Zullen het tweelingbroers zijn?
'Zijn jullie allemaal met het verkeerde been uit bed gestapt of iets dergelijks? Jullie doen allemaal zo ongezellig!' roept Jokiel in de hoop ze iets vrolijker te maken, maar het helpt niet.
'Ik kan me überhaupt niet herinneren dat ik in een bed lag toen ik m'n ogen opende,' snauwt de jongen. 'Hoezo? Jij wel dan?'
Hij heeft gelijk. Nu hij er zo over denkt, kan Jokiel zich ook bijna niks meer herinneren. Hij weet zijn naam, zijn geboortedatum en dingen als lopen, springen en praten. Maar verder niets meer! Geen familie, geen vrienden, geen plek waar hij zou wonen. Wat is er aan de hand?
'Hou gewoon je bek dicht, Kenzo,' bijt Lucy hem toe. 'Ruzie zoeken is het laatste wat je wilt doen.'
Kenzo zucht met een grinnik en loopt weg met de twee jongens achter zich aan. Zouden zij vrienden zijn geweest voor ze hier terecht kwamen? Of volgen ze Kenzo gewoon?
'Bedankt,' zegt hij tegen Lucy.
Lucy knikt. 'De meesten kunnen niks meer herinneren, maar ik heb geen herinneringen nodig om te weten dat hij een pestkop is. Sommige kinderen hier zijn anders. Sommigen hebben gaven die anderen niet hebben. Zo kan ik veel zien, door enkel in iemands ogen te zijn. Het verleden en de toekomst. Maar soms vraag ik me ook wel eens af: als ik dat zelf doe, weet ik dan wie mijn ouders zijn? En wil ik dat wel weten?' Jokiel nu zelf een beetje geërgerd. 'We hebben 5 minuten aan herinneringen, en jij denkt nu al zou ik mijn ouders wel willen kennen? Wat is er mis met jou? Laten we nu eerst een plek vinden waar we kunnen overnachten. Ik denk namelijk dat als je hier gaat slapen je de volgende dag uit het spel ligt.'
Lucy reageert nu heel boos terug '5 minuten! Ik zat een hele week in die buis! Elke dag kwamen ze me eten brengen. Ik heb heel uitgebreid te horen gekregen wat we moeten doen in dit spel. Hoe meer je het publiek kan vermaken. Hoe betere spullen ze je geven daarmee moet je de andere spelers van kant maken! DIT IS GEEN SPELLETJE!
Jokiel schrikt van haar reactie en probeert haar er rustig van te overtuigen dat ze nu beter een goeie schuil plek kunnen vinden in plaats van tegen elkaar te gaan lopen schreeuwen. Terwijl ze rond lopen bekijkt Jokiel haar lichaam eens goed vooral haar gezicht kijkend of hij kan aflezen waar ze aan denkt. Ze ziet er geërgerd uit. dan duikt Jokiel. Net wetend een klap van Lucy te ontwijken, maar hij zag de hand niet bewegen. Hij las het af van haar gezicht. Na een tijdje zien ze een waterval met aan de rechter kant een kleine spleet tussen het water en de rots. Ze lopen er op af en gaan door de spleet. Achter de waterval is een grote open grot. Jokiel zegt. 'Dit is onze schuilplek voor vandaag.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen