I was always the Queen, It was you who added Evil to my name.


      Ik heb werkelijk geen idee hoeveel tijd er verstrijkt. Het kan een minuut zijn, maar ook een uur. Er heerst in ieder geval een doodse stilte terwijl we elkaar bestuderen en ik kan enkel hopen dat ik eenzelfde kalmte uitstraal als hem. Helaas weet ik beter en ben ik me bewust van het feit dat mijn ogen net iets te ver open zijn gesperd en dat mijn houding te gespannen is. In niets ben ik zoals de jongen voor me.
      Zijn geur bereikt me nog voor mijn ogen zich goed en wel op hem hebben gevestigd. Dat hij Quidditch heeft gespeeld kan uiteraard goed afgeleid worden van de bezem welke nog steeds over zijn schouder ligt, maar wordt nog benadrukt door het aroma wat mijn neus teistert. Mocht wind een geur hebben, dan is het dit. Fris en schoon en toch omlijnd door een randje aarde, alsof hij krachtig is geland en modder onder zijn schoenen heeft of een tuimeling naar de grond heeft gemaakt in het heetst van de strijd. Zijn kleding indiceert niets van het laatste, maar een simpele Scourgify zou dat opgelost kunnen hebben.
      Het zou kunnen verklaren waarom een veeg aarde zijn ongewoon hoge jukbeen ontsiert, scherp afstekend tegen de porseleinen huid welke hij van zijn ouders heeft geërfd. Draco Malfoy lijkt op hen, maar toch ook niet. Het is alsof hij hun uiterlijke kenmerken heeft overgenomen en ze vervolgens heeft verbeterd. Waar Narcissa haar huid te scherp afsteekt tegenover haar donkere kleding, lijkt het bij haar zoon het perfecte contrast. Waar Lucius zijn haren ietwat zijn opgewarmd door de zon, zijn die van Draco met recht witblond. Donkergrijs en blauw hebben er bij hem voor gezorgd dat zijn ogen de kleur van gesmolten zilver hebben, intens ondanks de half geloken blik waarmee hij me gade slaat.
      Ik ben opgelucht te zien dat hij geen lange haren heeft, zoals Lucius. De blonde lokken zijn op het moment iets wild rond zijn gezicht, een pluk eigenwijs over zijn voorhoofd na blootgesteld te zijn aan de wind. Zijn gelaatstrekken lijken gebeeldhouwd, een en al scherpe hoeken en lijnen. Hoge jukbeenderen, een strakke kaaklijn en een rechte neus boven samengeperste lippen. De natuurlijke boog van zijn eveneens blonde wenkbrauwen en iets in de manier waarop hij zijn bovenlip houdt, geven hem een lichtelijke sneer. Het doet af aan de schoonheid die in zijn gezicht schuil gaat en triggert me vrijwel direct.
      "Waarom ben je in mijn kamer?" Is waar mijn hersenen mee komen.
      "Waarom bespiedt je mij?" Luidt zijn wedervraag, zonder een seconde te missen en precies lijzig genoeg om me verder tegen de haren te strijken. Het is uit zijn hele onbewogen houding wel duidelijk dat het antwoord hem niet eens zou interesseren.
      "Ik was nieuwsgierig naar wie er om dit tijdstip nog door de tuin loopt," antwoord ik hem desalniettemin, nog steeds als bevroren onder zijn blik.
      "Ik was nieuwsgierig naar de indringer in mijn huis." Sluit hij naadloos aan, waarop ik even verward ben alvorens te beseffen dat hij mijn eerste vraag alsnog beantwoord.
      "Ik ben geen indringer," zeg ik stellig, waarop zijn linker wenkbrauw de kleinste fractie omhoog komt en hij het op die manier voor elkaar krijgt me minder te doen voelen. Zo simpel als dat stoot hij me van een voetstuk waarvan ik niet eens wist dat ik er op stond. Een vlaag frustratie vind zijn weg door mijn lichaam en die wenkbrauw, die verdomde wenkbrauw, brengt me al zodanig uit balans dat ik bijna koortsig zoek naar een manier om de dienst terug te leveren.
      "Je vader is woedend," vervolg ik bijna fel, terugvallend op een kinderlijkheid welke me zelf verrast.
      "Hoe vernieuwend," luid zijn sarcastische weerwoord zonder ook maar iets van die kalmte te verliezen. Het gemak binnen de situatie lijkt uit iedere porie te sijpelen. Hij is niet het kleinste beetje aangedaan door de wending die het gesprek neemt, lijkt niet eens verrast door mijn kleinzerige poging een reactie uit hem te krijgen. Een en al controle en het frustreert me tot een punt welke vrij onbekend is voor me.
      Met enige moeite houdt ik mijn lippen op elkaar en doe een poging mijn emoties weer terug onder controle te krijgen. Een controle waaraan ze normaliter niet ontsnappen maar welke op dit moment ver te zoeken is. Ik zoek mijn balans, probeer de prikkelende irritatie zo goed mogelijk van me af te schuiven en wacht eigenlijk tot hij een voorzet geeft. Laat hem de overhand dan maar nemen, als dat betekend dat ik mezelf rationeler neer kan zetten dan ik net op eigen houtje heb gedaan.
      Hij lijkt echter helemaal niet naar die overhand te streven, lijkt content met de staarwedstrijd die is ontstaan. Zilver ontmoet bruin in het flikkerende licht van de kaarsen en zijn blik is iets zenuwslopends op zichzelf. Waar zijn vader me in een enkele blik had willen wegen en me hierin eigenlijk te kort had gedaan, me te makkelijk weg had gewuifd als een zeventienjarig kind, lijkt Draco mijn ziel bloot te leggen tot het punt dat ik me beschaamd af zou willen slaan, bang dat mijn geheimen af zijn te lezen in mijn ogen. Bijna doe ik het, bijna kijk ik weg, mijn wilskracht vervloekend omdat het tekort schiet. Maar dan is er beweging in zijn tot nu toe stille vorm. Hij kijkt van me weg, een zweem van een glimlach rond zijn rechter mondhoek, te snel verdwenen om het niet af te schrijven aan verbeelding.
      "Blijf bij me uit de buurt." En het is niet eens een bevel, neigt bijna naar een vriendelijk verzoek onder mensen die goed met elkaar door een deur kunnen en elkaar al jaren kennen. Nee, Draco Malfoy streeft niet naar de overhand, besef ik terwijl hij zonder me nog een blik waardig te keuren verdwijnselt. Hij hoeft niet te streven wanneer hij het vanaf het begin al heeft en daar zelf van op de hoogte is.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen