I was always the Queen, It was you who added Evil to my name.


      Pas wanneer hij weg is lijkt de kamer weer zuurstof te hebben. Nog een tijdje blijf ik bewegingloos staan, mijn gedachten in knopen en niet in staat deze te ontwarren. Als in een trance weet ik mezelf er uiteindelijk toe te zetten me bed-gereed te maken en lijk pas weer wat helderheid te ontwikkelen wanneer ik me in de buitengewoon zachte dekens heb genesteld. Het is stil in de Manor op een manier die me af doet vragen of er Silencing charms rond de kamer liggen en neem mezelf voor om morgen aan Narcissa te vragen of ik ze mag verwijderen. Doodse stilte heeft me altijd rusteloos doen voelen en het ruisen van de wind door de bomen of het klateren van het water in de fonteinen zou een welkome afleiding zijn.
      Uiteraard is dit niet mijn grootste probleem en mijn hersenen stellen het niet langer uit me te confronteren met wat echt belangrijk is. Mijn eerste ontmoeting met Draco Malfoy is er niet een voor in de boeken, al zeg ik het zelf. Onvoorbereid als ik was heb ik me laten verassen door zijn plotselinge verschijning en dat element heeft hem een groot voordeel gegeven. Mij heeft het observaties gekost die pas nu doordringen, en wel op schokkende wijze.
      Want a; hoe kan Draco verdwijnselen binnen de magie rond het terrein. Zelfs wanneer ik nu mijn magie uitstrek naar de lege ruimte om me heen voel ik hoe een veel oudere, veel krachtigere vorm mijn nieuwsgierigheid tegemoet komt. Het voelt groots en ik kan me niet voorstellen dat iemand sterk genoeg is om zich er mee te meten, laat staan binnen de oogwenk die hij nodig had om mijn kamer binnen te komen.
      Maar wat nog heel veel zorgwekkender is, is b; ik heb geen enkele emotie af kunnen lezen van Draco Malfoy. Dat het me niet eerder op is gevallen is vreemd, maar schrijf ik toe aan het verrassingselement. Het zou verklaren waarom hij me zo makkelijk tegen de haren heeft kunnen strijken; ik kon hem niet peilen. Al mijn hele leven ben ik het gewend dat wanneer ik naar mensen kijk, ik zo ongeveer weet wat hun gemoedstoestand is. Toen ik kleiner was kwam het in simpel, voor mij althans, te plaatsen kleuren. Een zachtaardig blauw welke kalmte met zich mee bracht, het heldere wit van oprechtheid en nieuwsgierigheid en op zijn tijd het venijnige rood welke de woede van mijn vader met zich mee bracht. Groen was vaak jaloezie of venijn, roze meer lieflijke emoties en geel voor geluk of vrolijkheid.
      Naarmate ik ouder werd kwam er meer definitie bij kijken. Het besloop me als het ware, als een fluistering in mijn oor, een beroering achter in mijn hals, sommige emoties sterk genoeg om ze als het ware te proeven op mijn tong. Angst ruiken was voor mij niet slechts een speling van woorden en voor een lange tijd heb ik geloofd dat het iets normaals was. Dat mijn ouders dit ook zouden moeten kunnen. Mijn beschermde opvoeding heeft me nooit met het tegendeel geconfronteerd, het gebrek aan mensen om me heen een van de redenen dat het nooit naar boven is gekomen. Tot het dat wel kwam en mijn ouders hebben nooit meer op dezelfde manier naar me gekeken. Zolang ik me kan heugen gaan ze al met een afstandelijkheid met me om welke in eerste instantie ook nooit vreemd leek, maar welke enkel groter werd nadat bleek wat ik kan. En juist door de aard van deze gave konden ze hun angst en wantrouwen niet voor me verbergen. De afschuw die het klaarblijkelijk met zich meebrengt, hoe onschuldig het in mijn opzicht ook is. Ze zien me als een soort van freak en mede hierdoor heb ik me voorgenomen het nooit aan anderen te laten blijken, zelfs nog voor mijn ouders me verboden er over te spreken.
      Dat betekend niet dat ik het niet gebruik, het heeft mij namelijk altijd geholpen. Wanneer ik dat wil kan ik op mensen inspelen. Zien wat hun gemoedstoestand is en er gebruik van maken om ze te behagen, mezelf beter uit de verf te laten komen. Maar het is niet alsof ik er kwaad mee kan doen. Niet alsof ik er heel veel verder mee kom in het leven, behalve misschien met het leggen van de goede contacten. Als ik dat wil kan ik me door iedereen aardig laten bevinden en dit ben ik gewend. Ik ben het gewend dit aan te kunnen wenden mocht ik er zelf niet uit komen. Bij Draco gaat dit niet van toepassing zijn, zo blijkt. Nog nooit heb ik iemand ontmoet waarbij me niets tegemoet kwam. Het is zowel vernieuwend als beangstigend.
      Waarom hij? Wat maakt hem anders, behalve zijn duidelijke furieuze arrogantie en onuitstaanbare talent om iemand binnen vijf minuten een hekel aan hem te laten krijgen. Waar heb ik het aan verdiend dat uitgerekend hij immuun is. Met een gefrustreerde zucht draai ik me om en probeer mezelf tot slapen te brengen. Mijn hersenen hebben hier echter geen boodschap aan en blijven me teisteren met vragen. Mijn maag doet zijn bijdrage in het geheel door een zwaar onderbuik gevoel in het leven te roepen en het duurt niet lang of ik ben daadwerkelijk misselijk. Misselijk van de spanning over wat me hier nog te wachten gaat staan. Deze dag leek een eeuw te duren en ik heb nog twee maanden te gaan. Een ding is echter wel duidelijk geworden en dat is dat Draco Malfoy mij hier evenmin wil hebben.
      Ik weet niet of dat een zegen of een vloek is. Zijn zenuwslopende zilveren ogen staan op mijn netvlies gebrand en zijn het laatste wat ik me voor de geest haal voordat mij uitputting het wint.


Reacties (1)

  • Teal

    Heel mooi!

    1 jaar geleden
    • SiIver

      Thanks! Wat leuk dat je weer mee leest ^^

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen