Het liefst draai ik me om, loop ik weg en doe ik alsof ik dit absoluut nooit heb gezien. Tegelijkertijd weet ik dat ik te vaak in mijn leven ben weggelopen en dat ik te vaak heb gekozen voor de weg van de minste weerstand.
‘Collin.’
Uit alle macht probeer ik de eer aan mezelf te houden.
De man van wie ik zoveel hou, maar die ik nu zo verafschuw, draait zich geschrokken naar me om. ‘Anouk.’ Hij slikt zichtbaar. ‘Het is niet wat je dacht.’
Het blonde meisje staart naar haar schoenen.
‘Laat ons even alleen, wil je?’ Ik weet zeker dat ik haar vol haat aankijk, terwijl ik me ook direct realiseer dat zij hier niet de schuldige is.
Het meisje loopt de kamer uit, met een ruime boog om me heen.
Zodra de deur dichtvalt, kijk ik Collin recht in zijn ogen. ‘Waag het niet om te doen alsof ik achterlijk ben. Collin, ik wil de waarheid. Nu.’ Het verbaast me dat mijn stem sterk en stabiel klinkt. Ik vouw mijn armen over elkaar.
‘Nouk…’ Hij steekt zijn hand naar me uit.
‘Nu!’
‘Dat heb je zelf gezien toch? Zij zoende me.’ Hij haalt diep adem. ‘Je zegt niets tegen mijn baas hè? Het is een klant van me, hier kan ik problemen mee krijgen.’
Vol ongeloof staar ik hem aan. Waar is de verontschuldiging? Waar is zijn gevoel, zijn inlevingsvermogen? ‘Wat ben jij ongelooflijk zwak.’ Nu trilt mijn stem, maar niet van verdriet. Het is pure woede. ‘Je baas hoort niets van me. Jij ook niet. Nooit meer, wat mij betreft.’ De tranen springen in mijn ogen en ik haat het dat ik altijd moet huilen als ik extreem boos ben.
‘Liefje…’ Collin pakt mijn gezicht tussen zijn handen vast en buigt naar me toe.
‘Laat me los.’ Ik zet een stap achteruit. ‘Raak me niet meer aan.’
‘Anouk, doe niet zo overdreven. Dit was niets. Vergeet het. Kom eens hier. Laat me je troosten.’
Zijn lieve stem, zijn zorg om me. Die prachtige ogen, die bijna aandoenlijke blik.
‘Nee! Jij vindt het blijkbaar normaal om je vriendin te bedriegen. Je kunt het waarschijnlijk bij iedereen voor elkaar krijgen, maar niet bij mij. Je hebt het zwaar verpest Collin. Hoe kun je?!’ Er glijdt een traan over mijn wang, die ik ruw wegveeg. ‘Ik wil niets meer met je te maken hebben.’
‘Laten we het er vanavond over hebben als je weer iets bent afgekoeld.’
‘Afgekoeld?!’ schreeuw ik. ‘Moet ík afkoelen? Dat dacht ik niet. Ik wil je nooit meer zien of spreken, leugenaar!’
Nog één keer kijk ik naar hem, naar de belichaming van alles wat ik nodig heb om gelukkig te zijn. Dan draai ik me om en loop ik stap voor stap de kamer uit, alsof ik in slow motion beweeg, terwijl ik zo graag snel het gebouw uit wil zijn. De tranen stromen onafgebroken over mijn wangen, waardoor ik mijn fietssleutel niet in één keer in het slot krijg. Ik veeg de tranen weg, wat geen enkel effect heeft en stap op mijn fiets.

Nog steeds huilend stap ik mijn kamer binnen en ik laat me op mijn bed vallen, waar ik nog harder begin te huilen. Het is alsof mijn lichaam uit elkaar getrokken wordt, zoveel pijn doet het. Mijn keel is droog, mijn ogen branden en mijn buik doet ongelooflijk veel pijn. Keer op keer brandt het beeld op mijn netvlies van Collin en de blonde meid. Mijn hoofd voelt aan alsof er een enorm strakke band omheen zit.
Alleen doordat ik later wakker word, realiseer me dat ik heb geslapen. Ik frons en vraag me af waarom ik me zo slecht voel, totdat ik me herinner wat er vanochtend is gebeurd. Dit zorgt direct voor een nieuwe huilbui. Mijn telefoon licht op en ik zie dat ik 48 nieuwe berichten heb en meerdere gemiste oproepen. Voor de zekerheid kijk ik, maar als ik Collins naam zie staan, vergrendel ik mijn telefoon. De tranen stromen onophoudelijk over mijn wangen en ik vraag me af wanneer deze kwelling zal stoppen. Mijn lichaam doet pijn van het verdriet, maar mijn razende gedachten zijn niet bij te houden.
‘Anouk?’
Ik reageer niet en bijt op mijn lip om mijn snikken binnen te houden, wat met veel inspanning lukt.
‘Nouk?’
Ik barst opnieuw in tranen uit, waarna de deur open gaat.
Nicolette staat in de deuropening, maar door de tranen in mijn ogen heb ik geen idee hoe ze naar me kijkt. ‘Jemig, wat is er met jou aan de hand?’
‘Er is niets.’ Ik klem mijn handen tegen mijn buik en trek mijn benen in, zodat ik zo klein mogelijk ben. Het liefst zou ik verdwijnen, voorgoed.
‘Alsjeblieft Nouk. Waarom ben je zo verdrietig?’ Ze gaat op de bedrand zitten en legt haar hand op mijn schouder.
‘H-He-Het…’ Ik begin harder te huilen en hap naar adem. Ik heb vaker pijn en verdriet meegemaakt in mijn leven, maar dit slaat alles. ‘Het is ui-uit m-m-met Collin.’ Ik kijk haar waarschijnlijk met grote, lege, uitdrukkingsloze ogen aan.
‘Nee! Dat meen je niet.’ Nicolette pakt mijn schouder steviger vast. ‘Waarom? Kom, ga eens rechtop zitten. Ik ga wat water voor je halen. Diep ademhalen. Hij is je tranen niet waard.’ Nicolette staat op en is vrijwel direct terug met een bekertje water die ze aan me geeft. Ze komt naast me zitten op het bed en slaat haar arm stevig om me heen. ‘Vertel.’
Hakkelend en stotterend, met veel tranen en weinig overtuiging spreek ik uit wat er is gebeurd en het is alsof ik over iemand anders praat, ondanks dat ik zeker weet dat ik hetzelfde voel als dat meisje over wie ik spreek.
Nicolette schudt vol ongeloof haar hoofd. ‘Wat een…’ Ze balt haar handen tot vuisten. ‘Geef me je mobiel.’
‘Waarom?’
‘Ik ga zijn nummer verwijderen en hem blokkeren.’
‘Nee!’ Ik hap naar adem. ‘Dat wil ik niet.’ Ik buig mijn hoofd. ‘Het is over. Hij stopt vanzelf wel met bellen en berichtjes sturen.’
‘Je moet die jongen los gaan laten, Anouk, ook al snap ik dat het nu misschien nog vroeg voelt. Ik wil je gewoon beschermen. Je gaat hem gigantisch missen straks en dan is het zo verleidelijk om voor zijn gemaakte excuses te vallen. Daarna gaat je hart weer kapot, dus alsjeblieft: blokkeer hem.’
‘Je hebt me altijd willen beschermen en ik heb nooit naar je geluisterd.’ Onbeheerst begin ik weer te huilen.
Nicolette pakt haar telefoon en loopt mijn slaapkamer uit, zonder nog iets tegen me te zeggen.

‘Lieverd toch.’ Sarah omhelst me stevig en drukt een kus op mijn wang. ‘Wat heb ik het met je te doen.’ Ze zucht diep, terwijl ze me los laat.
Ik forceer een glimlach. ‘Het valt wel mee.’ Tegelijkertijd glijdt er een nieuwe traan langs mijn wang. Ik neem de moeite niet eens meer die weg te vegen, omdat ik weet dat er nog velen zullen volgen.
‘Hey.’ Wendy stapt binnen, omhelst me en woelt zachtjes door mijn haar. ‘Arme jij.’
Keihard bijt ik op de binnenkant van mijn lip, omdat het zo heerlijk voelt als Collin dat doet.
De meiden gaan om me heen op mijn bed zitten en ik krijg perzikenthee, karamelzeezout-chocolade en zakdoekjes aangereikt. Juist omdat ze er nu allemaal voor me zijn, voel ik me zo verschrikkelijk schuldig dat ik niet naar ze heb geluisterd. Ze geven me precies wat ik nodig heb, qua thee en lekkers, maar vooral hun steun en vriendschap, terwijl ik ze zo hard heb laten vallen.
‘Het spijt me zo,’ snik ik.
Direct voel ik drie handen op mijn schouders, waardoor ik alleen maar harder moet huilen.
‘Wat spijt je?’ Nicolette kijkt me vragend aan.
‘D-Dat ik jullie niet geloofde. Dat jullie het zo goed met me voorhadden en ik jullie genegeerd heb en boos op jullie werd en niets van me liet horen en…’
‘Ho.’ Sarah steekt haar vinger waarschuwend op. ‘Stop eens met jezelf allemaal verwijten maken. We, nou ja ik, laat ik voor mezelf spreken, ik heb ook geen contact met jou opgenomen. En ik was hier bang voor, maar dat was ik ook geweest als het een perfecte jongen voor je was geweest. Ik wilde niet dat iemand je pijn deed, of dat nu Collin was of wie dan ook.’
De bel gaat en Nicolette staat op. ‘Wat moet ik doen als het Collin is?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Ze wil hem niet zien.’ Wendy klemt haar kiezen op elkaar.
Nicolette loopt naar de deur en ik hoor haar de deur openen. Onmiddellijk hoor ik de stem van Collin en mijn hart breekt in nog meer stukjes.
‘Ze wil je niet zien of spreken, Collin. Hé!’
Ik veeg mijn wangen droog en verberg de chocolade onder mijn kussen voordat Collin binnenstapt. Gelukkig ken ik hem goed genoeg om hem te voorspellen. Wrang fluit ik mezelf terug, want wat hij vanmorgen deed, had ik nooit verwacht of misschien had ik het niet durven verwachten tegen beter weten in.
‘Hey lieverd.’ Collin glimlacht zwak en komt naar me toe.
Ik kom overeind en bal mijn handen tot vuisten. ‘Ga. Nu.’ Ik kijk hem recht in zijn ogen en ik haat het dat mijn hart overslaat.
‘Laat het me uitleggen.’
‘Je hoeft niets uit te leggen. Ga maar terug naar dat makkelijke meisje. Daar had je een hekel aan toch, als je ergens niets voor hoefde te doen? Of ben je al die tijd een ander geweest dan ik dacht?’ Met moeite blijf ik staan. Het liefst zou ik hem slaan, knuffelen of allebei. Ik verafschuw hem, maar ik heb ook nog nooit zoveel van iemand gehouden.
‘Anouk, rustig.’ Collin pakt mijn handen stevig vast.
Met alle kracht die ik in me heb, trek ik mezelf los. ‘Ik zei dat ik wilde dat je weg ging. Doe dat dan ook.’
‘Ik wil met je praten.’ Hij laat zijn duim langs mijn wang glijden om een verdwaalde traan weg te vegen. ‘Alsjeblieft, Nouk. Laat me vertellen. Je hoeft niet tegen me te praten. Alsjeblieft lieverd. Ik wil je niet kwijt.’
Het is alsof hij eigenhandig mijn hart aan elkaar lijmt. Mijn knieën knikken en als ik hem aankijk, ben ik in staat hem alles te vergeven.
‘Ze was duidelijk toch? Je gaat nu heel snel ons huis uit, anders bel ik de politie. En ja, dat meen ik. Nu, opschieten.’ Nicolette gaat tussen ons in staan, haar armen over elkaar gekruist.
‘Ga aan de kant. Ik ben met Anouk aan het praten.’
‘Misschien had je eerder na moeten denken, Collin. Voordat je met dat meisje stond te tongen. Oprotten.’ Nicolette zet een stap naar hem toe.
Collin is niet onder de indruk en kijkt op haar neer. ‘Weet je zeker dat je het zo wilt spelen, Nicolette?’ De arrogantie druipt van zijn gezicht.
Ik duw Nicolette zachtjes opzij. ‘Collin?’
‘Ja?’ Hij houdt zijn hoofd iets schuin, alsof hij daadwerkelijk naar me luistert.
‘Ik wil dat je me met rust laat. In ieder geval zolang dat ik na kan denken. En dat is minstens een week. Als je iets voor me wilt doen om me beter te laten voelen, dan is dat het. Alsjeblieft?’
Het is alsof hij me begrijpt. Hij knikt, draait zich om en loopt mijn kamer uit.
Zodra ik de deur dicht hoor vallen, begin ik opnieuw te huilen.
‘Je bent zo sterk!’ Wendy slaat haar arm om me heen.
‘Jullie zijn zo lief voor me. Bedankt.’

Reacties (3)

  • Azriel

    Ik heb me zojuist ontdaan van het voorzitterschap van de we-love-collin-fanclub. Wat een smiecht, bah.

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Oh waarom kende ik die nog niet? (':

      1 jaar geleden
  • Long

    Wauw.. wat een eikel. Dit had ik niet verwacht. Stiekem hoop ik dat het nog goed komt, maar iemand die vreemd gaat moet je eigenlijk niet vergeven :')

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Sommige dingen zie je niet aankomen nee..

      1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Wat een idioot, geen eens een excuses.. Go Anouk!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen