Als ik ’s ochtends wakker word, lach ik als ik terugdenk aan gisteravond. Ik heb op de bank gelegen totdat ik bijna constant aan het gapen was en besloot dat het bed comfortabeler zou liggen dan de bank. Ik stap uit bed en trek mijn jogginsbroek en sweatshirt aan. Tijd voor een ontbijtje. Ik haal het pak met afbakbroodjes tevoorschijn en laat de oven voorverwarmen. Mijn maag rammelt tegen de tijd dat de oven op temperatuur is en ongeduldig wacht ik tot de broodjes goed zijn gebakken. Het is fijn om rustig en ongestoord te kunnen ontbijten. Ik neem te weinig tijd voor mezelf als ik thuis ben. Dat zou ik vaker moeten doen, misschien zelfs in moeten plannen zodat ik mezelf niet opnieuw voorbij ren. Die tijd voor mezelf zou goed zijn om te ontspannen, niet alleen om dingen op een rijtje te krijgen. Na het ontbijt besluit ik dat ik prima nog een keer in bad kan gaan, ik kan er tenslotte nu nog gebruik van maken.
Eenmaal in bad, komt mijn lichaam tot rust, maar mijn gedachten beginnen juist weer te ratelen en ergens vind ik dat fijn. Hoe meer ik nu nadenk en puzzelstukjes in elkaar kan passen, hoe duidelijker het voor mij en de mensen om me heen is als ik weer thuis ben. Misschien moet ik accepteren dat ik vaak twijfel, als het niet aan anderen is, dan wel aan mezelf. Ik kan niemand beloftes doen dat ik het altijd goed doe, ook mezelf niet. Bij Collin zag ik het ook pas achteraf en eigenlijk had ik de tijd met hem niet willen missen. Ik kan David niet beloven dat ik nooit meer van hem weg zal lopen of altijd keuzes zal maken die goed voor ons allebei zijn. Maar ondanks dat de gedachte om hem pijn te doen me al raakt, weet ik dat ikzelf het allerbelangrijkst moet gaan zijn. Ik zal keer op keer aan mezelf moeten vragen of ik me fijn voel en als dat niet zo is, waardoor dat komt en hoe ik het op kan gaan lossen. En als dat betekent dat ik afstand van iemand moet nemen, omdat het beter voor mezelf is, moet ik dat doen, ook als het me verdriet oplevert. Ik glimlach kort, want eigenlijk is dat precies wat ik heb gedaan toen ik Collin met dat meisje zag. Ik heb voor mezelf gekozen, terwijl het voelde alsof de grond onder mijn voeten wegzakte. Juist daarom heb ik die momenten voor mezelf nodig, om gebeurtenissen in het juiste perspectief te plaatsen.
Er glijdt plotseling een traan langs mijn wang en dat verbaast me, juist omdat het lang geleden is dat ik me dapper voelde. Ik veeg de traan weg en blaas diep uit. Ik haat het dat ik de gevolgen van het gepest zijn nog altijd merk, hoe goed het nu ook met me gaat. Nog steeds is er vrijwel niets voor nodig om me aan het wankelen te krijgen. Het verschil is dat ik nu daarna alleen maar steviger sta en stapje voor stapje sterker word. Ik wil kunnen doen wat ik wil en ik wil daar overtuigd van zijn. Verrassend genoeg zei ik het juiste al tegen Collin: ik heb voor mezelf gekozen.

Na de lunch pak ik mijn spullen bij elkaar en ik maak het huisje schoon en netjes. Met moeite krijg ik de losse boodschappen in mijn koffer en ik grinnik als ik zie hoeveel teveel kleding ik weer eens mee heb genomen. Ik haal een donkere jeans en één van mijn favoriete blouses tevoorschijn en trek die aan. Mijn comfortabele joggingbroek en sweatshirt verdwijnen in mijn koffer en ik lach hardop als ik me realiseer hoe makkelijk ik kan doen alsof ik het hele weekend er netjes heb bij gelopen. Ik zet mijn koffer bij de voordeur in de gang en ik draai de deur op slot. Ik loop naar het strand, mijn jas helemaal dicht om me te beschermen tegen de harde wind. Toch kan ik het niet laten om een stuk langs de waterlijn te lopen, met niets anders dan het geluid en de geur van de zee en het zand onder mijn voeten. Het is prachtig en ik kom er helemaal tot rust door. Ik steek mijn handen diep in mijn jaszakken en trek mijn schouders op. Na een lang stuk keer ik om en ik loop weer terug naar het huisje. Daar pak ik mijn koffer, controleer zeven keer of ik de deur op slot heb gedaan en dan sleep ik de koffer mee over het pad. Ik ben blij als ik bij de bushalte aankom en kijk hoe laat de bus vertrekt. Over twintig minuten. Natuurlijk, dat heb ik weer. Ik ga op het bankje zitten en neem de omgeving goed in me op. Wat een luxe dat ik hier een weekend alleen mocht zijn. Ik ben gek dat ik nu al terug ga, maar ik mis vooral mijn vriendinnen. Ik wil weer met mensen kunnen praten en alles waar ik over na heb gedacht kunnen delen. Ik hoef geen adviezen, maar het is fijn om te horen of ik complete onzin heb bedacht of dat het logisch klinkt.
Op het treinstation moet ik rennen met mijn koffer om de goede trein te kunnen halen en ik ben buiten adem als ik in één van de tussenstukken sta in de trein. Ik vraag me af waar al deze mensen vandaan komen en of er alsjeblieft iemand bij het volgende station zal uitstappen. Dat is zo, maar iedereen die bij me stond, sprint bijna de coupé in om een plek te kunnen zoeken. Ik ga op een klapstoeltje aan de muur zitten en haal mijn telefoon tevoorschijn. Tijd om weer contact te maken met mijn eigen wereld. Zal ik eerst David bellen of eerst Collin? Het is alsof ik David passeer als ik eerst Collin bel, maar daar zie ik meer tegenop en dan kan ik in ieder geval ontspannen met David bellen. Maar…Ik zucht diep. Dit is dus precies wat ik niet meer wil. Ik zoek Collins nummer en wacht totdat hij opneemt.
‘Hé Noordijk, je leeft nog,’ klinkt er opgewekt.
Ik lach. ‘Ja, jij ook zo te horen.’
‘Hoe is het?’
‘Goed,’ zeg ik en ik ben blij dat het een eerlijk antwoord is. ‘Het was echt heel goed om een paar dagen alleen te zijn.’ Oké, ongeveer anderhalve dag, maar toch, het heeft me goed gedaan.
‘Was?’
Zijn scherpte zou me niet meer moeten verbazen. ‘Ja. Ik ben op de terugweg.’
‘En, heb je nog bijzondere ingevingen gekregen?’ vraagt hij geamuseerd.
Ik ken hem zo goed, realiseer ik me. ‘Dat iedereen om me heen slechts bijzaak is,’ reageer ik nuchter en ad rem.
Collin lacht hardop. ‘Je bent stoer, Anouk.’
‘Dank je. Hoe is het met jou?’
‘Beter sinds woensdagavond. Ik ben afgelopen weekend weer eens uit geweest.’
‘Wat goed. Hoe was het?’
‘Wat zou je ervan vinden als ik zeg dat ik een leuk meisje heb ontmoet?’
Het doet me niets, merk ik en dat zorgt voor opluchting. ‘Dan hoop ik dat ze echt leuk is en dat je haar niet slechts ziet als een soort opvulling.’
Collin fluit bewonderend. ‘Stoer én slim. Het is niet zo trouwens, helaas. Maar ik vroeg me af wat je ervan zou vinden. Maar je zegt weer de goede dingen.’
‘Het maakt niet uit wat ik ervan vind, Collin.’
‘Ook daar heb je gelijk in. Hé, ik ben blij dat je me belt. Nog meer geniale ingevingen gehad?’
‘Eigenlijk niet. Alleen dat ik best goed bezig ben, terwijl ik het idee had dat ik alles aan het verpesten ben.’
‘Af en toe snap ik jou niet, Noordijk. Je hebt altijd overal zo goed over nagedacht en je weet precies wat je wil en het lijkt alsof je zelf denkt dat je een waardeloos, betekenisloos iemand bent.’
Au.
‘Was dat te hard?’ vraagt hij na een korte stilte.
‘Nee, de waarheid.’ Ik forceer een glimlach.
‘Weet je, ik dacht dat ik je wilde vragen of je inmiddels anders dacht over mij of over David, maar dat wil ik toch niet. Ik ben blij dat je anders over jezelf denkt.’
Ik schrik van zijn woorden en veeg een traan van mijn wang. ‘Je maakt me aan het huilen, Collin,’ zeg ik, half glimlachend.
‘Watje.’
Ik schiet in de lach. ‘Dank je.’
‘Die Wendy trouwens hè, die nu met Tijmen is…Ik snap dat jullie vriendinnen zijn. En ze is leuker als ze me niet aankijkt alsof ze me wil vermoorden.’ Collin grinnikt.
‘Haar gezichtsuitdrukkingen spreken altijd boekdelen ja. Maar ze vindt je inmiddels oké?’ vraag ik nieuwsgierig. Dat zou namelijk betekenen dat ze accepteert dat Collin geen slechte jongen is en dat is toch verrassend belangrijk voor me.
‘Volgens mij wel. Aan de late kant, maar oké.’
Ik schiet in de lach. ‘Ik ben nooit anders over jou gaan denken, Collin, als je het toch wil weten. Nooit. Ik ben alleen anders gaan denken over jou en mij.’
‘Je zegt slimme dingen voor zo’n mooi meisje.’
Ik zucht overdreven en we lachen allebei. ‘Ik spreek je snel weer, Collin.’
‘Geen enkel probleem. Niet aan jezelf twijfelen, Anouk. Dat verdien je niet.’
‘Dankjewel.’
‘Tot snel.’ Collin verbreekt de verbinding.
Glimlachend stop ik mijn telefoon in mijn jaszak. Als ik het station hoor, verdwijnt die glimlach. Ik ben door het bellen vergeten om uit te stappen op het goede station. Natuurlijk, dit maakt mijn dag goed. Ik rol met mijn ogen. Dan til ik mijn koffer de trein uit en kijk wanneer er een trein rijdt. Blijkbaar wordt me iets gegund, want de volgende trein waarmee ik thuis kan komen gaat over vijf minuten. Opnieuw sprint ik met mijn koffer over het station en het lukt me weer om de trein te halen. Nu maar goed opletten waar ik eruit moet.

Reacties (2)

  • Long

    Hahahaha mooi hoe ze gewoon zo in de trein kan blijven zitten en het niet door heeft, ik zou gek worden ;D

    11 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Ik was al teleurgesteld dat er niks was gisteren ;-)

    Ben benieuwd naar Anouks gesprek met David!

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Ik was het helemaal vergeten :0
      Ik zal m'n leven beteren ^^

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen