Voor een lange tijd leek het goed te gaan tussen Shadow en Ichie. Heel even leek het erop alsof ze elkaar leuker begonnen te vinden dan voor Shadow veranderde in een draak, maar er was iets… Iets wat dit goeie op de schop zal gooien. Ik wist nog niet precies wat het was, maar het kwam heel dichtbij.
Tot dat ‘dichtbij’ vandaag bleek te zijn.
Shadow en Ichie leek bezig hun eigen land te verdedigen. Deze tijd van de wereld was vrij verwarrend. Veel wezens probeerde hun eigen land te krijgen door te vechten, door een oorlog te voeren, of met financiële omkopingen. Shadow en Ichie deden daar echter niet aan mee, maar ze hadden wel een flink stuk land gekregen, met zelfs volk dat onder hun stond. Het was niet al te groot, maar de wezens die onder ze stonden waren wel blij met hun als ‘leider’. Ik had geen idee hoe ze daaraan kwamen. Mijn vermoede was dat Ichie toch wel degelijk aan vreemde financiële bezigheden deed, aangezien ze altijd voor alles geld leek te hebben.
Vandaag was alleen een hele vreemde dag. Iedereen dat om ons heen leefde, wilden ons naar beneden halen. Waarom hadden we eigenlijk geen leger om ons te beschermen? Dachten Ichie en Shadow dat ze alles zelf aankonden? In dit geval was dat niet zo.
“Shadow, de troepen komen dichterbij, ze zijn met veel te veel. Maar het gaat ons lukken, toch?” Ichie klonk niet alsof ze veel vertrouwen hierover had, maar Shadow bleef nog vrij kalm.
“We zien wel wat er gaat gebeuren.” We stonden buiten klaar, terwijl Shadow een rondje vloog om te kijken hoe andermans troepen in elkaar zat. Misschien hadden ze wel een kans.
Shadow en Ichie waren beide een van de krachtigste wezens op de wereld. Waarschijnlijk op mij na, maar dat is iets wat zij nog steeds niet wisten.
Nadat Shadow weer op de grond stond keek hij niet zo gerustgesteld.
“Het zijn er echt teveel, ik kan wat spreuken uitspreken zodat we meer tijd hebben om onszelf te beschermen, maar ik denk niet dat het iets gaat worden.” Shadow keek Ichie aan, waarbij ze knikte.
“Beter dan ons best doen is er niet, breng Bijter in veiligheid en doe die paar spreuken. We zien wel hoe het gaat.” Ik had nog steeds een slecht gevoel hierbij, dit zal niet gaan werken…
Shadow pakte mij op en wandelde naar binnen, en zette mij toen in een veilig kamertje. Ze waren zo beschermend over mij, ook al snapte ik niet echt waarom. Ondanks wij al jaren bij elkaar woonde, kende ze mij slechts het minst. Ze wisten niet eens wat ik echt was, niet dat ik dat wist… Zelfs niet na zo’n lange tijd, maar ze wisten niet hoe sterk ik eigenlijk echt ben. Ze kende mij als een blije, hongerige en niet altijd even slim draakje… Terwijl de waarheid eigenlijk anders is. Ik ben niet altijd blij, ik heb niet eens voedsel nodig om te overleven en misschien ben ik wel slim genoeg om alles zien aan te komen. Mogelijk was dat mijn vloek wel, ik wist niet eens of ik echt slim was, of dat ik gewoon alles wist wat er mogelijk was. Dat hoeft mij niet perse slim te maken, ieder geval…
De deur ging dicht en het was stil voor een best lange tijd. Ik maakte een doorzichtig scherm met mijn krachten waarbij ik kon zien wat er gaande was. En zag hoeveel troepen eraan kwamen. Dit was iets waar ze mogelijk niets aan konden doen…
Shadow sprak wat spreuken uit wat een sterk schild maakte om het kasteel, een bescherming naar het kasteel toe en bescherming naar mij toe. Ze deden er alles aan om het kasteel en mij te beschermen… Was dit hoe het voelde om familie te hebben? Zou Sorax en Jay’la hetzelfde hebben gedaan voor mij? Dit was geen situatie dat ik eerder had meegemaakt. Het liet mij heel vreemd voelen, alsof ik ze in de steek had gelaten. Terwijl dat niet zo is, voor hun perspectief.
Ichie vocht met haar handjes, nog sneller en sterker dan ik ooit had gezien, ze had zelfs controle over het water, sinds dat, dat een van haar elementen was.
Shadow gebruikte veel duistere spreuken, of zwarte spreuken. Het waren geen vloeken, maar het waren veel oude spreuken met runen uit het oude drakentaal. Veel wezens zou het best kunnen zien als vergeten spreuken, sterke spreuken waren het. En met de magie dat Shadow in zich had kon hij ze makkelijk allemaal tegelijk uitspreken.
Toch leek dit niet genoeg te zijn. Wezens van de andere partij gingen wel snel ten onder, maar Shadow en Ichie waren maar met zijn tweeën, ze konden nooit ze allemaal verslaan.
Was er iets wat ik moest doen op dit moment? Was het misschien mijn tijd om te laten zien dat ik ook waardig was om te vechten?
Ik wilde mijn krachten niet meer gebruiken omdat ik bang was dat ik mijzelf er nogmaals pijn mee zou doen, maar gaat dat boven de anderen? Was dat belangrijker dan de veiligheid van Ichie? Of mijn bloedeigen zoon… Iets wat Shadow nog steeds niet wist.
De magiërs van de anderen partijen begonnen in te lopen op ze. Ichie en Shadow waren niet snel genoeg om ze allemaal tegelijk aan te vallen… Ze kregen pijn… Veel pijn… Misschien was het dan toch mijn beurt… Als zij er niet meer zouden zijn zou ik weer alleen zijn, dat wil ik niet meer. Alleen zijn was zonde van de tijd, dat is wat ik zeker heb geleerd. Niet meedoen aan de maatschappij dat bestaat, was zonde van de tijd.
Ik moest ze beschermen.
Ik teleporteerde naar ze toe, en keek boos naar de wezens die Ichie en Shadow aanvielen. Ichie leek al buitenwesten te zijn, en Shadow lag daar maar op de grond, te creperen van pijn.
“Bijter ga weg! Breng jezelf in veiligheid!” Ik schudde mijn kop.
“Nee, dit keer is het mijn beurt iets voor jullie te doen.” Shadow leek het niet te begrijpen en was eerder bang dat ik in een keer er geweest zou zijn.
“Moeten we nu vechten tegen zo’n jonkie?” De andere mannen moesten lachten, ze dachten dat ik nog maar een jong draakje was.
“Is dit je zoon, Shadow! Wat een lachertje!” Wat zouden ze van de ironie vinden dat ik eigenlijk zijn vader was? Dat ik veel sterker was dan dat zij dachten. Dit wordt misschien nog best leuk.
“Geloof me, jullie zouden spijt krijgen ons aan gevallen te hebben.” Ik begon te grijnzen.
Het voelde goed toen ik mijn krachten door mijn lichaam heen voelde. Na zo’n lange rust, kon ik de controle over mijn krachten voelen.
Ik begon eerst rustig, een paar magie cirkels dat iedereen bij Ichie en Shadow uit de beurt hield. Ik wilde niet dat ze nog meer gewond raakte. Toen de vijand ver genoeg waren weggeschoten, leken ze geschrokken te zijn dat ik mijn magie best goed kon gebruiken. Zelfs Shadow dat nog bij bewustzijn was, lag verbaast naar mij te kijken.
Ze moesten eens weten hoeveel kracht er in dit lichaampje zat, onbeperkte hoeveelheid.
Een magie cirkel met lasertjes hier. Een magie cirkel met schietende steentjes daar…
Misschien moest het maar eens tijd worden voor een grotere aanval. Die berg daar… Misschien heeft dat even een hervorming nodig.
Opnieuw begon ik te grinniken en de andere soldaatjes die dichtbij mij stonden leken niet zo geamuseerd. Ik deed een aanval waarbij meer magie cirkels nodig was, dat gericht stond op de berg. Iets in mij brandde sterk. Het voelde geweldig, misschien moest ik het maar eens loslaten?
Dat was precies wat ik deed. Een kleurloze straal dat steeds groter werd richting de berg, waar veel wezens voor stonden. Om deze beschrijving nog even wat duidelijker te maken. Met kleurloos bedoelde ik doorzichtig. Niemand wist dat deze straal eraan zat te komen. Ze verwachtte iets van die magiecirkel, maar voor ze het doorhadden, was het al gebeurd.
In een korte tijd leek de wezens uit elkaar te scheuren op een imploderende manier, net zoals de berg waarbij er uiteindelijk een flink gat in bleek te zitten. Iedereen keek ernaar met een open mond, ze wisten totaal niet wat er gaande was. Waarom was er zo een klein wezen waar ze nog nooit over hadden gehoord, zo sterk? Het was mij wel duidelijk dat na deze actie iedereen mij zou kunnen gaan vrezen. Misschien was dat niet zo slecht. Misschien was dat wel even goed, voorlopig.
“Ik ben nog niet klaar.” Opnieuw voelde ik hoe de krachten in mij begonnen te branden. En het voelde alsof ik mijn andere kant eens moest laten zien, na zoveel jaar… Zou ik dat dan wel moeten doen? Mijn huidige vorm was maar een vorm die ik zelf had aangenomen. Zodat ik kon verstoppen van alles wat er was, ditmaal wilde ik mij niet verstoppen. Ik wilde graag dat iedereen mij kon zien. Wat was er nou beter dan mijn ware vorm te laten zien?
In een mum van tijd zweefde ik in de lucht, in de vorm dat zolang diep in mij gebrand zat. Het voelde alsof ik eindelijk vrij kwam van een gevangenis, het gevoel zolang te moeten verstoppen was eindelijk voorbij. Ik had maar een aanval nodig om iedereen van het veld te slaan. En dat was ook wat ik graag wilde doen.
Alle frustraties die ik had opgelopen de afgelopen tijd moest er toch echt eens uit. De frustraties met Enferia, aka Qalia. Een creatie die ik ZELF nog had gecreëerd. Het feit dat zij tegen mij in ging. Het feit dat alle wezens waar ik om gaf altijd pijn moest lijden. Dat ze altijd zomaar uit mijn leven verdween. Dat zelfs mijn dierbaarste vrienden, een mes in mijn rug zouden steken… Behalve de twee wezens die mij zo hard probeerde te beschermen. Zij mochten niet dood gaan!
Er ontstond een grote magiecirkel dat om dit hele gebied leek te zijn. Ondertussen zorgde ik er ook voor dat Ichie en Shadow beschermd werden door een rood/paars doorzichtige schild wat beklad zat met een taal dat ik zelf niet eens kon lezen. En ik liet mijn magie zijn werk doen.
Ik sloot mijn ogen, en het voelde alsof er een waterval door mijn lichaam heen liep. Een waterval dat al mijn stress, al mijn pijn, alles wat ik in die jaren had opgekropt, eruit spoelde. Ik voelde een warme gloed, het voelde heerlijk. Een maniakale luide lach kwam tot gehoor, die de laatste restjes van die pijnlijke gevoelens liet verdwijnen, en alles was gedaan.
De wezens waren weg. Ze waren allemaal weg, de wezens die ons aanvielen waren er niet meer. Het enige wat nog overgebleven was van het gebied was een zee van lava.
Ik denk niet dat iemand ons ooit nog zou aanvallen, daar was ik wel vrij zeker van. Eindelijk een veilig leven zonder problemen.
Shadow keek op, terwijl ik daar voor hem stond in mijn ware vorm. Hij wist niet wat hij zag, en om eerlijk te zijn, ik ook niet.
Hoe zag mijn ware vorm er eigenlijk uit?
Ik zag in de ogen van Shadow hoe ik eruit zag, het was zeker een vorm om bang van te worden. En ook als een wezen dat hier eigenlijk niet hoorde te zijn. Mijn doorzichtige vorm, alsof het door dimensies kon breken, of ieder geval de natuurwetten van deze wereld. Het had zelfs interessante tekens op mijn vleugels, dat was best leuk om te zien. Waren die er ook als ik in mijn kleine vorm zat? Het waren ieder geval tekens die ikzelf niet kon lezen. Iets waar ik later misschien achter zou moeten komen.
Voor nu had ik er wel even genoeg van en veranderde terug in mijn kleine vorm. De vorm die iedereen zo lief en schattig vond.
“Wat…” Shadow kon zijn ogen niet geloven, hij leek zelfs angstig te kijken.
“Wat ben jij zelfs…” Wist ik maar zijn vraag te beantwoorden, dus dat was ook iets wat ik niet deed. Niet op de manier die hij wilde horen.
“Een vriend, familie misschien zelfs.” Ik gaf hem een knuffel en teleporteerde Shadow en Ichie naar het ziekenhuis. Ze hadden beide hulp nodig.
Shadow had een gebroken vleugel en voorpoot, waarschijnlijk omdat hij uit de lucht werd geschoten en hard naar beneden kwam. Ichie daarin tegen. Ze leek in een coma te liggen. Er was zoveel met haar mis dat ze niet wisten of ze het wel ging halen. Ik wist ook niet hoe ik haar kon redden, mijn medicinale kennis was niet al te groot. Dat was zeker iets wat ik moest gaan leren om deze verwondingen bij anderen te voorkomen, en te genezen.
Het betekende wel dat Shadow en ik in angst moesten leven, angst dat Ichie het niet zal overleven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen