Shadow zat dagelijks bij Ichie’s bed en het duurde alleen maar langer voor mijn gevoel tot Ichie wakker zou worden, maar zover was dat nog niet gebeurd.
Hij lag daar maar, elke dag en nacht naast haar bed. Het zag er niet gezond uit.
De dokters zeiden telkens dat hij beter naar huis kon gaan, maar wie wilt nou tegen een draak in dat? Het is lastig hem bij dat bed weg te slepen, draken wegen nogal wat. Ze zouden al bang zijn als ze te lang naar zijn gezicht staarde.
Draken zijn verrassend gevreesd op de een of andere manier. Niet heel verbazend als je wist dat een gemiddelde draak al destructief genoeg was een complete stad te verwoesten.
“Shadow, we kunnen niet eeuwig hier blijven zitten, je moet echt eens wat gaan eten.” Hij schudde zijn kop, hij wilde niet eens tegen mij praten. Mijn taak was dan toch dat ik hem moest overhalen. Dat was wat de dokters mij vroegen, en ik was het wel met hun eens.
“Shadow… Alsjeblieft?” Wezens schijnen zich beter te kunnen voelen als ze een verontschuldiging achter de zin plakken. Vaak reageren wezens er dan ook beter op.
Shadow keek mij aan, met een hele zielige blik, wat moet ik nou met zo’n blik.
“Het is niet alsof ze ergens heen gaat, alsjeblieft? Je kan moeilijk blijven wachten tot ze wakker wordt, alsjeblieft? dat kan misschien nog wel even duren, alsjeblieft?” Hij moest heel kort even glimlachen van iets, maar ik wist niet zeker waarvan.
Ik wist niet hoelang het ging duren tot Ichie wakker zou worden, ik was de toekomst even zat om over na te denken. Er stond te veel te gebeuren, en ik wilde daar even niets mee te maken hebben.
Wat ik daar mee bedoel is dat er zoveel mogelijkheden zijn dat het niet meer te berekenen was wat er precies zou gebeuren. Genoeg reden om het even zat te zijn.
Shadow knikte wel na mijn zin. Begon hij eindelijk te begrijpen dat hij hier niets anders kon doen dan niets doen en wachten? Daar begon het wel op te lijken.
“Laten we dan maar naar huis gaan, eten klinkt goed,” knikte hij dan.
We teleporteerde naar huis, en hij begon aan het maken van voedsel. Het was nog steeds wel iets wat hij graag deed, alleen had hij liever dat Ichie ook thuis was.
“Weet je zeker dat het goed komt met Ichie?” Shadow sprak vanuit de keuken en ik wist daar niet op te antwoorden. Het zag er slecht uit, er kon van alles gebeuren.
“Ik weet het niet, Shadow.” Hij kwam binnen met een paar borden en begonnen samen te eten.
De sfeer werd er niet veel beter om, het was goed dat hij eindelijk eens wat voedsel binnen kreeg, maar je zag aan hem dat hij liever nog steeds aan haar bed zat. Als ze echt een relatie hadden gewild hadden ze dat gewoon moeten doen, dit zal ons ook niet gaan helpen als het zo door gaat.
Een brief kwam toen op tafel te liggen, het teleporteerde gewoon hierheen. Shadow’s naam stond erop, in draken taal zelfs. Eigenlijk vrij logisch aangezien dat de enige taal was die Shadow nog lezen kon.
Ik was nog steeds verbaast dat, dat de enige taal was die hij kon lezen. Zelfs zijn spraak had er grotendeels mee te maken, maar sinds hij leeft samen met Ichie is dat al verbeterd.
Shadow pakte de brief op en maakte de brief open, hij kon zijn ‘handen’ goed gebruiken bij dingen. Maar dat was sowieso makkelijker voor draken dan voor andere soorten waarbij het meer op poten lijkt. Al was ik wel verbaast dat sommige van zulke wezens het goed konden.
Shadow las de brief en keek dan kort op naar mij en schudde zijn kop dan even voor hij de brief in zijn handen liet vlam vatten. Dat was vast geen goed nieuws, was er wat aan de hand met Ichie?
“Shadow? Waar ging die brief over?” Hij keek mij toen aan en wist even niet hoe hij moest antwoorden.
“Het is vast een leugen.” Hij at zijn bord verder leeg en wandelde toen naar de keuken om het bord weg te zetten.
“Wat voor leugen?” Ik zweefde achter hem aan, en hij sprak opnieuw eerst even niet.
“In de brief stond dat jij mijn vader was, maar dat is onmogelijk, we lijken niet eens op elkaar, daarbij. Anders had jij dat mij wel verteld, toch?” Zou ik hem dat ooit verteld hebben?
Ik viel stil, en wist zelf ook niets meer te zeggen. Wat de brief zei was waar, maar hoe kon die brief überhaupt bestaan? Ik heb het niemand ooit verteld. Niemand anders wist dat Shadow mijn zoon was. Niemand anders behalve Qalia en Zazuar. Beide heb ik niet meer gesproken, en beide zouden geen motief hebben om zoiets te doen, zeker niet in briefvorm. Of wel?
“Bijter? Waarom zeg je niet dat het belachelijk is dat ik je zoon zou zijn? Dat is toch belachelijk, toch?” Shadow leek op het einde van de zin toch nerveus te worden door mijn stilte.
“Misschien,” meer kon ik even niet zeggen, het liet Shadow’s kop schudden, waarom leek het alsof zijn wereld compleet instortte? Het was niet alsof ik zo’n verschrikkelijk wezen ben gewest voor ze.
“Waarom heb je het nooit verteld?” Misschien kwam de realisatie bij hem beter binnen dan ik dacht.
“Het was niet nodig? Zoveel zou er niet veranderd zijn als je wist dat ik je vader was.” Ik probeerde rustig te blijven spreken.
“Dat denk jij?! Ik weet compleet niets over mijn familie. De enige familie die ik heb gehad, had mij opgesloten in een kooi voor jaren. Hij gaf mijn ouders de schuld dat ik daar beland ben. Hij gaf JOU dus de schuld!” Dat was nieuwe informatie voor mij, waarom gaf hij mij de schuld voor wat er met hem gebeurde.
“Dat is niet waar, je weet niets van de situatie tijdens je geboorte, en het is maar beter ook dat ik dat niet vertel. Daarbij je moeder is toch nergens te bekennen, ik heb haar sinds voor je geboorte ook al niet gezien, ik weet niet eens of ze leeft.” Shadow begreep mij niet. Hij dacht vast dat ik de kinderen had achtergelaten voor mijn eigen angst, maar dat was niet waar. Destijds had ik graag kinderen gehad, maar dat de moeder mijn eigen creatie was, was iets wat ik niet kon bevatten.
“Misschien komt de tijd wel dat ik er klaar voor ben om het je te vertellen, maar dat is niet vandaag.” Shadow liep mij voorbij, puur uit boosheid. Op zich snapte ik dat wel, maar er was misschien wel iets wat ik hem kon meegeven. Een naam, misschien komt hij dan achter de waarheid voor hemzelf. Scheelde mij de pijn om het te vertellen.
“Haar naam was Enferia, Shadow.” Hij keek even om, maar het was niet genoeg om hem terug te laten komen.
Ik heb gedaan wat ik kon, wat ik wilde zeggen. Misschien had ik inderdaad beter wat anders kunnen zeggen. Misschien was het beter geweest als ik mijn hele verhaal had verteld. Het was alleen veel te veel, waar moest ik überhaupt beginnen met vertellen.
Die hele avond was het huis stil. Shadow was waarschijnlijk al terug bij Ichie’s bed, misschien was dat maar even beter. Hij zou vast en zeker liever bij haar zitten, dan bij zijn vader die nooit iets persoonlijks tegen hem had verteld. Beide wisten maar weinig over mij, en misschien was dat het geen wat Shadow het meeste pijn deed. Als ik nou eens eerlijk was geweest over mijzelf, dan was dit misschien ook nooit gebeurd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen