Foto bij Scar 113

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik zie het aan zijn gezicht. Het is te erg. Het is te erg om te zeggen. Hij zet alleen maar een stapje naar me toe en steekt zijn telefoon naar mij uit. Ik durf hem bijna niet aan te nemen. Een nieuwsbericht. Ik moet de titel drie keer lezen voordat ik het begrijp.
Vlucht KL1774 van Ust-Ilimsk Airport naar Central Nebraska Regional Airport neergestort in de Oost-Siberische Zee.

De autorit naar het vliegveld gaat in een waas aan me voorbij. Ik herinner me dat ik, op weg naar de auto, blijf zeggen: ‘Ik kan rijden. Ik kan rijden.’
Ik voel de pijn van het litteken dat daarbij ontstaat niet. Uiteindelijk is Marco de enige die in staat is te rijden. Ik zit op de achterbank en heel lang is het enige wat ik nog kan zeggen haar naam, keer op keer, tot het alleen nog maar een geluid is. Ik denk dat ik huil. Ik weet het niet zeker.
‘Ik had bij haar in dat vliegtuig moeten zitten,’ zeg ik na een tijdje schril en het duurt een paar seconden voordat ik me realiseer dat ik het hardop gezegd heb.
Marco kijkt me in de spiegel met een verwarde blik aan, alsof hij niet snapt wat voor een verschil het zou maken als ik erbij was geweest. Een vliegtuigramp had ik niet kunnen voorkomen. Hailey kijkt me ook aan en ik zie in haar blik dat ze begrijpt dat het niet gaat om het stoppen van het neerstorten, maar om het feit dat ik samen met Paige had willen sterven. Het duurt heel lang voordat ze haar blik van de mijne losmaakt en ze doet het kinderslot op de achterdeuren.
Aangekomen bij het vliegveld neemt Marco ons op sleeptouw, aangezien hij de enige van ons drie is die nog in staat is te functioneren. We gaan naar een informatiedesk. Ik had niet van mezelf verwacht dat ik nog zou kunnen praten, maar blijkbaar wel, want ik ben degene die de arme man achter de balie al huilend bijna aanvliegt, smekend om van alles en nog wat.
‘Sorry, meneer. We kunnen nog geen informatie over de toestand van de passagiers vrijgeven. U kunt hier wachten en dan zal een persvoorlichter over een paar uur meer bekendmaken.’
‘Nee. Nee, u begrijpt het niet. Ik-Ik ben haar al eerder bijna kwijtgeraakt en ik… ik hou van haar. U moet… Ik… Alstublieft. Alstublieft. Ik hou van haar,' sputter ik.
'Meneer, het spijt me ontzettend, maar er is niets wat ik voor u kan doen,' zegt de man, en ik vind het verschrikkelijk dat het berouw in zijn stem zo echt is, want het maakt het moeilijker om boos op hem te worden.
Mijn schouders zakken in en ik zet mijn knieën op slot om te voorkomen dat die hetzelfde doen. Er rijst een stikkend geluid op in mijn keel. In mijn ooghoek zie ik Hailey ineenkrimpen van verdriet en ik kan het niet eens opbrengen om haar te troosten. Gelukkig is Marco er om haar tegen zich aan te trekken en ze huilt met haar gezicht in zijn hals verstopt.
Ik wil huilen - als er ooit een goed moment zou zijn om te huilen, dan is dit het - maar de tranen komen opeens niet meer. Mijn hele lijf geeft veel te veel tegenstrijdige signalen af, die tegen elkaar botsen en vechten om de overmacht te krijgen.
Paige leeft nog. Ik blijf het in mijn hoofd zeggen, zodat mijn brein geen tijd heeft om andere dingen te zeggen. Ze leeft nog, want ik weet niet wat ik moet doen als dat niet zo is. Ze leeft nog, want ik zou het voelen als het niet zo is. Ik zou het weten. Ik zou het al geweten hebben voordat iemand dat kloterige nieuwsbericht überhaupt zou kunnen hebben geschreven.
Marco pakt ineens mijn arm vast en ik word weer teruggestort in de realiteit. Wanneer ik opkijk, zie ik dat er iemand bij ons is komen staan die ik niet ken. Iemand die voor het vliegveld werkt, waarschijnlijk. Het is een vrouw, ik gok een jaar of veertig oud. Ik weet dat het haar baan is, maar toch verwijt ik haar de kalme uitdrukking op haar gezicht. Paige is misschien wel dood en het kan haar niet schelen.
'Komt u maar even met mij mee. Er is een wachtruimte waar jullie kunnen wachten tot er meer nieuws is,' zegt de vrouw en ze loopt voor ons uit. Marco heeft nog steeds mijn arm vast, omdat hij weet dat ik niet in staat ben om uit mezelf mee te komen. Zijn andere arm heeft hij nog steeds om Hailey heen geslagen. Momenteel is hij een beetje onze reddingsboei.
Ik let pas weer zelf op mijn omgeving op het moment dat ik op een plastic, lichtelijk onbetrouwbaar stoeltje geduwd word. We zitten in een of andere wachtkamer, met nog een aantal andere huilende mensen. Waarschijnlijk verzamelen ze hier alle mensen die ook naar het vliegtuig zijn gekomen om te achterhalen wat er gebeurd is. Het is het makkelijkst om al het verdriet in één hoekje te plaatsen, waar de rest het niet kan zien en zich geen zorgen kan maken.
Ik buig voorover, mijn ellebogen op mijn knieën, en verberg mijn hoofd in mijn handen.
'Weet je zeker dat het Paiges vliegtuig was?' vraag Hailey verstikt. Haar stem klinkt rauw van het huilen.
Het lukt me niet om te antwoorden, maar ik weet het antwoord. Ja. Het was Paiges vliegtuig. Ze heeft me alle vluchtinformatie doorgestuurd en die heb ik uit mijn hoofd geleerd alsof het een gebed is. Er is een vliegtuig neergestort en Paige zat erin. En ik wil huilen en schreeuwen en rouwen, maar het komt er niet uit. Het blijft in me gevangen zitten en scheurt mijn ingewanden uiteen.
Ik heb geen idee hoe lang we daar zitten voordat er nieuws komt. Er zou een dag kunnen zijn verstreken en ik zou het niet door hebben gehad. Maar uiteindelijk is het er: Een stem, over de intercom. Het is een vrouw, die het aankondigt. En ik ken haar niet, maar ik haat haar, want ze verwoest in één zin mijn hele wereld.
‘Er zijn geen overlevenden van het neerstorten van vlucht KL1774.’
Geen overlevenden. Het voelt alsof ik moet overgeven. Ik weet wat dat betekent. Het betekent dat Paige dood is. Ik weet dat ze dood is, maar het kan niet. Natuurlijk is Paige niet dood, want het is Paige. Paige, die zoveel overleefd heeft. Paige, die zo sterk en veerkrachtig is. Paige, waar ik zoveel van houd. Ze is niet dood, want ze kan elk moment de kamer binnenlopen, maar haar weekendtas over haar schouder en een blos op haar wangen en grimmige verhalen over Rusland die haar zelfs in haar slaap achterna jagen. Ze is niet dood, want zo kan het toch niet eindigen? Na alles?
Ik denk dat ik Hailey iets tegen me hoor zeggen, of misschien is het Marco, of misschien allebei. Ik hoor het niet. Ik sta op en begin te lopen, de kamer uit, over het vliegveld, met snelle, verloren passen. Waarschijnlijk volgen ze me, maar ze kunnen me niet bijhouden. Ik heb geen idee waar ik heen ga. Ik ga gewoon op zoek naar Paige, meer informatie, wat dan ook. Ik bots tegen mensen op, en ik struikel keer op keer, maar ik weet mezelf overeind te houden. Ik hoor van alles, maar versta niks. Het is allemaal één grote waas.
En dan is er één stem die de mist doorbreekt.
‘Nathan?!’
Voordat ik haar heb kunnen zien, is ze al tegen me aangesprongen en heeft ze haar armen om mijn nek geslagen. Ze houdt me vast alsof haar leven ervan afhangt. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar ik houd haar maar gewoon minstens even stevig vast als zij mij. Om de een of andere reden is mijn lichaam non-stop aan het trillen en het voelt alsof ik elk moment van mijn stokje kan gaan.
‘Ik zat in een ander vliegtuig,’ zegt Paige - want het is Paige - en ik ben niet in staat om iets uit te brengen, dus ik pak haar maar gewoon steviger vast, tot ik haar bijna plet. ‘Op het laatste moment heb ik mijn vlucht omgeboekt. Ik zat niet in dat vliegtuig. Ik zat in de vlucht van een uur eerder.’
‘Ik dacht… Je was- Ze zeiden… Oh God…’ Ik ben niet in staat mijn zin af te maken.
‘Kom, ga even zitten,’ zegt ze en ze leidt me voorzichtig naar een leeg bankje.
Zodra ik zit, trek ik haar weer tegen me aan en ze komt in amazonezit op mijn schoot zitten, wetend dat ik zal flippen als ik haar nu niet dichtbij me kan houden. Trillerig ademend duw ik mijn gezicht in haar hals en begin te snikken. Ze slaat haar armen weer om mijn nek heen en strijkt met haar nagels door mijn haar, zoals ze vaker doet als ik gestrest ben.
'Je bent het echt, toch?' snik ik kleintjes. Als het niet zo is, wil ik het eigenlijk niet weten. Ik sla mijn armen steviger om haar middel, alsof ik haar zo bij me kan houden. Dat ik haar misschien wel pijn begin te doen, dringt niet tot me door.
'Ik ben het echt,' belooft ze me, haar stem zacht, als een streling.
Er gaat een schok door mijn lichaam en ik klamp me aan haar vast. Ik wil iets zeggen, maar ik weet niet wat. En als ik al wist wat ik wilde zeggen, zou het me niet gelukt zijn, want ik kan alleen nog maar gebroken gejammer uitbrengen.
Ik hoor ineens Hailey Paiges naam kermen, ineen mengeling van ongeloof, opluchting, en een restje verdriet wat ze nog niet kwijt is. Blijkbaar hebben zij en Marco ons inmiddels ingehaald en hebben ze ook gezien dat ze nog leeft.
Eigenlijk wil ik opstaan. Ik wil weg van het vliegveld, van de drukte, van alle onveiligheid. Ik wil naar huis gaan en ik wil dat Paige eindelijk kan ontspannen, kan gaan slapen, in een veilig bed. Maar dat zou betekenen dat ik haar los moet laten.
En dat kan ik niet.
Omdat ik toch niet een volle honderd procent zeker weet of dit wel Paige is en niet een of andere wildvreemde vrouw die ik meegesleurd heb en nu over aan het hallucineren ben, kijk ik op zodat ik haar gezicht kan zien. Wanneer ik gelukkig toch echt Paiges gezicht zie, zo bezorgd en vertrouwd, barst ik bijna weer in tranen uit, maar ik slik het weg. Ik leg een hand op haar wang en ze leunt haar gezicht richting haar handpalm. Ze glimlacht waterig en legt haar hand op de mijne. Haar duim strijkt zachtjes over mijn huid heen, kalmeert de storm die daaronder nog steeds woedt.
'I-I-Ik... Ik snap niet... Hoe...' sputter ik, mijn stem hees en bijna onverstaanbaar.
Ik zie er waarschijnlijk heel idioot uit: mijn gezicht is rood en nat van het huilen, ik kan maar niet ophouden met trillen, en mijn haar zit volledig door de war van alle keren dat ik er wanhopig met mijn vingers doorheen heb lopen kammen.
'Het is oké. Ik zat in een ander vliegtuig,' zegt ze weer, zo geruststellend mogelijk, maar zelfs door de waas waar ik me in bevind heen kan ik de beving in haar stem horen. Het is wel duidelijk dat ze zelf ook van slag is. 'Ik ben net geland en net toen ik erachter kwam dat het vliegtuig neer gestort was, zag ik je daar lopen. I-Ik was net van plan om je te bellen.'
Ik haal huiverig adem.
'W-Waarom ben je van vlucht gewisseld?' vraag ik.
Het duurt even voordat ze antwoordt, alsof ze het eigenlijk niet hardop durft te zeggen.
'Ik was bang dat mijn vader wat handlangers mee het vliegtuig in zou sturen om me in de gaten te houden. Het was misschien paranoïde, maar ik hou niet van risico's, wat hem betreft,' zegt ze. 'Ik kon het je niet vertellen, want ik was bang dat hij mijn telefoon misschien af liet tappen. Als ik toen al geweten had dat dit alles zou gebeuren, had ik het op de een of andere manier je laten weten.'
Ik knik, te snel en te lang, maar ik weet niet hoe ik anders moet reageren. Dit alles is sociaal gezien niet helemaal mijn hoogtepunt. Met een gekwelde blik in haar ogen neemt Paige mijn gezicht in haar handen en strijkt met haar duimen de laatste tranen van mijn wangen.
'Hey, liefje, het is oké,' zegt ze nog een keer. 'Ik ben oké.'
Ik knik weer, alsof dat nog het enige is wat ik kan.
Ze strijkt nog een laatste keer door mijn haar en maakt zich dan van me los: 'Zullen we naar huis gaan?'
Ik wil hier eigenlijk tot in de eeuwigheid met haar in mijn armen blijven zitten, waar ik zeker weet dat ik haar veilig kan houden, maar ik knik en kom een beetje wankel overeind. Zodra Paige zich omdraait wordt ze bijna aangevallen door de volgende geliefde, want Hailey valt haar nog steeds zachtjes snikkend om de hals. Ze kan maar net overeind blijven en automatisch leg ik mijn hand weer op haar onderrug.
'Het is oké,' zegt Paige. 'Ik ben er nog. Ik heb geluk gehad.'
Hailey knikt - in ben blijkbaar niet de enige die in stresssituaties niet meer normaal functioneert - en maakt zich met haperende bewegingen weer van Paige los.
Marco weet duidelijk niet precies wat hij moet zeggen, maar glimlacht even naar haar, of doet er tenminste een poging toe.
'Als je nog een keer doodgaat, ben je je baan kwijt,' zegt hij met zijn commissarisstem.
Paige knikt.
'Ja, baas.'
Ik wil niet heel behoeftig doen of Paige volledig voor mezelf opeisen, maar ik doe het wel, want ik ben nog steeds veel te bang. Mijn armen glijden weer om haar heen en ik begraaf mijn gezicht even in haar haar. Ze leunt lichtjes in mijn richting en zegt nog een keer, zo zachtjes dat ik het maar net kan verstaan: 'Het is oké, liefje.'
Ik slik en kijk haar weer aan. Mijn hand strijkt haar warrig geworden haar glad.
'Gaat het?' vraag ik, want ik ben niet de enige die geschrokken moet zijn. Ik kan me niet voorstellen hoe eng het is om te weten dat je bijna in een vliegtuig bent gestapt dat momenteel in brokstukken naar de bodem van de zee aan het zinken is.
Ze knikt.
'Ik denk dat ik te moe ben om te beseffen hoe heftig het allemaal is. Waarschijnlijk komt dat morgen pas,' antwoordt ze.
Om de een of andere reden was ik bijna vergeten dat ze al meer dan twee dagen lang wakker is. En het is inmiddels al bijna drie uur 's nachts. Ze moet volledig gesloopt zijn.
'Ja. Ja, natuurlijk. We gaan snel naar huis,' breng ik stotterend uit.
Omdat ik volledig blind ben geweest voor mijn omgeving, loop ik maar een beetje schaapachtig achter Marco aan, die als enige in staat is geweest om het hoofd koel te houden. Ik zou het mezelf kwalijk willen nemen, maar hij is nu eenmaal ook gewoon degene die het minst om Paige geeft en de minste tijd met haar heeft doorgebracht. Hij geeft wel om Paige, maar hij houdt niet van haar.
Zodra we bij de auto aankomen, zitten Paige en ik meteen te ruziën met de achterdeuren, die niet open willen.
'Oh, het kinderslot zit er nog op,' zegt Hailey wanneer ze ons ziet, en ze drukt op het knopje.
Aandachtig kijkt Paige van mij naar Hailey en weer terug, met die berekenende blik van haar die me nog altijd het idee geeft dat ze recht door me heen kan kijken. Ik zie dat ze nieuwsgierig is, maar ze vraagt er niet naar. Misschien denkt ze het al te weten. En misschien wil ze helemaal niet weten of ze wel of geen gelijk heeft.
Paige gaat bij het raam achter de passagiersstoel zitten, waar Hailey in zit. Ik ga in het midden naast haar zitten, ook al is het de minst comfortabele plek. Wanneer ze haar riem vast wil maken, pak ik die van haar over en doe ik het voor haar. Ze laat mij mijn gang gaan, maar alleen omdat ze weet dat mijn bezorgdheid de enige manier is om me nu goed te kunnen laten voelen. Ik maak mijn eigen gordel ook vast en kan het niet laten om weer mijn armen om haar heen te slaan, om zo dichtbij mogelijk te kunnen zijn. Ze zinkt tegen me aan en legt haar voorhoofd in mijn hals. Er gaat een zucht van vermoeidheid door haar heen. Het is niet de meest comfortabele houding ooit, en de gordel zitten enorm in de weg, maar om de een of andere reden heb ik niet het idee dat het ook maar een van ons twee kan schelen.
De auto begint te rijden en al snel voel ik de eentonigheid van de snelweg onder ons.
'Probeer maar wat te slapen, lieverd,' zeg ik zachtjes en ik strijk even over haar haar. Ik draai mijn gezicht naar haar toe en geef een kus op haar slaap.
Ze schudt haar hoofd en nestelt zich nog wat dichter tegen me aan.
'Ik ben nog niet thuis,' zegt ze, en Paige kan alleen thuis slapen. Technisch gezien heeft ze gelijk. Lichamelijk gezien zijn we nog niet thuis. Maar daar gaat het niet om. Haar hoofd is nog in Illimsk, en hoewel dat haar geboorteplaats is, is ze daar ver van huis.
Ik geef nog een kus op haar haargrens en mompel: 'We zijn er bijna.'
Ze knikt en laat haar hoofd weer tegen me aan rusten, alsof het te zwaar is voor haar nek om te tillen. Minutenlang is het stil. Er is te veel om te zeggen en dan is het het makkelijkst om gewoon niks te zeggen. Het is Paige die uiteindelijk de stilte doorbreekt.
'Vadìm heeft op de begrafenis iemand vermoord.' Haar stem is schor en fluisterzacht.
Voorin de auto zie ik Marco een beetje opveren en Haileys schouders verstrakken. Ze doen alsof ze het niet gehoord hebben, maar ik heb het wel gezien, en zelfs wanneer ze moe is is Paige oplettend genoeg om het ook op te merken.
'Wat is er gebeurd?' weet ik verbijsterd uit te brengen.
Ik voel Paiges kaakspieren onder haar huid bewegen en het lukt haar een tijdje niet om iets uit te brengen. Uiteindelijk zegt ze: 'Is het goed als ik dat morgen allemaal vertel? I-Ik ben echt te moe.'
Ik knik snel en pak haar iets steviger vast.
'Is goed. Natuurlijk.'
Ik voel Paige moeizaam slikken, alsof de tranen haar ineens heel hoog staan.
'Paige, in principe kan ik wat met de diensten schuiven en ervoor zorgen dat Nathan en jij maandag vrij krijgen. Dan heb je een extra dag om aan te sterken,' stelt Marco voor.
Paige lijkt ineens te verharden en ze gaat wat rechter overeind zitten, bijna diplomatiek.
'Ik kan morgen gewoon werken,' zegt ze. 'Ik wist waar ik voor koos toen ik besloot naar Rusland te gaan. Ik wist dat ik moe zou zijn. Aan één dagje heb ik wel genoeg.'
In principe heeft ze gelijk. Het is nu drie uur 's nachts op een zondag. Ze kan de hele dag slapen, als ze wil. Maandagochtend heeft ze wel genoeg tijd gehad om de gemiste slaap in te halen. Maar dat is niet het probleem. Er is iets binnenin haar dat ze kapot heeft moeten maken dit weekend. Ze heeft een stukje van zichzelf moeten verstikken om in staat te zijn de psychische druk van haar familie te verdragen. En dat, daar diep binnenin haar, heeft langer nodig om te genezen. Maar ze gaat zichzelf de tijd daar niet voor geven, en dat is het probleem. We weten allemaal dat ze maandagochtend weer in haar uniform klaar zal staan op het bureau om haar werk te doen, of ze er nu klaar voor is of niet.
'Het zou echt geen probleem zijn. Je mag er best eens een keer voor kiezen om uit te rusten.'
Paige kauwt even op haar lip.
'Weet je wat het is...' zegt ze, en als ze er de energie voor had gehad, had ze schamper gelachen of een cynische ondertoon in haar stem laten doorklinken, 'Ik denk niet dat dat is hoe mijn vader me in elkaar heeft gezet.'
De rest van de rit zegt niemand iets, want misschien is dat wel het enige wat uit kan leggen wat haar opvoeding met haar gedaan heeft.

Reacties (4)

  • CrazyUnicornLuf

    OMG ik dacht echt dat Paige dood was en dat het verhaal dan zou stoppen en dat zou echt niet goed zijn voor mijn mentale gezondheid omdat dit gewoon een te goed verhaal is!!!
    Wauw echt goed gedaan!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Ik ben zo blij dat Paige nog leeft!

    1 jaar geleden
  • EvaSalvatore

    Dit verhaal is meer dan dat ik emotioneel aankan...

    I love it

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    O my god, deze rollercoaster!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen