Foto bij Scar 114

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Het zou echt geen probleem zijn. Je mag best eens een keer ervoor kiezen om uit te rusten.'
Paige kauwt even op haar lip.
'Weet je wat het is...' zegt ze, en als ze er de energie voor had gehad, had ze schamper gelachen of een cynische ondertoon in haar stem laten doorklinken, 'Ik denk niet dat dat is hoe mijn vader me in elkaar heeft gezet.'
De rest van de rit zegt niemand iets, want misschien is dat wel het enige wat uit kan leggen wat haar opvoeding met haar gedaan heeft.

Aangekomen in mijn appartement lijkt Paige pas echt te ontspannen. Het gevoel van thuiskomen lijkt haar dusdanig te overvallen dat ik even bang ben dat ze door haar benen zakt en ik hou mijn blik strak op haar gericht terwijl ik de voordeur achter ons dichtdoe.
Ze heeft een knielange, zwarte manteljas aangetrokken, met knopen en een ceintuur om haar middel. Het lijkt de perfecte jas om ergens als een of andere mysterieuze schaduwfiguur achteraan bij een begrafenis te gaan staan, wat ook waarschijnlijk de reden is dat ze hem aangetrokken heeft. Het trekt niet teveel aandacht, zeker met de zwarte enkellaarsjes die ze erbij draagt. Alles aan haar lijkt onopvallend. Misschien heeft ze het zelfs een beetje overdreven, gewoon om haar familie dwars te zitten.
Tegen de tijd dat ik mijn schoenen al uit heb gedaan en mijn jas aan de kapstok heb gehangen, zit Paige nog te prutsen met die achterlijke knoopjes. Dat is waaraan ik zie dat ze echt oververmoeid is. Wanneer Paige moe begint te worden, begint ze niet zozeer te gapen of knikkebollen, en ook haar ogen blijven bijna altijd helder en onderzoekend, maar haar normale motoriek wordt dan altijd een stuk moeizamer. Dingen als thee zetten, deuren op slot doen - of haar jas uitdoen - lijken dan ineens een stuk lastiger en trager te gaan. Zachtjes leg ik mijn handen op de hare om haar tegen te houden en wanneer ze ze verslagen langs haar lichaam laat zakken, begin ik de laatste vier knoopjes voor haar los te maken. Uitgeput laat ze haar voorhoofd tegen mijn schouder rusten en ik merk dat ze even een paar tranen weg moet slikken.
Wanneer ik de jas van haar schouders laat glijden en aan de kapstok hang, heft ze haar hoofd weer op. Er valt een pluk grauwbruin haar voor haar gezicht en ik strijk het achter haar oorschelp weg.
'Ik ben echt kapot,' mompelt ze hees, en het klinkt bijna alsof ze het niet alleen over de vermoeidheid heeft. Een beetje onhandig trapt ze haar laarsjes uit, zonder ze eerst open te ritsen.
'Ik weet het, liefje,' zeg ik zachtjes.
Voorzichtig maak ik het zilveren kettinkje om haar hals los en vang het op in mijn handpalm. Ze heeft het eigenlijk nog nooit in mijn bijzijn gedragen, maar ik weet dat het van haar moeder is geweest. Vanwege haar jas heeft haar vader niet kunnen zien dat ze het om heeft gehad, maar ik weet dat ze het toch heeft gedragen als een soort stil verzet, om zichzelf ervan te overtuigen dat ze niet altijd klakkeloos meegaat in wat hij van haar vraagt. Ik laat het colliertje in mijn zak glijden.
Wanneer Paige naar de slaapkamer begint te lopen, laat ik automatisch een hand op haar onderrug rusten en ga met haar mee. Ze doet de deur open en haar hele lichaam lijkt weer op het punt te staan om te verslappen, alsof ze al bijna in bed denkt te liggen.
'Ik ga eerst douchen,' zegt ze schor, en met een lichte tegenzin in haar stem.
Ik knik en maak aanstalten om haar aan te raken, maar ze zet een stapje opzij en schudt haar hoofd.
'Als je me nu omhelst, denk ik dat ik spontaan in je armen in slaap val en niet snel meer wakker wordt,' protesteert ze, waarna ze de badkamer in verdwijnt.
Ik kleed me alvast om en wanneer ik besef dat ze zelf haar pyjama nog niet gepakt heeft, pak ik een van haar onderbroeken en een van mijn shirts. Na een korte aarzeling pak ik ook haar trainingsbroek, want ik weet niet of ze het misschien koud heeft. Ik hoor inmiddels dat de douche al uit is en na een korte pauze klop ik zachtjes op de deur.
'Paige?'
Ze doet open, een van de handdoeken om haar lichaam heen geslagen. Ze kijkt me vragend aan en ik geef haar het stapeltje kleding aan. Er breekt een afgemat glimlachje door op haar gezicht en ze pakt het aan.
'Dank je wel,' zegt ze zachtjes.
Ik ga maar alvast in bed liggen, zodat ik niet als een of andere engerd bij de badkamerdeur sta te wachten, en na een tijdje komt ze ook naar buiten. Ze vindt het blijkbaar toch nog te warm voor de broek, want die heeft ze niet aangetrokken en ze werpt hem ergens in een hoekje op de grond. Morgen maakt ze zich wel weer zorgen over het organiseren van haar spullen.
Ik hou de dekens voor haar op en ze komt naast me op het matras liggen. Ze schuift zo dicht mogelijk tegen me aan en bijna automatisch verstrengelen onze benen zich met elkaar. Onze armen vinden een weg om elkaar heen en ik trek haar dicht tegen me aan. Ze zegt niets en verstopt haar gezicht in mijn hals. Ze voelt kleiner dan normaal.
'Het is oké,' zeg ik zachtjes, want ik weet dat ze het even moet horen voor ze kan beginnen het allemaal achter zich te laten. 'Je bent zo sterk geweest. Je hebt het zo goed gedaan, liefste. Je mag nu ontspannen. Je hoeft niet meer te vechten.'
Ze knijpt haar ogen dicht, en dan komen eindelijk de tranen. Ze heeft niet meer gehuild sinds de dag dat Laritsja en Dmitri stierven - ook niet op de momenten dat de tranen in haar ogen brandden en ze op haar tanden moest bijten om zich bijeen te houden. En ik ken haar goed genoeg om te weten dat ze ook op de begrafenis niet gehuild heeft.
De tranen overvallen haar niet. En de pijn is ook niet zo heftig dat het haar dreigt te breken, maar het is eerder alsof het langzaam allemaal loskomt, als zand dat stukje voor stukje meegenomen wordt door een rivier. Het is bijna vredig, voor zover ze vrede kan kennen op dit moment. Ik hou haar wel vast, maar ik murmel geen troostende woordjes, want ze heeft geen troost nodig, nu. Ze heeft het gewoon even nodig om in mijn armen te liggen en zich te laten gaan.
Na een tijdje, wanneer ze uitgehuild is, laat ik haar voorzichtig op haar rug zakken en kus de laatste tranen weg. Even laat ik mijn voorhoofd tegen dat van haar rusten en dan geef ik nog een laatste zachte kus op haar lippen.
'Ga maar slapen, liefje,' zeg ik dan. 'Het is oké.'
Ik laat me naast haar op het matras neerzakken en ze kruipt dicht tegen me aan, alsof ze zich wil verschuilen.
'Ik hou van je,' zegt ze zachtjes en ik voel de woorden met haar adem mee langs mijn hals strijken.
'Ik ook van jou,' antwoord ik. 'Zielsveel.'
Eigenlijk weet ik niet eens zeker of ze het nog wel hoort of dat ze al in slaap is gevallen.

Ik slaap vrij slecht. Er zijn wel momenten dat ik in slaap val, maar tussendoor zijn een hele hoop momenten dat ik weer bij bewustzijn kom en nog heel lang wakker lig. Paige slaapt dieper dan ik, maar ook haar ogen fladderen soms heel even open en dan is ze steeds een paar minuten lang wakker, ook al denk ik dat ze telkens nog dusdanig slaapdronken is dat ze zich niet echt in de realiteit bevindt.
De eerste keer herinnert ze zich niet meer dat ze in Rusland is geweest. Ze komt een stukje overeind en frons. Ze ziet dat ik wakker ben en kijkt me aan.
'I-Ik droomde net heel raar,' brengt ze kleintjes uit.
Ik strijk zachtjes over haar haar en laat dan mijn vingertoppen over haar wang glijden.
'Wat droomde je, liefste?' vraag ik zachtjes, mijn stem een beetje hees.
Er ontstaat weer een frons op haar gezicht en ze denkt even na, alsof de droom weg dreigt te glippen uit haar geheugen.
'I-Ik was in Rusland voor een of andere begrafenis of zoiets en toen wilde ik in een vliegtuig naar huis, maar ik bedacht me om de een of andere reden en ik nam een ander vliegtuig en toen ik op Nebraska airport aankwam kwam ik erachter dat het andere vliegtuig neergestort was en jij dacht dat ik dood was en Hailey en Marco waren er en het was echt heel raar,' legt ze uit.
Oh. Ze herinnert het zich niet. Ze denkt dat het een droom was. Ik slik en speel maar gewoon mee.
'Bizar, zeg,' merk ik op en ik geef een kus op haar voorhoofd. 'Ga maar weer slapen, liefje. Morgen lijkt alles weer anders.'
Ze knikt, maar net wanneer ze wil ontspannen, kruipt er iets van bezorgdheid om haar heen. Ondanks dat het vrij donker is, zijn mijn ogen vrij goed gewend aan het gebrek aan licht en ik zie het op haar gezicht verschijnen.
'Gaat het wel?' vraagt ze me. Blijkbaar is alles nog in mijn ogen te lezen.
'Ja, hoor,' antwoord ik. 'Laten we gaan slapen.'
Ze neemt er genoegen mee en nestelt zich weer op bed. Ik sla een arm om haar heen en binnen tien seconde is ze weer weggezakt.
Een kwartier later hoor ik haar ineens iets zeggen en ik kom een stukje overeind, steunend op mijn elleboog. Toevallig ken ik het Russische woord voor "mama". En ik versta het ook wanneer Paige het kermt in haar slaap, met een stem die zo jong klinkt dat mijn buik er pijn van begint te doen. Ze zegt het een paar keer, met een smeekbede in haar stem die haar vader er in de loop van de jaren uit heeft geslagen. Ik blijf angstvallig wachten tot ze nog iets zegt, of haar ogen opent, maar ze doet geen van beide en na een tijdje laat ik me weer naast haar neerzakken.
De tweede keer dat ze wakker wordt, een paar uur later, wanneer ook ik weer even tussendoor wat slaap heb meegekregen, heeft ze een heldere blik in haar grijze ogen. Ik neem haar hand in de mijne en geef er een kus op. Ik zeg niets, want als ze liever niet wil praten, wil ik haar er niet toe dwingen. Ze blijft me gebiologeerd aankijken, alsof ze me heel goed in zich opneemt.
'Wat ben je jong, Nathan,' zegt ze dan, fluisterzacht en schor. Ik kan niet uit haar stem opmaken of het een goed of slecht iets is.
Ik frons.
'Ik ben toch echt een paar maanden ouder dan jij,' reageer ik zo onverschillig mogelijk, ook al weet ik ook wel dat dat waarschijnlijk niet is wat ze bedoelt.
Ze kijkt me weer een tijdje onderzoekend aan, maar schudt dan lichtjes van nee.
'Je bent jonger dan mijn vader me ooit heeft laten zijn.'
Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden, dus ik zeg maar gewoon niks, want we zijn het stadium waarin we ons verplicht voelen elke stilte met hersenloos gebazel op te vullen al lang voorbij.
'Het is geen belediging,' verduidelijkt ze, haar stem even onleesbaar als net. Ik knik maar gewoon en laat de stilte weer voortduren.
De manier waarop ze naar me kijkt is vreemd, bijna verwonderend. Het voelt alsof ze alles ziet, alsof ik niets kan verbergen. Ik denk ook niet dat ik dat zou willen.
'Het is niet alsof je geen verdriet hebt gekend,' gaat ze weer verder, onze beide stemmen nog altijd zacht, alsof hardop praten teveel energie kost. Het is ook niet nodig om op te houden met fluisteren. De rest van de kamer is doodstil. 'Blueberry... heeft je veranderd. Niet per se op een goede of slechte manier. Misschien allebei. Misschien geen van de twee. Soms... Soms voel je pijn gewoon op andere plekken. En zo is dat ook bij jou geweest, denk ik.'
Ik ga een klein beetje verliggen, maar in de vastgevroren stilte van het moment lijkt het meer impact te hebben.
'Waar?' vraag ik bedeesd.
Ze heft haar hand naar me op en haar vingertoppen strijken over mijn hoofd, langs mijn slaap.
'Mensen die niet in hun lichaam willen leven, brengen heel veel tijd door in hun hoofd. Als je heel onzeker bent over de manier waarop je lichaam eruitziet, wat je lichaam heeft gedaan, wat je lichaam is overkomen, waar je lichaam is geweest, zulke dingen, dan kruip je zo ver mogelijk weg van je lijf, je hoofd in. Dat is dan waar je alles meemaakt. Dan... Dan gaat het niet meer per se over jong of oud. Dan gaat het over alles wat je doet terwijl je in je hoofd zit.'
Ik denk aan mijn eigen lichaam, dat ergens aan de andere kant van de wereld was toen ik eigenlijk bij Blueberry had moeten zijn om haar een laatste keer te kunnen zien glimlachen. En ik denk aan mijn lichaam, dat zoveel verschillende avonden in het bed van een vreemde vrouw terecht is gekomen, zolang ik maar niet thuis hoefde te zijn, want ik was nergens meer thuis. Begrijp me niet verkeerd: Ik heb de vrouwen die ik in een bar tegenkwam altijd met al mijn respect behandeld. Als ze te dronken waren om na te denken en me haast smeekten om met ze mee naar huis te gaan, deed ik dat elke keer, maar alleen om ervoor te zorgen dat ik zeker wist dat ze veilig aan zouden komen. Daarna ben ik telkens weggegaan, zonder misbruik te willen maken van de situatie. Chris, daarentegen, was - en is, ben ik bang - het type dat juist dan in zijn element was. Als een vrouw stomdronken was, kon hij van alles doen zonder bang te zijn dat ze het zich de volgende ochtend überhaupt zou herinneren, heeft hij me wel eens verteld. Ik heb nooit durven vragen wat dat "van alles" precies inhield.
Ik heb altijd iedereen met zo veel mogelijk respect behandeld, en ik heb mijn eigen zelfhaat nooit ook maar een beetje op hen afgericht, maar ik hield niet van ze. Mijn lichaam was daar bij hen, maar ik - wie ik echt ben - was in mijn hoofd, precies zoals Paige zegt.
Ik weet niet precies wat ik ervan vindt dat ze me zo goed kan lezen. Ik weet niet of ik wil dat ze de dingen van me weet die ik niet eens van mezelf wil weten.
'Ben ik een goed mens?' vraag ik ineens. Het overvalt me een beetje dat ik het hardop zeg. Ik had er niet van tevoren over nagedacht, maar het voelt alsof ze recht bij me naar binnen kan kijken en ik weet dat ze niet zal liegen en ik moet het weten.
'Ja,' antwoordt ze.
Ik slik. Ik weet niet waarom ik ineens al deze dingen zeg. Waarschijnlijk kan ik het beter voor me houden. Alles gaat goed zolang ik alles voor me houd. Pas wanneer ik alles loslaat gaat het mis.
'Ik weet soms niet wie ik zie als ik in de spiegel kijk,' zeg ik.
Er ontstaat iets van pijn in haar blik, bijna medelijden. Ik zie ergens ver weggestopt in haar ogen een beangstigende "ik ook", maar ze laat het onuitgesproken.
'Dat komt omdat je zo lang vervreemd bent geweest van je eigen lichaam,' prevelt ze.
'Heb jij daar ook last van?' vraag ik automatisch, zonder erbij na te denken. Ik had er nog niet eens bij stilgestaan dat het waarschijnlijk een hele pijnlijke vraag voor haar is, maar binnen één seconde is het al van haar gezicht af te lezen. Haar kaak verstrakt en haar ogen worden een beetje glazig. Ineens ben ik me er weer akelig van bewust dat dit het meisje is dat in haar bed heeft liggen luisteren naar het gegil van haar vaders slachtoffers en waarschijnlijk ontzettend haar best heeft gedaan om zich te distantiëren van het moment, te doen alsof ze niet echt in haar lichaam zat. En ze is ook de jonge vrouw die ontvoerd en bruut verkracht is door een of andere gestoorde gek die dacht dat zij zijn bezit was. Ik kan me niet eens voorstellen hoe het voor haar is geweest. Als daar in haar positie was geweest, en er een klootzak was die al die verschrikkelijke dingen met mijn lichaam deed, zou ik ook geprobeerd hebben mezelf ervan te overtuigen dat ik niet echt in dat lichaam zit, dat de persoon die ik ben en de persoon die al die afgrijselijke dingen overkomt niet dezelfde zijn.
'Paige, ik... Het spijt me.' Ik bijt even op de binnenkant van mijn wang. 'Probeer nog maar wat te slapen, anders.'
Ze knikt en bijt even op haar onderlip. Het was niet mijn bedoeling om haar van slag te maken, maar de ervaring heeft me geleerd dat het alleen maar erger wordt als ik er nu over doorga, dus ik hou mijn mond maar gewoon. Ze doet haar ogen dicht en nestelt haar hoofd verder in het kussen, maar ik durf haar niet mijn armen te nemen tot ze toch tegen me aan schuift en haar eigen armen ook om mij heen laat glijden. Ze begraaft haar gezicht in mijn hals en ik snuif de geur van haar haar op. We zeggen geen van beiden meer iets en ik vraag me nog heel lang af wat er precies in haar gedachten omgaat voordat ze eindelijk weer in slaap valt.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen