We vonden onze plek en vestigde zichzelf daar, maar zoals ik verwachtte ging het leven ook een stuk rustiger. Ik denk dat Shadow voor het eerst in zijn leven ervaarde hoe veel hij de rust nodig had om zichzelf goed te kunnen begrijpen.
Draken waren niet helemaal gemaakt om constant in de drukte te leven, dat was wat hij zelf uitvond op gegeven moment.
Dit was ook het moment dat we beide konden werken aan ons eigen potentie. Het verbeteren van onze magie, bijvoorbeeld.
Maar uiteindelijk verveelde het Shadow wel, hij was mogelijk zoveel gewend dat het amper iets doen hem verveelde, zeker nu er al een flink aantal jaren voorbij waren gegaan.
Het enige wat we nog deden was het jagen naar prooi, eten, slapen, trainen. Dat was alles wat we deden, we hadden niet eens een avontuur zoals we altijd hadden gehad.
Misschien moeten we gewoon ergens naartoe gaan, gewoon om er even op uit.
Maar dan moet er wel een leuk doel zijn.
“Shadow, heb jij enig idee waar je heen wilt? Misschien kunnen we net zoals andere draken beginnen aan onze schatten te verzamelen. Ik weet dat het misschien niets voor ons is, maar als we kunnen het ieder geval proberen.” Dat was inderdaad mijn verzoek. Draken verzamelde graag iets waardevols, net zoals eksters altijd opzoek zijn naar glimmende dingen.
“We kunnen wel naar een tempel toe, maar het is niet bepaald veilig…” Dat is misschien precies wat we moeten hebben.
“Hoe weet je van die tempel af?” Ik ging voor Shadow zitten en wachten op zijn verhaal en hij moest zelf ook even nadenken. Hij keek bedenkelijk lichtjes omhoog en eenmaal wanneer hij wist wat hij wilde zeggen keek hij weer terug naar mij.
“Nou, jaren geleden toen ik nog bij Zazuar was, ging er een verhaal rond dat er in de tombe genaamd Ryutah een kristal ligt dat enorm veel waarde lijkt te hebben. Met daarbij zou er ook veel goud liggen. Als we dat zouden kunnen bemachtigen dan hadden we zeker weten een goeie start.” Dat klonk op zich wel interessant, en het zal hem vast wel een doel geven voor nu.
“Maar ik heb geen idee waar het ligt.” En daar ging de sfeer. Ik dacht dat we eindelijk iets leuks konden doen, maar blijkbaar niet.
“Misschien zijn er boeken die ons meer kunnen vertellen over die tombe. We hebben hier alleen geen boeken, we hebben alles achter gelaten.” Ik keek bedenkelijk naar Shadow.
“Dat komt omdat we van jou alles moesten achterlaten en vanaf nul moesten beginnen, die boeken hadden nu misschien wel handig geweest.” Ik moest lichtjes lachen, dat was zeker waar.
“Maar we hebben thuis geen boeken over die tombe, dus moeten sowieso wel verder zoeken.” Shadow keek mij met een vragend gezicht aan, aangezien ik zo zelfverzekerd daarover klonk.
“Ik heb alle boeken al een paar keer gelezen, deed ik wel vaker als ik mij verveelde. Het is beter dan het kasteel op eten.” Shadow knikte toen lichtjes en legde zijn kop daarna weer neer.
“We moeten dan maar opnieuw opzoek gaan naar een bibliotheek, er zijn er zat op de wereld.” Shadow zuchtte diep en stond daarna op, hij wandelde naar buiten en keek om zich heen.
De uitzicht was op zich wel beter dan wat we ooit hadden gehad. Ik wandelde naar hem toe en ging toen naast hem zitten.
“Morgen ga ik wel opzoek naar een bibliotheek, als het goed is zal dat niet erg lang moeten duren, misschien kan ik dan zelfs boeken naar ons plekje smokkelen.” Ik keek rustig op naar Shadow.
Shadow keek naar me en schudde zijn kop, hij had liever niet dat ik dingen stal van de mensen, hij was blijkbaar nog steeds teveel gehecht aan hun doen.
“Wat maakt het uit dat we dingen van ze stelen of niet?” Ik zat naast zijn kop en keek toen ook maar naar het uitzicht over een hoop bergen en een rivier dat zich er tussen begaf.
“Omdat het niet gaat of het uitmaakt of niet. Het gaat erom of het goed of fout is. Het zijn gewoon normen en waarden die iedereen zou moeten hebben. Al zijn sommige wezens, of mensen heel onredelijk. Dat weerhoudt mij niet om dat niet te zijn.” Ik viel even in stilte, hij had daar wel zeker een punt mee. Het ging misschien niet om de regels die ze hadden, maar gewoon of je anderen kon respecteren of niet. Misschien was het niet de connectie die hij had met de mensen, maar was dat gewoon wie hij is. Ondanks alles wat Qalia heeft gedaan. Ze wilde mij een les leren. Een les dat ieder leven een kans moet krijgen om te leven, ondanks ze slecht of goed zijn.
Het feit dat die regels niet voor mij hoeven te gelden, maakt het moeilijk daar ook bij te leven. Zelfs al was ik zo aardig en lief, de wezens waar ik om kan geven gaan uiteindelijk toch sterven, zelfs Shadow.
Dat is waar ook, zelfs Shadow kan sterven…
Ik zuchtte even diep.
“Ik zal niet stelen, maar ik kan de boeken kopen als ze handig zijn. Is dat goed? Desnoods kan ik nog kijken of er bij onze thuis nog boeken zijn, want die zijn wel eigenlijk van ons.” Daar kon Shadow wel mee akkoord gaan, dan had ik tenminste nog iets te doen morgen.
“Ik maak ondertussen dan alvast reispakketje voor je, dan heb je wat te eten als je opzoek gaat naar die boeken.” Je kon aan hem zien dat hij het koken miste. Hij probeerde zo goed mogelijk het eten te maken met het geen dat we hadden. En dat was niet veel.
Hij stond meteen op en ging naar ons hoekje waar we het voedsel hadden opgeslagen.
Ik keek hem aan en voelde een spark van geluk.
Ik moet echt eerlijk hierover zijn. Wat ben ik blij om toch een zoon te hebben.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen