Kozik staarde in zijn koffie. Het was half zeven. De laatste keer dat hij rond dit vroege tijdstip was opgestaan, kon hij zich niet herinneren. Hij had echter alleen maar liggen woelen in bed. Juice had zijn neefje gisteren niet opgehaald na school. De lerares had naar het clubhuis gebeld en toen had hij Mikey maar opgehaald. Vervolgens had hij Fye gebeld, maar die had niet opgenomen. Juice evenmin.
      De man was ook niet in de garage komen opdagen, niemand had wat van hem gehoord. De meesten maakten zich er niet al te druk over; het gebeurde wel vaker dat Juice een paar dagen verdween. Toegegeven – dat was al een lange tijd geleden. Maar nu Dana vertrokken was, verbaasde niemand zich erover dat hij zich weer afzonderde. Eigenlijk wist niemand meer wat hij met hem aanmoest. Kozik evenmin.
      Hij voelde zich een beroerde vriend, maar hij had er gewoon geen zin meer in. Vier jaar lang had hij zijn best gedaan om zijn vriend overeind te houden en al wat hij kreeg was messteken in zijn rug. hij was er klaar mee.
      Dat hij zichzelf in ieder geval verteld. Dat hij vervolgens geen oog dicht had kunnen doen, bewees wel dat hij de man niet echt kon loslaten. Ze hadden zoveel doorgemaakt…
      Gisteren had Juice de telefoon niet opgenomen, hij had alleen een appje gestuurd dat hij even weg moest. Hij had verwacht dat hij Mikey wel zou ophalen tegen de avond, maar inmiddels had hij nog steeds niets gehoord. Hij besloot tot negen uur te wachten, dan zou hij weer bellen.

Zover kwam het niet. Om half acht ging de bel. Mikey zat al aan tafel een broodje te eten, hoewel zijn ogen op de tafel gericht waren en hij bijna niets zei. Hij begreep niet waarom hij hier was. Kozik kende hij dan wel, maar hij kon had geen enkele verklaring geven voor het feit dat zowel Fye en Juice hem gisteren niet waren komen ophalen.
      Kozik kwam overeind van zijn stoel en liep naar de voordeur toe. Zodra hij die opendeed, was hij toch een beetje verbaasd. Hij had gedacht dat het Fye zou zijn – die was toch wel het meest verantwoordelijk van de twee.
      Het was echter Juice. Eerst tuurde hij zenuwachtig naar de grond, daarna sloeg hij zijn ogen op. Zijn blik was minder leeg dan hij gevreesd had. Waar hij gisteren dan ook geweest was, het leek hem goed te hebben gedaan.
      Juice schraapte zijn keel. ‘Hé.’
      Kozik zei niets. Hij wist niet wat hij moest zeggen, ondanks dat Juice er beter uitzag was het alsof er een vreemde voor zijn deur stond. Van de hechte band die ze na Dana’s verdwijning hadden, was niets meer over.
      ‘Bedankt dat je Mikey hebt opgehaald.’
      Kozik zuchtte. ‘Waar was je?’
      ‘Bij het meer waar we Lottes as hebben uitgestrooid,’ mompelde hij.
      Kozik trok zijn wenkbrauwen op. Hij had niet het gevoel dat Juice nog erg worstelde met wat hij het meisje had aangedaan en hij wist niet helemaal of dit een goede ontwikkeling was. ‘Wat moest je daar?’
      Hij haalde zijn schouders op. ‘Het leek me een goeie plek om… je weet wel.’ Hij staarde naar de grond.
      Kozik wist het niet meteen. Hij moest een paar tellen naar Juice’ beschaamde houding staren om te beseffen wat hij had willen doen. ‘Jemig Juice,’ snauwde hij. ‘En Mikey dan? Fye?’
      Hij wilde verdomme niet wéér elke dag bang hoeven zijn dat hij Juice’ lijk vond. Fuck, hij dacht dat die dagen voorbij waren!
      ‘Fye is bij me weggegaan. En Mikey… Ik dacht dat hij beter af was in een pleeggezin.’
      Een bittere waarheid.
      Kozik slaakte een diepe zucht en streek door zijn haar. Hij wist niet wat hij moest zeggen.
      ‘Dana weet het. Van Cherry. Fye heeft het haar verteld. Ik dacht… dat ze me zou haten. En dat de baby beter af was zonder mij.’
      ‘Baby?’ herhaalde hij verward.
      ‘Van Fye. Fye is zwanger.’ Hij wreef over zijn gezicht. ‘Dat gilde ze toen ik… haar sloeg. Dat ze zwanger was. Ik dacht… dat het beter was voor iedereen als ik er niet meer was.’
      Kozik vloekte. Hij schaamde zich voor de daaropvolgende gedachte; dat dat misschien wel waar was ook. Hij leunde tegen de deurpost, hij voelde zich draaierig. Dit was níét hoe hij de dag had willen beginnen. ‘En nu?’ vroeg hij vermoeid.
      ‘Nu heb ik een hoop goed te maken.’ Hij haalde diep adem. ‘Ik wil me verontschuldigen. Voor hoe ik de laatste tijd tegen je gedaan heb. En ik – ik wil zeggen dat ik het je vergeef. Dat je de waarheid over Dana’s dood voor me achterhield.’
      Kozik staarde hem peinzend aan. Nou, dat kwam nogal onverwacht na wat hij net gezegd had. Waarom kwam deze vergevingsgezindheid en zelfreflectie opeens vandaan? Hij was blij het te horen – dat wel. Het was alleen nogal… overweldigend.
      ‘Wat is er gisteren gebeurd?’ vroeg hij.
      ‘Dana,’ antwoordde hij zacht. ‘Fye is naar Kip en Dana toe gegaan en ze voelde aan dat… dat ik er een einde aan wilde maken.’ Een blos verscheen op zijn wangen, die herinneringen terugbracht aan de periode voordat de twee naar Mexico waren gegaan. Een beetje van de oude Juice.
      ‘We willen opnieuw beginnen,’ zei hij toen. ‘Samen. En weer… gezonde mensen worden. Ze zei… ze zei dat ik verontschuldigingen moest maken en mensen moest vergeven om te kunnen helen. Dus ik hoop… Ik hoop dat je me kunt vergeven.’ Er verschenen tranen in zijn ogen. ‘Ik zeg dat niet omdat Dana dat wil. Ik wil geen mensen pijn meer doen, zeker geen mensen die zo veel voor me hebben gedaan.’ Een traan rolde over zijn wang. ‘En ik weet dat ik dat al zo vaak heb gezegd, maar ik geloof dat ik het maar haar echt kan. Dat ik echt stappen kan maken. Ik – ik ga vragen of ze me op non-actief willen zetten. Zodat ik eerst weer… mezelf kan worden en jullie daarna weer op me kunnen bouwen.’
      Kozik kneep zijn lippen op elkaar. Het was niet Juice’ kwetsbaarheid die hem raakte, het was de hoop die in zijn woorden doorklonk, die zijn ogen uitstraalden.
      ‘Het is al goed,’ zei hij, en zijn woorden klonken verstikt. Hij trok de jongen in een broederlijke omhelzing. ‘Ik ben trots op je,’ zei hij zacht. Zelf was hij er niet in geslaagd om écht tot Juice door te dringen, maar Dana had dat wel gedaan.
      Terugtreden was een gigantische stap, voor iedere Son. Maar als Juice dat nodig had om zijn geestelijke gezondheid weer op orde te krijgen, wist hij dat iedereen hem daarin zou steunen.
      Hij liet de man weer los, een grijns op zijn gezicht. ‘Dus Deen en jij weer samen, hè?’
      ‘Ja,’ zei hij zacht. ‘Het is nog steeds moeilijk om te geloven. Maar ik – ik wil haar nooit meer kwijt.’
      Kozik grinnikte zacht. ‘Geloof me knul. Die laat je nooit meer los. Die Lowmans zijn als pitbulls.’
      Een glimlachje spande om Juice’ lippen. Het was zo lang geleden dat hij die had gezien dat het een vervreemdend effect had.
      ‘Ik ben blij voor je man,’ zei hij, en hij klapte hem op de schouder. ‘Jullie twee horen bij mekaar. Als je maar op je beurt wacht voor je haar naar het altaar sleept. Eerst is het mijn beurt.’
      Juice grijnsde een beetje stompzinnig. ‘Zo ver zijn we nog lang niet.’
      Kozik grinnikte. ‘Ik durf te wedden dat je binnen een maand door je knie bent gegaan.’
      Hij leek een beetje te schrikken ‘Bedoel je – moet ik haar opnieuw vragen?’.
      Kozik schudde ongelovig zijn hoofd. ‘Jongen toch… Je bent in de tussentijd met twee andere vrouwen geweest.’ Hij grijnsde. ‘Natuurlijk moet je haar opnieuw vragen, idioot.’


Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen