De boekenwinkel was leeg, op de oude boeken na.

Crowley’s hart zakte toen hij besefte dat hij Aziraphale niet kon voelen in de winkel. Hij was er zeker al in geen tijden meer geweest. De winkel was gesloten, maar dat had Crowley niet tegengehouden om binnen te komen. Hij was op zoek naar de Engel en had een deja vu. Hetzelfde gevoel als toen de boekenwinkel in vuur en vlam stond en hij wíst dat Aziraphale er niet meer was.
Crowley was maar een enkele keer in de flat boven de boekenwinkel geweest. Op menige gelegenheid had de Engel hem uitgenodigd naar de kamer achter de winkel om nog wat te drinken, maar een keer in zijn flat, zo lang geleden. Crowley was in de lege achterkamer, achter zijn bril schoten zijn zwarte pupillen heen en weer. Haastig beklom hij de trap naar de flat, zijn grijze sjaal wapperend achter hem aan.
“Angel!” riep hij met een lichte paniek in zijn stem. Hij was er zeker van dat zijn hart een paar slagen over had geslagen.
Geen antwoord. De deur naar de flat sloeg open en stof vloog op. De flat zag er precies uit als Crowley verwacht had. Een comfortabele stoel met een stapel boeken op het kastje ernaast, een lege mok waar ooit thee in had gezeten. Een bank met kussens met schotse ruitjes en een open haard. Geen tv. Door het dakraam scheen de winterzon op Crowley, die op zijn knieën zonk en probeerde het ellendige gevoel tegen te houden.

De flat was leeg.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen