De winter ging over in de lente en Aziraphale keerde niet terug naar Londen. Aan het begin was Crowley vaak langs de boekenwinkel gereden, hopend dat het licht plotseling aan zou zijn binnen, dat hij de Engel achter zijn bureau zag zitten of er een klant naar buiten liep die zorgvuldig was overgehaald om niks te kopen. Daarna besloot Crowley door de koudste wintermaand heen te slapen, hij had niks met het natte koude weer in Londen. Voordat hij zijn lange dutje deed, reed hij voor de laatste keer langs de winkel.
      Nadat hij wakker werd, verliet Crowley Londen. Zijn handen jeukten om wat verleidingen teweeg te brengen en zeg nou zelf, de mensen in Londen waren hier zelf al heel goed in. Crowley vertrok richting Leicester, waar hij hoorde dat er nog een actieve Abdij was. Een beetje monniken verleiden om zich mee af te leiden en ondertussen genieten van Leicester. Gewoon een weekje lol maken. Crowley besloot dat hij toch geen appartement of huis nodig zou hebben daar en vertrok met enkel zijn Bentley.

Crowley liep door de straten van Leicester, de zon ging onder en het begon koud te worden. Met zijn handen in zijn zakken liep hij zijn natuurlijke loopje, wat iets weg had van een slang door over de grond gleed. Zijn heupen van de ene naar de andere kant, maar nonchalant. Zoals altijd was de lange, slanke man gekleed in het zwart, modieus, maar niet te opvallend. Een strakke jeans, zwart shirt met een zwart jasje erover. Op zijn neus stond een zwarte zonnebril die zijn gele serpent ogen verborg. De meeste mensen zagen het toch niet, het viel ze echt niet op, maar hij vond dit gewoon prettiger.
      Hij kon natuurlijk niet even bij de Abdij naar binnen lopen, de grond was heilig en dat voelde Crowley. Het begon al pijn te doen aan zijn voeten als hij dichtbij kwam. De laatste keer dat hij in een kerk kwam had hij drie weken last van zijn voetzolen! Hij wilde absoluut niet riskeren om zijn schoenen van slangenhuid te beschadigen. Toch had hij al enkele monniken mogen ontmoeten buiten de Abdij van Mount Saint-Bernard. Tegenwoordig leken deze mensen wel moeilijker te verleiden dan in het verleden, want nu kozen deze mensen er veel sneller voor om monnik te worden dan vroeger, toen ze vaak geen andere keuze hadden.
      Met zijn nonchalante pas liep hij voorbij de restaurantjes, die hij compleet negeerde. Hij was op zoek naar een pub, ergens waar hij iets te drinken kon krijgen. Over het algemeen had Crowley geen behoefte om eten en had het ook niet nodig. Zijn blik vind een neonbord en achter zijn zonnebril lichtte zijn gele ogen op. Er verscheen een zelfvoldaan grijnsje op zijn gezicht toen hij zijn koers wijzigde daarheen.
      “Oi, watch it!” kwam het luid uit zijn mond toen er iemand uit het restaurant ernaast kwam en tegen hem opliep. Of eigenlijk liep Crowley tegen hem aan omdat hij niet oplette, maar hij vond dat het andersom was.
Hemelsblauwe ogen keken groot naar hem op. Er trok een blik van duidelijke schuld over het bleke, maar vriendelijke gezicht van de man die Crowley ruw aangesproken had. Licht blonde krullen die zacht op zijn hoofd lagen en lichtelijk door de wind door elkaar geblazen waren. De man had zijn arm door de arm van een andere man gehaakt, die met op elkaar geperste lippen naar Crowley keek. Er ontstond een knoop in Crowley’s maag, zo eentje die je niet even kon ontwarren.
      “Oh dear,” mompelde de man waar Crowley tegenaan gelopen was.
      “Aziraphale,” stootte Crowley uit, bijna ademloos. Zijn ogen werden kil achter de zonnebril en hij sloeg zijn armen over elkaar. “Aziraphale,” herhaalde hij daarna nog eens, dit keer even kil als zijn ogen onzichtbaar stonden.
      Zijn blik ging naar de knappe jongeman die aan de Engel's arm hing. Hij was eind dertig, een volle bos kastanjebruin haar dat lichtjes krulde en donkerbruine ogen. In zijn vrije hand hield hij een tasje van een boekenwinkel. Crowley gromde achter in zijn keel en moest moeite doen om niet tussen de twee in te stappen en ze uit elkaar te halen. Hij wilde de jongeman dingen toefluisteren waardoor hij zich prompt om zou draaien en het niet in zijn hoofd halen om ooit terug te komen en Aziraphale aan te raken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen