Warning: 16+ content

41 A.D. Rome

“Het punt is…” zei Aziraphale met dubbele tong, terwijl hij zich het punt probeerde te herinneren. “Nee, nee, het probleem is…” ging hij verder en hij sloeg een paar keer met zijn platte hand op de tafel die hij deelde met Crowley. De kommen met het modderige drankje met alcohol stuiterden gevaarlijk heen en weer, maar miraculously bleef alles in de bekers zitten. “Het probleem is… seks.”
      Achter het kleine, donkere brilletje dat Crowley droeg, schoten zijn donkere wenkbrauwen geïnteresseerd omhoog. “Seks?”
      Aziraphale knikte, blies zijn wangen op en tuitte zijn lippen om aan te duiden dat het een bizar ding was. Hij had behoorlijk wat gedronken na de oesters die ze samen waren gaan eten en hij was zijn filter een beetje verloren. De Engel vertrouwde de slanke Demon tegenover hem ondertussen wel. Hij was niet echt een Demon, hij verleidde gewoon hier en der als het moest en zei af en toe dat hij iets gedaan had tegen zijn meerdere, ook al had hij het niet gedaan.
      “Ik snap er niks van, het is het eerste wat Adam en Eve deden! Hun naakte lichamen tegen elkaar aanwrijven. Het is vies en plakkerig.”
      “Oh, ja, seks is natuurlijk een grote ‘nee’ daarboven, hm?” reageerde Crowley en Aziraphale haalde zijn schouders op. “Heb je het geprobeerd?” vroeg hij grinnikend, maar zijn opgetrokken wenkbrauwen verdwenen weer achter zijn kleine bril en hij staarde naar Aziraphale, die zich ongemakkelijk begon te voelen.
      “Ik ben een Engel!” antwoordde hij prompt, zonder echt te antwoorden. Hij keek naar zijn schoot. “Een of twee keer,” gaf hij beschamend toe, hij had een hekel aan liegen.
      “Met wie?” siste de Demon hem toe, onverwacht dreigend en op het puntje van zijn stoel.
      Aziraphale antwoordde niet, maar blooste enkel hevig terwijl hij naar zijn vingers in zijn schoot keek. Hij vroeg zich af of hij van schaamte kon sterven.
      “Ah,” zei Crowley na een tijdje, terwijl hij zich terug in zijn stoel liet zakken en zijn glas optilde toen hij leek te beseffen dat er niemand was. “Misschien doe je het wel verkeerd.”
      “Verkeerd?” zei Aziraphale luider dan de bedoeling was, en een tikkeltje beledigd, hij was toch geen idioot. “Ik denk het niet hoor. Hij ligt daar maar gewoon een beetje.”
      Aziraphale kreunde, dit was níet het goede moment om dit gesprek te starten, zo dronken als hij was. Hij had niet door dat de Demon zijn stoel dichtbij die van hem schoof. Een schaamrood steeg naar zijn oren toen hij de hand van Crowley onder zijn toga op zijn bovenbeen voelde.
      “Crowley!” bracht hij geschokt uit en hij keek om zich heen naar de andere mensen die om hen heen zaten.
      “Ik kan helpen, als je wilt,” offerde hij. Zijn bril had hij op zijn hoofd geschoven en er hing een donkere blik in zijn gele ogen met de spleet als pupil, als een slang.
      De Engel durfde in eerste instantie niet te bewegen onder de blik die hem vastgepind hield op zijn stoel en kon alleen maar voelen hij warm zijn hand was, zeker toen hij er smalle cirkels over zijn bovenbeen mee begon te trekken. Natuurlijk moest hij dit aanbod afslaan. Lust was een zonde en als Engel kon hij daar écht niet in meegaan. Daarbij, Crowley was een Demon!
      “We zijn in het openbaar,” gaf hij als tegen antwoord en hoorde zelf ook wel dat het geen ‘nee’ was.
      Crowley’s hand schoof verder onder zijn toga over zijn bovenbeen naar boven terwijl hij duister grinnikte. Zijn gevorkte tong gleed over zijn lippen en Aziraphale volgde het met zijn ogen.
      “Niemand gaat het merken. Een klein demonisch wonder van mezelf.”
      Aziraphale wilde iets zeggen, maar hij vergat zelfs om te ademen. Het voelde alsof er een prop in zijn keel zat en hij niks kon zeggen. Hij probeerde te slikken, maar dat hielp niet. Zijn blauwe ogen staarde hopeloos in de gele van de serpent tegenover hem. Op dat moment omvatte de warm hand van Crowley hem en Aziraphale beet op zijn lip. Zoiets had hij nog nooit gevoeld.
      “Angel,” zei Crowley. “Zeg dat ik moet stoppen.” De plagerige toon was uit zijn stem verdwenen.
      Aziraphale wíst dat hij zou stoppen als hij dat zou zeggen. Dan gingen ze gewoon verder met dronken praten en nog meer drinken, dat wist hij zeker. De hand van Crowley beweeg omhoog en zijn adem stokte. Oh, hij wilde helemaal niet dat hij op zou houden, dus zei hij niks. Crowley’s hand bewoog sneller en Aziraphale kreeg het warmer. Hij kromde zijn rug en greep de zijkant van zijn stoel vast, bang dat hij er anders af zou vallen, waarbij hij zijn ogen sloot.
      “Angel,” tutte Crowley. “Open je ogen.”
      Aziraphale volgde het bevel zonder na te denken op en opende zijn ogen. Hun gezichten waren zo dichtbij dat hij zijn adem op zijn gezicht kon voelen, hij rook de wijn in zijn adem. De gele ogen keken hem hongerig aan. Het werd hem allemaal iets teveel.
      “God, Crowley,” fluisterde Aziraphale. “Er… er gebeurd iets.”
      Het voelde alsof hij het hoogste punt van de Aarde had bereikt en terug viel, zijn hart klopte sneller en een kreun kwam over zijn lippen. Zijn lichaam schokte en hij liet zijn voorhoofd op de tafel rusten met een glimlach.
      “Ik zei het toch. Je deed het verkeerd.”
      Aziraphale’s glimlacht verstijfde op zijn lippen terwijl hij hoorde hoe Crowley zich terug in zijn stoel liet vallen. Hoe kon hij zo stom zijn? Crowley was een Demon, dit was letterlijk wat hij deed, verleiding was zijn zonde en nu had hij de Engel weten te verleiden, bedacht hij zich bitter. Hij had zelfs zijn naam op zijn lippen gehad. Hij tilde zijn hoofd van de tafel, slikte en trok zijn hagelwitte toga recht.
      “Natuurlijk,” murmelde hij. “Ja, dat was eh, informatief, dankjewel Crowley.” Zijn stem klonk zakelijk.
      Twee koude ogen keken terug naar Aziraphale, wiens blik op de half geopende toga van Crowley viel.
      “Wilde je… dat ik?” begon hij, meer uit beleefdheid dan iets anders. Aziraphale was de Engelse beleefdheid zelf voordat Engeland überhaupt bestond.
      “Doe geen moeite,” antwoordde Crowley met een koude stem en een koude ogen als twee stenen, terwijl hij zijn suggestie weg wapperde met zijn hand.
      Een moment later zette hij zijn bril weer op zijn neus en stond hij op zonder naar Aziraphale te kijken, en liep hij weg zonder een afscheid.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen