. . .

Juice had het gevoel dat zijn hoofd uit elkaar klapte. De pijn was zo scherp dat hij in eerste instantie niet eens doorhad waar hij was. Pas toen hij rechtop was gaan zitten en langs zijn stijve nek wreef, realiseerde hij zich dat hij in een schuur zat. Een zure geur prikkelde zijn neusgaten. Kots. Verdoofd registreerde hij de plas braaksel die naast hem lag. Er lag een lege fles naast.
      Waar had hij die vandaan?
      Het gebonk in zijn hoofd was te heftig om naar herinneringen te graven. Hij trok zijn knieën op en drukte zijn gezicht ertegenaan. Zo bleef hij zitten, totdat de deur piepend openging. Hoeveel tijd er verstreken was, wist hij niet.
      Door een waas zag hij hoe er iemand voor hem neer hurkte en een hand op zijn knie legde.
      ‘Je kunt hier niet blijven zitten, Juan. Kom je mee naar binnen?’
      June… het was June. Zijn lieve, mooie June. Het lichtje in zijn leven, dat hij nog één keer had willen terugzien. Was ze het echt? Vast niet. Talloze keren had hij gefantaseerd dat ze bij hem was, dat ze hem gevonden had en bij hem bleef.
      Het was nooit gebeurd.
      Glazig staarde hij haar aan. Van het een op andere moment was ze weg.
      Dus toch. Een hersenspinsel.
      Hij kon wel janken.
      En zijn hoofd bonkte, vlamde.
      Misschien kwam het niet door de drank. Misschien was hij wel in zijn hoofd geschoten. Mogelijk had ie het zelf gedaan. Zelfs een zelfmoord verprutsen – zou dat niet typisch iets voor hem zijn? Hij was een mislukkeling. Zelfs op een waardige manier sterven was te veel gevraagd.
      Weer had hij het gevoel dat er iemand was. Met een lege blik keek hij op.
      Daar was ze weer. Zijn engel.
      Ondanks dat hij wist dat het niet echt was, glimlachte hij. Het was alsof hij nu vredig kon sterven, alsof hij hierop gewacht had.
      Ze praatte tegen hem, al klonken haar woorden onbegrijpelijk ver weg. En ze duwde iets tegen zijn hand.
      Een glas.
      Hij concentreerde zich op de inhoud. Water.
      ‘..an? Hoor je me?’
      Eindelijk schudde hij de verdoofdheid van zich af. ‘Ja,’ zei hij schor.
      Ze had haar hand uitgestoken. Hij wilde hem vastpakken, toen zag hij dat er een pijnstiller in lag.
      Zijn engel, altijd zo zorgzaam. Hij pakte de pil, legde hem op zijn tong en slikte het met een slok water weg. Opeens realiseerde hij zich hoe dorstig hij was en dronk hij de hele beker leeg.
      ‘Kom alsjeblieft mee naar binnen, Juan.’ Ze zat weer op haar hurken voor hem. ‘Neem een douche, trek schone kleren aan en ga dan nog even op bed liggen.’
      Hij knikte wezenloos.
      Het maakte niet uit wat ze tegen hem zei. Zelfs als ze hem opdroeg terug naar Charming te gaan of zich bij de politie aan te geven; hij zou het hebben gedaan. Haar stem had iets betoverends, iets waartegen hij geen weerstand kon en wilde bieden. Ze had altijd al geweten wat het beste voor hem was.
      Wankel kwam hij overeind. Ze sloeg een arm om hem heen om hem te ondersteunen. Het was vooral stijfheid die zijn lichaam teisterde, hij kon wel zonder haar lopen.
      Maar hij wilde het niet. Hij wilde tegen haar aan leunen, dicht bij haar zijn. Ze rook zo lekker naar bloemen en iets zoets wat hij nooit had kunnen definiëren… en iets anders wat hij niet kon benoemen, wat vertrouwd leek en de haartjes in zijn nek overeind liet komen.
      Zodra ze de schuur achter zich lieten en hij frisse lucht inademde, werd zijn geest helderder. Hij besefte dat hij stonk, en gauw liet hij June los. Beschaamd. ‘Het gaat wel weer,’ mompelde hij.
      Ze zei niets, maar streek wel even langs zijn rug voor ze de achterdeur opendeed. Juice bevroor zodra hij de drempel overstapte. Hij staarde naar de bank, zag zichzelf erop zitten, samen met Emilio. Eerst nog lachend, in een flits zoenend. Hij kon de tong van de man in zijn mond voelen, hij herinnerde zich de hand die in zijn broek was gegleden en hem stevig had beetgepakt.
      ‘Dus dit vind je lekker hè?’ klonk zijn ruwe, schorre stem in zijn hoofd. ‘Zeg me wat je nodig hebt om te relaxen, homes. Ik heb nog nooit iemand gepijpt maar ik weet zeker dat je fucking lekker smaakt. Je mag me ook neuken als je wil.’
      In een reflex klapte hij voorover en kokhalste. Zijn maag was echter al leeg, er kwam alleen wat zuur in zijn mond. Zijn hele lijf trilde. Was het waar? Had hij het lekker gevonden? Hij wilde het zich niet herinneren, toch probeerden zijn herinneringen het gevoel na te bootsen.
      ‘Waar is hij?’ vroeg hij schor. Hij wilde de man niet zien. Niet nu – nooit meer.
      ‘Hij gaat vandaag een dagje weg met Glenn,’ antwoordde June kalm. ‘Zodat wij met Rafi kunnen praten.’
      Rafi… Er waren ook wat vage herinneringen aan de jongen. Zijn zoon. Ze waren echter te onscherp om woorden naar boven te kunnen halen.
      ‘Heeft Emilio je het verteld? Wat hij heeft gedaan?’
      ‘Ja,’ zei ze zacht. ‘Hij was flink in de war.’
      Juice snoof. Dat zal best.
      Zijn vastberaden stem die Juice wakker had geschud, vertelde hem echter iets anders. Hij had heel goed geweten waar hij mee bezig was geweest. Weer brandde er gal achter in zijn keel. Hij wilde er niet meer aan denken. Hij wilde nergens meer aan denken.
      Ze wreef over zijn rug. ‘Kom Juan, ga douchen, dan maak ik ontbijt voor je klaar.’
      Juice knikte aarzelend en liep naar boven toe.

Na het douchen voelde hij zich iets beter. Net als gisteren had hij kleren van Emilio uit de kast gepakt, maar dit keer leken ze te jeuken en rukte hij ze het liefst van zijn lijf. De gedachte aan zijn vroegere vriend veroorzaakte een steek in zijn buik. Gisteren was er een sprankje verlangen geweest dat ze weer als vanouds vrienden konden zijn. Hij had zoveel vrienden verloren, zo veel dingen verkloot… Hij hunkerde naar een vriend, naar iemand die hem door en door kende en hem niet haatte.
      Nu echter… nu wist hij niet meer wat hij ervan moest denken. Hij begreep niet waarom Emilio hem had willen zoenen, eraan denken liet zijn hoofd tollen. Zuchtend slofte hij naar beneden. Er stond een bord crackers met kaas op de tafel, met daarnaast een glas melk en een kop thee.
      Hij staarde ernaar. Het simpele beeld maakte hem emotioneel; had zijn ochtend er altijd zo uitgezien als hij bij haar was gebleven? Als hij een manier had gezocht om haar terug te kunnen krijgen?
      Hij liep naar de keuken, zag dat ze bezig was het aanrecht schoon te maken. Opeens kon hij de afstand niet meer verdragen, hij liep naar haar toe en sloot haar in zijn armen. Zijn ogen werden vochtig toen hij zijn gezicht tegen haar schouder drukte.
      Ze draaide zich om. Even dacht hij dat ze hem weg zou duwen, daarna legde ze haar wang tegen zijn borst en sloeg haar armen om hem heen. Hij sloot zijn ogen terwijl hij haar vasthield, haar haren kuste. Als vanouds smolten hun lichamen naar elkaar, ze waren als twee helften die precies tegen elkaar pasten. Er waren zoveel dingen die hij tegen haar wilde zeggen, en tegelijkertijd had hij het gevoel dat niets daarvan nieuw was. En dus bleef hij stil, want het was een prettige stilte.
      ‘Je moet wat proberen te eten,’ zei ze uiteindelijk zachtjes.
      ‘Ik wil je niet loslaten,’ murmelde hij in haar haren.
      Ze keek op, legde haar hand tegen zijn wang. ‘Ik ga nergens heen, Juan. Zolang je bij mij blijft, blijf ik bij jou.’
      Hij boog zijn hoofd, leunde met zijn voorhoofd tegen dat van haar. Maar wat graag zou hij willen zeggen dat hij nooit meer bij haar wegging, maar hij wist niet of hij die belofte kon waarmaken. Zijn leven voelde als een sportwedstrijd waarbij de blessuretijd was ingegaan.
      Uiteindelijk liet hij haar los en ging aan tafel zitten. Hij had honger, de misselijkheid was echter nog niet helemaal weggetrokken en dus at hij met kleine beetjes. June zat naast hem. Ze staarde naar buiten, diep in gedachten verzonken. Ze zag er bezorgd uit, zelfs een beetje bang.
      Hij wist niet goed hoe hij ernaar moest vragen. Wat het ook was dat haar gedachten bezwaarde: hij was de reden. Toen ze tijdens het hele ontbijt geen woord tegen hem gezegd had, legde hij toch aarzelend een hand op haar knie.
      ‘Gaat het?’ vroeg hij zacht.
      Ze leek te schrikken van zijn aanraking. Vlug trok hij zijn hand weg.
      Zuchtend draaide zich naar hem toe. ‘Herinner je je dat je gisteren met Rafi hebt gesproken? In de schuur?’
      Langzaam schudde hij zijn hoofd. ‘Ik weet dat ik met hem gepraat heb, of hem in elk geval heb gezien… maar verder niets.’
      June nam een slokje van haar thee en tuurde toen in de bruine vloeistof. ‘Je hebt hem verteld dat je zijn vader bent.’
      Het was maar goed dat Juice zelf geen warme drank in zijn handen had, anders had hij die geheid laten vallen. ‘W-wat?’
      ‘Emilio heeft hem vanochtend gesproken. Hij zei tegen me dat Rafi het huis uit is gestormd nadat hij zei dat jij gezegd had dat Emilio en jij met elkaar hadden gezoend en dat je zijn vader was.’
      ‘Fuck.’ Grommend wreef Juice over zijn gezicht.
      ‘Hij zal antwoorden willen, Juan. Zodra hij uitgeraasd is.’
      ‘Ja.’ Hij zuchtte diep. ‘Dan moeten we hem die maar geven.’ Hij pakte Junes hand vast en gaf een kneepje. ‘Jij hebt alles gedaan wat een goede moeder zou doen, lieverd. Ik weet niet of hij mij ooit nog wil spreken, maar er is niets wat hij jou kwalijk kan nemen. Je wilde hem een vader geven om trots op te zijn. Iets wat wij niet hadden, iets wat wij altijd in ons hebben meegedragen.’
      Ze keek naar hem op. Hij las de vrees in haar ogen. ‘Ik hoop dat hij dat ook inziet.’
      ‘Natuurlijk. Hij weet dat je niets dan liefde in je hart hebt. Ieder die jouw kent, weet dat.’

. . .


Rafi zat op een muurtje aan de rand van een grote houtopslag. Er was geen specifieke reden dat hij hier zat. Na een halfuur te hebben gelopen wilde hij gewoon ergens neerploffen.
      Hij staarde naar de grond, niet wetend wat hij moest doen. Hij kon naar Mitchell toe gaan, maar die sliep vast nog. In zijn eigen bed of die van zijn vriendin. Hij had helemaal geen zin om zijn vriend te vertellen wat er gisterennacht was gebeurd – en dat hij net had ontdekt dat zijn moeder al zijn hele leven tegen hem gelogen had. Zijn vader leefde nog.
      Hij was helemaal geen heldhaftige dood gestorven, hij was een dronken klootzak. Vaak had hij ervan gedroomd dat zijn vader tóch nog in leven was; nu wilde hij niets liever dan dat hij dood was. Dat alles weer normaal werd.
      Hoe langer hij alles overdacht, hoe zwaarder zijn schouders gingen voelen. Misschien moest hij het niet langer uitstellen. Hij was geneigd om confrontaties uit de weg te gaan, maar alleen wanneer het hem iets kon opleveren. Nu niet. Dit probleem ging niet vanzelf weg. Hij kon zo ver weg rennen als hij wilde: die Juan zou er niet mee uit zijn leven verdwijnen.
      Hij slenterde terug naar huis, zijn handen diep in zijn zakken tot vuisten gebald. Zenuwen wervelden door hem heen, zonder dat hij wist waarom. Híj had niets verkeerd gedaan. En toch voelde het op de een of andere manier wel zo.
      Juan zat naast zijn moeder aan de keukentafel, merkte hij toen hij de achterdeur opendeed. Hij klemde zijn kiezen op elkaar toen hij zag dat ze hun handen vlug bij elkaar vandaan trokken. Te laat. Dachten ze dat hij achterlijk was?
      Hij was nog nooit zo teleurgesteld in zijn moeder geweest. Waarom deed ze dit? Ze had een coole vriend. In het begin had hij erg aan Emilio moeten wennen, maar nu vond hij het fijn dat hij bij hen woonde en hij wenste dat de man zijn echte vader was geweest. Hij was degene die kwam kijken als hij met zijn bandje optreedde, die hem meenam naar footbalwedstrijden, die hem advies gaf over meisjes en andere dingen.
      Zwijgend ging hij tegenover de twee zitten. Juan staarde naar de tafel, zijn moeder keek hem ook niet aan. In elk geval voelde ze zich schuldig.
      ‘Dus, jij bent mijn vader?’
      Als zij niets gingen zeggen, gooide hij het wel op tafel. Misschien zat hij ernaast, misschien had Emilio het verkeerd begrepen of…
      ‘Ja.’
      Met die twee letters haalde hij ferm uit naar alles wat Rafi had gedacht te zijn. Een jongen zonder vader, de zoon van iemand die al vroeg was gestorven.
      Juan zuchtte, plantte zijn ellebogen op tafel en wreef in zijn gezicht. ‘Ik wist niet dat June zwanger was toen ik wegging,’ zei hij toen. ‘Dat ontdekte ik pas toen ik hier kwam.’
      Right. Rafi had geen idee of hij hem moest geloven. Of hij hem wílde geloven. Hem gewoon vanuit de grond van zijn hart haten voelde het makkelijkst. Dat was een emotie die hem kracht gaf, in plaats van hem een zwak gevoel gaf.
      Hij keek zijn moeder aan. ‘Waarom heb je niet gewoon verteld dat mijn pa niet van mij afwist? Ik had hem kunnen zoeken.’
      Ze keek hem verdrietig aan. Ondanks alles vond hij het naar voor haar. ‘Juan en ik waren al vijf jaar samen. Op een dag verdween hij gewoon. In het begin was ik doodongerust, vlak daarna vertelde zijn zus me dat hij een ander had. Het brak mijn hart. Ik begreep niet waarom hij nooit het fatsoen had om me dat te vertellen. Later begon ik me af te vragen of hij toen al wist dat ik zwanger was. Ik voelde me al een tijdje niet lekker voordat ik doorhad waar het door kwam. Ik dacht dat hij misschien was weggegaan omdat hij geen kind wilde.’ Ze sloeg haar ogen neer en zuchtte zachtjes. ‘Juan is zonder vader opgegroeid, die verliet hun gezin bij zijn geboorte. Mijn eigen vader verliet ons gezin toen ik veertien was. Het tekende ons, Rafi. Het gevoel dat je vader niet van je houdt… Het heeft me mijn hele leven lang onzeker gemaakt – en Juan ook. We hadden daardoor beiden verlatingsangst – hebben dat nog steeds. Ik wilde dat niet voor jou. Ik wilde niet dat je zou gaan denken dat je vader jou niet wilde, dat hij daarom is weggegaan. Die onrust, die pijn… het zou je tekenen zoals het ons getekend heeft. In plaats daarvan wilde ik dat je een vader had naar wie je kon opkijken. Dus vertelde ik je over je oom, Mateo. Hij stierf op zijn tweeëntwintigste toen er iemand op ons begon te schieten en hij ons met zijn lichaam afschermde.’
      Rafi tuurde naar zijn vingers. Wat hij moest zeggen wist hij niet. Ze had hem pijn willen besparen, en hij snapte dat… Maar het nam niet weg dat hij al zijn hele leven een vader had gehad die van niets wist. Dat hij om een man rouwde die hem het leven helemaal niet geschonken had.
      Hij sloeg zijn ogen op naar Juan. ‘Waarom verdween je?’
      De man had tranen in zijn ogen. Zijn ademhaling ging snel en hij zag dat zijn moeder geruststellend over zijn rug wreef, alsof híj hier het kind was.
      ‘Ik was heel close met mijn broer. Hij was mijn beste vriend, degene op wie ik altijd kon rekenen. Een vader had ik niet, hij heeft altijd voor me gezorgd…’ Hij slikte. ‘Zijn dood maakte me kapot. Vulde me met haat. Ik wilde maar één ding en dat was hem wreken. En dat deed ik. Ik schoot zijn moordenaar dood, zonder te weten dat ik mijn hand in een wespennest stak. Diezelfde avond ontdekte ik dat hij bij de mafia zat. Ik wist dat ze me zouden opjagen, dat ze me zouden doden. Ik werd letterlijk achtervolgd, terug naar huis gaan kon ik niet. Ik was als de dood dat ze June iets zouden aandoen en ik wilde haar ook niet meesleuren op mijn zinloze vlucht. Ze had haar familie, haar zusjes… Ik wist dat ik haar hart brak, maar ik geloofde dat ze wel weer opnieuw verliefd zou worden. Zonder mij was ze in elk geval veilig, kon ze gaan studeren… Niet wetend dat ze zwanger was en dat anders heel anders liep dan gedacht.’ Hij haalde beverig adem. ‘Ik liet alles achter, belde eenmalig mijn zus om haar te vertellen dat ze ervoor moest zorgen dat June me niet zou gaan zoeken. Ik wist dat de mafia haar zou vinden en haar in de gaten zou houden, dat ze zodra ze een manier hadden om met mij te communiceren haar als gijzelaar zouden gebruiken. De enige manier om haar te beschermen was door volledig te verdwijnen.’
      Rafi was stil door zijn verhaal. Het klonk zo onwerkelijk… Zo als iets wat uit een film zou kunnen komen. Hij keek naar de gebroken man tegenover hem, maar het was moeilijk om een moordenaar in hem te zien. Misschien was dat ook wel de reden dat hij zo gebroken was.
      ‘En het kwam nooit in je op om later naar haar te gaan zoeken?’ vroeg hij zacht. ‘Waarom nu pas, na vijftien jaar?’
      ‘De eerste vijf jaar durfde ik het niet, bang dat ze nog steeds in de gaten werd gehouden. Daarna werd de stap steeds groter. Ik overtuigde mezelf ervan dat ze over me heen was, dat ze een andere man had gevonden die haar gelukkig maakte. Ze verdiende beter, ze verdient nog steeds beter.’ Zijn emotionele ogen rustten in die van Rafi. ‘Maar als ik van jou had geweten jongen… Ik heb nooit gewild dat mijn kind zonder een vader zou opgroeien. Juist omdat ik die leegte, die onzekerheid ken. Als ik het had geweten, had ik naar een manier gezocht om contact met je te hebben. Al was het maar per post.’
      Rafi slikte. De tranen brandden in zijn ogen.
      Hij wist niet wat hij hiermee moest, waar hij met zijn emoties naartoe moest. Een deel van hem wilde deze fragiele man omarmen, die alles had opgegeven om zijn moeder veilig te houden. En ander deel van hem wilde hem nog steeds wegduwen en wenste dat hij altijd was weggebleven.
      ‘Waarom zocht je ons toch op?’ mompelde hij.
      ‘Je moeder opgeven is het moeilijkste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan. Er ging geen dag voorbij dat ik er geen spijt van had, dat ik mezelf vervloekte omdat ik zo graag Mateo wilde wreken dat ik niet inzag hoe het haar leven zou gaan verwoesten. Ik weet dat mijn dagen geteld zijn. Dat ik niet lang meer te leven heb. Ik wilde haar een laatste keer zien om innerlijke vrede te vinden, door te zien dat ze nu gelukkig was. Dat mijn besluit wijs was geweest.’
      Kippenvel kroop over zijn armen. Zijn dagen waren geteld? Was hij daarom zo gebroken? ‘Ben je terminaal ziek?’
      Juan schudde zijn hoofd en keek hem peinzend aan, daarna wierp hij een vragende blik op June.
      Die knikte zachtjes. ‘Vertel het hem maar.’
      ‘Goed.’ Hij schraapte zijn keel. ‘Ik ben niet ziek. Ik ben wel… een gezocht man. Door zowel de politie als mijn voormalige club.’ Hij zocht naar woorden, keek naar zijn lege glas. June zag het en vulde het in de keuken, waarna Juan het dankbaar aanpakte. ‘Ik vluchtte naar Californië. Daar kwam ik in aanraking met de Sons of Anarchy, een motorclub.’
      ‘Meer een soort gang, toch?’ mompelde hij. Hij had er weleens van gehoord. Een vriendin van zijn ouders was betrokken bij zo’n club.
      ‘Ja,’ mompelde Juan. ‘Ze konden wel iemand gebruiken die goed met computers was. Hacken en dat soort shit. In ruil daarvoor boden ze me bescherming. Het was geen makkelijk leven. Veel geweld, veel illegale shit. Ik heb drie keer een periode in de gevangenis gezeten, ben daar bijna doodgestoken, heb heel veel broeders verloren.’ Hij boog zijn hoofd. ‘Ze waren alles wat ik had. Ik was als de dood om hen kwijt te raken. Daardoor was ik makkelijk te manipuleren, deed ik dingen die ik niet had moeten doen… Ik kreeg een nieuwe kans, werd daarna door mijn president aan een lijntje gehouden. Moest de vuile klusjes opknappen, dingen die ik niet wilde dingen die…’ Hij slikte. ‘Dingen die me opbraken. Uiteindelijk stond ik er alleen voor, iedereen kotste me uit, wil me dood hebben. Ik probeerde daar vrede mee te hebben… maar dat lukte niet omdat… omdat ik steeds maar weer aan je moeder bleef denken. Ik wilde haar gewoon nog één keer zien… zien dat ze gelukkig was. Maar toen bleek ik ineens een zoon te hebben…’ Hij bewoog zijn hand iets, alsof hij die van Rafi wilde vastpakken. Hij voelde zich opgelucht toen de man het niet deed. ‘Ik weet niet hoelang ik hier kan blijven. Je hebt E… Ik zag niet in waarom je een mislukkeling als mij zou willen leren kennen. Je moeder en E haalden me toch over om hier een tijdje te blijven en als ik een tijdje je oom bleef, dan kon ik je toch leren kennen en besluiten of de waarheid je iets goeds zou brengen of niet. Maar goed. Zo ging het dus niet helemaal.’
      Rafi liet de woorden op zich inwerken. Het was veel te veel bizarre informatie om het allemaal te laten bezinken. Zijn vader was een gezochte crimineel, had een gestoorde motorbende achter zich aan…
      ‘Zijn we hier veilig?’ vroeg hij zacht.
      ‘Ja. We leven volgens een code. Onschuldige burgers hebben niets te vrezen. Als ze me vinden, zullen ze alleen mij meenemen.’
      ‘En dan zullen ze je doden.’
      ‘Waarschijnlijk,’ mompelde hij. ‘Of me de gevangenis insturen en me daar aan mijn lot overlaten. Wat – zonder bescherming – op hetzelfde zal neerkomen.’
      Er viel een lange, zware stilte. Wat werd er nu van hem verwacht? Moest hij zeggen of hij zijn vader een kans wilde geven, of hij wilde dat hij oprotte? Hij wist niet wat hij wilde, zijn hoofd was een chaos.
      Hij was misselijk en tranen brandden in zijn ogen. Plotseling braken zijn emoties door en begon hij te huilen. Hij vond het oneerlijk dat hij zijn vader zijn hele leven lang had moeten missen, vooral omdat niemand hiervoor had gekozen, omdat het voelde alsof ze allemaal een slachtoffer waren en toch ook allemaal schuld hadden.
      Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht terwijl zijn schouders schokten. Hij hoorde dat er een stoel naar achteren was gekomen. Even dacht hij zijn moeders omhelzing te ontvangen, toen voelde hij een grotere hand op zijn schouder, aarzelend.
      ‘Het spijt me Rafi,’ zei zijn vader met een trillende stem. ‘Je hebt geen idee hoe graag ik gewild had dat alles anders was gelopen.’
      Rafi schoot overeind. ‘Raak me niet aan!’ schreeuwde hij.
      Hij kreeg geen adem, wankelde. Zijn vingers knepen in de stof van Juans shirt; hij wilde hem weg duwen. Het was alsof zijn armen alle kracht waren verloren, in plaats daarvan duwde hij snikkend zijn gezicht tegen de schouder van zijn vader. Huilend klapte hij zich aan de man vast, die hij tegelijk wilde haten en liefhebben.
      Hij voelde hoe Juan zijn armen om hen heen sloeg en stevig vasthield. Het joeg een steek door zijn hart. Dus zo voelde het, een omhelzing van een vader. Niemand behalve zijn moeder had hem ooit zo vastgehouden, en ondanks dat zijn vader zelf een emotioneel wrak was, voelden zijn armen sterk en beschermend.
      Een klein beetje hoop glipte zijn hart binnen.
      Misschien kon het. Misschien kon hij echt een vader hebben.
      Nooit had hij geweten dat hij daar zo naar hunkerde, maar op dit moment voelde hij het in iedere vezel van zijn lijf.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen