1943, London, England

Aziraphale sliep. Toen hij eindelijk wakker werd, wenste hij dat hij nog sliep. Zijn hart kneep net zo hard samen als zijn ogen tegen het plotselinge zonlicht.
      I love you
      Misschien had Crowley gelijk, misschien was hij echt een idioot. Maar hij was zo gelukkig geweest, het gewicht van de boeken tegen zijn borst geklemd was een herinnering dat de Demon om hem gaf. Niet alleen om hem, hij gaf er genoeg om dat hij de boeken die zoveel voor hem betekenden te redden, terwijl Aziraphale zelf alleen maar aan had gedacht om hen beiden te redden.
      Hij had het kunnen weten. Als Crowley van hem hield, had hij het moeten voelen en hij had het gemerkt na al die jaren. Hij controleerde het om de zoveel tijd, wanhopig, zijn Grace zachtjes porren en zijn hart die elke keer iets meer brak als er niks veranderd was. En nu was het allemaal voorbij. De Demon wist hoe hij zich voelde en had hem afgewezen. Aziraphale wilde dat hij niks had gezegd.
      Hij sjokte van de trap af, zijn benen voelden als houten stompen, richting het kleine keukentje achter in zijn boekenwinkel. Er lag een bruine zak op tafel met de naam van zijn favoriete Franse bakker erop en hij gaf het een vluchtige blik. Die was er gisteren nog niet geweest, maar gisteren was op dit moment wazig. Hij herinnerde zich dat hij op de bank zat, glas na glas om het bloed in zijn lichaam te vervangen met wijn. Crowley was daar ook, ze hadden handen vastgehouden. Hij kreunde.
      Wat voor Engel was hij nou? Hij betoog zijn liefde en liet degene die hem had afgewezen hem verzorgen terwijl hij om diezelfde afwijzing rouwde. Kende hij geen schaamte? Hij snapte best dat Crowley er niet was, hij zou waarschijnlijk niet eens in dezelfde stad willen zijn. Zijn ongelijk werd echter bewezen met een zacht gekuch.
      “Ik zie dat je eindelijk wakker bent.”
      Crowley was boos op hem. De Demon leunde tegen de deur, een identieke bruine zak in zijn handen, een lege uitdrukking op zijn gezicht. Voor ieder ander zou hij er onverschillig uit hebben gezien, maar Aziraphale zag de bijna onwaarneembare ontzetting op zijn gezicht, voelde zijn ogen branden achter zijn zonnebril en zag hoe zijn vingers de zak strakker vast grepen. De Engel had gezegd dat hij van hem hield en nu was Crowley boos op hem. Hij gaf zichzelf een uitbrander, waarom was hij verbaasd? De Demon had hem bijna alles gegeven wat hij wilde, had voor hem gezorgd, had hem zo vaak gered en Aziraphale had het verpest door het ene te vragen dat de ander gewoon niet kon geven.
      “Laten we je iets te eten geven.”
      Crowley maakte nog steeds geen aanstalten om dichterbij te komen en het zorgde ervoor dat iets in Aziraphale zich ijskoud voelde. Hij schoot een smekende blik naar de bruine op de tafel. Het idee om hier te blijven, in zijn kleine keuken, alleen met Crowley, beangstigende hem. Maar het was beter dan het idee om naar buiten te gaan, waar Aziraphale zichzelf dwong om te eten en Crowley hem aankeek vol medelijden, terwijl hij de Engel vertelde dat wat hij wilde onmogelijk was. Oh, misschien zou hij huilen. Hij wilde niet publiekelijk huilen. Crowley trok een wenkbrauw op, zijn gelaatstrekken, die de Engel altijd als zacht gezien had, leken nu steenhard.
      “Dat ligt er al een paar dagen, je kan het beter weggooien.”
      Er was iets scherps in zijn stem te horen, iets dat dwars door zijn hart heen sneed. Hij wilde niet dat het zo zou zijn tussen hen. God, hij wilde gewoon… hij wilde gewoon zijn vriend terug. Crowley’s woorden drongen eindelijk tot het functionerende gedeelte van hem door en hij staarde naar hem.
      “Wat bedoel je, een paar dagen? Ik heb maar een paar uur geslapen,” kraste hij, zijn stem raspend en pijnlijk.
      Alsof hij zijn stem al een tijdje niet gebruikt had. Maar dat kon niet waar zijn, als hij zo lang had geslapen had hij vast wel iets gemerkt. Hij keek rond, zijn keuken zag er nog precies hetzelfde uit.
      “Wat dacht je van vier maanden.”
      Crowley’s masker brak eindelijk met die woorden, zijn gezicht vertrok met iets van wanhoop. Aziraphale’s ogen werden groter en hij opende zijn mond, klaar om ertegenin te gaan, maar de Demon had zich omgedraaid om weg te gaan. Zijn loopje was vermoeid, zijn sinful swagger weg en het gezwaai van zijn heupen leken een nagedachte. De Engel vroeg zich af of hij ter plaatse zou beginnen met huilen.
      Maar dat deed hij niet. Niet toen Crowley de deur van de Bentley voor hem opende, zoals hij al zo vaak gedaan had, maar het nu aanvoelde als de doodstraf. Zelfs niet toen de hand op zijn onderrug hem de bakkerij in stuurde, de aanraking brandend als hellevuur.
      Aziraphale bestelde thee, Earl Gray, en Crowley staarde naar hem. Hij bedacht zich dat hij alles terug kon nemen, zijn excuses kon aanbieden en beloven dat hij zijn liefde nooit meer hardop zou uitspreken. Hij was nooit een lafaard geweest, maar dit ging verder dan dat. Verder dan trots en het beschermen van zijn eigen gevoelens. Het was een kwestie om Crowley aan zijn zijde te houden. Zoals een arm verweesd kind stond hij niet boven het genoegen nemen met de kliekjes van de Demons genegenheid. Nee, hij zou zich erop verheugen en er een feestmaal van maken.
      “Crowley,” klonk het zwak.
      Zijn vriend deinsde achteruit, weg van de uitgestoken hand van Aziraphale.
      “Ik geef om je,” zei de Demon en het klonk alsof hij de woorden uit zijn keel moest forceren.
      Op elke andere dag zouden deze woorden ervoor gezorgd hebben dat zijn hart een sprongetje zou maken. Het was alles waarvan hij gedroomd had in de donkere nachten waarop alcohol hem ervan overtuigde dat hij een kans had. Crowley die om hem gaf betekende lome kussen, luie middagen op de bank, tegen elkaar aan, met aanrakingen die niet gestolen voelden. Het betekende dat Aziraphale zich voelde alsof de andere helft van zijn ziel niet miste.
      Maar zijn hart stotterde om een hele andere reden. Crowley die om hem gaf, als een reactie op de Engel die hem vertelde dat hij van hem hield, dat brandde enkel als een afwijzing. Alles voelde zwaar aan.
      “Dat weet ik, dear boy,” zei hij teder, zijn gezicht smolt in een oprechte glimlach.
      Hij wist het. Crowley was zijn beste en meest dierbare vriend voor millennia nu. De Demon was er altijd voor hem geweest, hielp hem, luisterde naar hem, zorgde voor hem. Het was meer dan Aziraphale op kon hopen, zeker weten meer dan hij had kunnen verwachten van een Demon, zelfs eentje die zo slecht was in een Demon zijn als Crowley.
      Crowley had zijn zonnebril afgedaan en de Engel kon hem niet aankijken. Er lag pijn in zijn gele ogen, maar hetgeen dat hem liet pauzeren was de schaamte die hij zag. Zoiets had hij nog nooit gezien bij hem. Crowley had wel eens nerveus geleken wanneer hij betrapt werd op een goede daad, maar hij had er nog nooit uitgezien alsof hij persoonlijk alles tussen hen verpest had. Als iemand dat gedaan had, was het Aziraphale wel. Hij voelde iets scheuren in zijn lichaam, iets zo breekbaar dat zijn ogen brandden van de pijn.
      “Alsjeblieft,” smeekte hij wanhopig.
      Hij wist niet waarvoor hij smeekte, maar Crowley zou het weten. Hij wist het altijd en hij zou het beter maken. Het was verachtelijk hoe hij, alweer, op hem steunde na alles wat er gebeurd was. Aziraphale was verachtelijk en plotseling was het teveel. Hij kon het niet stoppen. Zijn schouders zakten plotseling, zijn hoofd zakte mee en hij stortte in, zachtjes maar geluidloos schuddend. Crowley legde zijn hand op die van hem en kneep er zachtjes in om hem te troosten. Het zorgde er echter alleen maar voor dat de Engel zich slechter voelde.
      “Het is niet jouw schuld,” slaagde hij door zijn bevende lippen te zeggen. De Engel dacht niet dat de ander er verantwoordelijk voor was dat hij zich zo voelde. De Demon moest dit weten. “Ik geef jou niet de schuld.”
      De zonnebril werd weer op zijn gezicht gezet en voor de eerste keer kon zelfs de Engel zijn gezichtsuitdrukking niet lezen. Een zwakke glimlach strekte zich uit over smalle lippen terwijl de Demon opstond. De Engel voelde zich plotseling zo alleen.
      “Natuurlijk doe je dat niet, Aziraphale.”
      Zijn naam, waar hij normaal gesproken Angel gebruikte, bleef in de lucht hangen, lang nadat Crowley weg was.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen