Warning: 16+ content

Het voelde alsof zijn hele wezen gevuld was met woede. Een withete woede die door zijn lichaam kolkte en de Demon in zich weer wakker maakte. Hij had de Engel gewoon met rust gelaten als hij dat gewoon gevraagd had. Had hij gezegd dat hij op moest rotten zoals een normaal persoon gedaan had, dan was hij weggeweest. Hij had immers nooit nee leren zeggen tegen zijn Engel. In plaats daarvan had hij met hem gespeeld, met zijn gevoelens gespeeld, terwijl hij wist wat het met hem deed. Hij had nooit eerder gezind op wraak als het om Aziraphale ging, maar nu kwam hij wel erg dichtbij. Hij wilde hem laten voelen zoals hij zich nu voelde.
      Hij was er zo zeker van dat zijn Engel puur was en hem enkel gaf wat hij zo graag wilde hebben, maar nu was hij daar niet zo zeker meer van. Het voelde alsof hij hem strafte voor het feit dat hij in zijn nabijheid was en hem liet weten waarom hij weg was gegaan zonder te spreken. Hij liet hem weten dat hij genoeg had van Crowley en er genoeg van had om op zijn gevoelens te letten. Ze konden geen vrienden meer zijn, duidelijk. Hij had de memo gekregen.
      Crowley deed wat alle Demons goed kunnen, op de loer liggen. Teruggetrokken in de schaduwen bewoog hij zich alsof hij er deel van uitmaakte. Het oeroude beest in zijn borst was wakker gemaakt en het voelde alsof 6000 jaar ongedaan gemaakt was en hij teruggebracht was naar de Engel die net Gevallen was, een nieuwe Demon vol met haat en woede. Hij hield zich stil en volgde Aziraphale. Hij was erg vaak bij de jongeman in de buurt waarmee hij hem samen gezien had de eerste keer en hij kon jaloezie ook aan de lijst met emoties toevoegen nu.
      Het werd al snel duidelijk waarom de twee zo vaak afspraken. De jongeman, genaamd Virgil, kwam pas uit een afkickkliniek en Aziraphale was hier om hem te helpen. Natuurlijk was hij hier om te helpen, dat was nou eenmaal wie hij was. Ze spendeerde alleen zoveel tijd samen en Virgil was duidelijk smoorverliefd. Hij zag het in zijn ogen, hoe hij Aziraphale’s arm aanraakte, hoe dichtbij hij zat. De Engel had het door en hij zei er niks van. Hij was niet alleen beleefd, hij liet het toe, hij ging zelf iets dichterbij zitten.

Crowley wist wat hem te doen stond en hij wist ook dat het niet moeilijk zou worden. Hij wist alleen nog niet helemaal hoe ver hij zou gaan. Het moeilijkste was nog om de man, Virgil, alleen te treffen op de juiste plek en de juiste tijd waarbij ze het niet riskeerde om Aziraphale te snel tegen het lijf te lopen. Crowley voelde zich een beetje roestig en had tijd nodig om dit goed te doen. Ten slotte zag hij hem in een koffietentje en besloot hij zijn slag te slaan.
      “Wat een weer,” zuchtte Crowley, nadat hij zijn (veel te dure) koffie had en naast Virgil aan een tafeltje ging zitten. Buiten regende het, typisch Engels lenteweer.
      “Hm, uh, ja,” had Virgil geantwoord, afwezig, voordat hij naar Crowley keek en hem herkende. “Jij bent die kennis van Zira, we kwamen je laatst tegen.”
      Oef, dat stak. Schijnbaar was hij enkel een kennis. Crowley liet hier echter niks van mensen en liet een duistere glimlach over zijn gezicht glijden.
      “Dat klopt. Ik ben Anthony,” stelde hij zichzelf voor een stak zijn hand vriendelijk vooruit.
      “Virgil,” nam hij zijn hand aan, maar met een ongemakkelijke blik op zijn gezicht.
      “Dus wat heeft die oude man allemaal over mij verteld?” vroeg Crowley.
      Virgil keek bedenkelijk. “Eigenlijk niks,” zei hij schouderophalend. “Sprak geen woord over jullie ontmoeting die avond.”
      Het oeroude beest in zijn borst voedde zich met deze woorden. Crowley besloot er geen doekjes om te wikkelen en zijn verleiding snel uit te voeren. Ex-verslaafden waren niet moeilijk, hij hoefde enkel zijn hand kort aan te raken en suggestief wat woordjes te fluisteren naar hem, woorden die zich diep in zijn hersens wurmde en hun onderkomen zochten in zijn gedachten. De blik van Virgil veranderde gelijk in iets waarin Crowley zichzelf kon herkennen. Smachtend, ongeduldig, hongerig. Zijn lippen krulden zelfvoldaan omhoog, maar het was nog niet genoeg om te man volledig te overtuigen.
      Weet je nog hoe goed het voelt? Hoe makkelijk je alles kan vergeten? Maar een klein beetje, dat maakt niks uit, echt niet. Ik beloof het.
      Een kleine trigger in zijn herinneringen naar de beste momenten die hij gehad had terwijl hij high was van de cocaïne. Het was misschien een beetje valsspelen om deze herinneringen boven te halen, maar Crowley had geen zin om er een heel spektakel van te maken en er teveel energie in te stoppen. Hij was liever lui dan moe, net de reden waarom hij vaak zei dat hij bepaalde dingen gedaan had, terwijl het de mens was die zo verdorven was om het zelf te bedenken.
      “Laten we gaan,” zei Crowley suggestief toen hij de wanhoop in zijn ogen zag. “Ik heb wat voor je. Gewoon een klein beetje, deze ene keer.”
      Tot zijn genoegen stemde de jongeman ermee in en met een paar kleine duwtjes in de goede richting verdwenen ze naar zijn appartement. Crowley zelf had geen moeite gedaan om een plek te vinden hier, hij hoefde op zich toch niet te slapen. Het appartement van Virgil was klein en bevond zich boven een boekenwinkeltje (nu wist hij ook hoe hij Aziraphale had leren kennen) net buiten het centrum van de stad. Hij had weinig meubelen en het was rommelig, onverzorgd.
      Met een simpele beweging van zijn hand verscheen er een klein zakje met een wit poeder, dat hij tussen ring en wijsvinger liet zien. Vanaf daar ging alles heel makkelijk. Een paar lijntjes hier en daar, zelfs voor hemzelf want hij had dat tenminste verdient, gevolgd door kleine aanrakingen, dichterbij komen en de suggestie dat hij geïnteresseerd was in een beetje meer. Het was niet moeilijk om de jongeman op te winden in deze staat. Hij duwde zijn heup suggestief tegen hem aan, zijn vingers in de lussen van zijn riem gestoken. Oh, Virgil was zo plooibaar en gedwee dat hij al snel op zijn knieën zonk terwijl Crowley de knoop van zijn broek opende. De gulzige mond van de jongen omvatte hem al snel, maar het deed hem minder dan hij verwacht had. Het was wel goed, daar niet van. De hand van Demon gleed in het haar van Virgil om hem bij te sturen.
      Dit was op zich niks nieuws voor Crowley, sinds hij een Demon van verleiding was en zo. Hij was wel vaker de ontvangende partij en was wel eens de gevende partij geweest. Uiteraard was hij vaak genoeg wel verder gegaan, maar dat was allemaal werk geweest. Hij vond het wel plezierig, maar hetzelfde soort plezier als hard rijden in zijn Bentley door een drukke straat, een goede vintage wijn of toekijken hoe zijn werk zich succesvol ontvouwde. Sinds die ene keer in Frankrijk een paar honderd jaar geleden tijdens een zekere revolutie, had hij er niet echt veel interesse meer in gehad. Dat was een heel ander soort ervaring gehad die hij nooit had verwacht en niet kon repliceren met mensen.
      Hij hoorde de deur van het appartement opengaan en er kwam iemand naar binnen. Crowley had ervoor gezorgd dat de drugs duidelijk zichtbaar was als je de kamer inliep. Hij leunde zelf tegen een bureau, naast hem waren de residuen van het witte poeder nog zichtbaar. Zijn broek hing op zijn enkels.
      “Virgil, je was niet op onze vaste plek, is alles go-”
      Aziraphale klonk bezorgd en kwam de hoek om. Virgil had het niet eens door, die was ver heen door de coke en te druk bezig. Crowley richtte zijn gele ogen op de blauwe ogen van de Engel over de rand van zijn zonnebril, een stuk langer dan nodig geweest was. Aziraphale’s mond zakte open met schok, voordat zijn blik veranderde in iets pijnlijks. Ooit had Crowley gezworen dat hij nooit meer de reden wilde zijn dat de Engel zo keek, maar nu deed hij het expres. Zodra hij dacht zag, kreunde hij zacht en liet hij zijn hoofd naar achter rollen in genot. Hij had verwacht dat de Engel weg zou gaan bij dit aanzicht.
      “Crowley,” klonk het zacht door de kamer heen, een stem zo doordrenkt met pijn dat hij het kon voelen alsof de pijn die van hem was. Iets dat waarschijnlijk ook zo was.
      Crowley’s wraak was niet zoet geweest, het was bitter en verachtelijk en hij had er spijt van zodra hij die stem hoorde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen