Foto bij Scar 121

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik kijk naar haar slapende gezicht, nog altijd krijtwit van angst. Ja, er is zeker iets misgegaan. De vraag is alleen wat.

Op een gegeven moment valt mijn blik op een boek dat op de grond ligt, alsof ze ermee gegooid heeft. Het ligt te ver weg om te kunnen zien wat het is, dus ik wacht tot ik zeker weet dat Paige niet wakker zal worden en kom dan overeind. Ik loop naar het boek toe en raap het van de grond. Ik draai het een paar keer rond in mijn handen. Met een frons op mijn gezicht richt ik me uiteindelijk op de kaft. Het is Hemellichamen van Jack Lockley. Het is een vrij bekende schrijver. Ik heb ook een hoop van zijn boeken in mijn kast liggen. Zijn verhalen staan erom bekend om relatief veel geweld te bevatten, maar ik heb dit boek ook gelezen en voor zover ik me kan herinneren komt er geen verkrachtingsscène in voor die haar eraan heeft kunnen laten denken. Maar misschien denk ik te simpel. Het hoeft niet direct ergens te staan om herinneringen bij haar op te roepen. Hailey wordt bijvoorbeeld onrustig wanneer ze Hugo Boss Orange Man eau de toilette ruikt omdat Dean dat altijd droeg en Dean is in haar instinct onlosmakelijk verbonden met de ervaring van kapotgeslagen worden tot ze nauwelijks meer kan ademen. Misschien was het bij Paige net ook zo. Misschien stond er iets in het boek dat haar deed denken aan wat haar op haar zeventiende overkomen is en ontlokte het een paniekaanval. Wanneer ze weer bedaard is en de angst haar niet meer zo verstikt als zo net, zal ik eens een keer de tijd nemen om met haar de dingen door te lopen die haar net zoals bij Hailey aan de trauma’s uit haar verleden doen denken, zodat ik kan voorkomen dat ze ermee in aanraking komt.
Ik leg het boek op tafel neer en loop weer naar Paige toe. Ik dek haar toe met het dekentje en streel even over haar haar. Ze lijkt er amper op te reageren. Hoewel ze geen overdosis oxazepam genomen heeft, was het wel net even meer dan ze in principe nodig had, dus het zou me niet verbazen als het nog wel even zal duren voor ze weer wakker wordt. Na een korte aarzeling begin ik maar vast te koken, zodat Paige meteen kan eten als ze zo dadelijk honger heeft. Als het te lang duurt voordat ze wakker wordt zet ik het wel even in de koelkast en warm ik het later wel op.
Ik zoek wat door haar kastjes en schraap de ingrediënten voor pasta fagioli bijeen, omdat ik daar maar één pan voor nodig heb en het makkelijk warm te houden is.
Net tegen de tijd wanneer alles klaar is en ik de pan op het laagst mogelijke vuurtje heb gezet, hoor ik geluid achter me en zie ik dat Paige wakker is geworden. Ze gaat rechtop zitten en masseert haar slapen even. Haar ogen zijn gesloten en er ligt een gekwelde frons op haar gezicht.
'Hi, liefje,' zeg ik, waardoor ze naar me op kijkt. Ik loop met een glas water en een paracetamol naar haar toe en geef het aan haar. Ik had al voorspeld dat ze waarschijnlijk hoofdpijn zou hebben. 'Gaat het weer een beetje?'
Ze slaat de pil achterover, neemt een paar slokken water, en knikt. Ik geloof er niets van. Ze zet het glas op de salontafel en kijkt langs me heen naar de keuken, waardoor ze op lijkt te schrikken.
'Je hebt al... oh, ik... H-Hoe laat is het?' weet ze uit te brengen.
'Kwart over zeven,' antwoord ik en ik ga naast haar op de bank zitten. Ik geef een kus tegen haar slaap en wanneer ze er niet ongemakkelijk of angstig van lijkt te worden, laat ik mijn armen om haar heen glijden. Ik laat mijn gezicht tegen haar haar rusten en wieg ons zachtjes heen en weer.
'Nathan, ik...' begint ze met onvaste stem. Ik voel dat ze een paar tranen wegslikt en net wanneer ik denk dat ze niets meer gaat zeggen, zegt ze: 'H-Het spijt me.'
Ik trek mijn hoofd terug zodat ik naar haar kan kijken.
'Paige, lieverd, je hebt niks verkeerd gedaan. Het is jouw schuld niet.'
Ze slikt weer, maar antwoordt niet. Ik denk dat ze niet weet wat ze moet zeggen. Na een korte stilte kom ik overeind en automatisch gaat zij ook staan. Ik pak het boek weer van de salontafel en wend me aarzelend tot Paige, wiens gezicht lijkbleek wordt zodra ze ziet wat ik in mijn handen heb.
'Komt het door iets uit het boek?' vraag ik voorzichtig.
Ik krijg geen antwoord. Ze blijft maar gewoon bevroren naar het papier in mijn handen staren. Haar ogen vullen zich met tranen, maar ze knippert ze niet weg. Ik voel iets heel kouds en kraps in mijn borstkas wanneer ik besef dat ik gelijk moet hebben.
'Paige?' probeer ik zachtjes. Wanneer ik naar haar toe loop, zie ik dat ze haar spieren aanspant. Ze weigert me nog altijd aan te kijken.
Wanneer ik bij haar ben is er één seconde van doodse stilte, en dan komt ze in beweging. Weifelend heft ze haar hand op. Na een korte aarzeling pakt ze het boek uit mijn handen en draait het om, zodat de achterkant naar boven wijst. Er staan een paar quotes op van recensies, en een samenvatting van het verhaal. Onderaan staat een barcode en bovenaan een foto van de auteur. Ik kijk met een frons naar het geheel. Dan hef ik mijn blik op om naar Paige te kijken. Ik zie iets in haar borst oprijzen wanneer ze het weer in zich opneemt, een gil, of een schreeuw, of een snik. Wat het ook is, het blijft achter in haar keel vastzitten en zorgt ervoor dat het even duurt voordat ze weer adem kan halen.
'Paige?' vraag ik weer, zenuwachtiger dan eerst. 'Paige, wat is er?'
Met de wijsvinger van haar vrije hand gebaart ze naar de foto van Jack Lockley. Haar nagel tikt wijzend op het gezicht van de schrijver.
'Hij is het,' antwoordt ze dan eindelijk, zo zachtjes dat ik niet zeker weet of ik het wel goed verstaan heb.
'W-Wat bedoel je?' sputter ik.
Ze kijkt naar me op, haar grijze ogen gevuld met afgrijzen en angst en misselijkheid. Ik heb haar nog nooit zo bleek gezien.
H-Hij is... Hij is degene die mij... Hij...' Ze slaagt er niet in om het over haar lippen te persen, maar het besef vormt zich als een steen op mijn maag en ik ben doodsbang dat ik begrijp wat ze bedoelt.
'Bedoel je... Hij... Hij is degene die je... die je verkracht heeft...?' vraag ik en ze knikt. 'Weet... Paige, weet je het zeker?'
Ze lijkt heel onvast op haar voeten te staan wanneer ze knikt ter bevestiging, bijna alsof ze elk moment om kan vallen.
'H-Hij is het,' herhaalt ze weer.
'Zeker?' vraag ik opnieuw, ook al weet ik dat ze niet liegt.
Ze knikt weer. 'I-Ik zou zijn gezicht niet zijn vergeten.'
Ik pak het boek weer van haar aan. Mijn handen zijn zo verkrampt dat ik de pagina's bijna uiteen scheur en ik laat nagelafdrukken achter in de kast, maar ik kan het niet helpen. Ik voel me licht in mijn hoofd en de enige manier waarop ik mijn handen zou kunnen ontspannen is door ook al het andere te laten lopen. Het is maar een schrijver en ik ken hem niet persoonlijk, maar bijna al zijn boeken staan in mijn boekenkast en ik kan gewoon niet geloven dat ik zoveel tijd heb gestoken in het lezen van de verhalen van de gestoorde gek die Paige verkracht heeft. Het voelt bijna als verraad.
Heel lang ben ik stil. Dan werp ik het boek zo achteloos mogelijk op de bank en pak ik mijn telefoon. Gewoon voor de absolute zekerheid - niet omdat ik haar niet geloof, maar omdat ik het zelf gewoon niet kan bevatten - zoek ik een foto op van Jack Lockley uit het jaar dat hij Paige ontvoerd heeft.
'Weet je zeker dat dit hem is?' vraag ik en ik laat haar de afbeelding zien. Waarschijnlijk had ik haar beter kunnen waarschuwen, want er komt een verwrongen kreet over haar lippen en ze deinst achteruit. Haar ogen springen weer vol tranen en ze moet duidelijk hard vechten tegen de neiging om weer in huilen uit te barsten. Ze jammert iets en draait haar hoofd de andere kant op. Ik stop snel mijn telefoon weer weg.
'Paige, het spijt me. Sorry,' zeg ik. 'Het was niet mijn bedoeling om je van slag te maken. Het spijt me.'
Ze brengt iets onverstaanbaars uit, haar kennende een zwakke verklaring dat ik mijn excuses niet aan hoef te bieden, maar ik zie dat het te confronterend voor haar was, te écht. Ik zet een stapje in haar richting en hef aarzelend een hand op om haar schouder aan te raken, maar ik bedenk me en laat hem weer zakken.
'Paige,' stamel ik. 'Paige, we moeten dit aan Marco vertellen. We-We moeten hem opsporen en arresteren en-'
'Nee!' stoot ze schril uit. Er valt een stilte waarin we elkaar een beetje verbluft aanstaren en na een tijdje zegt ze, zachter en standvastiger dan eerst: 'Nee.'
'Wat?!' stoot ik uit. 'Waarom niet? Die gast hoort voor de rest voor zijn ellendige kloteleven weg te rotten in de cel!'
Ze stapt achteruit. 'Nee! Nathan, we gaan hier helemaal niemand over vertellen!'
Ik worstel even om mezelf bijeen te rapen en naar de juiste woorden te zoeken. Dan breng ik uit: 'Maar Paige, hij kan toch niet vrijuit gaan?! Dit kun je toch niet menen?!'
Paige krimpt ineen en ik ben echt niet boos op haar, maar ik ben wel dusdanig van mijn stuk gebracht dat ik mijn best niet meer kan doen om er niet boos uit te zien.
'Niemand gaat me geloven! Het is mijn woord tegen het zijne en ik heb helemaal geen bewijs! Het brengt alleen maar problemen met zich mee en-'
'Paige!'
'Nee! Nathan, nee! Luister naar me!' Er knapt iets binnenin haar en ze begint weer te huilen. Door de tranen heen schreeuwt ze verder, harder dan ik me ooit kan herinneren dat ze tegen me geschreeuwd heeft. 'Ik ga hem niet aanklagen en hij gaat niet gearresteerd worden en jij gaat me niet op andere gedachten brengen! Ik wil hem nooit meer zien en-en ik wil niet alles weer opnieuw en opnieuw moeten vertellen aan mensen die me misschien helemaal niet willen geloven en ik wil niet door die hel heen en we weten allebei dat het rechtssysteem fucked up genoeg is om hem weer te laten gaan en ik-ik wil hem nooit meer hoeven zien!'
Ze breekt en weet geen woord meer uit te brengen. Ze begint nog harder te huilen en verbergt haar gekwelde gezicht achter haar handen. Het ziet er bijna uit alsof ze door haar knieën zal zakken en ik stap net op tijd naar haar toe om haar op te vangen wanneer haar benen het begeven. Ze klampt zich snikkend aan me vast, haar hele lijf bevend en schokkend. Ik houd haar stevig vast en probeer haar overeind te houden.
'Ik wil hem nooit meer zien,' snikt ze. Ze is zo hevig aan het huilen dat ik haar maar net kan verstaan. 'Nathan, ik wil hem nooit meer hoeven zien. Alsjeblieft. Nathan, alsjeblieft. Dwing me alsjeblieft niet om hem weer te zien.'
'Liefje, het spijt me,' zeg ik zachtjes en ik omarm haar steviger. Er gaat weer een diepe snik door haar heen. 'Het spijt me. I-Ik had er nog niet zo over nagedacht.'
Het enige wat ik nog wilde was die klootzak achter de tralies zien verdwijnen, of een kogel door zijn hoofd schieten. Ik wilde - en eigenlijk wil - hem alleen nog maar zien boeten voor wat hij haar aangedaan heeft, maar ze heeft een punt. Het is heel lang geleden. Bewijs is er eigenlijk niet meer. En mensen zijn niet heel erg geneigd om gewoon iemand te geloven en de verdachte op basis van getuigenverklaringen de gevangenis in te gooien, zelfs niet in een wereld waar je op basis van littekens kunt zien of iemand liegt of niet. En als we zouden proberen om hem aan te klagen, zou ze hem weer onder ogen moeten komen. Ze zou haar grootset angst weer aan moeten kijken terwijl ze eigenlijk alleen maar verder wil gaan met haar leven. Ze wil geen wraak, ze wil gewoon dat het over is. En dat moet ik accepteren.
'Nathan, dwing me alsjeblieft niet om hem weer te moeten zien,' snikt ze weer op jammerende toon. Haar stem klinkt zo smekend dat het bijna voelt alsof iemand me een klap geeft. ‘Alsjeblieft.’
Ik duw mijn gezicht tegen haar haar en dwing mezelf om weer te kalmeren, om mezelf genoeg bij elkaar te rapen om voor haar te kunnen zorgen.
‘Het is oké, liefje. Je hoeft hem nooit meer te zien. Het spijt me,' beloof ik haar.
'Het is mijn keuze,' snikt ze kleintjes, bijna alsof ze het alleen zegt om zichzelf ervan te overtuigen.
Ik knik en wrijf over haar rug.
'Het is jouw keuze,' beaam ik, want het is zo. Het is haar keuze. Ze zou inderdaad kunnen proberen hem aan te klagen. En misschien zou dat het juiste zijn om te doen. Misschien zou het het heldhaftigste zijn om te strijden voor gerechtigheid en het goede voorbeeld te geven.
Maar ze wil geen held zijn. En eigenlijk wil ik dat ook niet. Ze heeft al te lang het gewicht van de wereld op zich moeten dragen. En ik weet dat het haar zal breken als ze hem weer in de ogen aan moet kijken. Iedereen zou breken als ze in die positie terecht zouden komen. Hoe kun je de man aankijken wiens gezicht je terugziet in je nachtmerries? Wiens gezicht ervoor zorgt dat je een paniekaanval krijgt wanneer je het enkel en alleen al ziet op de achterkant van een boek?
En de kans dat hij ook daadwerkelijk veroordeeld zal worden is erg klein. Littekens worden om de een of andere reden niet gezien als geldig bewijs voor het beslissen of een verklaring wel of niet waar is. Rechters zijn bang dat er littekens zijn die over het hoofd worden gezien of dat er littekens zijn ontstaan op plekken waar ze niet te zien zijn, zoals in de mond. En aangezien Paige überhaupt geen zichtbare littekens heeft, zou het me niet verbazen als mensen in protest zouden komen en zouden verklaren dat ze om de een of andere reden niet eens littekens kán krijgen als ze liegt. Bovendien heb ik ook wel eens meegemaakt dat mensen het medische verleden van het slachtoffer tegen ze gebruiken. Zodra iemand ook maar íéts over mentale problemen in het dossier heeft staan, gaan mensen beweren dat ze het allemaal gehallucineerd hebben en dat ze geen realiteitszin hebben. En aangezien de meeste slachtoffers van misdaden getraumatiseerd zijn en er mentale problemen aan overhouden, kan het eindeloos uitgebuit worden.
Conclusie: mensen zijn gemeen. En ik wil niet dat mensen ook gemeen tegen Paige gaan doen, want ik kan haar niet tegen iedereen beschermen en aangezien Jack Lockley vrij bekend is, zou het me niet verbazen als er een hele hoop mensen zijn die een mening hebben.
Zodra ik dat beeld echt voor ogen heb, en me realiseer wat er allemaal wel niet op het spel staat voor Paige, begrijp ik haar reactie ineens heel goed. Aanklagen is geen optie. En aangezien ik er waarschijnlijk ook niet mee weg zal komen als een een kogel door zijn kop jaag - ik kan niet ontkennen dat het even in me is opgekomen - ben ik bang dat we het er maar zo bij moeten laten.
Met een knoop in mijn maag geef ik een kus op Paiges haar. Ze snikt nog zachtjes na, maar de plotselinge paniek van het idee dat ik naar Marco's huis banjer om een arrestatiebevel te regelen is weggeëbd.
'Je hoeft hem nooit meer te zien,' zeg ik en er lijkt een soort half bange en half opgeluchte huivering door haar heen te gaan. 'Ik beloof het je.'

Reacties (2)

  • BethGoes

    Oehhhh ik zou die son of a b*tch eens een flinke klap voor zijn lelelijke smoel geven!


    (ik heb het over de schrijver)

    1 jaar geleden
  • CrazyUnicornLuf

    aww arme Paige....
    Wel jammer dat nathan geen kogel door zijn kop jaagt:@(6)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen