Foto bij Scar 122

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Met een knoop in mijn maag geef ik een kus op Paiges haar. Ze snikt nog zachtjes na, maar de plotselinge paniek van het idee dat ik naar Marco's huis banjer om een arrestatiebevel te regelen is weggeëbd.
'Je hoeft hem nooit meer te zien,' zeg ik en er lijkt een soort half bange en half opgeluchte huivering door haar heen te gaan. 'Ik beloof het je.'

Wanneer Paige weer een beetje gekalmeerd is, haal ik haar over om iets te eten. Ik kan me voorstellen dat ze niet echt honger heeft - ik ook niet - maar ik heb zo het vermoeden dat ze het wel kan gebruiken.
We scheppen allebei maar een klein beetje op, en we eten met kleine hapjes vol tegenzin. Nu ik weer moet denken aan al het verschrikkelijks dat Paige is overkomen lijkt het bijna onmogelijk om eten binnen te houden, maar als ik niet eet zal Paige ook niets eten en ze heeft het nodig. Zeker nu ze medicijnen genomen heeft is het beter om geen lege maag te hebben en een paniekaanval kost veel energie. Bovendien geeft het haar om met iets beter te zijn, behalve alleen maar piekeren en piekeren.
We eten allebei in stilte, want wat valt er te zeggen? Dit is geen moment voor praten over het weer.
Wanneer we klaar zijn, ruimen we zwijgend af en ik begin thee voor ons te zetten. Ik vraag niet of ze ook wil, want ik ben bang dat ze nee zegt en ik wil dat ze goed blijft drinken.
We gaan weer naast elkaar aan de eettafel zitten. Ik bijt even geconflicteerd op mijn lip, maar ik kan het maar niet loslaten en besluit uiteindelijk om toch maar te vragen: ‘Paige, ik... ik snap het als je er vandaag niet meer over na wilt denken en je hoeft niet te antwoorden als je dat niet wil, natuurlijk, maar ik… Ik vroeg me af, in de week dat.... hij... je daar opgesloten had, hoe vaak heeft hij je… je weet wel?’
Ze staart levenloos voor zich uit, haar blik glazig. Het duurt even voordat ze antwoordt.
‘Vierentwintig keer.’
Mijn maag trekt zich samen. Ik had gehoopt op één keer. En gevreesd voor vijf, of misschien zeven of zelfs acht. Maar vierentwintig keer… dat is meer dan drie keer per dag.
Ze is stil. En dan lijkt haar gezichtsuitdrukking te breken bij de herinnering en begint ze te huilen, met haar hand voor haar mond om de snikken te dempen.
‘Vierentwintig keer,’ herhaalt ze zacht jammerend. Dan geeft ze met haar vuist een klap op de tafel, kwaad dat ze haar emoties niet in bedwang kan houden. ‘Verdomme.’
Ik steek aarzelend een hand naar haar uit, maar besluit haar toch niet zomaar aan te raken.
‘Mag ik…?’ begin ik aarzelend, niet eens zeker wetend wat ik precies wil doen. Ze schudt haar hoofd en staat op. Even neemt ze de tijd om haar ademhaling onder controle te nemen, maar dan haalt ze een hand door haar haar en gaat aan de andere kant van de tafel zitten, bijna formeel, als in een sollicitatiegesprek.
‘Ik denk dat het tijd wordt dat ik je misschien het hele verhaal vertel. Over wat er precies gebeurd is,’ zegt ze, overduidelijk met tegenzin.
‘Het hoeft niet nu. Als je denkt dat je het mentaal nu niet aankan, moet je je niet verplicht voelen.’
Ze schudt weer haar hoofd. ‘Nee, laten we het gewoon doen. Laten we eerlijk zijn… Ik vermijd dit gesprek nou al zo lang ik je ken. Het…’ Ze slikt en knikt in zichzelf. ‘Het is tijd.’
Het duurt een tijdje voordat ik iets zeg, niet zeker wetend of het juist wel of niet goed voor haar is om het op dit moment te doen. Maar dan zeg ik zachtjes: ‘Oké.’
Ik ga tegenover haar aan tafel zitten en er valt weer een stilte. Op de achtergrond hoor ik het klikje van de waterkoker dat aangeeft dat het water heet genoeg is, maar de thee ben ik al lang vergeten. Bijna wanneer ik denk dat ze zich toch bedacht heeft, begint ze te praten.
‘Ik had ruzie met mijn moeder. Over geld. En ik… uh… Ik wilde haar even niet meer zien, dus ik ging wandelen. Ik was op de terugweg, een halve kilometer van huis, toen het… toen hij…’ Ze klemt haar kaken zo hard op elkaar dat ik bijna bang ben dat ze een kies breekt en haar armen zitten direct onder het kippenvel. ‘Toen hij me ontvoerde. En… Het was al bijna helemaal donker toen het gebeurde. Hij trok me een steegje in en duwde een doek met chloroform tegen mijn gezicht. Ik herkende de geur, want… mijn vader… hij gebruikte het wel eens. Ik dacht dus ook in eerste instantie dat het mijn vader was. En mijn hele lichaam… leek een soort kortsluiting te hebben. Ik wilde vechten, maar ik wist dat het het erger maakte. Ik wilde terug naar huis rennen, maar ik wist dat ik hem dan naar mama zou leiden. Ik wist niet meer wat ik moest doen. Ik-Ik verstijfde gewoon. Tegen de tijd dat ik doorhad dat hij het niet was, was ik al vrij ver heen, om eerlijk te zijn. Het was al te laat om me nog los te vechten. Ik dacht dat het een seriemoordenaar was, zoals Ted Bundy of zo, want in die tijd keek ik daar een hoop documentaires over en las ik er veel over. Dat was mijn laatste gedachte. Een paar seconden later was ik bewusteloos. Toen ik…’ Ze draait haar hoofd weg en houdt haar strak samengebalde vuist en voor haar mond, vastbesloten de tranen binnen te houden. Het duurt minstens een minuut voordat we weer verder praat. ‘Toen ik weer wakker werd, lag ik in een kelder. Drie bij vier meter, denk ik ongeveer, met een of ander vies matras op de grond. Hij had… Hij had me uitgekleed, maar ik had nog nergens verwondingen en hij had me nog niet verkracht.’
Ze is even pijnlijk stil, maar zucht dan en wrijft over haar voorhoofd, alsof het allemaal maar een licht ongemak is in plaats van een van de meest traumatiserende herinneringen van haar leven.
‘Nadat ik wakker werd, denk ik dat het een paar uur heeft geduurd voordat hij binnenkwam. Ik heb echt alles geprobeerd om een uitweg te zoeken, maar er waren geen ramen en de deur zat op slot. Er hing wel een digitale klok aan de muur, vreemd genoeg. Daarmee kon ik de dagen bijhouden. Ik weet niet waarom hij die daar had opgehangen. Het moment dat hij de deur opendeed en binnenkwam was waarschijnlijk het moment dat ik hem bewusteloos had moeten slaan en weg had moeten vluchten, maar… maar om de een of andere reden was mijn eerste reactie om mezelf te verbergen, ook al was hij zelf degene die me had uitgekleed. Hij sprak goed Frans, maar ik kon wel horen dat hij een Amerikaans accent was, en volgens mijn vader is de koude oorlog nooit helemaal afgelopen, dus vanaf dat moment wist ik zeker dat hij niet voor mijn familie werkte. Toen hij… Ik… Ik stribbelde wel tegen, maar… ik was nog zwak van de chloroform en hij had me nog allemaal andere sedatieven toegediend terwijl ik bewusteloos was. Elke keer… Telkens wanneer ik tegenstribbelde, pakte hij me bij mijn pols of hals vast en hield hij me zo stil. Sinds… Sindsdien vind ik het eigenlijk bijna nooit fijn om kettingen of armbanden te dragen, zeker als ze een beetje strak zijn. En ik kan er al helemaal niet tegen als mensen me daar vastpakken. Om eerlijk te zijn voelde specifiek dat heel erg onwennig toen we net een relatie kregen.’
Even sta ik met mijn mond vol tanden. Dan stoot ik uit: ‘Je-Je had het me moeten vertellen. Dan had ik er rekening mee gehouden.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Zo was het niet. Tegen de tijd dat we wat kregen, vertrouwde ik je al echt heel erg. Dat moet je begrijpen. Dat was juist het rare. Als iemand me daar aanraakte, associeerde ik het altijd met wat me toen overkomen is, maar… als jij het doet… Het voelt zoveel anders. Het ís zo veel anders. En in het begin was dat… heel verwarrend.’
Er valt een stilte die ik niet doorbreek. Ze wendt haar blik af en bijt hard op haar lip terwijl ze alle herinneringen weer toelaat. Ze vertelt weer verder en nu pas begint haar stem te trillen.
‘Het deed echt heel veel pijn. Zeker de eerste keer paar keer dat hij het deed. Er was heel veel bloed. Echt… Echt meer dan ik had verwacht dat er in zo’n situatie zou zijn. Het was… Tot nu toe is dat het pijnlijkste wat ik ooit heb meegemaakt.’ Ze klemt haar kaken even op elkaar en veegt de tranen uit haar ogen. ‘Ik denk niet dat ik ooit zo hard geschreeuwd heb. Ik riep niet om hulp of zo. Het… Het deed gewoon echt heel erg veel pijn. En ik kon hem de hele tijd in mijn oor voelen hijgen en ik voelde me zo... zo vies.’
Ze verliest de strijd tegen haar eigen verdriet en begint zachtjes te snikken.
‘Hij zei dat hij mijn gegil mooi vond klinken,’ snikt ze. ‘E-En dat het hem alleen maar nog meer opwond.’
Ze slaat één arm om zichzelf heen en houdt de andere voor haar mond in een poging het gehuil te smoren. Het ziet er zo verloren uit dat ik zelf ook een brok in mijn keel krijg en ik wil niets liever dan haar troosten, maar ik ben bang voor hoe ze zal reageren als ik haar aanraak. Ze doet heel erg haar best om de tranen weer onder controle te krijgen, maar net wanneer dat lijkt te zijn gelukt en ze weer iets wil zeggen, krimpt ze ineen en beginnen haar schouders weer te schokken.
‘Paige… Paige, liefje, als het niet meer gaat, dan hoef je het niet allemaal in één keer te vertellen.’
Ze schudt haar hoofd.
‘Het lukt wel. Ik wil het gewoon gehad hebben. Ik wil dit doen.’
Jij wilt dit net zo graag doen als dat ik door een vrachtwagen aangereden wil worden, schiet er door me heen. Ik zeg het niet hardop.
Ik bijt mijn tanden op elkaar, maar knik gedwee. Ik weet dat ik haar nu niet tegen kan houden.
‘Ik... eh... Na een tijdje... Hij-Hij begon me te wurgen en ik viel flauw. Toen ik... Tegen de tijd dat ik wakker werd, was hij weer weg en... uh... er zat allemaal bloed tussen mijn benen en-en alles deed pijn. Ik had zoveel buikpijn dat ik me nauwelijks kon bewegen e-en alles brandde bij… daar… bij mijn…’ Ze stikt even in een snik en het duurt even voordat ze verder kan praten. 'Het voelde bijna alsof alles in mijn buik beurs en uiteengescheurd was. Ik... Ik voelde me zo vervreemd van mijn eigen lichaam. Ik kon me niet voorstellen dat ík dat was. I-Ik voelde me niet… Het voelde alsof ik een zeemeermin was. Alsof ik niet meer menselijk was vanaf mijn middel.’
Ik klem mijn kaken zo hard op elkaar dat het pijn doet, maar ik kan niet voorkomen dat het ook mij teveel wordt en de eerste tranen over mijn wangen beginnen te rollen. Ik heb wel eens een foto gezien van Paige toen ze rond die leeftijd was. En ik weet hoe ze eruitziet als ze pijn heeft. De combinatie is ondraaglijk.
‘De tweede en derde keer deden het meeste pijn. Daarna werd het minder,’ prevelt ze schor. ‘Hij… Hij krabde me telkens. Ik weet niet waarom. Dat wondt hem op, denk ik. Ik zat na een paar dagen helemaal onder de krassen, sommigen zelfs zo diep dat ze bloedden. Hij was denk ik geobsedeerd met tekens achterlaten op mijn lichaam. Zo ook… Net als…’ Ze krimpt ineen bij het idee en haalt even beverig adem. ‘De negende keer was de keer dat hij me het litteken gaf. Hij dwong me te zeggen dat ik het wilde en omdat dat een leugen was... omdat het een leugen was, kwam er dat litteken. En de elfde keer viel hij direct in slaap nadat hij klaar was. Hij lag gewoon nog bovenop me. I-Ik durfde me gewoon niet te bewegen en ik… ik heb de hele nacht wakker gelegen. Met hem bovenop me. En zodra hij wakker werd gebeurde de twaalfde keer.’
Ze begint weer te huilen en ze krimpt ineen, maakt zich zo klein mogelijk. Ook ik word een steeds groter wrak, niet in staat te kunnen verwerken dat haar dit echt overkomen is, dat die herinneringen echt nog in haar hoofd zitten. Ik wil haar heel graag troosten, in mijn armen nemen, beloven dat ze veilig is, maar ik denk ook dat ze dusdanig vastzit in het moment dat ze niet aangeraakt wil worden.
‘De negentiende keer hield ik op met tegenstribbelen. Ik lag daar dan maar gewoon, zo stil en slap mogelijk. Als ik tegenstribbelde, moest ik met mijn gedachten erbij blijven, maar op die manier kon ik gewoon naar het plafond staren en doen alsof ik in een luchtbel zat, alsof alles om me heen niet echt was. Het-Het deed dan minder pijn,’ weet ze door de snikken heen uit te brengen. ‘En toen… Na… Na de tweeëntwintigste keer be-begon ik hem te smeken om me gewoon te vermoorden.’
Om de een of andere reden komt dat pas helemaal hard aan: een meisje van zeventien dat smeekt om de dood.
‘Hij heeft een heleboel foto’s van me gemaakt. En-En hij maakte aantekeningen, alsof ik een wild dier was dat hij aan het bestuderen was. Ik wist niet precies waarom. Ik dacht dat hij dit moment wilde onthouden. Ik dacht dat hij me ging vermoorden en dit als aandenken wilde. Maar toen liet hij me gaan. Ik weet… Ik… Ik snap niet waarom. Waarschijnlijk was het niet leuk meer toen ik ophield met terugvechten. Hij gaf me gewoon mijn kleren terug en liet me gaan, maar alleen nadat hij me heel goed duidelijk maakte dat niemand me ooit zou geloven en dat, als ik hem in de problemen bracht, hij me weer zou komen halen - en dat ik die keer deze ruimte alleen nog maar zou kunnen verlaten in een lijkenzak. Ik knikte en strompelde maar gewoon naar huis. Ik wist de weg niet precies, maar uiteindelijk vond ik een paar herkenningspunten. Alles deed zoveel pijn. Ik kon nauwelijks rechtovereind lopen. E-En het zonlicht was zo fel dat ik er hoofdpijn van kreeg. Na ongeveer een kwartier werd ik opeens zo misselijk van alles wat er gebeurd was dat ik naar de eerste de beste prullenbak rende en overgaf. Daarna liep ik gewoon weer door. Ik denk… Ik denk dat er wel mensen waren die zagen dat er iets niet klopte, mensen die naar me staarden, maar niemand benaderde me. Eigenlijk was ik daar wel blij mee, want ik… ik… ik wist eigenlijk niet eens wat ik zou moeten zeggen.’
Even lijkt het beter met haar te gaan, maar dan begint haar fragiele kalmte te breken en begint ze weer te beven.
‘Toen ik weer bij ons appartement aankwam, was mama niet thuis. Ze was waarschijnlijk aan het werken, dacht ik. Ik had niet eens meer helemaal door welke dag het was en hoe laat het was, maar het was de meest logische verklaring. I-Ik… Ik ben eerst gelijk maar gaan douchen. Ik wilde gewoon die hele week van me afspoelen. Ik zette de temperatuur van het water echt heel hoog. Het was zo heet dat het pijn deed. Bijna zo heet dat ik me zou verbranden. Maar ik wilde gewoon al zijn aanrakingen van me afschroeien. Ik weet niet hoe lang ik onder de douche heb gestaan. O-Op een gegeven moment zakte ik gewoon door mijn benen en begon ik te huilen. Toen hij me daar gevangenhield, moest ik af en toe ook wel huilen, natuurlijk. Ik bedoel… Ik was bang, ik had pijn, ik was gebroken; reden genoeg om te huilen. Maar op dat moment stortte ik pas echt in. Ik denk niet dat ik ooit zoveel heb gehuild.’ Ze krimpt ineen en even denk ik dat ze niet meer in staat is om verder te vertellen, maar uiteindelijk gaat ze toch door. 'Op een gegeven moment kwam ik de douche uit en trok ik schone kleren aan. Ik ben ergens als een soort gewond dier weggekropen in een hoekje van de woonkamer en ben daar gaan liggen. Ik weet niet waarom. I-Ik... Ik weet alleen nog dat alles pijn deed en dat ik gewoon niet wist wat ik moest doen. Mijn vader had me opgevoed om in zo veel verschillende situaties te kunnen overleven, maar niemand had me ooit verteld wat ik moest doen nadat ik een week lang ontvoerd en verkracht was. Dus ik lag daar nog steeds toen uiteindelijk mijn moeder thuiskwam. Blijkbaar dacht ze dat ik na onze ruzie gewoon was weggelopen en dat ik nu met de staart tussen de benen terug kwam en daarom had ze de politie niet gebeld, maar uiteindelijk wist ik stukje voor stukje te vertellen wat er gebeurd was. Ik... Ze...' Ze begint weer te snikken en kijkt naar haar handen, die in haar schoot liggen. 'Ze-Ze werd heel erg boos op me. Ze begon tegen me te schreeuwen dat ik het niet had mogen laten gebeuren en dat iedereen van me zou walgen als ze het wisten - dat zij van me walgde. Ze zei dat ze me weg had gehaald uit Rusland omdat ze mijn onschuld wilde beschermen en dat ik nu verpest was. Ze zei dat, als ik het ooit iemand zou vertellen, ze me niet zouden geloven of dat ze me een slet zouden vinden. En... Ik... Ze... Ze zei dat ik niet echt terug had gevochten, want als ik dat wel echt had gedaan, zou hij me wel vermoord hebben.' Ze verbergt haar gezicht weer achter haar handen en even heb ik het idee dat ze zo hard moet huilen dat ze niet genoeg adem meer kan halen. Tussen de snikken door weet ze uit te brengen: 'Mijn eigen moeder neemt het me kwalijk dat ik nog leef.’
Niet precies wetende wat ik voor haar kan doen, pak ik een glas water voor haar en ga naast haar zitten. Ik laat niet zoveel ruimte tussen ons dat ze niet tegen me aan zou kunnen leunen als ze dat zou willen, maar ik raak haar ook niet aan.
'Hey, lieverd, probeer even iets te drinken, oké?' moedig ik haar voorzichtig aan.
Het duurt even, maar uiteindelijk pakt ze toch het glas en neemt een paar kleine slokjes. Het lijkt haar te helpen om wat te kalmeren, waardoor de strakke knoop in mijn maag ietsje losser wordt - ietsje. Ze legt het glas neer en haalt een paar keer beverig adem. Haar ogen schieten echter meteen weer vol.
'I-Ik... Ik snap niet... Het... Het was niet alsof ik het wílde. Echt niet. I-Ik heb wel geprobeerd hem tegen te houden, maar-maar... Ik... Het...' Ze bijt haar tanden op elkaar om de snikken tegen te houden, maar de tranen beginnen weer over haar wangen te rollen. Ze veegt ze driftig weg, maar het lijkt niet echt te helpen. 'Het was niet... Hoe kan ze me nou haten omdat hij me niet vermoord heeft?'
Haar schouders beginnen weer te schokken. Bevend wendt ze zich tot mij en ze verbergt haar gezicht tegen mijn schouder. Ik vouw snel mijn armen om haar heen, blij dat ik haar iets van troost kan bieden, en slik mijn eigen tranen weg.
'Ik ben uiteindelijk zelf naar het ziekenhuis gegaan voor een soatest en een zwangerschapstest en zo, want ze besloot dat ze niets meer met me te maken wilde hebben. In het ziekenhuis werd ik behandeld door een vrouwelijke arts die heel bezorgd over me was en in eerste instantie wilde ik niet zeggen wat er allemaal precies gebeurd was, maar uiteindelijk wist ze het toch stukje bij beetje uit me te krijgen en ik stortte weer helemaal in en ik zocht ineens alle troost die mijn moeder me niet gaf bij haar en ik denk dat ze me minstens een half uur vast heeft gehouden terwijl ik aan het huilen was over dat ik niet snapte waarom iemand me zoiets aan zou doen. Ze probeerde me over te halen om naar de politie te gaan, m-maar door al mama's beschuldigingen durfde ik dat echt niet. Uiteindelijk heeft ze me wel haar nummer gegeven voor het geval dat ik nog hulp nodig had, maar ik heb nooit durven bellen,' jammert ze zachtjes. 'N-Nadat ze al mijn verwondingen verzorgd had en alle tests had gedaan, nam ze me mee naar de kantine van het ziekenhuis en kocht wat te eten voor me en ze was zo lief voor me en ik snap gewoon niet waarom een willekeurige arts meer om me gaf dan mijn moeder.’
Er gaan weer een paar snikken door haar heen en ik wrijf over haar rug. Ik wil iets zeggen, maar mijn ogen staan al vol tranen en als ik ga proberen iets te zeggen, denk ik dat ik instort.
‘Toen ik thuiskwam, was mijn moeder nog steeds kwaad, maar ze zei wel dat ik thuis mocht blijven wonen, alsof het een geschenk was in plaats van een vanzelfsprekendheid. E-En een paar weken later kwam dat gehele gedoe met dat Dmitri op kwam dagen en me in elkaar sloeg en daarna ben ik naar Amerika verhuisd om psychologie te studeren. Mijn moeder betaalde alles en het was helemaal haar idee, maar we hadden niet echt contact meer. Ik... Ik denk dat dat de droom was die ze zelf nooit waar heeft kunnen maken, dus daarom stond ze erop dat ik het deed. I-Ik... Nathan, ik weet niet eens waar ze nu is. Nadat ik bij de politie besloot te gaan werken en haar toekomst voor mij verpestte, hebben we geen contact meer gehad. Ik weet niet eens of ze nog leeft. E-En ik wil haar eigenlijk ook nooit meer zien, maar ik... ik snap gewoon niet waarom ze me haat. Ik heb altijd zo mijn best gedaan om haar... En ik... Ik wil gewoon weten waarom...’
Ik geef een kus tegen haar haar en wieg ons zachtjes heen en weer. Het is duidelijk dat ze niets meer gaat vertellen, dat dit zo’n beetje alles is wat er nu valt te zeggen, maar ik merk ook dat ze dusdanig kapot is van alle nare herinneringen dat ze even gewoon uit moet kunnen huilen. En dat is iets waar ik haar wél mee kan proberen te helpen, dus ik hou haar maar gewoon vast en doe mijn uiterste best om nog even sterk te blijven.
Ik moet vechten om ervoor te zorgen dat mijn gedachten bij het nu blijven, dat ik niet ga denken aan Paiges angstige ogen wanneer er een doek met chloroform over haar neus en mond wordt geduwd; aan Paige die bedekt met bloed op een vuil matras ligt; aan Paige die in het donker onder het zware lichaam van Jack Lockley ligt en geen oog dichtdoet; aan Paige die smeekt om de dood.
Het was al verschrikkelijk om het haar te horen zeggen. Om het voor je te zien, is nog veel erger.
Ik wrijf even over haar rug in een poging om liefkozend over te komen, maar ik denk niet dat ze over het hoofd zal zien dat mijn hand beeft. Zachtjes geef ik weer een kus op haar hoofd en ik bijt mijn kiezen op elkaar, maar uiteindelijk verlies ik de strijd en beginnen de tranen weer over mijn wanen te rollen. Ik begraaf mijn gezicht in Paiges haar en snik met haar mee.

Reacties (3)

  • BethGoes

    Het is echt verschrikkelijk wat Paige allemaal mee heeft moeten maken!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh arme Paige!

    1 jaar geleden
  • CrazyUnicornLuf

    ik moest bijna huilen...:|
    wow echt heftig, ik heb het in een keer uitgelezen...

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen