. . .

‘Opal?’ Ivory staarde in de antieke spiegel. ‘Opal!’
      Weer liet hij niets van zich horen. Gefrustreerd balde ze haar vuisten. Ze wist dat haar broer haar kon horen, als Onyx hier had gestaan dan had hij zich vast wel getoond.
      Niet dat ze geweten had wat ze zou moeten zeggen als hij zijn gezicht wel had laten zien. Zoveel nieuws had ze niet te melden. Maar deze spiegel voelde als de enige connectie met haar thuiswereld en ze merkte hoe haar verleden steeds meer als een droom begon te voelen.
      Het menselijk worden begon zijn tol te eisen. Het beangstigde haar. Ze wilde haar herinneringen niet verliezen, zelfs al waren sommige zo pijnlijk dat een naam genoeg was om steken in haar buik te veroorzaken. Maar zonder haar herinneringen… was ze niets meer. Niemand. Zelfs voor een niet-menselijk wezen was het mensonwaardig.
      Ivory wendde zich van de spiegel af en glipte vlug haar broers kamer uit toen ze de voordeur open hoorde gaan. Waar hij heen was geweest wist ze niet. Ze deed ook geen moeite om het te achterhalen; hij ging toch wel zijn eigen gang.
      Zijn ogen rustten op haar toen ze op de bank ging zitten. Hij was altijd moeilijk te peilen. Soms verdacht ze hem ervan spijt te hebben. Ze las het uit zijn lichaamstaal, zag het aan de manier waarop hij door het raam naar buiten staarde. Hij sprak er nooit over. Ze vroeg er ook niet naar.
      Hij kon teruggaan als hij wilde.
      Hij wel.
      Ze zouden het hem niet makkelijk maken, maar ze was ervan overtuigd dat vader hem een nieuwe kans zou geven.
      ‘Ik heb hem gevonden.’
      Zijn stem trok haar uit haar gedachten. Ze ging iets rechterop zitten. ‘Echt?’
      Ze was altijd wat sceptisch geweest dat het hem zou lukken om de jongen hierheen te lokken. In hun thuisland waren zijn krachten onbetwist, maar hier… hier was niemand zeker van de uitwerking.
      Hij leunde tegen de eettafel aan, zijn enkels gekruist. ‘Echt.’
      ‘Hoe was hij?’
      Onyx haalde zijn schouders op. ‘Een einzelgänger. Jong. Onzeker. Geen sociaal wonder.’
      Ze trok een mondhoek op. ‘Alsof je jezelf omschrijft. Op het onzekere na, dan.’
      Hij staarde haar koeltjes aan.
      Ze liet zich er niet door afleiden. ‘Ben je nog iets te weten gekomen?’
      ‘Hij viel van een trap toen hij me zag en verstuikte zijn enkel. Pijn beheerste zijn denken, ik kon er niet echt wijs uit worden. Ik ving wel wat beelden op toen ik zijn tekeningen opraapte. Iets met kerkers en draken, een soort roleplaygame als ik het goed geïnterpreteerd heb. Het voelde als een verlies, als iets wat hij mist.’
      Ivory nam de informatie in zich op en knikte langzaam.
      Dat was in elk geval iets. Een mooi uitgangspunt.
      ‘Is de bibliotheek nog open?’ vroeg ze haar broer, die daar absurd veel tijd doorbracht.
      ‘Tot acht uur.’
      ‘Zullen we kijken of we daar dan iets over dat spel kunnen vinden? Hoe eerder ik straks een aanknopingspunt heb, hoe beter.’
      Even leek Onyx in gedachten verzonken, daarna knikte hij. ‘Oké.’
      Ivory deed haar schoenen aan en verliet samen met Onyx het huis. Buiten klom ze achter op zijn motor en sloeg haar armen om zijn middel om er niet af te vallen.
      Tien minuten later liepen ze de bibliotheek in. Ivory was er niet heel vaak naartoe gegaan. Hoewel haar broer zo veel mogelijk over deze wereld te weten probeerde te komen door te lezen, leerde zij meer door mensen te bestuderen. Een jaar lang op een highschool doorbrengen had absoluut vruchten afgeworpen. Maar van dit spel… Daar had ze nog nooit van gehoord.
      Onyx leidde haar naar een kast met boeken over vrijetijdbesteding. Zijn nagels tikten langs de ruggen van de boeken terwijl hij de titels las. Uiteindelijk trok hij er twee dikke pillen uit, die hij naar haar uitstrekte.
      Ze staarde ernaar. Advanced Dungeons & Dragons stond er in sierlijke letters op geschreven. Op de kaft was de binnenkant van een soort tempel afgebeeld, met een door vuur omringd stierwezen dat door priesters aanbeden werd. Ze blikte op de ander. Daar stond een groene draak op, de bek geopend terwijl een krijger ernaar uithaalde.
      Wat het ook was – blijkbaar had je er veel fantasie voor nodig.

Zuchtend sloeg Ivory bladzijde na bladzijde om. Haar ogen voelden moe. Ze was al zeker een uur aan het lezen en begreep er nog niet veel van. Er werden allerlei mensen en wezens in beschreven. Wrijvend over haar gezicht keek ze op naar Onyx, die languit op de bank lag. Hij had een arm onder zijn hoofd geschoven, met de ander hield hij een boek boven zijn gezicht.
      ‘Kan jij dat andere boek niet lezen?’ klaagde ze. ‘In plaats van wat je nu dan ook aan het lezen bent.’
      ‘Nee,’ bromde hij. ‘Dit is jouw opdracht.’
      Ze rolde met haar ogen. ‘Jij wilt toch ook dat die slaagt?’
      ‘Hmm-hmm. Maar ik heb geen haast. Het bevalt me hier wel.’
      Boos klemde ze haar kiezen op elkaar. ‘Jij hebt makkelijk praten, jij hebt je krachten nog.’
      ‘En wiens schuld is dat?’
      ‘De jouwe!’ Plotseling kon ze haar frustratie niet meer voor zich houden.       ‘Jij hebt me verraden, jij hebt me verlinkt!’
      Onyx duwde zich af van de bank en kwam overeind. Zijn lichtblauwe ogen veranderden van kleur; ze werden rood als bloed. Een beving trok door de grond en ze kromp in elkaar. Zeker nu ze zich niet kon verweren, vreesde ze zijn uitbarstingen.
      ‘Sorry,’ fluisterde ze. Ze staarde naar de grond.
      Zijn ijskoude vingers spanden om haar kin en hij tilde haar hoofd omhoog. Zijn ogen gloeiden nog steeds. ‘Hoe durf je over verraad te spreken. Ik beschermde de onzen. Het was jouw zwakte die ons bijna fataal werd.’
      Tranen prikten in haar ogen. Herinneringen buitelden over elkaar hen, herinneringen aan Cyrus. ‘Ik hield van hem,’ fluisterde ze.
      Onyx snoof. ‘Liefde is voor mensen. Je bent een schande voor ons volk.’
      Ze balde haar vingers tot vuisten, vervloekte haar broer omdat hij liefde een zwakte noemde. Het had om vreselijk veel moed gevraagd om te doen wat ze had gedaan. ‘Ik hoop dat jij ook eens verliefd wordt,’ gromde ze. ‘En dat je zal weten hoe het voelt als diegene ruw van je wordt weggerukt.’
      Ze duwde haar broer van zich af en beende naar haar kamer. Tranen stroomden over haar wangen.
      Zijn holle lach achtervolgde haar. ‘Ik ben er anders verdomd zeker van dat dat nooit gaat gebeuren.’

Reacties (1)

  • Kiliphilia

    Spannend! Ben benieuwd waar ze bij horen en wat voor wezen ze zijn(Y)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen