Vermoeid open ik mijn ogen zodra ik de wekker hoor. Het hoge gepiep bezeert mijn ogen en ik zet hem af. Ik knipper een paar keer met mijn ogen en ga rechtovereind zitten. Ik sta op, open de gordijnen, kleed me aan en ga ontbijten in de keuken. Dan gaat mijn telefoon af. Zonder moeite te doen neem ik op en meteen hoor ik de stemmen van mijn goede vrienden.
'Hey, Lukie!' roept Sam vrolijk.
Ik zucht geërgerd. 'Voor de laatste keer, je kan me gerust bij mijn naam noemen. Er is toch niemand in de buurt. Ik ben net pas opgestaan!'
Sam en ik zijn al heel lang vrienden. Maar dan ook echt heel lang. We ontmoetten elkaar dan ook heel lang geleden, toen ik even een wandeling aan het maken was door een bos. Hij probeerde een stel nimfen te verleiden, wat niet lukte, en hij ging gefrustreerd in een hoekje zitten. Toevallig had ik die avond wat wijn mee, dat hij al rook van een afstand en meteen stool hij het van me. Toen begonnen we te kletsen en leken we elkaar erg aardig te vinden. Hij is een echte levensgenieter.
'Hoe konden wij dat nou weten?' vraagt Thomas kalm. 'Wij weten dat toch niet?'
Nogmaals zucht ik. 'Ja, je hebt wel gelijk.'
Thomas ken ik nog niet zo lang als dat ik Sam ken, maar we kunnen het nog steeds goed met elkaar hebben. We kennen elkaar via Sam, geen idee hoe zij elkaar dan ontmoet hebben, maar het zal allemaal wel. Thomas heeft me wel eens verteld dat Sam en hij elkaar ook tegenkwamen omdat Sam zijn wijn geroken had, wat meer over Sam zegt dan over Thomas.
'Maar wat is eigenlijk de reden dat jullie bellen?' vraag ik nieuwsgierig. 'Hebben jullie zin om herrie te schoppen?'
Sam grinnikte geamuseerd. 'Helaas niet, er is vanavond een feest in het theatergebouw in de stad en we vroegen ons af of je zou willen komen met ons. Misschien kunnen we wel een paar chickies fixen.'
'Je kent me,' zeg ik. 'Ik heb het daar niet zo op, wie vindt mij nou leuk? Per slot van rekening weten jullie dat de Duivel iedereen wel pijn doet, behalve de ware. Het enige probleem is dat ik geen ware heb.'
'Iedereen heeft een ware.' reageert Thomas zonder emotie te tonen. 'Ook jij.'
'Haha,' grinnik ik sarcastisch. 'Dat zullen we nog wel zien. Als ik ooit liefde in mijn leven vindt, mag jij Kerberos een keer uitlaten.'
Ik werp een blik op mijn hond die nog in zijn mandje ligt te slapen. Zijn zwarte vacht gaat regelmatig op en neer en zijn gele ogen zijn gesloten.
'Deal!' roept Thomas vrolijk. Ik heb hem altijd verteld dat ik écht niet wil dat hij Kerberos uitlaat, maar toch hebben ze een goede band en willen ze het allebei zo graag. Nu geef ik hem toch een béétje hoop.
'Waar zien we elkaar?' vraagt Sam.
'Misschien kunnen we eerst samen aan bowlen.' stel ik voor, aangezien de vorige keer niet doorging nadat iemand een bowlingbal door het dak gooide.
'Yeah!' roept Sam vrolijk. 'Ik kijk er nu al naar uit! Zie je daar rond een uur, afgesproken?'
'Zekers, doeg!'
'Dag dag!'
Ik hang op en neem een hap van mijn broodje. Dit wordt vast en zeker een gezellige dag, zolang niemand de pret wil bederven in ieder geval.

Ik loop naar de bowlingbaan met een glimlach op mijn gezicht. Ik kom langs een man wie op een ladder iets aan het schilderen is, die daarna valt, ik kom langs een meisje met een ballon, waarvan die plotseling knapt en het meisje begint te huilen. Prachtige gedachte.
Zodra ik er ben, hoor ik een bekende stem achter me. Maar het is niet die van een van m'n vrienden.
'Lucius.'
Geërgerd draai ik me om en kijk ik in de ogen van Karel. Hij heeft zwart haar en donkere ogen. Zijn huid is donker en zijn blik is gevuld met wijsheid. Wijsheid waar ik niet naar vraag. Hij ziet er ouder uit, zo'n vijftig, maar net als ik is hij eeuwen oud. Ik ontmoette hem een keer in een pub. Met de barman hield hij een gesprek en toen hij mij herkende, raakten we aan de praat. Later kwam de baas van alle engelen en die zei dat Karel maar eens een oogje op me moest blijven houden. Sindsdien volgt hij me overal.
'Wat wil je?' snauw ik. 'Ik moet gaan.'
'Dan ga ik mee,' zegt hij terwijl hij naast me komt lopen. 'Wat ga je eigenlijk doen?'
'Bowlen,' antwoord ik zonder emotie in mijn stem te tonen. 'Maar jij kan niet mee doen ben ik bang.'
'Is niet erg.' reageert hij. 'Ik heb ook nooit gezegd dat ik dat wil.'
'Ik heb ook nooit gezegd dat ik jou erbij wil hebben, Carlos.' kaats ik terug.
Hij zucht. 'We weten allebei dat ik die naam niet graag gebruik.' is het enige wat hij zegt.
We lopen de bowlingbaan binnen en al gauw zie ik daar Sam en Thomas. Sam is een klein mannetje van 1.65 met een litteken onder zijn oog en een ondeugende blik in zijn ogen. Zijn bruine haar is verward en zijn blauwe ogen komen er goed onder uit. Hij is, net als Thomas en ik, blank. Thomas, integendeel, is een lange slungel met zwarte haren en ook blauwe ogen. Hij is, zoals gewoonlijk, verlegen en terughoudend.
'Hey Lukie!' roept Sam vrolijk terwijl hij op me afloopt. Dan ziet hij Karel.
'Wat doe jij hier?' sist hij.
'Ik ga mee.' is het enige wat Karel uitbrengt. 'Puur voor de zekerheid.'

Reacties (1)

  • Girlicious

    Nieuwe lezer meld zich!
    Ik kwam je verhaal per toeval tegen in de 'top creaties van deze week'
    En mijn interesse heb je
    Wel grappig dat jij over de Duivel schrijft, en ik schrijf in mijn verhaal over de zoon van de Duivel haha
    En eerlijk, als er een ballon knapt van een kind kan ik een grinnik ook niet onderdrukken
    Ik ben totaal niet gemeen aangelegd maar dat is denk ik een klein tikje sadisme in me ofzo haha
    Ik erger me wel al aan Karel. Al snap ik wel dat ze iemand hebben gekozen als persoonlijke stalker, haha
    Leuk verhaal voor zo ver, ik neem een abo!

    1 jaar geleden
    • Novathetabbycat

      Heel erg bedankt! Dit geeft me zeker meer motivatie om te schrijven en ik ben blij dat je het wat vindt! Ook heel leuk is dat jij een verhaal over de zoon van de Duivel schrijft, waardoor je ook mijn aandacht hebt getrokken, dus ik zal het zeker checken!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen