Foto bij Scar 124

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Er zitten herinneringen in haar hoofd die ik daar niet weg kan halen, en er zit een laagje angst om haar hart dat ik nooit helemaal weg kan poetsen, maar wat ik wel kan doen is haar in mijn armen houden en haar beschermen tegen de boze buitenwereld die haar al genoeg pijn heeft gedaan.

Midden in de nacht word ik wakker van Paige die naast me ineenkrimpt en daarna verschrikt naar adem hapt. Ik doe een nachtlampje aan en werk me op een elleboog een stukje overeind, zodat ik haar beter kan zien. Ze slaapt nog wel, maar onrustig. Ik weet hoe angst haar staat, en ik zie dat ze bang is. Het straalt van haar af. Het is een verkrampte, verstikkende soort pijn, en ik ben er zeker van dat ze een nachtmerrie heeft, maar ik weet niet zeker of ik haar wakker moet maken. Misschien schrikt ze dan wel nog erger.
Van het een op het andere moment lijkt er iets in haar te breken. Haar lichaam begint te schokken en ik besef dat het niet meer gaat om angst, maar om blinde paniek. Er komt een stikkend geluid uit haar keel oprijzen, bijna niet menselijk.
‘Nathan!’ gilt ze ineens. Het kost me één verblufte seconde om te beseffen dat ze het niet uitschreeuwt in afgrijzen of minachting, maar als een smeekbede, een roep om hulp.
Hortend en bevend schiet ze overeind en ze valt het bed uit, of misschien doet ze het expres. Angstvallig kermend kruipt ze naar de zelfbedachte veiligheid van de hoek van de slaapkamer, op handen en knieën. Mijn naam komt weer snikkend over haar lippen. Ik denk niet dat ze doorheeft waar ze is, of dat ik bij haar in de kamer ben. Het enige wat ze nog weet is paniek.
Mijn ogen zijn wijd opengesperd en ik denk dat ik zelden zo bezorgd ben geweest. Ik kom ook overeind, een beetje te gehaast. Het duurt even voordat ik uit de wirwar van lakens bevrijd ben.
‘Paige?’ stoot ik uit. ‘Paige?!’
Ze heeft zich bevend van angst in het hoekje van de kamer gedrukt, zo verscholen en weggestopt mogelijk. Haar knieën heeft ze tot haar borst opgetrokken en haar gezicht is verstopt achter haar handen. Ik kan aan haar schokkende schouders zien dat ze huilt. Ik kom voorzichtig naar haar toe.
‘Paige? Paige, lieverd, wat is er aan de hand?’ vraag ik bezorgd. Zodra ze mijn stem hoort kijkt ze naar me op. Terwijl ze zachtjes mijn naam snikt, komt ze naar me toe. Ik sluit haar meteen in mijn armen en ze kruipt dicht tegen me aan. Ze begint weer verscheurd te huilen, haar gezicht tegen mijn shirt geduwd.
‘Hij zal me vinden,’ snikt ze. ‘Hij zal me vinden. Hij zal… Nathan!’
Ik kan wel raden over wie ze het heeft. Ik hou haar beschermend in mijn omhelzing, hopend haar de veiligheid te bieden die ze nodig heeft.
‘Het is oké, liefje. Ik zal ervoor zorgen dat je niks overkomt. Ik beloof het. Hij zal niet bij je in de buurt komen. Het is voorbij. Je bent veilig,’ zeg ik sussend en ik wieg een beetje heen en weer met haar in mijn armen.
‘Ik... Ik wil niet nog een keer verkracht worden. Ik wil… Ik kan niet… Nathan, ik ben zo bang. Ik ben alleen nog maar bang,’ snikt ze weer en ze klampt zich nog angstvalliger aan me vast.
‘Hij kan je geen pijn doen,’ zeg ik zachtjes, sussend. ‘Hij zal je nooit meer pijn doen. Je bent veilig. Ik beloof het je.’
Ze schudt haar hoofd en laat een paar kermende geluidjes horen, alsof ze wel van alles wil zeggen, maar er welt zoveel in haar op dat ze het niet over haar lippen weet te verkrijgen. Ik hou haar maar gewoon stevig vast en wrijf over haar rug terwijl de angst door haar heen siddert. Ze kruipt weg tegen me aan alsof ze in me wil verdwijnen en ik dein ons zachtjes heen en weer. Ik druk een kus op haar haar en mompel weer dat ze veilig is, dat ze niet bang hoeft te zijn. Er gaat een rilling door haar heen en ik voel hoe ze zichzelf er wanhopig graag van probeert te overtuigen dat ik gelijk heb.
Wanneer ik aanstalten maak om overeind te komen, krimpt ze ineen en maakt een verstikt geluidje, maar ik geef haar een knuffel en zeg: 'Paige, liefje, het is oké. Ik ga je gewoon even optillen zodat we niet op de grond hoeven te zitten, oké?'
Het duurt een seconde of twee van alles laten bezinken voor ze knikt en ik kom overeind, met haar in mijn armen. Aangezien we letterlijk twee meter van het bed verwijderd zijn en ik niet wil uittesten hoe stevig ze op haar benen zou kunnen staan op dit moment, draag ik haar even en laat ons weer neerzakken op het matras. Ze heeft zich zo angstvallig aan me vastgeklampt dat ik haar hartslag kan voelen, te hard en te snel.
Ik geef een kus op haar voorhoofd en blijf zo stil mogelijk, zodat ik even het constante ben in de draaiende wereld om haar heen. Ik weet dat ik het niet beter kan maken, dat ik de angst en paniek niet met een schepnetje uit haar kan vissen, maar ik kan er in ieder geval voor haar zijn.
Na een paar minuten houdt het trillen van haar lichaam op en worden haar ademhalingen rustiger, maar ze lijken wel steeds dieper te worden, alsof ze naar lucht probeert te happen. Ze maakt zich een beetje los uit mijn omhelzing - niet zo erg dat we elkaar niet meer aanraken, maar we zitten niet meer aan elkaar vastgeplakt. Er zit nog steeds een soort waas in haar blik, en haar ogen staan een beetje glazig, waardoor ik niet helemaal weet of dit wel beter is dan haar blinde paniek van eerst.
Haar rechterhand gaat omhoog naar haar keel. Ze heeft me ooit vertelt dat ze angst daar het meeste voelt, alsof alles daar blijft steken en het onmogelijk maakt om te ademen, alsof elke kreet om hulp in haar strot vast blijft zitten. Er rijst iets van paniek in me op wanneer ik zie dat ze, bijna alsof ze het niet doorheeft, haast naar haar hals begint te klauwen, alsof ze het gevoel weg kan krabben. Wanneer ik haar nagels in haar vlees zie duwen, schreeuwt alles binnenin mij op haar vast te pinnen op het bed zodat ze zichzelf geen pijn meer kan doen, maar ik dwing mezelf om me in te houden, want ik denk niet dat haar absoluut niet zal helpen om te kalmeren.
'Paige, doe voorzichtig,' probeer ik zachtjes. 'Je doet jezelf nog pijn.'
Behoedzaam pak ik haar pols vast, zo lichtjes dat ze zich makkelijk los zou trekken als ze dat wil, en leid haar hand weg van haar hals. In een snelle blik zie ik dat er een paar nagelafdrukken in haar huid staan, maar ze zijn niet diep genoeg om te bloeden.
Ondertussen kijkt Paige met panische ogen de duistere kamer rond en ik doe snel de lamp voor haar aan, zodat ze kan zien dat er niets is, dat Jack Lockley niet ergens in een hoekje naar haar loopt te gluren.
‘Paige,’ zeg ik. Mijn stem is vriendelijk en zacht, maar wel indringend. ‘Paige, kijk me eens aan.’
Het is genoeg om ervoor te zorgen dat ze haar blik op mijn focust en ik vraag me af of dit nog een paniekaanval is. Het lijkt in ieder geval anders dan wat er eerder vanavond aan de hand was, maar misschien is het niet altijd hetzelfde.
‘Volg mijn ademhaling, oké? Dan doen we het rustig aan. Gewoon mijn ritme volgen,’ gebied ik haar, mijn toon kalmer dan ik me voel.
Ze moet heel erg haar best doen om zich op me te concentreren, maar uiteindelijk neemt ze toch het ritme van mijn overdreven diepe, trage ademhaling over te nemen. Zelfs wanneer ze de smaak zelf ook wel te pakken heeft, ga ik door met het voorbeeld geven, want ik zie dat ze er heel erg op gefocust is en het haar helpt om niet aan andere dingen te denken. Pas wanneer haar blik weer helemaal helder is en ik geen greintje spanning meer in haar houding zie, hou ik op en leg voorzichtig een hand op haar wang. Ze opent haar mond, alsof ze zichzelf ertoe wil zetten om iets te zeggen, maar niet weet wat.
'Je hoeft niks te zeggen,' zeg ik zachtjes en ik neem haar weer in mijn omhelzing. 'Je hoeft helemaal niets te zeggen.'
Er gaat weer een rilling door haar heen en ze kruipt dicht tegen me aan. Na een tijdje ga ik liggen, met haar in mijn armen. Ik strijk zachtjes door haar haar.
'Ga maar slapen, liefste. Je bent veilig, ik beloof het.'
Ze kijkt angstig naar me op, haar ogen groot en nat van de tranen.
'Niet het licht uitdoen,' brengt ze uit, haar stem kleintjes en geknepen.
Ik knik. 'Ik zal het licht aan laten.'
Er gaat een zucht van opluchting door haar heen, alsof ze had verwacht dat ik zou weigeren.
Ik dek haar teder toe en geef een kus op haar voorhoofd. Ik werp een blik op de klok en zie dat het al half vijf ‘s nachts is. Er gaat een zucht door me heen en ik laat me naast haar neerzakken. Ze laat haar armen om me heen glijden en ik omhels haar terug.
Ik blijf wakker tot ik haar ademhaling hoor veranderen en zeker weet dat ze slaapt. Eigenlijk was ik van plan het licht uit te doen zodra ze sliep, maar het duurde wat langer dan gedacht en ik ben zo moe dat ik gewoon meteen mijn ogen dicht laat zakken en ze niet meer open doe.

Om zeven uur die ochtend gaat de wekker en mijn hand vindt het apparaat feilloos, zodat ik hem snel af kan zetten. Ik ben meteen vrij wakker, maar Paige moet duidelijk van ver komen.
Haar ogen fladderen langzaam open en automatisch draait ze haar lichaam iets dichter naar me toe. Ik strijk een lok haar uit haar gezicht en zeg zachtjes: 'Goedemorgen, lieveling.'
Er ontstaat een zwakke, vermoeide glimlach om haar mond en ze slaakt een zucht.
'Dat klinkt mooi. "Lieveling",' brengt ze slaperig uit.
Ik glimlach en mijn armen vinden een weg om haar lichaam. Ik geef een paar lome kusjes in haar hals en murmel: 'Dat komt omdat je mijn lieveling bent. En alles aan jou is mooi.'
Ze schudt haar hoofd. 'Dat is niet waar. Er is genoeg niet moois aan mij.'
Nu is het mijn beurt om van nee te schudden en ik wrijf mijn neus even in haar hals.
'Alles aan jou is mooi,' zeg ik. 'Zelfs de dingen die niet mooi zijn.'
Haar armen glijden om mijn nek en ze kamt met haar vingers door mijn warrige haar.
'Hoe laat is het?' vraagt ze vermoeid.
'We kunnen nog een kwartiertje blijven liggen,' zeg ik, want ik weet dat dat is waar ze op doelt.
Er gaat een zucht door haar heen en ik weet niet zeker of het opluchting of teleurstelling is. Volgens mij zou ze gemakkelijk nog een paar uur kunnen blijven slapen.
We blijven nog een halfuurtje liggen, waarbij ik telkens wanneer ze weer in slaap dreigt te vallen een beetje ga verliggen om haar wakker te houden, maar dan kom ik een stukje overeind en verspreid een serie kusjes over haar gezicht, waardoor ze glimlacht.
'We moeten opstaan, liefje,' zeg ik zachtjes.
Ze rolt zich bovenop me, duwt me met haar lichaam terug op het bed, en gaat bovenop me liggen, zodat we niet weg kunnen. Ik laat mijn handen over de volle lengte van haar smalle, sterke rug glijden en slaak een zucht, want ook ik ben nog niet helemaal wakker en het ligt eigenlijk best lekker.
'Wil je liever thuis blijven, vandaag?' vraag ik, want ik kan me voorstellen dat ze na gisteren en vannacht niet helemaal in staat is de grote boze buitenwereld weer te trotseren. 'Ik regel het dan wel met Marco.'
Ze schudt haar hoofd, zucht weer, en komt overeind. Ik kom ook overeind en we schrapen wat kleren bij elkaar. Terwijl we aan het omkleden zijn, heel erg mijn best om niet naar haar te kijken.
Wanneer we klaar zijn doe ik het licht, dat de hele nacht heeft gebrand, uit. Net op het moment dat Paige de kamer uit loopt, pak ik haar onderarm vast om haar tegen te houden. Ze kijkt me vragend aan, en een beetje behoedzaam.
‘Paige, weet je zeker dat je het aankan om naar werk te gaan, vandaag?’
Ik kijk haar indringend aan en haar gezichtsuitdrukking verhardt.
‘Soms moet je gewoon doorgaan. Zo is het leven. Soms... Soms kom je erachter dat de man die je verkracht heeft geprezen wordt in het hele land,’ zegt ze stilletjes, ‘en moet je gewoon doorgaan.’

Reacties (2)

  • CrazyUnicornLuf

    Paige gaat maar door....
    Girl power!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    Poehhh Nathan krijgt wel echt slaaptekort met al die korte nachtjes!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen