. . .


Esai was zo overrompeld dat het hem een paar tellen kostte voor hij zijn motor op de standaard zette en achter haar aan begon te rennen. Waar was dit nou ineens vandaan gekomen? Hij begreep er niks van. Hij zou haar echter echt niet laten gaan. Desnoods sleepte hij haar onder luid geschreeuw het clubhuis in. Ze moest het maar met zijn pa uitzoeken, hij wilde in elk geval laten zien dat hij gedaan had wat er van hem verwacht werd.
      Hij greep haar pols vast toen hij haar had ingehaald en hield haar staande.
      ‘Kom op nou… Wat is er aan de hand?’
      ‘Ik wil niks met je stomme club te maken hebben!’ snauwde ze
      ‘Maar waarom niet? Ik dacht…’
      ‘Het kan me niet schelen wat je dacht!’
      Haar ogen spuwden vuur. Man, wat een driftkop. Dat had hij niet van haar verwacht. Hij kreeg zin om zijn lippen op die van haar te duwen, puur om haar te kalmeren.
      Hij dacht alleen niet dat het zou werken, waarschijnlijk kreeg hij alleen een dreun in zijn gezicht.
      ‘Ik ben geen prospect, oké?’ begon hij op een zo redelijk mogelijke toon. ‘Mijn vader is de clubpresident en hij vroeg me inderdaad of ik een oogje op je wilde houden. Dat is wat wij Mayans doen. Voor elkaar zorgen. Iemand vindt in elk geval dat je eens van ons bent.’
      ‘Over mijn lijk dat ik ooit geassocieerd wil worden met een schizofrene motorbende!’
      Esai onderdrukte een zucht. Waar kwam die haat in vredesnaam vandaan? Had het iets te maken met dat litteken? Met de dood van haar familie? Zijn greep verslapte iets, al liet hij haar niet los.
      ‘Ik wil je vriend zijn,’ zei hij zacht. Hij werd misselijk van zijn eigen stem. Hij hield er helemaal niet van om iemands reet te kussen, hij had echter genoeg ervaring met meiden om het een kans te willen geven. ‘We hebben een klik, toch? Tot je erachter kwam dat mijn pa een Mayan is had je niets op me tegen.’
      ‘Het gaat niet om je pa,’ zei ze op een dreigende toon. ‘Het gaat erom dat je als een babysitter op me af wordt gestuurd.’
      Hij merkte dat de irritatie als mieren over zijn huid begon te kruipen. ‘Sinds wanneer ben je een babysitter als je naar iemand omkijkt? Waarom doe je zo paranoia man? Ik bedoel het goed. Tot vijf minuten gleden vond ik het leuk om met je op te trekken.’
      Nors wendde ze haar gezicht af.
      ‘Wat ga je dan doen?’ hoonde hij. ‘In je eentje in je kamer zitten? Deze mensen vinden je belangrijk. Waarom heb je er zo’n afkeer tegen.’
      Ze snoof. ‘Denk je dat ik dat jou aan je neus ga hangen? Ik weet hoe jullie zijn. Als ik ook maar één onaardig woord zeg dan snijden jullie mijn tong eruit.’
      Hij onderdrukte een zucht. Wat kon hij nog meer zeggen? Moest hij haar dan maar laten gaan? Om de een of andere reden lukte het hem niet haar hand los te laten.
      ‘Laten we dan ergens anders heen gaan,’ stelde hij voor. ‘Oké? Het is niet alsof ze gevraagd hebben of je naar het clubhuis komt. Het is gewoon waar ik altijd rondhang na school.’
      Langzaam draaide ze haar hoofd opzij en keek hem peilend aan. Alleen haar linkeriris bewoog toen ze van zijn ene naar zijn andere oog keek.
      ‘Oké,’ zei ze uiteindelijk aarzelend. ‘Waar wil je heen?’
      ‘Waar wil jíj heen?’
      Ze haalde haar schouders op. ‘Een plek waar niemand naar me staart zou fijn zijn,’ mompelde ze.
      ‘Oké, ik weet wel een plek.’ Hij toonde haar een optimistische glimlach, daarna leidde hij haar terug naar zijn motor.

. . .


Alesia was er nog niet helemaal van overtuigd dat dit een wijs besluit was. Ze wist ook niet helemaal wat haar had overgehaald. Zijn hypnotiserende ogen, zijn charmante glimlach?
      Haar wantrouwen nam toe toen ze toekeek hoe Esai een stuk hout opzij wrikte en daarna door de smalle opening naar binnen ging. Hij stak zijn hand naar haar uit.
      ‘Wat dóén we hier.’ Ze keek langs de stenen muur omhoog.
      ‘Hier komt niemand. Dat wilde je toch?’
      ‘Ik wilde niet dat je me naar de ultieme moordplek nam! Niemand vindt me hier ooit.’
      Hij grinnikte. ‘Niemand moordt in het huis van God. Kom, het is best tof.’
      Met een zucht stapte ze achter hem aan door het gat heen, wat ooit een soort achterdeurtje moest zijn geweest. Het was er pikdonker. Een zenuwachtig gevoel borrelde in haar omhoog.
      Ze leek wel gek.
      Toch waren de zenuwen iets anders dan de leegte die ze al weken voelde. Het had iets avontuurlijks, en om de een of andere reden vertrouwde ze deze jongen die ze pas net had leren kennen.
      Met zijn telefoon maakte hij een klein lampje, maar veel licht gaf het niet. Er lagen losse tegels en andere troep op de grond.
      ‘Ik ga mijn nek hier breken,’ bromde ze. ‘Heb je door dat je een halfblinde hebt meegenomen?’
      Vingers streken zoekend langs die van haar. ‘Ik hou je hand wel vast.’
      Ze snoof. ‘Je bent me d’r eentje, Alvarez. Rare manier van meisjes versieren heb jij.’
      Hij grinnikte. ‘Sommige meisjes vragen om een speciale behandeling. Je meenemen naar het clubhuis viel niet in de smaak.’
      Ze trok een mondhoek op, daarna verstrengelde haar vingers met die van hem. Voorzichtig leidde hij haar verder totdat hij ergens een deur vond en die opende. Licht stroomde hier door glas-en-loodramen, waar heel wat stukken ontbraken. Hoewel ze hier zonder Esais hulp zou kunnen lopen, voelde ze zich niet genoodzaakt om zijn hand los te laten. Ze keek om zich heen.
      Hoe imposant het gebouw er ook uit had gezien vanbuiten, vanbinnen stelde het niet veel voor. De banken stonden er nog in, hoewel een groot deel daarvan was weggebroken. Al het andere was uit de ruimte weggehaald. Het rook er muf, vogels vlogen van raam tot raam.
      vvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvvv ‘Je hebt wel een bijzonder gevoel voor romantiek.’
      ‘Hoezo? Mensen zijn op deze plek getrouwd.’
      Ze grinnikte zacht. Hij had ook overal een antwoord op. Hand in hand liepen ze door het verlaten gebouw. Hun voetstappen echoden om hen heen.
      Door het kerkpad leidde hij haar naar achteren toe, waar hij een nieuwe deur doorging. Hij nam haar mee een trap op, die omhoog in de kerktoren leidde. Ondanks de verlaten staat zag alles er nog stevig uit. Daar waar de klokken bediend konden worden was een groot raam. De wind waaide erdoorheen; het glas was gebroken. Er stond een tafel naast, waar Esai bovenop ging zitten.
      ‘Dit is jouw idee van een mooi uitzicht?’ vroeg ze toen ze uitkeken op een begraafplaats.
      ‘Jij moet ook echt overal over zeuren hè?’
      ‘Het is een beetje cru als je net je ouders hebt begraven.’
      Esai verstijfde en draaide met een ruk zijn gezicht opzij. ‘Fuck – sorry. Daar had ik niet aan gedacht.’
      De schrik op zijn gezicht deed iets met haar. Hij deed echt zijn best. Waarom begreep ze niet – misschien was hij echt gewoon aardig. Net als Angel. Als Gilly. Dat kon best. ‘Het is oké.’ Ze staarde naar beneden, naar de overgroeide grafzerken. Het was vast al lang geleden dat daar iemand begraven was. Het was maar een klein kerkhof, de mensen die er lagen al lang vergeten. Buiten de muurtjes eromheen ging het leven gewoon verder, daar waren woonblokken en winkels.
      ‘Zit je hier vaak?’ vroeg ze zich af.
      ‘Af en toe.’ Hij was even stil. ‘Mijn ouders hebben vaak ruzie,’ zei hij toen. ‘Toen ik veertien was ben ik een keer van huis weggelopen en heb ik hier een paar nachten geslapen. Ik weet niet. Het voelt als een soort toevluchtsoord.’
      Alesia gluurde opzij. Ze had niet verwacht dat hij zich zo zou openstellen. Was het echt waar? Of hoopte hij alleen maar dat zij hem op die manier ook antwoorden zou prijsgeven? Zijn ogen rustten even in die van haar en hielden haar blik vast, alsof hij haar wilde bewijzen dat hij oprecht was. Toch straalde zijn hele gezicht nieuwsgierigheid uit. Ze wist niet of dat erg was. Zelf was ze ook nieuwsgierig aangelegd. In zijn plaats zou ze ook willen weten welk verhaal er achter haar school.
      ‘Stel me één vraag,’ zei ze. ‘Ik weet niet of ik hem zal beantwoorden, maar misschien wel. Eén vraag,’ benadrukte ze.
      Hij knikte en dacht even na. Zijn blik gleed naar hun nog steeds verstrengelde vingers. Het voelde op een gekke manier vertrouwd.
      Wat zou hij vragen? Hoe haar ouders waren omgekomen? Hoe ze aan dat litteken kwam? Dat waren dingen waar ze nog niet over kon praten. Het was dan ook een beetje een stille test om te zien of hij dat zelf ook aanvoelde.
      ‘Waarom heb je zo’n hekel aan de Mayans?’
      Ze gaf een dankbaar kneepje in zijn hand omdat hij haar grenzen leek aan te voelen. Bovendien voelde ze dat dit een vraag was die uit zijn hart kwam, en niet uit dat van de club.
      ‘Mijn broer was een Mayan,’ vertelde ze toen. ‘Neron. Ze noemden hem Creeper. Ze zaten midden in een bendeoorlog, hij was net ingepatcht…’ Ze zuchtte diep. ‘Ik weet niet wat hij precies heeft gezien en meegemaakt, maar hij kreeg er nachtmerries door. Vaak hoorde ik hem schreeuwen ’s nachts. Hij wilde er nooit over praten. Hij ging drugs gebruiken, cocaïne. Raakte verslaafd.’ Ze beet op de binnenkant van haar lip. Er was een zwaarte in haar borst en ze kneep haar ogen even dicht terwijl ze aan het ingevallen gezicht van haar broer dacht, aan zijn verwilderde ogen. ‘In plaats van hem te helpen, schopten ze hem uit de club. Lieten hem aan zijn lot over. Een stel egoïstische klootzakken zijn het. Zadelen een eenentwintigjarige jongen op met een trauma en vervolgens ditchen ze hem.’
      Esai was stil.
      ‘Dat is de club waar jij onderdeel van wilt zijn, Esai. Van mensen die hun eigen vrienden en hun eigen familie verraden. Mijn vertrouwen krijgen ze niet. Mijn dromen gaan ze niet kapotmaken.’

Het waren woorden die ze in haar hart had moeten schrijven, die ze in haar hoofd had moeten stampen. Uiteindelijk gaf ze hun dat vertrouwen toch. En inderdaad – haar dromen maakten ze kapot.

Reacties (1)

  • Renate1983

    Ik vind het jammer van de laatste paar regels. Dat de club toch haar dromen kapot maken. Persoonlijk had ik daar lezende achter willen komen. Verder een leuk verhaal.

    2 maanden geleden
    • Croweater

      Oh ik dacht dat dat al duidelijk was uit de beschrijvingxD

      2 maanden geleden
    • Renate1983

      Dat ze Esai het voordeel van de twijfel wilt geven, zegt niet dat ze dat met zijn motorclub doet. Goed, ze heeft er ook geen goede ervaringen mee maar ze ziet een toekomst voor zichzelf. Of lees ik het dan verkeerd?

      2 maanden geleden
    • Croweater

      Oh nee ik bedoel uit de beschrijving van het verhaal, de flaptekst. Aangezien daar staat dat Esai "vermoord" wordt doordat hij een (club)opdracht laat mislukken leek het me logisch dat Alesia de club dan ziet als de boosdoeners die haar vriend (en dus haar toekomst) van haar hebben afgenomen. ;p

      2 maanden geleden
    • Renate1983

      Jo, daar let ik niet eens meer echt op. Zolang het 1e hoofdstuk mijn aandacht heeft, een prima (leesbare) schrijfstijl is, geef ik het een kans.

      2 maanden geleden
    • Croweater

      Haha oké.

      2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen