Als je wilt, kan je nu nog terug en doen alsof het vorige hoofdstuk het einde van het verhaal was. Lezen is op eigen risico.

Toen Crowley met zijn Bentley voor de stoep stopte, voelde hij dat er iets mis was. Aziraphale’s boekenwinkel had een eigen leven, net als zijn eigen Bentley, en het had nooit ‘dood’ gevoeld. Zelfs niet toen Aziraphale voor het eerst erin trok, het rook naar potentieel en niet dood. Het had zelfs niet zo gevoeld toen de winkel in de fik stond. Crowley was niet zeker of hij zelf de motor uit gezet had toen hij de stoep opstapte. De voordeur van de winkel sloeg open toen hij zijn voet op de eerste trede richting de winkel zette.
      “Aziraphale!” riep hij, een vreemd en onwelkom gevoel van paniek bekroop hem. “Azir-”
      Hij liep verder de winkel in en de woorden stokte in zijn keel. De ruimte om hem heen rook lichtelijk naar de Hemel vermengd met de geur van bloed. Op de grond lag een figuur gekleed in beige en blauw met een donkerrode vlek die uit het beige naar de vloer liep. In het midden van die vlek stak een zwaard omhoog, diep in de borst gestoken. Crowley herkende het zwaard, dat hij ooit omschreven had als ‘flaming like anything’.
      “Aziraphale?”
      Crowley stommelde naar voren om gevoelloze voeten, klauwde zijn zonnebril van zijn gezicht af met scherpe nagels die zijn huid open haalde. De wonden genazen gelijk weer, maar in zijn borst opende zich een wond die hij niet kon sluiten. Hoe dichtbij hij kwam, hoe groter de wond leek te worden. Hij struikelde, zijn knieën raakten het hout onder hem zo hard dat zijn kaken op elkaar sloegen en zijn handen op de borst onder hem vielen, het lichaam nog steeds warm, een leegte die hem bijna opslokte onder zijn ribbenkast. Hij trok zijn handen terug en een spoor van gouden grace kleefde aan zijn huid en zorgde ervoor dat het bloed aan zijn palmen gloeide. Zijn brein stotterde.
      “Angel?” kraste zijn stem wanhopig, zijn vingers dansten om het zwaard heen. Moest hij het eruit trekken? Moest hij het laten zitten? Wat moest… “Angel, ik weet niet wat ik moet doen, je moet wakker worden.” Hij schudde aan Aziraphale, eerst zachtjes, daarna harder toen er geen reactie kwam. “Angel, wordt wakker!” schreeuwde hij nu, hij schudde Aziraphale zo hard dat hij-
      De gedachte stak hem zo hard en snel dat hij het lichaam losliet en het zachte geluid dat Aziraphale’s hoofd maakte toen het de grond raakte was alsof Crowley zelf neergestoken werd.
      “Het spijt me,” snakte hij in een adem, smekend. Want dat was hij, hij wilde gewoon dat Aziraphale zijn ogen opende om te bewijzen dat dit niet echt was. “Het spijt me, Angel, het spijt me. Alsjeblieft, alsjeblieft, wordt wakker en ik maak het goed. Alsjeblieft.”
      Maar het bloed en de grace op zijn handen verdwenen niet, het zwaard bleef staan waar het stond en Aziraphale… hij opende zijn ogen niet.
      “Dit… dit is niet echt,” wist Crowley uit te brengen.
      Zijn vuisten hadden de kraag van de Engel’s jas gegrepen. Hij had niet door dat hij zijn menselijke controle begon te verliezen en hoe de stof van de jas scheurde onder de zwarte nagels van zijn klauwen.
      “Het is niet…”
      Een geluid zat vast in zijn keel, een lelijk geluid dat hij nog nooit in zijn onsterfelijke leven gemaakt had, en hij sloeg zijn hand voor zijn mond om het geluid binnen te houden. Iets nats druppelde over zijn wangen heen en hij veegde er met zijn vrije hand overheen, maar meer bleef komen. Elke poging om zijn wangen te vegen zorgde er enkel voor dat er meer natheid over zijn gezicht verspreid raakte tot hij alleen nog maar het bloed van Aziraphale kon ruiken, zijn Engel’s vervagende grace.
      “Het is niet waar.”
      De stomme tranen wilden maar niet ophouden met vallen, wilden niet ophouden met vallen op de stof die altijd in goede conditie gehouden was sinds hij gemaakt was, de beige stof die nu bevlekt was met rood, gemengd met tranen naar roze. Hij duwde zijn handpalmen tegen zijn ogen aan zodat het op zou houden. Misschien als hij de tranen kon laten stoppen, zou deze nachtmerrie ook ophouden.
      “Het is nooit gebeurd,” zei hij tegen zichzelf, zijn klauwen duwde in het vlees van zijn hoofdhuid totdat bloed naar beneden liep en zich vermengde met zijn tranen. “Het is nooit gebeurd,” wenste hij, eisend dat de wereld het terug zou draaien, maar geen hoeveelheid Demonische kracht in het universum kon een Engel terug brengen van uitwissing.
      Crowley verkreukelde over Aziraphale heen en begroef zijn hoofd in zijn borst terwijl hij zijn smart uitschreeuwde. Pas toen hij alles eruit had geschreeuwd, pas toen al het leed hem verlaten had, vulde hij zich met woede en gooide hij zijn hoofd naar achteren en brulde hij tot het universum trilde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen