Vanuit bed wierp Crowley een blik op het horloge dat op zijn nachtkastje lag. Deze gaf de tijden aan van meerdere plekken op de wereld, maar hij keek naar degene die de tijd van Londen aangaf. Het was bijna vijf uur, wat betekende dat hij echt een keer zijn bed uit moest komen om zijn Engel te bezoeken. Zijn bed was zo lekker warm en buiten was het zo koud. Met tegenzin strekte hij zich lui uit onder de zijden lakens. Hij had het immers beloofd en hij kon geen beloftes aan zijn Engel breken.
      Met een klik van zijn vingers was hij aangekleed en droeg hij zijn normale strakke skinny jeans, maar de onderzijde van de kraag van zijn zwarte jas had een patroon van schotse ruitjes. Hij begaf zich loom richting de, vooral ongebruikte en lege, keuken. Zijn loopje die normaal gesproken uit zijn heupen kwam, oogde nogal stijf. Crowley liet zijn vingers over het gladde oppervlakte van het aanrecht glijden en kwam tot stilstand voor de wijnkoeler. Hij gluurde door het glas naar de flessen die erin lagen, tot hij de deur opendeed en de koude wind die eruit kwam hem liet rillen. Zijn vingers bleven hangen op een fles die hij eigenlijk bewaarde voor een speciale gelegenheid, het was één van Aziraphale’s favorieten, maar je wist maar nooit of die gelegenheid ooit zou komen.
      “Deze volstaat wel vandaag,” murmelde hij tegen zichzelf.
      Hij verwijderde de fles uit de koeler, sloot deze weer af en begaf zich naar de voordeur. Met een beweging van zijn pols sloot hij de flat in Mayfair af en stond hij binnen no time op de stoep voor zijn geliefde Bentley. De zwart met grijze auto, een eigenaar van nieuw, liet hem nooit in de steek. Ook vandaag niet. Sinds Armaggedon’t had de auto niet meer zo de neiging om elke CD die er langer dan een week in lag te veranderen in een ‘best of’ CD van Queen, behalve toevallig vandaag.

A hand above the water
An angel reaching for the sky
Is it raining in heaven
Do you want us to cry?


“Oh, c’mon,” gromde Crowley een tikkeltje beledigd tegen zijn auto, maar hij deed geen poging om de muziek te stoppen.

And everywhere the broken-hearted
On every lonely avenue
No one could reach them
No one but you


Het kleinste glimlachje in de geschiedenis kroop over zijn lippen heen terwijl hij naar de tekst luisterde en zachtjes mee begon te hummen.

Even buiten Londen, langs een zandweg, had Crowley de Bentley geparkeerd en stapte hij uit. Hij nam de hals van de fles wijn in zijn hand en zuchtte voordat hij de heuvel voor zich op begon te lopen, tussen de bomen door. Hij had Aziraphale hier al eens mee naartoe genomen voor een picknick. Ze waren al uit eten geweest bij de Ritz, dus een picknick leek hem wel passend toentertijd. Aziraphale had er immers om gevraagd op dezelfde nacht dat hij hem de holy water gegeven had. Oh, zijn Engel was zo verrukt geweest met de verrassing en de plek was zo mooi. Ze hadden wijn gedronken op het kleed en Crowley had toegekeken hoe zijn Engel at.
      Crowley kwam bovenop de heuvel aan, er stond een enkele, oeroude, boom bovenop en Crowley begaf zich erheen met een glimlach. Het uitzicht was spectaculair, het keek uit over groene weiden, in de verte een klein dorpje met een kerktoren en een rustig kabbelend beekje net aan de andere kant van de heuvel. De zon hier onder zien gaan was romantischer dan Crowley wilde toegeven, maar het gouden licht op de krullen van Aziraphale was adembenemend. De zon was al aan het ondergaan en wierp lange schaduwen over het grasveld.
      “Angel,” groette Crowley zo nonchalant als hij kon. “Ik heb je favoriete wijn meegebracht.”
      Hij glimlachte wel, maar zijn knieën begaven het. Zijn zwarte jeans raakten het gras onder hem en hij zette de wijn voorzichtig neer, zodat hij de zonnebril van zijn gezicht af kon halen en in zijn ogen kon wrijven. Zijn handen reikten naar het grijze standbeeld voor hem, een blok steen waar een Engel op geknield zat. De enige inscriptie was een naam.
      “Aziraphale,” zei hij, stem dik van de tranen. “Het spijt me.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen