Scarletts gevoelens kwamen in nog fellere kleuren dan gewoonlijk. Het dwingende rood van gloeiend kolen. Het gretige groen van ontkiemende grashalmen. Het nerveuze geel van de fladderene vleugels van een vogel. Hij had eindelijk teruggeschreven. Ze las de brief nog een keer. En nog een keer. En toen nog een keer. Haar ogen namen elke scherpe pennenstreek op, elke wasachtige welving van het zilveren wapen van de Caraval-meester – een zon met daarin een ster, en in de ster een traan. Hetzelfde zegel was als watermerk zichtbaar op de bijgesloten strookjes papier. Dit was geen grap.
‘Donatella!’ Scarlett vloog de trap af naar de vatenkelder om haar zusje te zoeken. De vertrouwede geuren van stroop en eikenhoud kringelden omhoog in haar neus, maar haar deugniet van een zushe was nergens te bekennen. ‘Tella... waar ben je?’ Olielampen wierpen een amberkleurige gloed op de flessen met rum en een aantal onlangs gevulde houten vaten. Scarlett ving gekreun op toen ze langsliep, en ze hoorde iemand zwaar ademen. Na haar laatste aanvaring met hun vader had Tella waarschijnlijk te veel gedronken, en dan lag ze nu ergens op de grond haar roes uit te slapen.
‘Dona...’ Ze verslikte zich bijna in de tweede helft van de naam van haar zusje. ‘Hoi Scar.’
Tella wierp Scarlett een lome grijns toe, een en al witte tanden en gezwollen lippen.
Haar honingblonde krullen waren een warboel en haar sjaal lag op de grond. Maar het was de aanblik van de jonge zeeman, met zijn handen om Tella’s middel geslagen, die Scarlett liet stotteren. ‘Heb ik jullie ergens bij gestoord?’
‘Er is niets waar we niet weer mee kunnen beginnen.’ De zeeman sprak met een lijzige Zuidelijke tongval, die veel zalvender klonk dan het scherpe accent van het Meridiaanse Keizerrijk waaraan Scarlett gewend was. Tella giechelde, maar ze had in ieder geval het fatsoen om licht te blozen.
‘Scar, je kent Harry toch?’
‘Wat leuk om je te zien, Scarlett.’ Colson glimlachte, koel en verleidelijk als een streepje schaduw in het Hete Seizoen. Scarlett wist de beleefdheid een antwoord bood als ‘Ook leuk om jou te zien.’ Maar het enige waar ze aan kon denken waren zijn handen, nog steeds om Tella’s maagdenpalmblauwe rokken geslagen, spelend met de kwastjes van haar tournure, alsof ze een pakje was dat hij zo snel mogelijk wilde uitpakken. Harry was pas een maand op het eiland Trisda. Toen hij van zijn schip afslenterde, lang en knap, met een goudbruine huid, had hij de aandacht van bijna alle vrouwen getrokken. Zelfs Scarlett had een vluchtige blik op hem geworpen, maar ze was zo verstandig geweest om niet langer te kijken. ‘Tella, mag ik even je aandacht?’ Scarlett verwaardigde zich een beleefd knikje in Harrys richting, maar zodra ze zich een weg tussen een paar rijen vaten door hadden gebaand, siste ze: ‘Waar ben je mee bezig?’
‘Scar, je gaat trouwen; ik zou denken dat je wel op de hoogte was van wat er tussen een man en een vrouw gebeurt.’ Tella gaf haar zusje een speelse por tegen haar schouder.
‘Dat bedoel ik niet. Je weet wat ervan komt als vader je betrapt.’
‘Daarom ben ik ook niet van plan me te laten betrappen.’
‘Doe eens serieus,’ zei Scarlett. ‘Ik ben serieus. Als vader ons betrapt, verzin ik gewoon iets om jou ervoor op te laten draaien.’ Tella glimlachte wrang. ‘Maar ik denk niet dat je naar beneden bent gekomen om daarover te praten.’ Haar ogen gleden naar de brief in Scarletts handen. Het vage schijnsel van een lantaarn raakte de metaalachtige randen van het papier en deed ze oplichten als zinderend goud, de kleur van magie en wensen en beloften van dingen die in het verschiet lagen. Het adres op de envelop lichtte kort glanzend op.

Juffrouw Scarlett Dragna
Per adres biechtstoel van de priesters
Trisda
Veroverde Eilanden van het Meridiaans Keizerrijk


Tella's blik verscherpte zich terwijl ze naar het glanzende schrift staarde. Scarletts zusje was altijd dol op schoonheid geweest, zoals de jonge man die nog steeds achter de vaten op haar wachtte. Als Scarlett een van haar mooiere bezittingen kwijt was, vond ze het voorwerp vaak verstopt in de kamer van haar zusje terug. Maar Tella stak haar hand niet uit om de brief aan te pakken. Ze hield haar armen langs haar lichaam, alsof ze er niets mee te maken wilde hebben. ‘Is dat weer een brief van de graaf?’ Ze spuwde die titel uit alsof hij de duivel was. Even overwoog Scarlett om haar verloofde te verdedigen, maar haar zus had al heel goed duidelijk gemaakt hoe ze over Scarletts verloving dacht. Het maakt niet uit dat gearrangeerde huwelijken tegenwoordig erg in de mode waren in de rest van het Meridiaanse Keizerrijk, of dat de graaf Scarlett al maandenlag de allerliefste brieven schreef. Tella weigerde te begrijpen hoe Scarlett met iemand kon trouwen die ze nog nooit in levende lijven had ontmoet. Maar een huwelijk met een man die ze nog nooit had gezien, boezemde Scarlett veel minder angst in dan het vooruitzicht om op Trisda te moeten blijven.
‘Nou...’ drong Tella aan, ‘Ga je me nog vertellen wat het is?’
‘Hij komt niet van de graaf.’ Scarlett sprak zacht, omdat ze niet wilde dat Tella’s vriend de zeeman het hoorde. ‘Hij komt van de meester van Caraval.’
‘Heeft hij je teruggeschreven?’ Tella griste de brieft uit haar hand. ‘Gods tanden!’
‘Sst!’ Scarlett duwde haar zus terug in de richting van de vaten. ‘Straks hoort iemand je.’
‘Ik mag toch wel enthousiast zijn?’ Tella haalde de drie velletjes papier tevoorschijn die in de uitnodiging gevouwen waren. Lamplicht viel op de watermerken. Heel even glansden ze als goud, net als de randen van de brief, voordat ze een dreigende, bloedrode kleur aannamen.
‘Zie je dat?’ Tella hapte naar adem terwijl zilveren letters zich wervelend op het papier materialiseerden en langzaam dansend woorden vormden: Toegang voor 1 persoon: Donatella Dragna, van de Veroverde Eilanden.
Op de andere verscheen Scarletts naam.
Het derde kaartje bevatte alleen de woorden: Toegang voor 1 persoon.
Net als op de andere uitnodigingen waren die woorden gedrukt boven de naam van een eiland waar ze nog nooit van had gehoord: Isla de los Suenos.
Scarlett nam aan dat die naamloze uitnodiging waarschijnlijk bedoeld was voor haar verloofde, en heel even mijmerde ze hoe romantisch het zou zijn om Caraval samen met hem mee te maken wanneer ze getrouwd waren.
‘O, kijk, er is nog meer!’ gilde Tella toen er nieuwe regels tekst op de toegangsbewijzen verschenen.
Voor eenmalig gebruik, om toegang te krijgen tot Caraval. Hoofdpoorten gaan dicht om middernacht op de dertiende dag van het Groeiseizoen gedurende het 57ste jaar van de Elantine-dynastie.
Wie te laat arriveert, zal niet aan het spel kunnen deelnemen en loopt de kans mis om de prijs van dit jaar, zijnde een wens, te winnen.

‘Dat is al over drie dagen,’ zei Scarlett, en de felle kleuren die ze had gevoeld vervaagden tot de gebruikelijke saaie tinten van grijze teleurstelling. Ze had beter moeten weten dan te denken, al was het maar even, dat dit mogelijk was. Misschien als Caraval pas over drie maanden zou plaatsvinden, of zelfs over drie weken – in ieder geval nadat ze was getrouwd. Scarletts vader had geheimzinnig gedaan over de precieze datum van haar huwelijk, maar ze wist in ieder geval niet binnen drie dagen zou plaatsvinden. Voor die tijd vertrekken zou onmogelijk zijn – en veel te gevaarlijk.
‘Maar kijk eens naar de prijs van dit jaar,’ zei Tella. ‘Een wens.’
‘Ik dacht dat jij niet in wensen geloofde.’
‘En ik dacht dat jij hier enthousiaster over zou zijn,’ zei Tella. ‘Je weet toch dat mensen een moord zouden doen om een van deze kaartjes in handen te krijgen?’
‘Heb je dat deel van de brief niet gelezen waar hij schreef dat we het eiland moeten verlaten?’ Hoe Scarlett er ook naar verlangde om naar Caraval te gaan, het was nog belangrijker dat ze trouwde.
‘Om er binnen drie dagen te komen, zouden we waarschijnlijk morgen moeten vertrekken.’
‘Waarom denk je dat ik zo opgewonden ben?’ De schittering in Tella’s ogen werd feller; als ze blij was, zinderde de wereld, en dan wilde Scarlett met haar mee stralen en ja zeggen op alles wat haar zusje ook maar wenste. Scarlett wist echter maar al te goed hoe verradelijk het was om in zoiets ongrijpbaars als een wens te geloven.
Scarlett legde een scherpe klank in haar stem. Ze vond het vreselijk om de blijdschap van haar zusje de kop in te moeten drukken, maar beter zij dan iemand die veel meer kapot zou maken dan dat.
‘Heb je weer aan de rum gezeten? Ben je vergeten wat vader de vorige keer heeft gedaan toen we probeerden Trisda te verlaten?’
Tella kroop ineen. Even zag ze eruit als het fragiele meisje dat ze zo wanhopig probeerde te verbergen. Toen, net zo snel, veranderde haar gezichtsuitdrukking; de roze lippen krulden weer op, van kwetsbaar naar onkwetsbaar. ‘Dat was twee jaar geleden; we zijn nu slimmer.’
‘We hebben ook meer te verliezen,’ hield Scarlett vol.
Het was voor Tella makkelijker om weg te wuiven wat er was gebeurd bij een eerdere poging om naar Caraval te gaan. Scarlett had nooit aan haar zusje opgebiecht welke straf hun vader werkelijk had uitgedeeld; ze had niet gewild dat Tella in zoveel angst zou leven. Als ze wist dat er nog ergere dingen waren dan de gebruikelijke straffen van hun vader, zou ze voortdurend over haar schouder blijven kijken. ‘Je gaat me toch niet vertellen dat je bang bent dat het je huwelijk in gevaar zal brengen?’ Tella greep de toegangsbewijzen nog steviger vast. ‘Hou op.’ Scarlett griste ze terug. ‘Je verkreukelt de randjes.’
‘En jij ontwijkt mijn vraag, Scarlett. Gaat het om je huwelijk?’
‘Natuurlijk niet. Het is onmogelijk om morgen van het eiland af te komen. We weten niet eens waar die andere plek is. Ik heb nog nooit van Isla de los Suenos gehoord, maar ik weet dat het niet een van de Veroverde Eilanden is.’
‘Ik weet waar het ligt.’ Harry stapte achter een rijtje rumvaten vandaan. Zijn stralende glimlach verried dat hij zich totaal niet schuldig voelde over het afluisteren van een privegesprek. ‘Dit zijn jouw zaken niet.’ Scarlett wuifde hem weg met haar hand.
Harry keek haar met een vreemde uitdrukking aan, alsof hij nog nooit door een meisje was afgewezen. ‘Ik probeer alleen maar te helpen. Je hebt nog nooit van het eiland gehoord doordat het geen deel uitmaakt van het Meridiaanse Keizerrijk. Het wordt niet door een van de vijf Keizerrijken geregeerd. Isla de los Suenos is het prive-eiland van Legende, slechts twee dagen reizen hiervandaan. Als jullie erheen willen, kan ik jullie meesmokkelen op mijn schip, tegen betaling.’ Harrys blik ging naar het derde kaartje. Dikke wimpers omlijsten zijn lichtgroene ogen, die ervoor gemaakt waren om meisje ervan te overtuigen dat ze hun rok moesten optillen en hem in hun armen moest toelaten. Tella's woorden over mensen die een moord zouden doen voor de toegangsbewijzen flitsten door Scarletts hoofd. Harry mocht dan een innemend gezicht hebben, maar hij bezat ook dat accent van het Zuidelijke Keizerrijk. Iedereen wist dat het Zuidelijke Keizerrijk een bandeloze plek was. ‘Nee,’ zei Scarlett. ‘Het is gevaarlijk. We kunnen betrapt worden.’
‘Alles wat we doen is gevaarlijk. Als we hierbeneden met een jongen worden aangetroffen, zijn ook de rapen gaar,’ zei Tella. Harry keek beledigd omdat ze hem ‘een jongen’ noemde, maar Tella ging al verder voordat hij kon protesteren. ‘Niets wat we doen is veilig. Maar dit is het risico waard. Je hebt hier je hele leven op gewacht. Bij iedere vallende ster heb je een wens gedaan, bij elk schip dat de haven binnenvoer heb je gebeden dat het dat magische schip met de mysterieuze Caraval-spelers zou zijn. Jij wilt dit nog meer dan ik.’
Wat je ook over Caraval hebt gehoord, het is niets in vergelijking met de werkelijkheid. Het is meer dan zomaar een spel of een voorstelling. Het komt dichter bij magie dan alles wat je ooit in deze wereld zult tegenkomen. De woorden van haar grootmoeder spookten door Scarletts hoofd terwijl ze naar de stukjes papier in haar hand keek. De verhalen over Caraval, waar ze al van kinds af aan dol op was, voelden op dit moment echter aan dan ooit. Scarletts sterke emoties gingen altijd verzegeld van gekleurde flitsen, en heel even vlamde een goudgeel verlangen in haar op. Een paar seconden stond Scarlett het zichzelf toe om zich voor te stellen hoe het zou zijn om het prive-eiland van Legende te bezoeken, het spel te spelen en de prijs te winnen. Vrijheid. Keuzes. Verwondering. Magie. Een prachtige, belachelijke fantasie. En daar kon het maar bij blijven. Wensen waren ongeveer net zo echt als eenhoorns. Toen ze klein was, had Scarlett haar oma’s verhalen over de magie van Caraval geloofd, maar naarmate ze ouder werd, had ze die sprookjes achter zich gelaten. Ze had nooit enig bewijs gezien van het bestaan van magie. Nu leek het veel waarschijnlijker dat de verhalen van haar oma voortkwamen uit de rijke fantasie van een oude vrouw. Een deel van Scarlett wilde nog steeds wanhopig de pracht en praal van Caraval meemaken, maar ze wist wel beter dan te geloven dat de magie haar leven zou veranderen. De enige persoon die in staat was om Scarlett of haar zusje een gloednieuw leven te bezorgen, was Scarletts verloofde, de graaf.
Nu ze niet langer door het licht van de lamp werden beschenen, waren de woorden op de toegangsbewijzen verdwenen en zagen de kaartjes er weer bijna alledaags uit. ‘Tella, het kan niet. Het is te gevaarlijk. Als we proberen het eiland te verlaten...’ Scarlett brak haar zin af toen de trap van de vatenkelder kraakte, en ze de zware tred laarzen hoorde. Minstens drie paar. Ze wierp een paniekerige blik op haar zus. Tella vloekte en gebaarde snel naar Harry dat hij zich moest verstoppen. ‘Je hoeft voor mij niet weg te gaan.’ Gouverneur Dragna stond onderaan de trap.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen