Sam en Lieke waren nu al anderhalf jaar samen. Lieke was bij Sam ingetrokken in het hoofdkwartier. Ze had haar appartement niet verkocht, maar om Sam vaker te zien had ze ervoor gekozen om meer tijd te spenderen in het hoofdkwartier van de “Man of Letters”. Natuurlijk vond ze dat helemaal niet erg.
Nadat Dean eindelijk was bijgekomen van het nieuws dat Sam en Lieke samen waren, deed hij ook een beetje normaal. Het mocht niet baten dat dat eerst nog een half jaar had geduurd.
Al met al zag Lieke haar leven er nu nog rooskleuriger uit. Na die avond op haar oude school waren ze nog uren bij elkaar geweest. Ze konden niet van elkaar blijven.
Nu, anderhalf jaar verder, was het eigenlijk nog precies hetzelfde. Dean werd gek van het gegiechel en gedoe rond hem. Daar waren ze uiteindelijk wel mee gestopt, met uitzondering van de keren dat ze Dean simpelweg gewoon wilden irriteren. En dat lukte dan ook goed.

Maar Lieke was blij met haar leventje hoe het nu was. Sam liet haar nog steeds niks met zijn werk te maken hebben. Het idee dat hij Lieke alsnog kwijt zou raken, was zijn ergste nachtmerrie. Hij dacht nog vaak terug aan de eerste keer dat hij Lieke had ontmoet. Dat hij haar op het nippertje had kunnen redden, was iets wat hij nooit zou vergeten.

Deze zaak duurde nu al veel te lang als het aan Sam lag. Ze waren op zoek naar een groep vampieren, maar ze konden hun nest maar niet vinden. Hoe lang ze ook zochten, de vampieren leken zich te verstoppen voor hem en zijn broer.
Sam en Dean wisten dat er een aantal mensen gevangen zaten in het nest. Jennifer Harley was drie dagen geleden ontvoerd en eigenlijk vreesde de twee voor haar leven. Ze wisten niet zeker of er nog meer mensen waren ontvoerd. Nog nooit hadden ze zo weinig informatie gehad.
Ze hoopte maar op het beste en bleven doorzoeken naar enige getuigen of anderen aanwijzingen.

Twintig uur laten wisten ze eindelijk waar ze heen moesten. Een verlaten gebouw, net buiten de stad. Het was nog geen tien minuten rijden. Sam baalde dat ze het niet eerder hadden gevonden, maar het was van groot belang dat ze het alsnog zouden uitroeien. Of er nou overlevenden mensen waren of niet.

“Sam, gaat het wel?” vroeg Dean, die zijn wapen al in de aanslag had. Zijn zilveren mes glinsterde in het avondlicht.
“Ja, ik hoop gewoon dat we niet te laat zijn. Jennifer is nog te jong om te sterven.”
“Daarom zijn wij hier. Jij neemt de achterkant van het gebouw, ik ga hier naar binnen.” legde Dean uit, voordat hij weg liep en Sam alleen niet.
Met enige tegenzin maakte Sam zijn weg naar de achterkant van het gebouw. Hij wilde graag iedereen redden, maar opsplitsen vond hij nooit heel fijn.
Toen hij eenmaal een deur had gevonden, opende hij deze met een hoop gekraak en moeite.
“Het kan ook nooit een keer zachtjes gaan.” mompelde hij tegen zichzelf, terwijl hij naar binnen liep. Meteen hoorde hij stemmen. Geschreeuw. Dean was waarschijnlijk al naar binnen gedrongen. Dit was het moment om op zoek te gaan naar de overlevenden. Dean zou de vampieren afleiden en tot leven brengen.
Het was donker in het gebouw. Er waren maar een paar kamers sinds het geen groot gebouw was, maar het was groot genoeg om verdwaald te raken zonder licht. Op de tast probeerde Sam zijn weg te vinden. Toen hij een deur opende hoorde hij schelle stemmen.
“Hallo? Is hier iemand?” bracht hij zachtjes uit.
“Oh nee!” hoorde hij iemand mompelen. Uit zijn zak haalde hij een zak lantaarn, die hij hiervoor nog niet had durven gebruiken.
Hij deed hem aan en keek naar drie lichamen die voor hem hingen. Er zat ongeveer drie meter ruimte tussen hem en de dames die hij zag. Maar één van de drie leek in leven te zijn, maar hij moest en zou het checken.
“Wie ben je? Kom.. kom je mij vermoorden?” mompelde de middelste vrouw zacht.
“Nee, ik ben hier om je te redden. Ik ben Sam Winchester.” vroeg hij, terwijl hij een licht op haar scheen. De vrouw drukte haar ogen stijf dicht. Het licht verblindde haar in deze donkere kamer.
“Lieke, Lieke Tennant.” fluisterde ze zacht. “De andere twee.. leven al een paar dagen niet meer.”
Ze begon zacht te hikken, waarschijnlijk liet ze haar tranen de vrije loop.
“Ik ben hier pas een dag. Ze leefde nog toen ik aankwam, maar..” stotterde ze.
“Het is oké, ik snap het.” zei hij zacht, terwijl hij het touw wat rond haar armen zat gebonden afsneed. Ze zakte zachtjes in zijn armen, zwak door het bloed wat ze al was verloren.
“Ik moet terug naar mijn broer, Dean. Ik moet terug naar Dean om hem te helpen. Blijf alsjeblieft waar je bent. Ik kom zo terug!” mompelde hij, terwijl hij haar zachtjes om de grond neerlegde. Ze was amper in staat zelf te kunnen zitten.
“Lieke, ik kom-”
Sam kon zijn zin niet afmaken, want de deur werd opengegooid. Één van de vampiers was duidelijk aan Dean ontsnapt en was nu onderweg naar Lieke.
“NEE!” riep Sam hard. De man leek ervan te schrikken en keek opzij. “Je blijft van haar af!” riep hij hard, terwijl hij zijn mes omhoog zwaaide en het hoofd van de vampier van zijn romp afsneed.
Een gil klonk vanuit Liekes mond.
“Sam! Sam waar ben je!?” de onzekere, boze stem van Dean klonk door het gebouw heen.
“Hier!” riep hij terug.
Binnen enkele seconden was Dean in de kamer. Sam zakte naast Lieke neer en bekeek haar verwondingen.
“Zijn.. ze allemaal dood?” vroeg ze zacht. Ze keek op naar Dean, die uitgeput knikte.
“Dankje, Sam en.. Dean?”
Dean knikte, een kleine glimlach op zijn gezicht.
“Je bent veilig nu.” zei Sam langzaam.
Een snik klonk door de kamer.
“Dankjulliewel.” huilde ze zachtjes. “Ik.. denk dat ik niet lang meer had geleegd.”


“Sam. Hey, Sam?”
Sam keek op van zijn boek. Lieke stond in de opening van zijn kamer. Ze had een biertje in haar hand.
“Sorry, ik zat te denken aan de dag dat we je hebben gevonden.” mompelde hij. Hij keek niet op van zijn boek. Lieke liep naar hem toe, zakte neer naast zijn voeten, die hij voor zich had uitgespreid.
“Sam, dat was zo lang geleden.”
Ze gaf het biertje aan hem, die hij heen en weer bewoog in zijn handen.
“Ik weet het, ik weet het.”
Hij boog voorover om haar een kus te geven.
“Het had zo moeten zijn, denk je niet?” zei hij toen. Hij zette zijn flesje weg en pakte haar handen vast. Vouwden ze om de hare heen.
“Ik had liever niet in een nest van vampieren gezeten.” lachte Lieke. “Maar anders had ik je waarschijnlijk nooit ontmoet.”
“Dat is wat ik bedoelde.” lachte Sam.
“Ik vind het wel moeilijk dat ik Jennifer niet heb kunnen helpen. En Maisie trouwens ook niet. Ze waren zo lief en ze stelde mij telkens gerust en toen.. werden ze ineens weggehaald en kwamen ze beide terug, maar ik kon ze niet meer redden. Ik denk dat ik ook snel aan de beurt was geweest.”
“Je hebt mij dit nooit verteld. Je hebt nooit iets gezegd over die avond.” zei Sam verbaasd.
“Omdat ik er niet aan wilde denken.” legde Lieke uit.
“En nu wel?” vroeg hij. Hij legde zijn arm om haar schouders en drukte haar tegen zich aan.
“Jij begon erover. En het is al zolang geleden.”
“Vind je het erg om erover te praten?” vroeg hij zacht.
“Een beetje. Maar het gaat.”
Sam zweeg en drukte op haar kruin.
“Laten we erover ophouden. Ik dacht er gewoon even aan. We zijn nu al zolang samen. Ik wil je niet meer uit het oog verliezen.”
“Dat gaat ook niet gebeuren. Ik heb wel door dat ik je niet mag helpen en ik hou mij er dan ook graag buiten. Tenzij je informatie zoekt, dan ben ik altijd de helpende hand.” grinnikte Lieke.
Ze legde haar armen om zijn middel en duwde hem naar achter, zodat ze op hem kon liggen. Ze keek hem zwijgend aan. De liefde in zijn ogen maakte haar altijd zo gelukkig. Hij was alles voor haar.
“Ik hou van je.” fluisterde Lieke. Haar handen bewogen nu richting zijn nek. Ze boog naar voren om hem te kussen. Zijn lippen ruw, waarschijnlijk omdat hij er door zijn stress op had gebeten. Maar het maakte Lieke helemaal niet uit.
“Ik hou ook van jou.” fluisterde hij tegen haar lippen aan. “Het liefst voor altijd.”

Reacties (15)

  • Long

    (wbw)

    1 jaar geleden
  • Long

    DIT IS ECHT EEN PERFECT VERVOLG EN I LOVE IT SO MUCH!!!!!!!!(blush)

    1 jaar geleden
  • Long

    “Ik hou van je.” fluisterde Lieke. Haar handen bewogen nu richting zijn nek. Ze boog naar voren om hem te kussen. Zijn lippen ruw, waarschijnlijk omdat hij er door zijn stress op had gebeten. Maar het maakte Lieke helemaal niet uit.
    “Ik hou ook van jou.” fluisterde hij tegen haar lippen aan. “Het liefst voor altijd.”

    DIE LAATSTE ZIN DOET HET 'M WEL HEEL ERG HOE KAN IK HET AAN

    1 jaar geleden
  • Long

    Ze legde haar armen om zijn middel en duwde hem naar achter, zodat ze op hem kon liggen. Ze keek hem zwijgend aan. De liefde in zijn ogen maakte haar altijd zo gelukkig. Hij was alles voor haar.

    DIT IS GOALS SKSKKSKSKS (also mijn benen komen probs tot zijn heupen tbh)

    1 jaar geleden
  • Long

    Tenzij je informatie zoekt, dan ben ik altijd de helpende hand.”

    tbh altijd cool als je dan toch mag helpen(wbw)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen