Ik vloog wat rond voor een aantal dagen tot ik eindelijk vond wat ik wilde vinden, het gebied wat leek op Shadow’s herinneringen.
Het viel mij op dat het gebied niet dat veel was veranderd aangezien het zolang geleden was.
Sommige dingen veranderen nooit, dat blijkt.
De boom in Shadow’s dromen was zelfs vrijwel het zelfde. Het kwam wel mooi uit ieder geval, het enige wat ik nog moest weten is hoe ik de trap opende, zodat ik naar binnen kon komen. Daarbij moest ik Shadow ook nog hierheen brengen, hij wilde vast ook wel weten hoe dit gebied eruit zag.
Ik poefde terug naar Shadow en keek hem erg blij aan.
“Je wilt toch niet zeggen dat je dat ding gevonden hebt…” Hij keek mij deels teleurgesteld aan, aangezien hij eigenlijk geen zin meer had erheen te gaan.
“Heb ik wel!” zei ik op een wat overdreven blije manier. Misschien niet de beste manier om iemand te motiveren, maar ik was eigenlijk best wel blij dat ik het gevonden had. Ik was namelijk erg nieuwsgierig over deze plek, en wilde er heel graag naar binnen.
“Ik ga niet met je mee, als je dat soms dacht.” Ik keek hem toen heel zielig aan, en poefde hem gewoon mee naar de plek.
“Wat zei ik nou…” Eerst leek hij heel boos naar mij toe te kijken, maar daarna keek hij naar de boom en schudde zijn kop kort heen en weer.
Wat ging er om in zijn kop? Herkende hij deze plek ineens?
“Deze plek…” Hij herkende het dus wel? Waarom zei hij dat niet meteen?
“Ik wil weg hier, deze plek heeft niets goeds.” Hij keek mij doordringend aan.
“Waar heb je het over…? Het is een boom, met een geheime trap, ben je ook niet nieuwsgierig?
“Ik wil hier weg!” Maar… Ik dacht dat deze speurtocht ons dichter bij elkaar zou brengen, niet verder…
“Denk als een draak, Shadow. Je bent sterker dan dit. Als je niet eens door een tombe heen kan komen, wat dan wel?” Ik had hem goed beet hiermee, want hij zuchtte diep.
“Wat ik mij nog herinner van deze plek, was dat ik er niets meer van weet. Dat kan niets goeds betekenen, ik was de draak van Zazuar, weet je nog? Een van zijn machtigste wezens ooit, als ik toen al niet heelhuids daarvandaan kwam…” Ik keek hem even bedenkelijk aan.
“Maar je bent nu heel veel sterker, je hebt zoveel nieuwe spreuken en magie geleerd, je behoord misschien nog steeds tot de machtigste wezens op deze wereld, daar heb je geen Zazuar magie voor nodig, beslist niet. Please… Laten we dit samen doen, als er echt een kristal is dat wij kunnen bemachtigen dan is dat toch alleen maar geweldig? Veel draken zouden jaloers zijn om je schat, want geen goud zou dat kunnen overtreffen, dan kan je eindelijk proeven hoe het is om een echte draak te zijn, dat was waar deze expeditie om ging, in eerste instantie.” Dat waren veel woorden om duidelijk te maken dat ik graag hier naar binnen wilde met hem.
“Best… Maar ik heb je gewaarschuwd, het kan zelfs erg zijn voor jou.” Ik geloofde hem niet, maar goed.
Hij sloot kort zijn ogen en toen hij ze weer opende waren ze pikzwart, hij hield zijn klauw uit en een steen verscheen in zijn klauw.
“Juist ja…” zei ik kort.
Hij wandelde naar de steen en legde die erin, waarbij de trap ineens verscheen.
“Hier heb jij je ingang, nu blij?” Ik knikte hevig en zweefde de trap naar beneden, terwijl hij zijn kop lichtelijk schudde, en mij achtervolgde.
De trap verdween na een korte tijd achter ons, en er verdween wel meer dingen om ons heen. De plek was slecht verlicht, en het enige dat licht gaf waren fakkels die spontaan aan gingen toen wij rond begonnen te lopen.
“Zoals ik al zei, deze plek is niet goed.” We hadden nooit hier naar binnen moeten gaan.
“Doe niet zo raar, er is nog niets gebeurd.” Ik keek geïnteresseerd om mij heen op zoek naar wat antwoorden, maar op het moment kon ik nog niets vinden.
“Wat was ook alweer het geen waar je bang voor was?” Ik keek Shadow aan terwijl ik rustig door zweefde. Ondanks dat de paden constant veranderde van gangen, leek het mij niet dat dodelijk.
“Er zijn wezens in deze tombe die beter het daglicht niet zien. Het kan zijn dat dit een van de werkjes die Zazuar heeft achtergelaten, jaren geleden, zonder er ooit over gesproken te hebben.” Ik keek opnieuw om mij heen. Dit leek mij niet het werk van Zazuar, ik wist genoeg over Zazuar, maar hij heeft nooit gesproken over dit gebied, dit is het werk van iets anders… Ik was er alleen nog niet uit of het iets duisters was of niet. Het kon van alles zijn. Misschien was er ooit een grote landmeester die vocht voor zijn immuniteit en daagde daarmee de goden uit, hij maakte deze tombe om daarbij zijn proeven uit te voeren, en is het mislukt. Dat was maar een verhaal dat ik lichtelijk uit mijn mouw schudde. Dat was niet noodzakelijk slecht, maar goed was het ook niet. We zullen vast wel zien wat voor tombe dit eigenlijk echt is.
“Bijter, er zijn een aantal wezens in de buurt, ze staren naar ons.” Ik keek om mij heen, waar Shadow het over had, maar ik kon niets vinden, waarom wist hij dat wel, en ik niet?
“Ik zie niets, Shadow, er zal vast niets aan de hand zijn.” Hield ik standvastig vast.
“Stel, dat je eens verkeerd zit, dat er dingen zijn op de wereld die zelfs jij niet kan zien, of begrijpen, wat dan…?” Vroeg hij voorzichtig.
“Then we are fucked, I guess.”
“Goed om te weten, dank je voor je vertrouwen…” Shadow zei dat echt niet met opluchting, alles behalve dat.
“Kan je niet gewoon genieten dat we iets spannends aan het doen zijn?” Shadow schudde meteen zijn kop heen en weer.
“Alles behalve deze plek op het moment.” Ik zuchtte dit keer vrij diep.
“Als het je niet bevalt, kan jij je altijd eruit teleporteren, toch?” Opnieuw schudde hij zijn kop.
“Nee, dat kunnen we niet, dit gebied is misschien gemaakt om krachten uit te schakelen?” Zelfs de mijne? Dat zou dan voor het eerst zijn, het leek er op dat mijn krachten deels geblokkeerd was, maar hoe kan dat? Hoe is het mogelijk dat iets zo krachtig is dat het zelfs met mijn krachten te geklooid is, misschien moet ik voor nu spelen dat ook ik inderdaad geen krachten kan gebruiken, voor het geval dat.
“I see… Nu weet ik zeker dat dit een slechte keus was om naar binnen te gaan.”
“Goh, je meent het…” We liep rustig verder zonder echt te weten waar we heen liepen. Ikzelf kon nog steeds geen wezens zien, maar Shadow keek constant om zich heen, bijna angstig zelfs, misschien had dat te maken met het feit dat hij hier al eens eerder is geweest, misschien is er met hem iets gebeurd waardoor hij al die andere wezens kon zien.
Zover ik wist, konden we hier wel dagen in door blijven wandelen, geen enkele gang leek tot een kamer, of een eind te komen. Zelfs geen doodlopend eind. Het was ieder geval heel interessant.
Alleen iets moest het weer bederven, ik hoorde een geluid achter ons, een geluid waar Shadow ernstig van schrok.
“Wie hebben we daar, een jonge bekende draak, met… een heel speciaal wezen.” Een grijns leek zichtbaar te zijn, een grijns, die niet al te veel goeds voorspeld.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen