Foto bij Scar 129

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Er gaat een zucht door me heen en langzaam voel ik mijn spieren ontspannen. Terwijl ik zachtjes over haar buik wrijf om de pijn te verlichten, laat ik me overspoeld worden door de vermoeidheid. Ik verberg mijn gezicht in haar haren, snuif de geur van het enige wat ik op dit moment nodig heb in, en laat mezelf wegzakken in mijn slaap.

Aangezien we geen van tweeën eraan gedacht hebben om een wekker te zetten, worden we weer een beetje te laat wakker. We komen op het nippertje op tijd aan op werk, maar we hebben nog niks gegeten. Pas ergens om negen uur ‘s avonds krijgen we de mogelijkheid om bij een of ander tankstation een kleffe sandwich naar binnen te schuiven. De rest van de avonddienst verloopt nagenoeg vreedzaam. We komen een paar junkies tegen en een aantal keer is er een gevecht uitgebroken in een kroeg, maar we hebben wel eens erger meegemaakt. Het grootste probleem is dat we om middernacht pas klaar zijn en om zes uur 's ochtends weer moeten beginnen.
We hebben een paar dagen achter elkaar een heel onhandig werkrooster gehad, maar die dag hoeven we alleen de ochtenddienst te draaien en daarna hebben we de rest van de dag en de dag erna vrij. Vrijdag hebben we nog een middagdienst en verder hebben we geen weekenddiensten, dus de rest van de week zal wat makkelijker verlopen.
Gezien de ochtenddienst die we moeten draaien, gaat de wekker weer om vijf uur. Hoewel we allebei nog duidelijk voelen dat het vroeg is en dat we maar een uur of vier geslapen hebben, worden we beide wel beter wakker dan gisteren.
Omdat we ons niet zo hoeven te haasten als gisteravond, blijven we nog even in elkaars armen liggen. Ik speel een beetje nerveus met Paiges slanke vingers, raak eerbiedig de eeltkussentjes op haar vingertoppen aan. Ik kan het me niet opbrengen om haar recht aan te kijken, maar in mijn ooghoek zie ik dat ze lichtjes glimlacht.
'Ik... Ik zat eens te denken,' begin ik, niet zeker wetend hoe ze zal reageren, niet zeker wetend hoe ik zal reageren. Paige veert een beetje op, wat me vertelt dat ik haar aandacht heb. 'I-Ik ben... Ik ben al een tijdje niet bij Blueberry's graf geweest en...'
Mijn stem sterft weg om te voorkomen dat hij zal breken.
'En je wilt haar weer eens bezoeken...?' vult ze aarzelend aan.
Ik knik beamend en slik iets weg. Ze voelt mijn verdriet en aarzelend steekt ze haar hand naar me uit, waarna ze die op mijn wang laat rusten. Ik kijk haar nog altijd niet aan.
'Wil je... Zou je misschien met me mee willen gaan?' vraag ik kleintjes.
Ze knikt stilletjes en slaat haar armen om me heen. Ze trekt me in een omhelzing en ik verberg mijn gezicht in haar hals. Na een tijdje omarm ik haar een beetje onzeker terug en knijp mijn ogen dicht.
'Natuurlijk,' fluistert ze. 'Wanneer?'
'Vanmiddag?' weet ik zachtjes uit te brengen.
Ze knikt weer en strijkt in een troostend gebaar met haar vingers door mijn haar.
Ik ben nog nooit samen met iemand naar Blueberry's graf geweest. Marco en Hailey weten wel waar het ligt, en aangezien Marco haar ook goed kende is het goed mogelijk dat ze het zo nu en dan zelf bezoeken, maar ik ben er nog nooit samen met hen naartoe geweest. Ik vind het een eng idee om samen met Paige te gaan, om iemand toe te laten op het moment dat ik me het allerzwakst voel, maar ik ben er klaar voor. Het is al jaren geleden dat ze is overleden. Ik heb jaren de tijd gehad om er klaar voor te zijn. Ik weet zeker dat ik er klaar voor ben.
Ik moet wel.

De ochtenddienst verloopt zo gemakkelijk dat het een verademing is. Er gebeurt zo weinig dat ik me bijna schuldig voel wanneer we klaar zijn, want eigenlijk hebben we helemaal niets gedaan - of kunnen doen.
We gaan eerst naar huis om ons om te kleden en wat te eten, want ik denk niet dat ik een hap door mijn keel zal krijgen nadat we naar Blueberry zijn gegaan.
Aangezien ik de enige van ons tweeën ben die de weg weet, rij ik naar de begraafplaats. De rit verloopt in stilte, waar ik geen probleem mee heb, want ik ben niet bepaald in de stemming voor gebabbel.
Wanneer we over de begraafplaats naar het juiste graf lopen, met alleen het geluid van het grind dat onder onze schoenen knerpt, laat Paige haar hand in de mijne glijden en ik neem hem dankbaar aan.
Blueberry ligt ergens achter in het kerkhof begraven. In tegenstelling tot de meeste stenen graven die om haar heen liggen, is haar grafsteen van mat glas gemaakt. Er zit een schematische afbeelding van een bloesemtak in, met daarop een duif die net weg begint te vliegen. Hoewel Blueberry nooit zo van de pracht en praal heeft gehouden, hebben mijn ouders kosten nog moeite gespaard en hebben ze flink wat geld uitgegeven aan de juiste grafsteen. Het is ambachtelijk gemaakt door een professional. Echt vakwerk. Het heeft weken geduurd voordat het af was.
Blueberry zou het gehaat hebben.
Paige en ik gaan stilstaan voor het graf. Heel lang zeggen we niets en kijken we er gewoon naar.
'Ik weet nooit wat ik moet doen als ik hier sta,' zeg ik uiteindelijk schor en Paige knijpt lichtjes in mijn hand ten teken dat ze me gehoord heeft. 'I-Ik weet nooit of ik tegen het graf aan moet zitten of tegen haar moet praten, zoals in de films. Of dat ik voor het graf op mijn knieën moet vallen en mijn spijt moet betuigen.'
Paige geeft een kus tegen mijn schouder en ik haal even beverig adem. Ze zegt niets. Dat hoeft ook niet.
'Als ik moet geloven in de God waar zij in geloofde, dan is ze nu ergens in de hemel en... en is ze waarschijnlijk al jarenlang naar me aan het schreeuwen dat ik op moet houden met zo gemeen tegen mezelf zijn. En ook tegen mama. En tegen papa, omdat hij niks gedaan heeft. Of dan zit ze nu ergens in een gemakkelijke strandstoel met een cocktail met een parapluutje en geniet ze van hoe het voelt om niet in het ziekenhuis te liggen verpieteren,' vertel ik. Na een korte stilte zeg ik: 'En als ik diep in mezelf kijk, besef ik dat dat waarschijnlijk niet waar is, dat ze er gewoon echt niet meer is en dat het enige wat van haar over is een verzameling botten in haar grafkist is. Maar ik probeer niet te diep te kijken. Nog niet. Ik denk dat ik dat niet kan.'
Er valt een stilte, en we zijn geen van tweeën van plan om die te verbreken alleen maar omdat we bang zijn voor het zwijgen. Uiteindelijk zegt ze, haar stem zo vlak dat ik zeker weet dat ze boos is: 'Haar graftekst is: Geliefde dochter en vriendin.'
Ik knik.
'Ja,' zeg ik zachtjes.
Ze slikt. Met dezelfde effen stem merkt ze op: 'Ze is toevallig ook iemands zus.'
Het duurt heel lang voordat ik mijn stem genoeg vertrouw om antwoord te geven.
'Mijn moeder heeft de inscriptie bedacht,' antwoord ik hees. 'En in haar ogen heeft ze maar één kind, en dat is haar overleden dochter.'
Ze haalt even diep adem om zichzelf onder controle te houden.
'We hebben het allebei niet bepaald getroffen wat ouders betreft, of wel soms?' zegt ze.
Ik schud mijn hoofd en het duurt even voordat ik mijn stem genoeg vertrouw om te antwoorden: 'Nee, inderdaad.'
'We kunnen ons gelukkig prijzen dat niet alles genetisch is,' antwoordt ze, haar stem zo zachtjes dat het als een schorre fluistering klinkt.
Ik knik.
Met een krap gevoel in mijn borstkas kijk ik naar het graf van het meisje dat de planten altijd teveel water gaf omdat ze niet wist hoe ze kon stoppen met geven.
Als kind had ze al slaapproblemen, omdat ze maar bleef denken en denken. Onze moeder zei dan dat ze het los moest laten, dat ze al die herinneringen neer moest leggen en moest laten gaan, maar Blueberry zei dat ze de wereld te mooi vond om te vergeten. En nu is zij zelf niets meer dan een herinnering, te mooi om te vergeten, maar te pijnlijk om aan te denken zonder in te storten.
En toch sta ik mezelf toe om aan haar te denken, ook al is het maar voor even.
Haar lievelingskleur was donkerblauw, zoals het heelal. Ze wilde astronaut worden. En ze zou naar me zwaaien vanaf het ruimtestation. Ze deed altijd dubbele knopen in haar veters. Ze probeerde koffie lekker te vinden, maar ze moest er altijd ontzettend veel melk en suiker in doen voor ze het door kon slikken zonder te kokhalzen. Ze kon urenlang huilen om een boek. Ze heeft een stuk of tien keer geprobeerd een dagboek bij te houden, maar uiteindelijk gaf ze het altijd op. Als ze niet kon slapen of een nachtmerrie had kwam ze stiekem mijn kamer binnen en kwam ze bij me in bed liggen. Als onze ouders erge ruzie hadden toen ik al uit huis was en Blueberry daar nog woonde, belde ze mij altijd om haar erdoorheen te praten. Ze lustte geen witte chocola. Ze voelde zich opgesloten in te kleine ruimtes en kwetsbaar in te grote. Ze hield van klassieke muziek. Ze begon altijd met haar knie te wiebelen als ze te lang stil moest zitten. Toen ze tien was heb ik haar een keer op moeten halen van school omdat ze gevochten had. Een jongen uit haar klas stond te verkondigen dat vrouwen die geen maagd bleven tot het huwelijk vuile sletten waren, waarschijnlijk omdat zijn vader dat ook vond. Blueberry riep terug dat als hij dacht dat een vrouw "vuil" zou worden van zijn aanraking, hij eens goed naar zijn handen moest kijken en toen is het geëscaleerd. Aangezien onze ouders niet beschikbaar waren en ik toen al meerderjarig was was, ben ik naar school gekomen om het op te lossen. Op weg naar huis kon ik zien dat ze bang was dat ik boos zou worden, net zoals ze wist dat onze ouders boos zouden worden, maar ik ben met haar naar de McDonalds gegaan omdat ik verdomme nog nooit zo trots op haar was geweest en ben met haar naar huis gegaan om mam en pap een beetje te sussen, zodat ze de volle lading niet zou krijgen. In plaats van naar me op te kijken, keek ze me altijd recht aan, omdat we gelijken waren.
Ze was twaalf toen ze stierf. Vandaag de dag zou ze zeventien moeten zijn. Dat is ze niet.
We zijn al heel lang stil geweest. En we zijn zelfs nog langer stil, want we hebben niets om tegen elkaar te zeggen.
Wanneer ik na heel lang opzij kijk naar Paige, zie ik dat er doodstille tranen over haar wangen naar beneden lopen. Haar blik is nog altijd strak op het graf gericht.
'Paige?' vraag ik aarzelend en - ik kan het niet helpen - een beetje geschrokken.
Ze wendt zich tot me en ze weet een glimlach op haar gezicht te persen. Het ziet er droef uit, maar niet geheel onoprecht.
'Ik...' begint ze, en ze is even stil. Ze slikt iets weg en zegt dan: 'Ik denk dat ik heel veel van haar zou hebben gehouden.'
Niet in staat iets uit te brengen knik ik en ik neem haar in mijn armen. Ze omhelst me terug en ik verberg mijn gezicht in haar haar. Al mijn façades breken en ik begin te snikken. En daarna zij ook. En heel lang zijn we ons gewoon als twee snikkende idioten op een begraafplaats aan elkaar vast aan het klampen. Ik weet niet of er ook andere mensen op de begraafplaats zijn, maar het voelt alsof we helemaal alleen op de wereld zijn.
'I-Ik mis haar,' piep ik na een paar minuten.
Haar armen om me heen trekken me dichter tegen haar aan. 'Ik weet het.'
'Ik... Ik... Soms denk ik niet dat ik zonder haar verder kan.'
Ze slikt en haalt even beverig adem.
'Ik weet het,’ fluistert ze opnieuw.
We zwijgen weer, want we hebben niets te zeggen. We houden elkaar gewoon stevig vast en staan bij het graf van het enige familielid waar ik zoveel voor over zou geven om Paige aan voor te stellen.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Blueberry lijkt me echt een fantastisch persoon!

    1 jaar geleden
  • CrazyUnicornLuf

    dit gaat niet goed...
    dipjesdag en dan ook nog zo'n zielig hoofdstukje...(huil)

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Oh... Het spijt me. Niet heel erg veel, maar toch wel net genoeg. Het volgende hoofdstuk wordt wel wat leuker. Deels, tenminste.

      1 jaar geleden
    • CrazyUnicornLuf

      yayy! goed zo haha ;-)

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen