Foto bij Scar 130

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
We zwijgen weer, want we hebben niets te zeggen. We houden elkaar gewoon stevig vast en staan bij het graf van het enige familielid waar ik zoveel voor over zou geven om Paige aan voor te stellen.

'Weet je zeker dat je dit wilt?' vraag ik nog voor de zekerheid terwijl ik met de afstandsbediening zit te rommelen in de hoop de film aan de praat te krijgen.
Ze knikt. 'Ja, hoor. Hoe erg kan het zijn? Je zei zelf dat je eigenlijk helemaal geen enge dingen te zien krijgt.'
'Ja, maar dat betekent niet dat het geheel niet eng is,' werp ik daar tegenin. 'Ik heb als tiener een hele hoop horrorfilms gekeken, en geloof me maar als ik zeg dat je deze niet moet onderschatten.'
Ze maakt een snuivend geluid en zegt quasi-patserig: 'Horrorfilms? Laat me niet lachen. Ik heb échte horror meegemaakt. Ik ben niet bang voor een beetje bloed.'
Ik lach, maar het klinkt een tikkeltje te hol, want ik weet dat ze gelijk heeft en dat bevalt me niet. Ik ga naast haar op de bank zitten, sla een arm om me heen, zet de film aan.
'Wacht nou maar,' zeg ik terwijl de woorden "The Blair Witch Project" in beeld komen en het begin van de film inluiden.
In de eerst helft zie ik dat het allemaal totaal geen indruk op haar maakt, en af en toe murmelt ze iets over hoe ik overdreven heb. Maar daarna merk ik dat ze af en toe een beetje nerveus heen en weer schuift of de bank, of eventjes haar adem inhoudt. Ik probeer er niet triomfantelijk over te zijn.
Hoe meer de film vordert, hoe nerveuzer Paige wordt. Ik kijk goed of het alleen gezonde spanning is die ze uitstraalt en geen oprechte angst, want hoewel deze film absoluut niet overeenkomt met wat ze in haar verleden mee heeft gemaakt, zou het best kunnen dat het iets verkeerds in haar oproept. Het enige wat haar misschien aan haar jeugd zal laten denken is het element van opgejaagd worden. Ik weet natuurlijk niet precíés wat haar vader allemaal gedaan heeft om haar te trainen, maar ik ben er vrij zeker van dat het gevoel van opgejaagdheid haar niet vreemd is. Toch lijkt ze niet meer last te hebben dan gezond is.
Op een gegeven moment drukt ze zich dichter tegen me aan en ik sluit haar beschermend in mijn armen. Ik geef een kusje achter haar oor en merk plagerig op: 'Ligt het aan mij of is er iemand een beetje bang?'
Ze kijkt me beledigd aan, maar maakt zich niet van me los.
'Laat mij gewoon. Dit is de eerste horrorfilm die ik ooit gekeken heb,' verdedigd ze zich, waarna ze me in mijn ribben port. 'Bovendien zat jij zo te zeuren dat het zo eng was, dus waarom ben jij niet bang?'
Ik geef een kus tegen haar haar.
'Lieverd, ik heb deze film vaker gezien dan ik bij kan houden. Ik weet precies wat er gaat gebeuren en op welk moment. Ik ben inmiddels praktisch immuun voor deze film.'
'Nou, kun je me dan in ieder geval vertellen wanneer de enge stukjes komen?' vraagt ze met een klein stemmetje en even ben ik heel erg geneigd om haar verzoek in te willigen, maar dan besef ik dat ze haar hulpeloosheid waarschijnlijk een beetje aandikt om haar zin te krijgen en ik schud mijn hoofd.
'Nee, dan is het niet leuk meer,' zeg ik en ik trek haar dichter tegen me aan. 'Maar maak je maar geen zorgen, ik ben wel hier om je te beschermen.'
Ze maakt een nors geluid en moppert: ‘Volgende keer kijken we een horrorfilm die jij ook niet hebt gezien. Dan lijk ik niet zo’n watje.’
Ik draai een lok van haar haar om mijn vinger en zeg: ‘Lieverd, je bent een hele hoop, maar geen watje. Je zou eens moeten weten wat mijn eerste reactie was toen ik dit zag.’
Aangezien er net weer een spannender stukje komt, antwoordt ze niet. Tegen de tijd dat de film bijna is afgelopen, zit ze al praktisch op mijn schoot en klampt ze zich vast aan mijn mouwen. Mijn armen blijven om haar heen liggen, ondersteunend, beschermend.
Aan de ene kant moet ik bijna lachen om die altijd zo onverschrokken Paige die nu met ingehouden adem naar een televisie aan het staren is, maar aan de andere kant ben ik ook heel blij dat ze zo ver is dat ze haar gevoelens niet meer verbergt wanneer ze bij mij is.
En dan is de film afgelopen. Paige veert verontwaardigd op en kijkt me verschrikt aan.
'Wacht... Ik... Wacht, wat?! Hoezo... Zijn ze...' Ze kijkt opgefokt van mij naar de televisie en weer terug. 'Ja, en wat gebeurt er nu?!'
Ik begin te lachen. 'Nu is de film afgelopen.'
Ze kijkt me met een verbijsterde blik aan, opent haar mond om te protesteren, maar sluit hem dan weer.
'Nou... Oké,' geeft ze toe, maar ik zie aan haar dat ze het niet eens is met het einde.
Ik geef een kusje in haar nek en trek haar tegen me aan. ‘Het is al bijna twaalf uur. Wil je gaan slapen?’
Ze werpt een blik op de klok en ziet dat ik gelijk heb. Hoewel het niet een hele intensieve dag was, zijn wel al bijna negentien uur wakker.
Ze knikt. ‘Graag.’
Ik trek haar dichter tegen me aan en fluister duivels in haar oor: ‘Denk je dat je wel kunt slapen na dit avontuur?’
Ze trekt zich terug en kijkt me met gespeelde arrogantie aan en vraagt: ‘Denk je dat jíj wel kunt slapen?’

Als kind had ik een plastic cameraatje waar je foto's van dinosaurussen in kon zien, en elke keer als je het knopje indrukte, verscheen er een nieuwe afbeelding. Zo voelt mijn nachtmerrie ook: als korte fragmenten die elkaar razendsnel afwisselen.
flits
Ik zie vanaf mijn raam ambulances de straat in rijden, met loeiende sirenes en tollende zwaailichten.
flits
De oncologie-afdeling van het ziekenhuis waar Blueberry lag, die ik centimeter voor centimeter uit mijn hoofd ken.
flits
Paige slapend in hetzelfde ziekenhuisbed in dezelfde ziekenhuiskamer als Blueberry. Haar huid lijkt wel grijzig. Ze heeft geen haar meer. Er steken allemaal infusen uit haar armen en ze ligt aan de beademing. Haar borstkas gaat te traag omhoog en omlaag.
flits
Een veel te magere Paige die boven een toilet over hangt te geven.
flits
Een hartmonitor die een rechte lijn aangeeft en een monotone piep laat horen.
flits
Verplegers en artsen die de de kamer binnen komen rennen en mij naar buiten dwingen.
flits
Ik die op de grond in een van de ziekenhuisgangen zit, beverig ademhalend en voor de zoveelste keer in mijn leven vrezend voor een leven dat ik niet kan redden.
flits
Hailey, Marco en ik die in een wachtkamer zitten. Een van de artsen die ik ken uit de tijd van Blueberry's ziekenhuisopname. Het viel me altijd op dat je nooit aan haar gezicht kon zien of ze met goed of slecht nieuws kwam. Nu zie ik het echter wel. Ze komt met slecht nieuws. Ze zegt iets. Ik zie haar lippen bewegen, hoor het geluid, maar ben niet in staat de woorden te verwerken. Marco verkrampt, alsof iemand hem een stomp heeft gegeven. Hailey klapt met een gil dubbel en haar man probeert haar wanhopig te troosten, maar de pijn is te erg om verzacht te worden. En ik begrijp het nog steeds niet.
flits
En dan begrijp ik het wel.

Met een vervormde kreet schiet ik overeind in bed. Paige, die kerngezond naast me lag te slapen, wordt ervan wakker en komt meteen ook omhoog. Haar hand tast naar het lichtknopje en na een paar seconden gaat het nachtlampje aan. Ze wel tien keer de kamer rond, alsof ze verwacht dat er iemand staat. En kijkt ze naar mij. Ik heb geen idee hoe ik eruitzie, maar het zal wel belabberd zijn.
'Lieverd?' vraagt ze bezorgd en ze legt haar handen in mijn nek. Haar ogen flitsen over mijn gezicht heen, zoeken naar elk detail.
'Ik... I-Ik...' probeer ik uit te brengen, maar ik barst in tranen uit voordat het de kans krijgt om op een zin te gaan lijken.
Ze neemt me meteen in haar armen en snikkend kruip ik tegen haar aan. Ze gaat weer liggen en trekt me half bovenop zich. Ik verberg mijn gezicht in haar hals en laat haar me omhelzen.
'Shhh,' sust ze me op fluistertoon. 'Het is oké, liefje. Het was maar een droom. Het is niet echt. Het was maar een droom.'
Ik klamp me paniekerig aan haar vast en ze blijft geduldig over mijn rug aaien. Ik voel me als een klein jongetje dat troost zoekt bij zijn moeder, maar ik kan het gewoonweg niet helpen. Ze kamt met haar vingers door mijn haar en langzamerhand wordt mijn ademhaling iets regelmatiger.
'Paige, ik-' probeer ik weer, maar de rest van de zin stokt in mijn keel en ik begin weer te huilen. Ik weet dat het niet echt was, maar het voelt zo afschuwelijk. Alles voelt zo afschuwelijk.
'Shhh. Het is oké. Neem even de tijd om weer rustig te worden,' fluistert ze schor.
Ik voel geen spoortje ongeduld in haar aanrakingen, en ze houdt me vast alsof ze alle kracht die ik nodig heb aan me wil voeden, als warmte en kleur.
Toen Blueberry stierf, ging ik kapot. En langzaamaan ben ik weer genezen, maar het is net als het hebben van een arm die je niet meer helemaal kan strekken omdat je hem ooit gebroken hebt. Je kunt niet kapot gaan en weer helemaal terugkomen zoals je was. Je bent nooit meer helemaal goed. Er blijft altijd iets verkeerds achter in de manier waarop je weer aan elkaar gegroeid bent. Dat is de prijs die je moet betalen voor heling.
Het is zo verschrikkelijk om te houden van dingen die de dood aan kan raken.
Hoewel Paige heel kalm overkomt, kan ik haar hart wild horen kloppen. Toch trillen haar handen niet wanneer ze geruststellend over mijn rug wrijft of door mijn haar strijkt.
'Wat is er gebeurd, liefje?' vraagt ze zachtjes wanneer ze denkt dat ik kalm genoeg ben om mee te kunnen praten. Toch ben ik nog te erg van slag om haar aan te kunnen kijken wanneer ik antwoord.
'Ik droomde over. Je... Ik... Je belandde in het ziekenhuis en...' Ik klem mijn kaken op elkaar terwijl mijn ogen weer vol tranen schieten. 'Paige, ik ben zo bang dat er iets ernstigs met je aan de hand is. En ik... ik... ik weet niet of... Als jij...’
Ik weet mijn zin niet meer af te maken en ze probeert me weer gerust te stellen. Het is zo stom, want eigenlijk zou ik degene moeten zijn die haar troost en niet andersom. Zij is immers degene die misschien wel ziek is.
Ze geeft een kus op mijn haar en leunt haar wang tegen mijn hoofd. ‘Het is oké, liefje,’ zegt ze snik haal een paar keer diep adem om te kalmeren. ‘Hoogstwaarschijnlijk is het niets ernstigs.’
Ja, en dat is het probleem: hoogstwaarschijnlijk. Hoogstwaarschijnlijk is niet goed genoeg. Hoogstwaarschijnlijk ga je niet dood op je twaalfde, maar toch is Blueberry er niet meer. Hoogstwaarschijnlijk krijg je geen leukemie op je zevenentwintigste, en toch kan Hailey nog steeds nauwelijks de trap op en af lopen zonder buiten adem te roepen. Hoogstwaarschijnlijk word je niet geboren met drugscrimineel als vader en word je niet op je zeventiende verkracht, en toch schreeuwt Paige zich ‘s nachts nog te vaak wakker vanwege al die herinneringen die niet in haar hoofd zouden moeten zitten.
Hoogstwaarschijnlijk is niet goed genoeg. Hoogstwaarschijnlijk geeft geen garantie dat ik over een paar jaar nog steeds met de liefde van mijn leven in mijn armen in slaap kan vallen.
En hoogstwaarschijnlijk ga ik geen nacht goed kunnen slapen tot ik zeker weet dat de dokter na de binnenkomst van de uitslag geen slecht nieuws te melden heeft.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen