Een week was al verstreken. Het was ergens middel februari. Valentijnsdag het kleffe
liefdesfeest was gelukkig voorbij dat gister geweest was. Ik moest er niet aan denken om iets te doen als ik een vriendje had. Het gaf me een misselijke gevoel, vooral toen hij. Ik wilde er zelf niet over nadenken. Niet meer sinds mijn jeugdvriend verdwenen was. Ik was alleen thuis met Deen. Mijn broer Nathan was werken. Blijkbaar vertrouwde hij dat we allen thuis bezig waren met onze opdracht. We waren op mijn kamer al bezig met het geschiedeniswerkstuk. Of Deen was er druk mee bezig. Ik was wel de enige die nog weinig uitgevoerd had. Nooit gedacht dat hij zo hard kon werken, maar ook echt. Had hij soms niet door dat ik een beetje misbruik maakte zodat hij het meeste werk deed? Volgens mij had ik het gevoel dat hij te veel hooi op zijn vork nam.

'De eerste hoofdstuk is trouwens af,' zei hij.
'Mag ik het lezen?' vroeg ik en ik wilde het opstel uit zijn handen pakken, maar hij was me te snel af. Ik keek hem geërgerd aan. 'Deen laat me de opstel lezen,' beveel ik.
'Of anders wat?' Zijn bruinen ogen keken me recht aan.
'Het is wel waar we samen aan werken.'
Ik wilde de papieren uit zijn handen pakken, maar hij stond op en hief zijn hand omhoog, waardoor ik er niet bij kon.
'Deen, stomkop.’
Ik sprong, maar hij stond op zijn stenen. Hij was veel langer dan ik.
‘Doe niet zo flauw, Deen.’
‘De enige die flauw doet ben jij, Carol.’
‘Noem me niet zo,’ reageerde ik kwaad.
‘Of anders wat?’
Ik wilde nog iets zeggen, maar hij was me voor.
‘Je zit telkens zo driftig te reageren. En ik zit het geschiedeniswerkstuk te maken, terwijl jij nog niks gedaan hebt.’
‘Wel, ik wilde juiste het opstel lezen die je geschreven hebt.’ Ik probeerde de papieren uit zijn handen te pakken, maar hij hief zijn handen weer.
Kwaad keek ik hem aan. ‘Weetje, laat maar.’
‘Laar maar wat?’
‘Ik ben gewoon klaar met dit alles, en met jou.’
‘Ik anders ook met jou,’ reageerde hij bits.
‘Ja, wat boeit het mij. Ik ben degene die het meest aan jou ergert. Eerst steel je mijn gouden ketting en nu…’
‘Vreemd, dat je er nu erover hebt. Je had het er dagen niet over gehad. En ik dacht zelf dat je er overeen bent.’
Ik keek hem bespottelijk aan. ‘Alsof ik daar overeen kom. Die ketting is trouwens wel van mijn moeder die er niet meer is!’ Reageerde ik luid.
‘Ik had al duizenden keren gezegd dat het me spijt dat het gestolen is!’ schreeuwde hij terug.
'Als het je echt spijt waar is dan mijn gouden ketting!?'
Hij zei niks. Er viel een hele korte ongemakkelijke stilte.
‘Zie je, Je heb hem niet meer. Zeker verkocht voor je eigen plezieren.'
‘Plezieren?’ Hij keek me met fronzen blik aan. ‘Waar heb jij het in godsnaam over?’
‘Doe maar niet alsof je g, omdat jouw ouders stom genoeg geen zakgeld geven en te stom bent voor een baan moet je nodig iemand anders kostbare ketting stelen zodat jij geld kreeg.’
Ik deinsde
‘Ik heb jouw ketting niet eens verkocht,’ reageerde hij nors. ‘En ik weet verder niks wat je allemaal zegt.’
‘Nou ik denk anders van wel, omdat jouw ouders niet om jou geven,’ reageerde ze spottend en ik keek hem kwaad aan. ‘Jouw vader niet, en zeker jouw moeder niet.’
Ik zag tranen in Deen ogen komen. Was ik te ver gegaan?
Plots stormde hij op mijn af. Hij pakte me bij mijn polsen.

‘Laat me los!’ schreeuwde ik.
Hij duwde met tegen mijn bed. Mijn polsen die hij nog steeds beet had drukte hij tegen het bed aan boven mijn hoofd. Ik had niet eens de tijd om iets te doen, hij was zo snel. Ik probeerde me los te komen van zijn greep, maar hij had me goed vastgepind.
‘Laat me los, klootzak. Anders schop ik jou tegen jouw kruis.’
Ik probeerde knietje te geven bij zijn bovenbeen, maar hij had mijn benen tussen zijn benen vastgeklemd.
Ik zat vast in zijn greep. Ik probeerde me met al mijn macht los te komen, maar hij was echt sterk.
Deen keek me echt vuurspuwend aan, maar de tranen brandde in zijn ogen.
‘Wil je mijn moeder erbuiten houden?’ Zijn vraag klonk eerder als een bevel. ‘Niemand, maar ook echt niemand praat vals over mijn moeder.’
Hij kneep me strak in mijn polsen. Ik voelde lichtjes pijn van het knijpen. ‘Deen je doet me pijn.’
‘Deed je mij anders dan ook geen pijn toen je me telkens van alles uitmaakte en vervolgens over mijn ouders begon?’
‘Ik wist het toch ook niet over jouw ouders,’ reageerde ik kwaad met stem verhef.
‘Nee, en vooral van mijn moeder niet. Verwijten dat ik jouw gouden ketting zogenaamd verkocht moet hebben omdat je dacht dat mijn vader volgens jou geen geld zou geven.’
Zijn vader? Ik keek recht in zijn bruine ogen, die zich meer opvulde met tranen. Wat over zijn moeder?
‘Je vergist je echt, Carol. Die valse beschuldigingen vergist je enorm. Mijn vader is rijk genoeg om me geld te geven.’
‘Verklaar dan waarom je mijn moeders ketting had gestolen, klootzak!’
‘…Nou…Dat deed ik omdat het moest. Mijn vader wilde dat ik iets uit het verleden stal.’
Ik keek hem Cynisch aan.
‘Ook al geloof je het me niet, maar dat is de waarheid. Mijn vader is rijk, amar dat betekent niet dat ik heilige dingen doe in het verleden. Ik moest iets in het verleden stelen, zodat mijn eer in de familie niet verdwijn, aangezien ik volgens hem een mislukking ben. En mijn moeder… Daar wil ik het vooral niet met jou ober hebben,’ reageerde hij bits. ‘Maar ze is dood.’
Mijn boosheid maakte plaats van sympathie. Verklaarde dat de tranen in zijn ogen? Zijn greep op mijn polsen waren minder stevig, maar ik bewoog me niet. Ik staarde nog steeds in zijn bruine ogen.
‘Ik had al heel vaak genoeg gezegd dat het me spijt dat ik jouw ketting had gestolen, omdat ik me daar schuldig bij voelde. Vooral omdat ik wist hoe het voelde om te leven zonder een moeder. En dat je soms dacht dat ik het verkocht heb voor mijn plezieren en het geld vergist je.’ Zijn ogen staarde me nog steeds aan. ‘Dat vergist je.’ Zijn toon klonk minder boos dan eerst, in plaatst daarvan hoorde ik iets van zachtaardigheid, ook al besefte ik dat ik dat niet verdiende. Ondertussen liet hij me langzaam los, maar ook echt voorzichtig, alsof hij bang was dat ik hem zou aanvallen. Hij stond recht op de grond en nam een paar stappen naar achter.
‘En over jouw gouden ketting.’ Hij pakte iets uit zijn broekzak. Mijn hart maakte een sprongetje, toen ik heet bekende gouden sieraad zag in zijn handen. Hij gooide het aan mijn. Snel ving ik hem met mijn handen en keek hem aan.
‘Die ketting stelde voor mij trouwens niks voor. Niet meer, sinds je me in het verleden verteld had dat het van jouw overleden moeder was.’
‘Deen…’ Ik maakte mijn zin niet helemaal af. Ik voelde een steek van schaamte.
‘Je hoeft me niet te bedanken, want ik weet zeker dat je als een ondankbare kreng gaat reageren. Maar weetje, Carolina. Ik hoef trouwens nooit meer met jou samen te werken. Ik zoek wel iemand die tenminste respect toont naar andere, ook al krijg ik hierdoor een slecht cijfer,’ reageerde hij bits. En hij keek me weer kwaad aan als net. Hij verliet de kamer. Ik verwachtte dat hij keihard mijn deurdicht sloeg, maar dat gebeurde niet. Ik schaamde dat ik fel te keer ging naar Deen. Ik had het weer verpest voor mezelf. Ik was te ver gegaan. Hoe kon ik zo reageren? Ook al mocht ik Deen niet, ik schaamde me dat ik tegen hem gedroeg. Nu wilde hij helemaal niks meer met mij te maken hebben. Er was alleen een oplossing waar ik niet op zat te wachten, en dat was mijn verontschuldigingen aan hem aanbieden.

Ik hoorde de voordeur opengaan. Nathan was thuis. Hij zou vast denken dat we nog druk bezig waren. Plots drong er iets tot me door. Deen zei dat hij gestolen had omdat hij het moest doen van zijn vader. En dat voor een tijdkeeper? Maar waarom deed hij dat? En waarom moest hij dat voor zijn vader doen?

Ik zag hem de volgende dag op school tegen de kluisje met een of andere rare nerd jongen, maar die blonde jongen ging er snel weer vandoor. Ik vroeg me af of die twee vrienden van elkaar zijn.
Ik zuchtte maar liep op hem af.
Hij zag mijn blik en draaide zich om.
‘Hey,’ begroette ik.
Geen antwoord. Dat was al te verwachten.
‘Deen, over gister…’ Ik had niet eens mijn tijd om mijn zin af te maken.
‘Wat er gister gebeurd is wil ik niet over hebben,’ reageerde hij kortaf. Hij wilde gaan, maar ik pakte hem bij zijn arm.
‘Nee, wacht. Je had gelijk ook nog over gister. Ik gedroeg me als een respectloze kreng tegen je.’
Zijn blik ging van boos naar verrast.
‘Ik wilde alleen zeggen dat het me spijt. Ik was gister nogal te ver gegaan met dit alles.’
‘Dat kan je wel zeggen.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen