Heden.
'We kunnen een keer bij jou thuis werken,’ stelde ik voor. We zaten ondertussen in de bibliotheek de saaie boeken te lezen over onze onderwerp.
Deen keek me fronsend aan. 'Waarom perse dat?' Zijn stem was op een fluisterende toon.
'Omdat we vaak bij mij thuis de geschiedenis werkstuk maken. We kunnen een keer bij jou op de kamer gaan werken.'
'Ik denk niet dat het een goed idee is.'
'Want?' Reageerde ik nors.
‘Sssht,’ reageerde de bibliothecaresse
'Je weet hoe mijn vader is.'
'Nee, dat weet ik niet,' reageerde ik boos.
'Je had beloofd dat je niet meer zo bot tegen me deed.'
'Sorry hoor, maar wat is het probleem om een keer bij jou thuis te gaan?
'Gewoon, er kan van alles misgaan bij mij thuis?'
'Zoals?' vroeg ik. Er viel een hele korte stilte.
'Gewoon, Carol.'
'Jeez, Deen waarom doe je zo moeilijk? Wat maakt het uit om een keer bij jou thuis samen te…?’ Ik kon mijn zin niet af maken.
‘Ssht?’ reageerde ze bij de balie woest.
'Het kan gewoon niet, Carol.'
‘Noem niet telkens Carol,’ siste ik. ‘Ik noem jou toch ook geen Deentje Speentje? Als het niet kan, dan wil ik ook weten waarom we niet bij jou thuis kunnen werken aan het geschiedenis werkstuk.'
Ik hoorde hem zuchtte. '
'Waarom doe je zo moeilijk, Carol? Waarom wil je perse bij mij thuis?'
'Dat had ik je al gezegd. We waren vaak bij mij thuis. Het lijkt me leuk om ene keer bij jou samen te werken.’
‘Wel van iemand die eerst niet met mij samen wilt werken?’ grijnsde hij.
‘Euhm… Ja, dat kan toch. Jij bent niet zo stom persoon dan ik had verwacht,’ gaf ik toe.
‘Moest dat een compliment zijn?’
‘Nee de waarheid. Maar wanneer gaan we bij jou thuis?’
‘Nooit.’
Ik keek hem kort kwaad aan. ‘Fijn jij je zin.’
Opeens had ik een idee. Ik keek hem weer aan. ‘Als we toch niet bij jou thuis kunnen studeren, dan heb je me wel iets te goed.’
‘Zoals?’
‘Dat je mee terug in de tijd stuurt.’
Hij keek me vreemd aan. ‘En waarom zou ik dat doen?’
‘Omdat je me iets te goed hebt?’
‘Hoezo dat? En Waarom ga jij trouwens niet alleen terug in de tijd?’
‘Gewoon, het gaat bij mij niet vanzelf dan bij jou.’
‘Wacht, ben jij een half…?’
‘Nee, ik ben geen half beschermster van de tijd,’ viel ik hem in de reden. ‘Maar ik heb niet eens de….’ Ik maakte mijn zin niet helemaal af. Ik slikte mijn woorden weg. Ik had het beloof om het aan niemand te zeggen over de tijdparels die ik had.
‘Wat heb je niet?’
‘Iets dat jouw zaken niet zijn, maar stuur je me terug in de tijd of niet?’
‘Als het mijn zaken niet zijn dan wil ik wel weten waarom je perse met mij naar het verleden wilt,’ zei hij, terwijl hij voor mijn neus toe liep.
'En waarom het mijn zaken niet zijn dat je niet hebt?' Zijn amandel bruine ogen staarde me aan. Mijn blik keek op de grond en ik beet op mijn lip.
Hij stond wel erg dichtbij. Ik rook zelf zijn aangename lichaamsgeur.
'Gewoon, mag dat soms niet? En het gaat jou trouwens ook helemaal niks aan.'
Hij liep paar stappen terug. Ik zag iets van ergernis in zijn gezicht. 'Hier komen we ook nergens.'
'Klopt,' reageerde ik bot. 'Ik vertel je hoe ik een keer terug in de tijd kan, maar wil je me nu terug in de tijd brengen?'
'Alleen als je alsjeblieft zegt.'
Ja, mooi niet, wilde ik boos tegen hem zeggen.
'Wil je me alsjeblieft terug in tijd sturen?'
'Oké, vooruit. Welke tijd had je in gedachten?'
Ik keek hem bedachtzaam na.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen