Het begon al langzaam donker te worden. De heldere blauwe lucht begon steeds donkerder te worden. Op een paar wolken na leek er geen sprankel wolk in de lucht te zweven. Een lucht oranje gloed van de zon verscheen nog aan het westerse kant bij het weiland kilometers ver van deze kermis die overspoeld was door de mensen.
Ik keek Carolina weer aan. 'Mei 1916?' vroeg ik. 'Wilde je daar perse heen omdat er hier kermis was?'
'Jep, aangezien ik me anders toch ga vervelen met het makkelijke huiswerk op school.
Ik keek haar weer aan. Ik wilde iets gaan zeggen, maar ze was me voor. 'En ik kon verder niet echt een andere tijd bedenken. Verder terug in het verleden was te gevaarlijk en ik viel anders toch op, aangezien ik geen lang haar heb.'
'Hoe zou ze uit hebben gezien toen ze nog lang haar had?'
Opeen flitste er een beeld bij me op. Wazig zag ik haar weer. Het meisje van enkele jaren geleden. Ze was bleek en haar lange donkerbruine haren die opgestoken zaten vielen een deel lang haar gezicht. 'Je bent een dief.'
De beelden uit mijn gedachten verdwenen, toen iemand bij me zij ene pro gaf.
'Er is daar krampjes. We kunnen gaan kijken,' stelde Carolina voor.
IK hield mijn schouders op. Ja, waarom ook niet.
Het geluid van circus muziek weerklonk er door de kermis. We liepen langst de kraampjes, die snoep en spelactiviteiten aanbood. Ik had nooit gedacht dat er in deze eeuw de kermis zo druk kon zijn.
'kom sta zien, kom sta zien!' Schreeuwde iemand. Onze aandacht was meteen bij de man bij een roodgeel groot kraampje. 'Wie wilt er meedoen met deze magische spel!' Schreeuwde de man met zijn bruine gekrulde snor. Paar deelnemers sloten zich aan voor het spel.
Ik richtte mijn blik naar Carolina, die toe zat te kijken naar het ballen spel.
'Wat kon je allemaal winnen?' vroeg een jongen van ongeveer een jaar of twaalf.
'Hier staan prijzen naar keuze.' De man wees naar de prijzen rechts bij de hoek. De prijzen bestonden uit: grote knuffel beren, kleurrijke ballen, sieraden, een sierlijke kistje, een paar soviniers van het kermis.

'Maar ik moet er wel bij waarschuwen dat dit spel erg moeilijk is, niemand heeft ooit bij mij gewonnen.' Hij pakte de drie ballen voor de jongen zijn neus neer. 'Maar je kan het proberen of je wint,' voegde hij er nog toe met een knipoog.
Terwijl de jongen bezig was en nog een paar andere deelnemers was mijn blik ineens bij de verte. Ik leek een lang zwart gedaante te zien. Hij zag er heel dun uit. Nu ik een betere beeld kreeg zag ik dat hij spierwit leek in het donkere. Ik kreeg er rillingen over mijn rug. Iets zeg me dat hij een en al duisternis en mysterie met zich mee bracht.
Geschrokken keek ik toe van het verliezende geluid van het spel bij het geelrood kraampje.
'Ach, wat jammer. De volgende keer beter,' zei hij met een licht sadistische glimlach.
Verslagen liep het jongen van het spel weg.
'Niemand heeft dit spel ooit gewonnen zeg je.' Ik keek Carolina aan, die naar voren toe stapte. Ging ze serieus meedoen met dit geldklopperij?
Ik stapte ook naar voren.
'Zo is het, jongedame. Willen jullie misschien ook meedoen met het spel?'
Ik pakte haar bij de arm. 'Je gaat toch niet echt meedoen?'
'En waarom niet?' vroeg ze nors en ze rukte me los.
Ik wilde nog iets zeggen dat er iets niet klopte aan dit spel, maar ze hief haar vinger op.
'Ja, ik wil graag meedoen met het spel.'
'Ik pas,' antwoordde ik.
'Dat is jammer voor jou, je weet niet wat je mist.'
De man gaf haar de drie rode ballen voor het spel. Andere twee mensen namen ook dele van het spel.
Het spel begon. Het was de bedoeling dat er bij het spel de kegels moest omrollen met de ballen, maar het moeilijkheid was dat ze door de gaten moesten en balken waar de bal heen moest rollen bewoog ook echt schuin, waardoor het op de grond kon belanden. Bij een van de deelnemers was er niet veel van gekomen. De bal van Carolina kwam door de gaten en was dichtbij de kegels die om moesten, maar de bal viel naar beneden.
'Ach jammer, meisje. Probeer het nog eens. Je heb nog twee kansen.'
Ik zag Carolina erg geconcentreerd kijken nadat ze de volgende bal omrolde. Ze leek ook echt diep na te denken. Ik zag iets gebeuren. De balk waar de bal zojuist op rolde leek niet meer schuin heen en weer te bewegen zodat het bal viel, in plaats daarvan deed het niks of het gebeurde heel langzaam. De man achter het kraampje was net zo verbaasd als ik. Het geluid van omgeslagen kegels viel mijn aandacht. Maar ook alle tegels van het spel waren omgekiept.
geklap van paar mensen die het ook zagen.

'Het is voor het eerst dat iemand van hem dit spel wint,' zei een van de mensen.

'Dat kan je jammer genoeg wel zeggen,' reageerde de man verslagen. 'Het ziet ernaar uit dat je een prijs gewonnen hebt. Uit welke prijzen kies jij?' Hij wees naar de rechte hoek waar de prijzen stonden.
'Ik kies die gigantische Teddy beer?'
Was ze niet een beetje te oud voor teddy beren? Ik had geen knuffels meer toen ik een jaar of zeven was.
'Alsjeblief jongedame.' Hij gaf haar de knuffel. 'Nog een fijne avond,' zei hij.
'Bedankt, meneer. U ook.' En we liepen verder.
'Nu het nog kan.' Hoorde ik zijn stem op een spottende manier. Ik draaide me om. Ik zag hem niet, in plaats daarvan stond iemand anders. Hoe kon hij daar verdwenen zijn? Zou hij soms met iemand gewisseld hebben? Dat was onmogelijk. Hoe kan het binnen enkele seconde met iemand van plaats wisselen? En wat bedoelde hij genieten van de avond nu het nog kon?
Ik voelde iemand aan mijn mouw trekken. Ik keek Carolina weer aan.
'Waar zat je zo te denken?'
Kon ik het tegen haar zeggen? Of zou ze het vreemd vinden? Ik hield mijn schouders op. 'Waarschijnlijk gezichtsbedrog,' antwoordde ik.
Nu zag ik dat het donkerder was geworden. De zon was nergens te verkennen en de helder nacht had ook plaats gemaakt voor de enkel paar schijnende sterren.
Bij de afstand zag ik het reuzenrad, die een beetje verlichte. Bij de afstand weerklonk er een ander soort muziek van een draaimolen waar jonge kinderen op zaten. Moesten die kinderen onder ander niet naar bed? Als het goed was, was het al half negen geweest. Ik had geen horloge bij me, maar met tijd zat ik vaak wel dichtbij. Carolina liep steeds dichterbij de reuzenrad met haar gigantische knuffel in haar hand. Wilde ze soms met me naar het reuzenrad?
Bij de overkant gingen nog paar stoere zeemannen met een hamer keihard tegen de bel slaan. Kijken hoe sterk ze waren.
'Welkom bij deze glazen doolhof.'
Ik draaide me om naar de richting van een oude man die bij de opening stond van de ingang. Boven stond letterlijk de glazen doolhof.
'De glazen doolhof zeg je.'
Ik keek Carolina kort aan die met de oude man zat te praten over de glazen spiegel. Ik richtte mijn blik weer naar de oude man. Er klopte iets niet aan hem. De oude man liet zijn rotte tanden bloot, waarvan paar tanden in zijn mond miste. Zijn witte grijze haren zaten in model achter zijn hoofd gekampt, maar zijn haren leken erg dun alsof er zelf paar plukken van zijn haar weg gerukt waren. En aan zijn kleding te zien zag hij er ook niet uit alsof hij uit deze tijd kwam. Ik kreeg zelf bijna de rillingen als ik hem zo zie.
'De glazen doolhof is trouwens maar een heel klein prijsje.'
'Hoelang duurt zo'n attractie?' vroeg ik.
'Hooguit tien minuten.' Er zat hier wel een addertje onder het gras. Iets vertelde me dat ik daar niet in moest.
'Ik wil er wel in.'
'Ik weet niet Carol, het lijk me....' Ik kon mijn zin niet afmaken.
'Deen, wees niet zo'n een watje. Het is maar een doolhof geen spookhuis.'
'Daar heeft ze gelijk in. Er is niks om je zorgen over te maken.' Er verscheen weer een glimlach op het gezicht van de oude man. Ik pakte een paar dollar biljetten uit mijn broekzak en gaf het aan de oude man. We liepen de ingang in niet wetend wat ons te wachten stond. Carolina liep voor me. Het geluid van de pretpark leek te dempen hoe verder we door de doolhof gingen van glas. Ik zag zelf een beetje een spiegelbeeld van me door de glazen heen. Van schrik draaide ik me met een ruk om toen ik een keiharde geluid hoorde van scherpen messen.
'Wat was dat?'
'Vast een ander attractie die er speelt. Kom op, je gaat me toch niet vertellen dat je ook niet bang bent voor deze doolhof?' Ze keek me nog steeds aan alsof ik de grootste bangerik was.
Haar groenen ogen leken te fonkelen. ineen drong er iets op me door.
'Carol, waar is jouw gigantische teddy beer?' Had ze het soms?
'Die heb ik bewaard in mijn jurk zak, hoezo?'
'Nou, omdat... Wacht eens even? Maar hoe kan? ...Daar... daar buiten was het nog gigantisch...' stotterde ik. Man, ik klonk als een idioot.

Ze rolde met haar ogen en ik werd rood van schaamte. Het voelde alsof ik de grootste idioot was. Ze liep de hoek van het glazen doolhof in. We liepen steeds verder en verder door het doolhof. Het leek wel lang te duren. Maar er klopte iets niet. Ik had hier een heel vreemd gevoel bij. Voor mijn gevoel was deze doolhof van de binnenkant er veel groter uit dan de buitenkant bij de kermis. Op een gegeven moment kwamen we lang bij de kleurrijke glazen ramen die begonnen te glinsteren.
Carolina had ondertussen tijdens het lopen geen enkel woord tegen me gezegd. Link af stond ze ineens stil. Voor het eerst was ik een grote spiegel tegen gekomen in deze doolhof. In de spiegel zag ik Carolina spiegelbeeld. Haar heldere groene ogen in de spiegel keken mij aan. Haar huid leek bleekjes dan eerst. En haar lengte van haar zwarte haar was tot en met haar oor. Ze leek veel jonger dan eerst. In de spiegel leek ze veertien. Mijn bruine ogen in de spiegel leek te fonkelen.
Ik was altijd al mager geweest, maar in de spiegel leek het alsof ik paar kilo af was gevallen. Of het was gezicht bedrog.
Ze liep verder door het doolhof. Ik ging met mijn hand over mijn donkerbruine haren en liep weer achter haar aan.
'We kunnen beter deze gang proberen,' stelde ik voor.
'Waarom zou ik jou moeten volgen?' Haar stem klonk nors.
'Omdat we misschien hier anders nooit uit komen.'
'Of misschien omdat jij je geduld verliest in deze attractie verliest,' reageerde ze bot en ze keek me brutaal aan.
'Heb je zelf niet in de gaten dat we nogal lang bezig zijn in deze doolhof?'
'Nee.'
'We zijn meer dan drie kwartier bezig, Carol.' Ik liet me haar de tijd van mijn horloge zien en wanneer we in het glazen doolhof waren begonnen.
'Ik ben jou niet die telkens op de tijd let. En dat ik hier de leiding had, waren we niet eens lang paden geweest waar het doodliep.'
'Of het is niet het typische doolhof waar er ook weggetjes zijn dat het doodloopt,' zei ik.
'Als je beter de weg weet, waarom ga jij dan niet voor?' Ze had haar armen over elkaar geslagen en ze keek me met een cynische blik aan.
Ik ging recht af. Rechtdoor was het pad van het glazen doolhof wel erg lang. En hoe ver de afstand was van de pad die we gingen, hoe donkerder het leek. Ik kreeg er een rillingen van hoe verder we liepen.
'Viel het je op dat het steeds kouder wordt hoe dieper we lopen?'
Daar had Carolina wel gelijk in. Zelf leek het steeds donkerder hoe verder we liepen. Ik kon nog net mijn uitgeblazen adem zien. En verder kwam het alle bizarste nog. Het werd steeds donkerde toen we verder liepen. Boven ons hoofd leek iets te glinsteren.
'Zijn dat sterren?'
Ik keek omhoog waar Carolina het over had. Tot mijn verbazing deinsde ik een stap naar achter. Het waren inderdaad sterren. boven ons lucht. Het leek alsof we in de sterrenhemel bevinden. Of het doolhof bevond zich op dit moment in de sterrenhemel. Maar dan klopte het totaal niet. Er was iets vreemds aan deze doolhof, maar ook echt. Mijn gevoel vertelde me juist dat we zo ver van kermis verdaan waren toen we deel nam aan het glazen doolhof. Uiteindelijk liepen we voorbij de bad. Er was een keuze, en dat was rechtslaan. De glazen van deze doolhof kon ik niet zien, maar het pad voor ons konden we nog verder lopen. Ik wilde net verder lopen, maar ik botste tegen het glazen wand van het doolhof aan. Ik wreef tegen mijn pijnlijke neus van de botsing.
'En je weet de weg zeg je?'
Ik kon het in de donker niet goed zien, maar volgens mij probeerde ze haar lach in te houden.
'Is het grappig?'
Ze keek me geschrokken aan, maar ze kwam weer bij. 'Euhm, ja. Jij was toch diegene die de leiding wilde nemen. Totdat je als een kluns tegen het glas aanbotste.'
'Kom laten we terug lopen. De pad waar we net juist was, was waarschijnlijk...' Ze wees achter haar, maar uit schrik en zonder dat ze het door had drukte haar wijsvinger tegen iets onzichtbaar. Een onzichtbare muur of iets. Ze hapte naar adem en draaide zich om. Ze tastte met haar handen voor het glas. 'What the f...'
Die reactie kreeg ik ook zojuist.
'Wij lijken op gesloten.'
Ik ging naast haar staan. en voelde het glas voor me ook. Ze had gelijk ook nog we zaten in het glazen doolhof opgesloten.
Ze schopte met al haar kracht tegen het glazen wand, maar het glas kwam geen schrammetje.
'Ga eens achteruit. Ik probeer het nog eens.'
Ik deed wat ze zei. Ik stond met mijn rug tegen het glazen wang. Ze schopte tegen het raam, maar dit keer was het vechttechnieken uit het verre oosten die ze toe paste. Verbaasd staarde ik aan. Ik kon zelf niet geloven dat ze dat kon.
De vloer onder me viel me ook opeens op. Mijn hart bonkte in mijn kil. Het stenen vloer onder onze voeten had plaats genomen van iets zichtbaars. Glas.
De sterren hemel boven ons was duidelijk te zien.
Het zal misschien een domme idee van mijn zijn, maar het was te proberen.
'Misschien moeten we omhoog zien te klimmen,' stelde ik voor. Ik stond op mijn tenen en wilde de bovenkant van de kant va het glazenmuur pakken, maar boven ons hoofd zat opeens ook het glazen muur.
'Hoe wil je dat in vredesnaam doen, terwijl we in een onzichtbare glazen kubus zitten opgesloten,' reageerde ze fel.
Daar had ze gelijk ik.
Na nog wat geprobeerde te hebben hadden we het wel opgegeven. Ik had met mijn tijdgave nog geprobeerd om alles terug te spullen voordat we hier belande, maar dat had geen effect gemaakt. Zelfs haar gave die ze hier uitoefende leek niet te helpen. Ze had zelf nog paar keer keihard tegen de glazen muren van het kubus waar we opgesloten zaten probeerde te schoppen. Ik had zelf nog geschreeuwd voor hulp, maar niks hielp. We zaten hier echt vast.
'We hadden nooit in deze glazen doolhof moeten rondlopen.'
'Ja, zelf was ik te fout in gegaan om je over te halen. Sorry trouwens. Het was ontzettend stom van me. Je had gelijk ook nog.’ Ze zat op de grond.
‘Van wat?’
‘Dat je gelijk had dat er iets niet klopte aan deze glazen doolhof.’
Ik keek haar recht in het gezicht aan, maar ze keek op de grond. Ik zag in haar blik iets van schaamte. Het was wel voor het eerst dat ze zich verontschuldigd.
‘Het is goed, Carol. We moeten hier zo snel mogelijk uit zien te komen.’
‘Hoe wil je dat dan gaan doen?’ We hebben bijna alles geprobeerd.’
Daar had ze gelijk in.

Ik stond weer op. Ik stootte met mijn achterhoofd tegen het glas boven me. Ik wreef met mijn hand tegen de pijnlijke plek waar ik mijn zojuist had gestoten. Wat gebeurde er?
Ze keek om zich heen. De glazen muur voelde ze van dichtbij komen. Het leek alsof de kubus waarin we opgesloten zaten begon te krimpen.
Het krimp steeds meer.
'Wat moeten iets doen anders stikken we nog door het zuurstof gebrek.'
Er drong iets tot me door.
De man bij die ene spelkraampje. 'Geniet nog van je avond. Nu het nog kan.'
'Die ene man heeft ons in de val gelokt.'
De glazen kubus werd steeds kleiner. We zaten als sardientjes tegen elkaar aan.
'Nou jouw arm komt tegen mijn heup aan, zo strot irritant.'
We zaten bijna tegen elkaar schoot aan. Net toen het niet erger kon klonk er het geluid van gebarsten glas. Ik wilde kijken, maar het ging niet echt lukken als ik mijn hoofd niet kon bewegen.
'De kubus begon te bewegen,' zei ze.
Het geluid van glas trok mijn aandacht. Uit reflex had ik mijn ogen dicht gedaan op het moment toen het geluid van glas meer begon te breken. Ik voelde geen zwaartekracht onder mijn voeten het leek alsof ik viel. Ik opende mijn ogen en we vielen van de sterren hemel naar beneden.
Carolina kreet overspoelde mijn oren. We vielen steeds sneller naar beneden. Ik wilde haar hand vast pakte, totdat er een witte flits kwam, die me kort verblindde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen