'Carol.' Hoorde ik Deen stem. Hij gaf me een por bij mijn arm. Een kreun verliet mijn lippen.
Mijn ogen wende zich langzaam aan de omgeving waar we bevinden. Het koste me paar seconde om te beseffen dat we weer terug in mijn eigen slaapkamer zijn. Ik lag op mijn bed, en Deen stond juist voor me. We waren weer terug in het heden, zoals de man ons nog net net verteld had.
Maar, wie was die man? En waarom had hij ons geholpen?
'Hey, Carol. Ik denk dat je...' Hij maakte zijn zin niet helemaal af.
Ik kon toch niet in slaap gevallen zijn? Ik leunde met mijn elleboog en ging op staan van het bed.
'Zeg maar.'
'Nee, vergeet maar wat ik zei. Het begint laat te worden. Ik denk dat ik maar moet gaan.'
Ik knikte en hij verliet de slaapkamer.
Ik ging nog achter hem aan de trap af. God ik wist niet waarom, maar hij leek iets bescheiden te hebben dat de meeste jongen van zijn leeftijd niet hadden.
Hij pakte zijn jas van de kapstok en opende de voordeur.
'Deen, en nog iets.'
Hij keek me aan.
'Zie ik je morgen?'
'Ja, tuurlijk. Waarom zou ik er niet zijn?'
Ik beet op mijn lip. Er viel een hele korte ongemakkelijke stilte.
'Nog een fijne avond.'
Waarom kwamen die woorden zo moeilijk uit mijn lippen?
'Bedankt, jij ook. Ik zie je morgen.' En verliet het huis.

'Heb je al iets informatiefs gevonden over het onderwerp?' vroeg Deen in de tussenuur. We hadden besloten om in deze studie lokaal te gaan studeren, aangezien er niemand er vandaag nog gebruik van maakte. Geen wonder waarom. Het lokaal zag er al deprimerend saai uit. Bijna alle klaslokalen van deze school zagen er saai uit, maar vergeleken met dit lokaal. Ik had tijdens het binnenkomen al het gevoel alsof ik de komende uur te maken zal krijgen dat alle het vrolijkheid van de wereld van de aardbodem verdwenen. Er stonden paar tafels midden in het lokaal op een manier alsof je ging vergaderen. Er stond een bord waar rare tekst geschreven stond. Vast door een leerling. Tegen oever het bord
Stonden een rij van tafels waar witte computers zaten. Ik vroeg me af of die wel gebruikt werden. Het zag er erg stoffig uit. Waarschijnlijk wist geen enkel volwassen leraar hoe je zoiets moest gebruiken.
'Ik moet even naar het toilet,' zei ik en ik ging van mijn stoel.
'Is goed. Neem de tijd. Ik neem het ondertussen wel even over.'
Ik knikte en verliet het lokaal.
Ook al moesten we nog een paar dagen samen met elkaar werken voordat we onze geschiedenis werkstuk moesten inleveren, ik kreeg langzaam het gevoel dat ik Deen kon vertrouwen. Maar dat kon ik niet doen. Niet nadat er iemand anders. Ik wilde er zelf niet eens over hebben. Ik slikte de brok van mijn kil weg. De gedachtes al als ik over hem dacht maakte me verdrietig. Dit was een nieuwe jaar en een nieuwe kans. Ik kwam weer terug naar het studielokaal. Ik stond bij de deur opening.
'Wat doe jij met mijn spullen!' Ik schreeuwde woest met stemverheffing. Mijn handen werden vuisten. Mijn knokkels werden wit van het knijpen. Ik keek Deen vuurspuwend aan.
Hij was onder ander wel geschrokken van mijn boze reactie, maar dat deed me niks. 'Ik vroeg je iets, Wat doe je met mijn spullen?'
Ik liep kwaad naar Deen toe, die een verslag eerst in zijn handen had, maar op de tafel had gelegd. Het was wel een verslag die ik in het privé had geschreven die niemand hoeft te weten. Anders zouden de mensen me toch voor gek verklaren.
'Rustig, Carol. Ik was alleen nieuwsgierig waarom je...'
'En daarom pak je het zonder mijn stemming uit mijn tas?' viel ik hem in de reden. Ik was nog steeds kwaad op hem.
'Waarom schrijf je iets over de duistere heerser? En wat heb jij te maken met de koning van het lichtrijk?' vroeg hij kalm mogelijk.
'Dat zijn zaken dat jou geen moer aangaat.'
'Oh nee? Waarom heb je zo iets vreemds dan mee naar school genomen? En wel van iemand die begaafd is.'
'Omdat ik er straks in privé er nog over wil schrijven!' schreeuwde ik met stem verheffing.
'Dan wil ik ook nog alles weten waarom je dit geschreven heb over de duistere heerser.'
'Dat gaat je niks aan.'
'Dat klopt, het gaat me inderdaad helemaal niks aan met de meeste dingen niet. Je zegt bijna nauwelijks iets over wie je echt bent. Ik weet zelf niet eens wat voor gave je geschrikt en waarom je niet zelf in staat kan zijn om terug in de tijd te gaan zonder mijn hulp. Je bent zo mysterieus, Carol. Maar tegelijkertijd kan je soms als een boze kreng gedragen.'
Ik keek hem kwaad aan.
'Je kan kwaad op me blijven, maar het vaak wel zo. Je doet telkens nog steeds bot, terwijl ik de grootste deel van de tijd dat ik met je doorbreng beleefd ben. Ik wil weten wat je van de wereld verberg, Carol. En hoe je meer weet over de duistere heerser en wat hij je veel met de koning van het lichtrijk te maken?'
'Wil je het echt weten?'
'Ja, daarom vraag ik het.'
Er dring iets tot me door. De vijand zat bij jullie op de loer. Vooral bij jou meisje. De woorden van Frank spookte plots tot me door.
Zou de duistere heersers soms...? Ik wist dat zelf nog niet eens zeker.
'Oké, Deen luister.' Ik keek achterom. De deur zat op slot, dus niemand kon ons horen. Hoopte ik. 'Ik weet niet veel van de Duistere heerser, ook al denk je misschien van wel. Maar wat ik geschreven heb zijn punten over hem dat ik nog uit mijn kindertijd wist.'
'Hoe ken je hem?'
'De duistere Heerser? Natuurlijk ken ik hem niet? Ik heb hem nooit in mijn leven gezien.'
'Maar hoe heb je?'
'Ik kan die informatie toch ook van andere gehoord hebben, sto... slimmerik,' viel ik hem in de reden. 'Maar zoals ik al zei ik weet niet heel veel, het zijn maar een paar dingen dat ik van het gesprek nog gehoord had. Meer niet.'
'Maar vertel me dan alsjeblief wat je dan wel weet.'
'Nee,' zei ik kort en krachtig.
'Wat?'
'Ik zei, nee.'
'Maar hoezo?'
'Het is natuurlijk wel iets dat je niks aangaat.'
Ik hoorde hem zuchtte van ergernis. 'Soms begrijp ik je niet, ik kan mijn woorden beter niet vuil maken. Volgens mij interesseert het je niet wie onze mysterieuze vijand kan zijn. En ik had paar weken geleden een boek in huis ontdekt over de duistere heerser.'
Mijn nekharen gingen overeind van het horen wat hij zei.
'Laat me het eens zien morgen.'
'Dat gaat nogal moeilijk, aangezien het in de kantoor van mijn vader ligt, waar zijn kinderen niet eens mag komen. En ik mag van jou niet eens weten wat je wist over de duistere heerser.'
Ik keek hem kort kwaad aan. Probeerde me soms...? Ik zuchtte en keek hem weer neutraal aan.
'Goed, ik vertel je wat ik weet over de duistere Heerser, maar beloof je me dat ik ook het boek mag lezen?'
'Ja, maar op een voorwaarde.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen