Vandaag was de dag dat we onze profiel werkstuk moesten inleveren.
Carolina kwam mijn kant op.
‘Waar heb je het boek?’ vroeg ik.
‘Het ligt in goede handen, en ik heb er ook wat in gelezen.’
‘Wat stond er allemaal in?’ vroeg ik.
Ze wilde antwoordde, maar het geluid van de schoolbel weerklonk door de gangen.
‘Dat kan misschien straks nog, ik heb nu natuurkunde gevorderde.’
Ze liep naar het lokaal waar ze heen moest zijn.


Ik ijsbeerde op de gang voor het geschiedenis lokaal. Waar bleef Carolina nou? Ze was de komende twee dagen niet op school komen opdagen. Ik begon zelf zorgen om haar te maken waar ze bleef. Ze was zelf niet thuis. Ik was donderdag na schooltijd nog naar haar huis toe gekomen, maar niemand was thuis. Vandaag was de grootste dag. Ik hoopte maar dat ze vandaag kwam. Mijn hart bonkte zelf van de spanning.
Het geluid van de schoolbel weerklonk door de rest van het schoolgebouw. De lessen beginnen. Ik maakte de deur van de geschiedenis lokaal open en ging erin.
Ik ging ergens op een plaats zitten en wachtte nerveus af. Ondertussen werd het lokaal vol. Waar bleef ze nou? Ik begon zelf ongeduldig te worden. Na enkele ogenblikken kwam mevrouw Aerkers het klas lokaal binnen.
‘Goeie morgen, klas.’
Paar voetsporen kwamen dichterbij het lokaal. Een opluchting kwam. Carolina kwam gehaast de klas binnen en ging bij de lege plaatst zitten naast mij.
‘Je bent nog net op tijd, Carolina Hamports. Eigenlijk ben je één minuut in mijn les te laat, maar dat zie ik dit keer door de vingers.’
Mevrouw Aerkers keek de rest van de klas aan. ‘Ik neem aan dat jullie geschiedeniswerk stuk af hebben? Zo niet, dan kunnen jullie een onvoldoende verwachten.’
Ik keek Carolina aan. ‘Waar was je?’ vroeg ik zachtjes aan haar.
Ze keek me kort aan. Ze wilde iets gaan zeggen, maar ze had haar lippen weer op elkaar.
‘Geen geklets graag, kindertjes. Het is hier geen theekransje.’ Mevrouw Aerkers ging aan haar bureau zitten. ‘Waar was ik toch gebleven?’ vroeg ze, terwijl ze met haar hand over haar slaap wreef.
‘Bij de geschiedenis werkstuk, mevrouw.’
‘Ja, dat klopt. Goed, klas. De meeste van jullie hebben het zelf eerder ingeleverd. Maar niemand in de klas is natuurlijk veel eerder dan Deen en de persoon waar hij samen moest werken.’ Mevrouw Aerkers keek me kort en trots aan en richtte haar blik weer naar de klas toe. ‘Goed, klas. Ik heb de geschiedenis werkstukken die gister en eergisteren waren ingeleverd al nagekeken. De mensen die hun werkstukken nog niet hebben ingeleverd, doe het nu, want vandaag is de grootste dag dat het ingeleverd moet worden. Te laat inleveren worden paar punten eraf getrokken.’

De rest van de klas die de vandaag de werkstuk moesten inleveren haasten zich naar het bureau van mevrouw Aerkers. Het was nog een beetje rommelig aan toe. Het geschuif van de stoelen en de voetstappen weerklonken door de klaslokaal. Het zag er naar uit de een groot gedeelte van de klas hun geschiedenis werkstuk vandaag gaan inleveren. Ik zat op mijn plaats en keek Carolina weer aan.
Ze had me opgemerkt dat ik naar haar staarde.
‘Ik was twee dagen niet in Springfield,’ vulde ze.
‘Waar was je dan de komende twee dagen?’ vroeg ik.
‘Dat is nog allemaal ingewikkeld om uit te leggen.’
Hoezo ingewikkeld?
Ze draaide zich weer om. De rest van de klas zat ondertussen weer op hun plaatst.
‘Aan de linkerkant staat het stapeltjes met de geschiedenis werkstukken die vandaag zijn ingeleverd. De andere stapel van de eerder ingeleverde geschiedenis werkstukken zeg ik nogmaals is na gekeken. De cijfers worden genoemd op namen met wie jullie samen werken. Jimmy en Rita jullie hebben een 7,8.

De twee klasgenoten die met elkaar samen werkte gaven elkaar een high five.
Mevrouw Aerkers was ondertussen verder met het opnoemen van de cijfers van de geschiedenis werkstukken. Op een gegeven moment hoorde ik Carolina en mijn naam noemen.
Ze keek me stralend aan. Het was vast een heel hoog cijfer zoals vaker bij haar lessen. ‘Jullie twee hebben een 9,7.’
‘Waarom gene tien mevrouw?’ vroeg Carolina.
‘Omdat ik nog een paar punten miste, dat waarschijnlijk hele kleine vergissingen zijn. Maar jullie twee hebben de hoogste cijfer van de klas. Wees daar alsjeblieft blij op.’
Ik was best wel tevreden met een 9,7.

Ik pakte mijn spullen nadat het geluid van de schoolbel weerklonk door het hele schoolgebouw heen. Het was pauze, na twee saaie les uren. Ik was het eerste die het klas lokaal verliet. Het voordeel als ik vooraan in de klas zat. De gangen waren overvol van de massa leerlingen. Carolina zou me zojuist het boek over de duistere Heerser nog aan me geven. Of me laten lezen. Ik had paar weken geleden alleen paar zinnen van de eerste hoofdstuk gelezen. Meer niet. We hadden nog niet afgesproken waar we het boek gingen lezen. In de kantine kon het niet en het zou te veel opvallen.
Ik moest Carolina vinden. Ik liep verder de gang door.
Net toen ik een glim van haar leek te zien voelde ik een zachte hand mijn arm vastgrijpen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen