Dit zal de laatste hoofdstuk zijn, verwacht er niet al te veel van. :'D
Ik ben in de toekomst wel van plan om het verhaal te herschrijven waarbij ik al mijn planningen in het verhaal kan stoppen. c:

Ik wist niet waar ik kijken moest, overal waar ik keek waren potten met vocht en… ogen.
Wat is dat toch met deze plek, wie verzameld er nou ogen… Betere vraag is, waar komen die ogen dan vandaan…
Opnieuw was er een brul te horen, dat mijn volledige aandacht weer had.
Ik zag voor mijn ogen hoe ze een bekende oog voor zich hield, gericht op mij.
“Ik had hier al zolang op gehoopt, dat die dag eindelijk komen mocht~” zei ze op een vrolijke manier. Ik was versteend met wat ze had gedaan. Shadow lag daar maar in een hoekje te creperen van de pijn…
“Waarom deed je dat nou?” Ik reageerde nogal kalm, wat je niet zou denken na mijn eerdere opmerkingen.
“Ik wilde een oog voor mijn collectie, het liefst nam ik beide.” Haar grijns werd alleen maar groter, inclusief de blik in haar ogen vergrootte.
Ik had naar Shadow moeten luisteren toen hij zei dat het beter was hier niet heen te gaan, nou moest hij de prijs betalen met zijn oog, misschien is het nog te fixen… Alles kan je toch fixen met magie?
“Het is toch zo fijn als wezens meewerken, vind je dat ook niet, Bijter?” Hoe wist ze mijn naam, ik had mijn naam niet eens verteld. Ik keek haar verrassend op, waarbij ze moest lachen.
“Ik weet meer over je dan je denkt, waarom denk je dat ik zo graag met je wil spelen!” Haar enthousiasme spatte er bijna letterlijk vanaf.
“Ik wil niet met je spelen, ik wil hier gewoon heelhuids wegkomen, dat geldt ook voor Shadow.” Ik keek even kort meelevend naar Shadow, die nog steeds lag te creperen in een hoekje.
“Jullie kwamen hier voor dat kristal, dus laten we een game spelen! Als je het kristal binnen een half uur vindt, zal ik jullie vrijlaten en heeft Shadow weer zijn oog terug, zo niet… Dat merk je vanzelf wel. Oh, en als ik zie dat je vals speelt. Ik kom er achter.” Ik moest even nadenken over wat ik zou zeggen.
“Ik heb niet het idee dat je mij een andere keus geeft.” En keek daarbij haar recht in de ogen aan, waarbij zij simpel weg met een grijns begon te knikken. Ze liet mij echt geen andere keus… Ik wil niet eens weten wat ze zou doen als ik het niet zou halen.
“De tijd, start nu.” Ze stampte met een poot hard op de grond, en kort werd het zwart voor mijn ogen. Eenmaal wanneer ik ze open deed lag ik op de grond in een lange gang. Als dit net zo erg was als de doolhof in het begin, heeft Shadow echt geen schijn van kans.
Opnieuw zweefde ik rond de gangen, ditmaal opzoek naar een kristal, oh wat een feest. Ik begin deze plek echt zat te worden.
De gang bleef maar doorgaan tot ik opeens niet meer naar een gang keek, maar een zwarte vlek dat voor mijn ogen verscheen. Ik viel met mijn rug op de grond en begreep even niet wat er gaande was, tot ik zag dat ik zomaar uit de lucht was gegrepen en tegen de muur aan was gegooid. En om eerlijk te zijn deed het nog best pijn ook. Ik heb nooit echt fysieke pijn gevoeld, wat is er toch gaande?
Ik keek op naar het wezen dat eruit zag als een wolf met een schedel op zijn kop, ik kon niet goed zien wat voor schedel, aangezien ik daar de kans niet voor kreeg. De rechtopstaande wolf pakte mij opnieuw op om vervolgens weg te gooien.
Hoe moet ik vechten terwijl mijn krachten bijna compleet afwezig is? Wat zorgt er zelfs voor dat ik mijn krachten amper kan gebruiken, en waarom weet ik hier allemaal niets van af? Was er dan toch iets wat mijn leven stop kan zetten? Heb ik dan echt een leven dat ik kan verliezen?
Ik moest een manier bedenken om deze schedelwolf uit de weg te ruimen, zonder mijn krachten te gebruiken. Er zijn alleen geen voorwerpen hier, dan alleen mijzelf. Ik kan niet zomaar roekeloos op hem af vliegen, hij zou mij meteen opnieuw uit de lucht grijpen.
Misschien hoef ik hem niet verslaan, hoef ik er alleen voorbij te komen, zodat ik dichterbij het kristal kom. Daar ging het waarschijnlijk om. Een paar wezens dat het kristal bewaakt, als een soort test naar mij toe.
Ik houd niet zoveel van zulke testen, maar ik moest er wel door mee gaan. Ik wil niet dat Shadow straks een oog mist door mijn egoïsme en nieuwsgierigheid.
Het wezen nam best veel ruimte in beslag, ik kon er niet zomaar langs, voor mij leek de gang misschien wel groot, maar ik was ook niet zo groot. Al helemaal niet in vergelijking met deze schedelwolf.
Ik waagde het er gewoon op om er langs te vliegen, zonder er verder bij na te denken vloog ik zo snel mogelijk langs het wezen, maar die ving mij zo uit de lucht alsof ik niets was. Het is duidelijk dat dit wezen ontiegelijk snel was, helaas. Sterk, snel, behendig… Erg gevaarlijk om mee om te gaan.
Dan moet ik er maar doorheen komen met brute kracht… Iets wat ik niet had zonder mijn krachten.
Misschien moet ik maar alles eruit halen wat er eruit te halen valt, ik had alleen geen idee wat dat met mij kon doen. Ik voelde hoe laag mijn magie-energie was, het zou best kunnen dat die leeg zou gaan raken als ik alles in een keer gebruik. Aan de andere kant, veel meer nut kan ik er niet uit halen.
Ik moest het dan maar toch een kans geven.
Met een kleine moeite maakt ik een magiecirkel dat bijna net zo breed was als deze ruimte. Het zag er misschien wel indrukwekkend uit, maar voor wat het deed, viel het nog wel mee. De magie cirkel was niet echt een wapen, maar ik kon daarmee het wezen naar achteren forceren, alsof er een onzichtbare muur was ontstaan.
Op die manier kon ik het hoekje om naar een volgende ‘geweldige’ gang. Laten we maar hopen dat ik niet al te veel tijd heb besteed aan deze gang.
De magie cirkel verplaatste naar voren wanneer ik naar voren liep en wandelde de volgende ruimte binnen. Ik ademde even diep in en uit aangezien ik voelde hoe mijn magie uit mij werd gezogen alsof het niets was, en dat gevoel begon steeds sterker te worden.
Dit was geen lange gang zoals ik had verwacht. Het was gewoon een ruimte, met niets erin, wat moet hier dan zijn? Misschien een geheime opening, een puzzel. Of… Ik zou het eerlijk gezegd even niet weten. Mijn beste gok was erop dat het een puzzel was.
Ik zweefde naar de muur en zag daar wat vreemde tekens staan, maar het waren wel tekens die ik ergens eerder had gezien, in een boek. Het waren tekens in een bepaalde taal, een taal dat nog voor de huidige draken taal was. Of te wel, heel oud. Dit was de eerste taal waarin dingen beschreven werd, dat in het heden de Tjunxia genoemd, een naam dat eer doet aan het eerste volk dat zich evolueerde tot de society waarin we nu leven. Waarom is dat hier?
Het hielp ook niet dat deze taal hele andere letters en bedoelingen had, het leek veel op kleine tekeningen die een beetje eruit ziet als wat het betekend. drie golvende horizontale lijntjes betekend water. Twee hoekige punten naar boven gericht, betekende vuur. Twee rondjes door elkaar betekende verbonden, handen vonden ze te moeilijk om te tekenen, dus deze maar rondjes. Heel toepasselijk aangezien het in de huidige tijd lijkt als een ketting, wat hetzelfde kan betekenen.
Dat was eigenlijk de hele tekst, die drie ‘letters’. Om het maar zo simpel mogelijk te maken, heb ik het idee dat ik water en vuur bij elkaar moet doen, maar hoe doe je dat? De ene verwoest de ander, daarbij ik zie nergens water.
Ondertussen zweefde ik wel naar de muur en pakte de fakkel daarvandaan, aangezien dat het enige vuur was dat ik vinden kon. Nou moest ik nog vinden waar het water is.
Ik keek even om mij heen op zoek naar iets, en niet veel later zag ik het water ‘letter’ op een van de zij muren. Er zaten diepe groeven om de letter heen, betekende dat het ingedrukt moest worden?
Met mijn vrije klauw drukte ik voorzichtig op de muur, en zoals ik dacht was het inderdaad een knop. Het werd ingedrukt waarbij er een luid geluid bij volgde. Geluid dat leek alsof iets zwaars en stenigs aan het schuiven was, de opening waar ik vandaan kwam was dicht geschoven, maar op het moment was er nog geen water.
Ik zweefde de kamer rond op zoek naar het water tot het vanzelf op me kwam vallen.
Het was heel veel water dat van boven naar beneden viel, wat vrij snel de gehele vloer bedekte.
Misschien was het toch niet zo’n goed idee om dat knopje ingedrukt te hebben, maar ieder geval heb ik mijn water nu, maar geen vuur. Want dat is uitgespoeld…
Ik zuchtte even diep en zag dat er nog andere fakkels aan de muur hing, ik liet het alleen daar even hangen aangezien ik niet wist wat ik ermee moest.
Ondanks ik nu wel aan beide kan komen, vooral aan water… Wist ik niet waar het heen moest. Het zou wel logisch zijn als dat op de plek zou zijn waar de tekens stonden, maar daar leek het niet te zijn. En ondanks ik constant om mij heen keek leek ik niet op een antwoord te komen.
Vrij snel werd de ruimte gevuld met water, iets wat steeds hoger leek te komen. Gelukkig kon ik nog in de lucht zweven, anders was ik daar beneden, in het water, aan het verdrinken.
Dit was ook ongeveer het moment waarbij mijn krachten compleet op nul stonden, ik voelde mij compleet nutteloos, en ook nog een zwak worden. Het voelde alsof ik mijn ogen moest sluiten, gewoon om ze even rust te geven. Dat leek mij om eerlijk te zijn geen goed idee, zeker niet hier, met al dat water.
Kom op, er moest toch een manier zijn om hieruit te komen, ze zou toch geen onmogelijk spel klaarzetten, dat zou gemeen zijn… Maar misschien ook wel slim, zo zou ze altijd kunnen winnen, heeft ze Shadow voor haarzelf, en ben ik letterlijk dood… Al hoewel ik geen idee heb hoelang ik zonder zuurstof kan leven, maar sinds ik sinds kort pijn kan voelen, riskeer ik niets.
Een korte tijd later lag ik te drijven op het water, met mijn zicht richting het plafond, zo kon ik goed zien hoeveel ruimte ik nog had voor ik geforceerd onderwater werd gedrukt. Het zou niet lang meer duren tot de fakkels ook onderwater staan, en dus al het vuur uit zou blazen. Als dat zou gebeuren dan was er waarschijnlijk al helemaal geen hoop meer.
Ik zweefde laag over het water om een fakkel op te pakken, zodat ik misschien nog een kans had daarmee iets te doen.
De enige mogelijkheid voor mij om dit nog te winnen was door het antwoord te vinden op het plafond, de enige mogelijkheid dat het vuur nog had, was omhoog gaan… Zoals de warmte.
Warmte gaat omhoog, dus misschien is er inderdaad een opening in het plafond. En was het vuur maar gewoon een synoniem.
Ik keek goed naar het plafond en plots werd het donker, het water hadden de overige fakkels uitgebrand, waarbij degene die ik nog vast had de laatste was die nog licht gaf.
Ik scheen ermee over het plafond, om een aanwijzing te vinden naar mijn ontsnapping, en ik zag een heel klein tekentje, dat leek op het vuur tekentje, ik drukte erop en de steen dat ernaast zat viel het water in, wat een opening maakte dat net groot genoeg was voor mij.
Zonder twijfelen vloog ik daar naar binnen en kwam ik opnieuw die schedelwolf tegen, ditmaal begon het tegen mij te spreken.
“Enig idee waar dit allemaal over gaat?” Ik keek het wezen aan, zijn stem klonk minder dierlijk dan je zou verwachten.
“Waar gaat het dan allemaal over?” Ik reflecteerde de vraag om er maar geen antwoord op te hoeven geven. De schedel begon te grijnzen, wat best eng is om te zien, en het wandelde naar mij toe.
“Heb je het kristal al gevonden?” Het kwam best dichtbij, maar aangezien ik vrij weinig iets tegen hem kon doen bleef ik op een plek in de lucht zweven.
Ik schudde mijn kop waarbij de schedel nog steeds langzaam naar mij toe kwam gelopen.
“Er zijn niet veel aanwijzingen die naar het kristal leiden, dat is waar iedereen van op te hoogte is, toch is het aan jou om het antwoord zelf te zoeken.” Het stond recht voor me, met zijn zwarte gaten ogen op de mijne gericht. Waren zijn ogen ook genomen door Nerva?
“Ik kan je nog wel een tip geven, als je dat wil.” Ik knikte kort aangezien ik geen idee had waarnaar ik moet zoeken.
“Het was al die tijd zo dichtbij, maar het was iets wat je compleet hebt gemist, al voor zolang.” Daar had ik echt niets aan, als het zo dichtbij was, waarom heb ik het dan nog niet gezien?
Zijn schedel kop kwam gevaarlijk dichtbij, waarbij hij kort in mijn gehoorgaten fluisterde.
“Iets wat je verloren hebt, al voor zolang, opgeslagen op een plek waar alleen jij kan komen, opgeslagen op een plek die je eerst zelf vinden moest.” En met die zin tikte hij met zijn enge klauwen op mijn kop.
Wat een cliché, het antwoord zat in me? Wat een afgang.
“Dus ik moet mij gewoon concentreren, en vind het kristal in mijn rust? Ook saai zeg.” Het wezen moest grinniken.
“Wacht maar.” Ik keek het wezen maar nonchalant aan en sloot mijn ogen, aangezien dat het enige was wat van mij verwacht werd.
Ik concentreerde me en voelde iets heel dichtbij, het kristal zat niet echt in mijn kop, of in mij, maar ik kon het nu wel vinden.
Zweefde naar het midden van de ruimte en stond daar. Wat ik hier moest doen wist ik niet, maar dit zou wel de plek moeten zijn waar het kristal zich bevindt en keek richting de schedelwolf. Hij zei niets en keek mij alleen maar aan, dat betekende dat ik het zelf moest uitzoeken hoe ik bij dat kristal moest komen.
Eventjes later voelde ik warmte onder mijn voeten, het voelde heel fijn en het liet mij naar beneden kijken.
De grond leek langzaam te gloeien, en dat gloeien leek in een patroon naar buiten te druipen.
Ik wist niet wat ik moest denken en het enige wat ik kon doen was ernaar kijken.
Misschien was ik inderdaad de enige die bij het kristal kan komen, aangezien er nu vreemde dingen gebeuren waar ik niets van af weet. Ik was een soort sleutel naar… Ergens. Er waren ieder geval dingen gaande.
Het was alsof er lava over de grond droop en bewoog, het spreidde alleen maar verder uit tot uiteindelijk een volledige cirkel had gemaakt.
Was dit een soort magie cirkel waar ik in ben gestapt? Eentje die ik absoluut niet kende… Nooit eerder in een boek gezien, en de tekens die erin stonden kende ik ook niet. Dit was iets heel nieuws voor mij.
“Dit hier is een magiecirkel, eentje die ouder is dan jijzelf, ontstaan voor jou, en door jou. Jouw ei, om het zo maar even te noemen. Voel je de connectie al? Dat kristal, ben jij, voor je op deze wereld vestigde.” Wat wil hij nou precies zeggen?
“Wil je zeggen dat ik een edelsteen ben?” Hij schudde zijn kop, het was blijkbaar lastig uit te leggen.
“Je bent geboren uit het kristal, maar je bent geen edelsteen.”
“Maar jij zei dat ik dat kristal was…” Hij maakte het echt niet duidelijker van.
“Je bent het kristal, maar je bent het ook weer niet, zeg maar gewoon dat het je ei was, duidelijk genoeg?” Waarom weet hij dit eigenlijk? Het lijkt mij niet een wezen die over dingen weet dat zelfs ouder is dan mijzelf.
“Je bent de wereld, je bent de wezens, je bent alles dat je om je heen ziet.” Dat had hij beter niet moeten zeggen, want nu was ik al helemaal de draad kwijt.
“Gemaakt van jouw magie, van jouw geboorterecht, geschapen in jouw ogen.” En toen werd het gewoon heel vreemd.
“Ik ben een god?” Het wezen grinnikte.
“En niet zomaar een.” Die gedachte is wel eens voorbij gekomen, aangezien ik zelfs wezens aan kon zoals Zazuar, maar waarom weet ik dan niets?
Nerva kwam tevoorschijn met Shadow naast haar.
“Wij zijn een soort boodschappers, maar deze wereld, de gehele universum, is niet van ons, maar van jou.” Oh oke, het kon nog vreemder.
“Shadow keek ook verward op, maar hij had wel beide ogen, dus misschien was het toch allemaal maar lariekoek. Misschien heb ik gewoon een te intensieve droom.
“Er zijn zoveel universums, het valt niet meer te tellen, en ieder universum heeft een wezen zoals jij, geboren om uiteindelijk op te groeien tot de universum zichzelf in elkaar laat storten. Soms duurt het lang, soms heel kort. Er zijn maar weinig wezens die het zo ver kunnen schoppen als jij, maar tijd is slechts een illusie, is het niet?” Ik schudde mijn kop, aangezien ik het daar niet mee eens was.
“Tijd is iets wat niet te veranderen is, ik kan niet bijvoorbeeld terug in de tijd om dingen te veranderen.” Nerva moest lachen en keek vriendelijk terug.
“Weet je dat zeker?” Ik keek er vreemd van op, en nu ik erover nadenk, ze had niet geheel ongelijk. Elke keer als ik in de toekomst kijk, kijk ik terug naar het verleden. Elke gedachte die ik die toekomst zou hebben zou gereflecteerd worden op iedere toekomst beeld dat ik mij kan bedenken. Om het simpel te zeggen, dat is een soort terug reizen in de tijd, zonder het daadwerkelijk te doen.
“Ik zie dat je het snapt.”
“Als ik daadwerkelijk terug in de tijd zou gaan, zou deze universum imploderen, en overgaan tot een andere, maar dat zou betekenen dat dit alles zomaar zou gaan verdwijnen, inclusief de keuzes die al gemaakt zijn…”
“Stel je voor dat al die andere universums een universum is met een compleet andere keuze, de keuze om met Qalia om te gaan, de keuze om de wereld überhaupt leven te geven, een keuze om de wereld niet te verwoesten wanneer het moeilijk werd, maar we zijn er nog steeds.” Ik weet precies waar ze het over hadden.
“Jullie maken dingen wel erg ingewikkeld… Maar uiteindelijk zijn we dus hier gekomen zonder ons echte doel, geen kristal voor ons.” Nerva wandelde naar mij toe en gaf een scherf van het een of ander, het voelde hard, maar het was heel licht. En wanneer ik ernaar probeerde te kijken, leek het alsof ik keek naar een oneindig iets, zonder eind in zicht.
“Een scherf van je geboorte,” zei ze rustig.
“Zijn jullie hier toch niet zonder reden gekomen,” zei de schedelwolf er achteraan.
“Jullie zijn weer vrij om te gaan waar jullie willen.” Op dat moment voelde ik hoe mijn krachten terug waren, en keek ze toen vreemd aan.
“We vonden het tijd dat je de waarheid moest weten over jezelf, na zo’n lange tijd, zoveel moeilijke keuzes, het moest er eens van komen.” Zolang in eenzaamheid geleefd, zolang maar geloofd dat ik een draak was, maar ik was eigenlijk… Alles, en niets. De Alfa en de Omega. Ik kan begrijpen waarom ze het juiste moment moesten zoeken dit te vertellen. Want de keuzes die zullen vervolgen zouden juist moeilijker en gevaarlijker zijn, nu ik weet dat ik tot alles in staat kon zijn. Misschien als ik een heel andere persoonlijkheid had aangenomen dat ik als test de hele wereld, of de gehele universum liet instortten voor zekerheid. Dat was iets wat ik niet eens wilde proberen. Dus misschien veranderd er uiteindelijk niets, de mensen ontwikkelen zichzelf wel, en ik ben hier om dat allemaal te bekijken. Dat was eigenlijk een vrij interessante rol.
Nerva en schedelwolf nam afscheidt van ons en wij gingen terug naar onze grot.
“Ik weet niet zo goed wat er zojuist was gebeurd.” Ik wist niet hoe ik moest antwoorden en keek hem toen aan.
“Het einde van het begin, en het begin van het eind.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen