'Welk jaar zijn we?' vroeg Carolina. Paar uur later vandaag. 'En welke plaatst zijn we?'
'Het jaar 1491, maar aan de gebouwen en de bevolking te zien moet dit Spanje zijn.'
Ze keek me aan. 'Jij kan het zien omdat er hier Moren rond lopen?'
'Dat ook. Ook omdat ik hier bijna acht jaar geleden nog met mijn vader hier heel kort geweest was.'
Carolina en ik hadden vandaag na het eten nog met elkaar aan de telefoon zaten te kletsen. Ze was het met me eens om weer twerug in de tijd te gaan. Alleen had ik Random een tijd gekozen.
We begonnen te lopen. Zelfs de de stoep onder ons voeten waren versierd met verschillenden Mozaïeken in kleurrijke sierlijke patronen. Op de achtergrond klonk muziek. Vast een straatmuziekkant die muziek bespeelde uit het Midden-Oosten.
De meeste mensen hadden allemaal een hoofddoek om. Het viel me echt op dat de meeste mensen hier echt een kleur hadden, dan bedoel ik echt dat ze bruin waren. Carolina en ik waren bijna de enige in deze centrum die wit waren. Bij de hoek zag ik een witte slavinnen. twee was waarschijnlijk helemaal naakt en was verhuld in een deken. Eentje zat halfnaakt voor paar moslims met kleur buik te dansen. Ik had slavernij altijd al verkeerd gevonden.
Wat kan ik voor ze doen? Naar een andere tijd sturen? Carolina sleurde me verder door de stad.
De meeste mensen keken ons vreemd aan. Ik voelde me ook wel ongemakkelijk hoe ze naar ons staarde. Het was waarschijnlijk ook niet raar dat twee mensen met een lichte huidskleur hier vrij over straat lopen.
Ik kon de sommige niet helemaal verstaan wat ze zeiden. Het was waarschijnlijk in het. Moors.

Er was bij paar meten afstand een markt.
'We kunnen bij de markt even gaan kijken,' stelde Caroline voor.
Ik knikte.
De markt was wel erg dan dat ik van een afstand zag. Er waren kraampjes, met zijden, sieraden, exotische fruit en citrus vruchten, zoals lemon en citroen. Ze liep voor mij door de markt, die veel kleurrijker was wanneer we verder liepen.
Ik schrok van de heftige knal.
'Wat was dat?' vroeg Carolina.
De massa op de markt begonnen in paniek te raken toen er een tweede knal hoorde.
Mijn ogen werden groot van het zien van een pijl die recht op ons kwam. Of precies naar Carolina. Ik trok haar van en pijl en we belande op de grond. Ik lag bijna op Carolina. Ze hapte bijna naar adem. Geschrokken staarde ze me recht in mijn gezicht aan. Onze ogen kruiste elkaar. En ik leek bijna gehypnotiseerd door haar groene ogen, die veel heldere leken dan eerst. Haar ogen moesten me denken aan de heldere gras van de natuur. Ze kleurde licht als de zonlicht die door de natuur verscheen. Haar ogen leken een mix van de kleur gras en zonlicht, en haar ogen fonkelen het meest.
Ik leek weer helden te denken. Het geschreeuw van mensen overspoelde me. Ik stond snel op.
Ik wilde Carolina een hand aanbieden, maar ze stond snel op. Wat is er aan de hand?

Bij een verre afstand zag ik het beter. Er stormde een grote groep witte mensen op paard deze kant op. Wel waar witte mensen op zaten. We hadden nooit naar deze tijd moeten gaan. Het liefst paar jaar eerder. Ik had moeten weten dat het een leger was van prinses Isabel die later jammer genoeg koningin van Spanje zou worden.
'We moeten zorgen dat we wegkomen en sommige naar een veilige tijd sturen,' zei ik. 'Vooral de witte slaven hier.'
Carolina stond opeens stil met rennen. 'Ben je niet goed in jouw hoofd? Je kan hiermee de tijd in de toekomst hiermee erg veranderen. En niet alleen dat, je komt ook in aanmerking met de tijd politie.'
Mijn familie was zo vaak in aanraking gekomen met de tijd politie. Zonder iets terug te zeggen pakte ze mijn arm en sleurde me van deze plek.
De markt begon een zooi te worden. Kraampjes die overhoop waren gevallen. Spullen van de markt die kapot waren of mee op de grond waren met het kraampje. Etenswaarde op de markt die gestolen werd door enkele arme mensen.
En de gillende mensen, die hier verdaan rende. Er verscheen een lichtschild om ons heen. Vast door Carolina. Het leek niemand op te vallen.
Terug aangekomen zag ik de slavin die eerst zat buik te dansen. Ze lag half bewusteloos op de grond naast een donker jongen. Ik schatte hem een jaar of veertien. Ik stond stil. Het koste me paar seconde tot ik besefte dat hij bij zijn arm gewond was. Hoe had dat kunnen gebeuren? Liep er hier soms een van Isabel troepen rond?
'Deen, we hebben hier geen tijd voor. We moeten meteen maken dat we hier wegkomen.'
Ik rukte mijn arm los van haar greep en liep naar die twee toe.
'Deen.'
Ik keek Carolina aan. 'Nee, eerst moeten we die twee hier verdaan zien te krijgen. Je kan me alles wijsmaken dat het fout gaat met de tijd, maar ik laat ze hier niet lijden, terwijl hier zojuist gevaar dreigt.'
Ik hoorde haar zuchtte van ergens.
'Hier hebben we geen tijd voor,' zei ze binnensmonds meer tegen haar zelf dan tegen mij. Ze begon te ijsberen.
De donkere jongen keek me beangstigend aan. 'Hoor je ook een van hen?' vroeg hij in de taal dat ik kon verstand.
'Wacht, jij spreekt Engels?'
Hij knikte.
'Ik hoor niet bij ze, en wij willen jullie veilig hieruit halen,' zei ik.
Ik hoorde Carolina kuchte van ergens.
'Ik in ieder geval.'
'Hoe heet je?' vroeg hij. Zijn donker bruine ogen staarde me aan.
'Deen,' antwoordde ik. 'Jullie zijn in goede handen als jullie met ons mee gaan.'
'Ik heb een ingewikkelde Moorse naam dat jullie kunnen spreken of begrijpen, maar jullie kunnen me Ric noemen.'
Mijn blik was kort op Carolina, die met haar ogen draaide. Ze begon meteen met lopen.
Ik keek schuim achter me. Ze kwamen steeds dichterbij zag ik. En achter me begon het op een bloedbad te lijken.
'We moeten nu gaan.'
Ik tilde de slavin van de grond. Ze leek weer bij te komen.
We liepen naar het steegje waar niemand ons kon zien en teleporteerde ons naar de juiste tijd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen