Lichtte paniek overspoelde me. Het was overal om me heen stil, maar ook heel stil. Ik probeerde mij te oriënteren waar ik precies was. Mijn ogen begonnen langzaam aan de duisternis te wennen. Het was niet echt duisternis. Om me heen leek het heel erg donkerblauw. Schuim voor me verscheen er plots een licht vonkje na een kleine gerinkel.
Het gerinkel van een bel klonk meer en meer. Er verschenen meer lichtjes. Waren het soms sterren? Wat was dit voor plek?
Was het soms hetzelfde plaats waar ik met Carolina maanden geleden nog was nadat we in een onzichtbare kubus opgesloten zaten? Voor mijn gevoel voelde het niet alsof ik ergens op het universum was. Ik leek de grond onder mijn voeten te voelen. Ik kon zelf lopen bij deze hele vreemde plek die ik niet eens kende. Ik hoorde ineens het geluid van een computer. Het geluid kwam schuim recht voor me verdaan. Ik liep er naar toe. De sterren of de lichtjes die in deze ruimte zweven, verdwenen steeds meer. De plek verander steeds meer in een soort van kamer of doolhof. Hoe ze het ook konden noemen. Waar was ik beland? Ik wist nog steeds niet wat deze plek was.
Waar was ik beland? Ik wist nog steeds niet wat deze plek was. Dit alles moest me plots denken aan star trek en starwars.
Verder de hoek om zag ik draden die via een computer of machine vast zaten. Ik liep er verder naar toe. Recht voor me stond ene gedaante. Ik keek er met de rug toe. Zijn hoofd leek verborgen. Verder dan dat durf ik niet verder. Bang dat diegene me iets aan zou doen. Als ik maanden geleden hier liep dan zou ik uit angst hier weg rennen.
Misschien kon ik nog weg gaan, voordat diegene door had dat ik hier stond.
'Fijn dat je bij me gekomen bent,' zei een duistere en schorre stem. Mijn nek haren stonden recht overeind van de angst. 'Ik kon niks anders dan je hier teleporteren, aangezien ik dringend met jou moest spreken.'
'Wie ben je dan?' zei ik kalm en neutraal mogelijk, ook al was ik bang.
De gedaante voor me draaide met zijn hoofd langzaam om. Zijn huid was lijkbleek en er zaten littekens op zijn gezicht. Of het waren ouderdom vlekken. Hij zag er in het gezicht er ook heel oud uit. Er zaten hele diepe rimpels op zijn gezicht, waarvan ik vermoed dat diegene voor ouder dan negentig leek.
Ik had hier ook geen goed gevoel bij. Iets vertelde me dat hij me iets ergs zou aan doen en dat hij de schurk was. Of hooguit een van de handlangers van de duistere heerser.
‘Over wat zou je me dan willen bespreken?’ probeer ik nuchtig over te komen, ook al bleef het nare gevoel steeds sterker.
Er verscheen een onaangename glimlacht op zijn gezicht. Zijn tanden waren voor een deel verrot, en een paar vielen zelf uit zijn mond. ‘Gewoon over hoe je hier van afweet.,’ antwoordde hij met een duistere grijns.
Ik kreeg een rilling van de angst.
‘Van wat?’
Er verscheen weer een grijns, en dit beviel me niet. Waar glimlachte hij telkens? Had hij soms een lach ziekte?
Mijn brutale gedachtes. Sinds ik iets had met Carolina waren mijn gedachtes van binnen best brutaal en dapper.
‘Hoe kom je erbij dat je duistere heerser schuldig is en wilt ontsnappen?’
Ik deinsde uit angst paar stappen naar achter. Wacht hoe wist hij dat?
Ik wilde die woorden ook zeggen.
‘Denk je dat ik het met jouw vriendin soms niet door had?’ klonk hij erg liefje, maar ik hoorder wel het duister in zijn stem.
‘Denk je dat ik het met jouw vriendin soms niet door had?’ klonk hij erg liefje, maar ik hoorder wel het duister in zijn stem. 'Dat stoere lichtfee. Hoe denk je anders dat ik jullie probeerde tegen te houden.'
Ik deinsde nog een stap achteruit. 'Wacht, jij was het die ons in het glazen doolhof tijdens de kermist in de val lokte en ons in een glazen kubus gevangen zette.'
Zijn donker paarse lippen krulde omhoog. 'Inderdaad, eigenlijk hadden een van mijn handlangers me geholpen, Deen.'
'Hoe wist je mijn naam?'
Hij negeerde mijn antwoord, en in plaats daarvan keek hij met een duivelse glimlacht aan. Dit beviel me helemaal niet. Het zag ernaar uit dat hij me elk moment ging aanvallen. Ook al was hij alleen en zag hij eruit als een hele oude man, maar ik wist maar nooit. Hij kon sterker zijn dan ik en ik stond ook helemaal alleen in deze kamer. Ik wou dat Carolina bij me was, die waarschijnlijk nog in de gymzaal van de school bevond met de andere. Zou ze weten dat ik opeens verdwenen was?
Zou ze weten dat ik opeens verdwenen was? Ik moest het hier alleen doen bij deze enge man. Ik probeerde hem tijd te trekken door hem af te leiden met het gesprek die we voerde.
'Hoe ken je me?' vroeg ik neutraal.
'Weet je dat niet meer, Deen?'
Ik schudde mijn hoofd. 'Daarom zou ik het ook niet meteen vragen,' reageerde ik lichtjes geïrriteerd door zijn mysterieuze gedrag.
Hij ging weer zitten waar hij eerst als een hoopje zat.
Ik schudde mijn hoofd. 'Daarom zou ik het ook niet meteen vragen,' reageerde ik lichtjes geïrriteerd door zijn mysterieuze gedrag.
Hij ging weer zitten waar hij eerst als een hoopje zat.
'Ik ken je al sinds je nog een jochie was. Ik heb jou zelf nog gevolgd enkele jaren geleden nadat je... Nou ja...' Hij kuchte en ging weer verder met zijn woord. 'Nadat je voor de een na laatste keer met jouw vader naar die ene kermis ging.'
Hij wreef met zijn gerimpelde skelethanden, die verhult is met een witte hand tegen elkaar. Op een manier alsof hij hele kwade plannen in zijn gedachtes had die hij uit wilde voeren. 'Ik wist zelf al wat je van plan was. Je wilde haar zelf gaan bevrijden. Jouw vriendinnetje, die een volbloedje was.'
Ik kreeg de zenuwen van hem. Hij maakte me bang. Hij kende me zelf jaren geleden toen ik uit het verleden was, maar wie was hij?
'Je bevrijdde haar. Ik had moeten weten dat een van zijn zonen zoiets van plan was, vooral jij, Deen.'
'Wacht eens.'
Er drong iets tot me door. 'Hoe kan je? Je bent Bastiaan. Het kan niet anders.'
'Hoe raad je het?'
Ik was erg versteld. Bastiaan had ik sinds twee en een half jaar geleden niet meer gezien. Ik had hem het laatst nog gezien voordat hij in de explosie onder ging. De explosie waar zijn vriend was overleden vertelde mijn vader twee jaar geleden. Verklaarde dat waarom ik zijn stem uit duizenden kende, alleen klonk die wat duister.
Ik begreep het niet. Bastiaan was nog redelijk jong. Ergens boven de dertig. Hij stierf heel jong. Juist voor me stond een hele oude man, die er niet eens uitzag, waarvan ik zelf nog vermoed dat hij buitenaardse trekjes vertoonde.
'Je bent zeker in de war van dit alles,' zei hij op een heel sadistische grijns op zijn gezicht.
Ik knikte. Nogal wel, ik dacht dat hij in de explosie gestorven was. Dat zijn lichaam en al in het explosie vuur verband was, dat er niks meer van hem over was behalve de onvindbare ass.
'Hoe komt het dat je leeft?' vroeg ik.
Hij begon opeens als een gek te lachen. 'Ik was nooit gestorven. Ik heb de dood en de explosie zelf gecreëerd, zodat jullie en de rest die mij kende geloofde dat ik gestorven was. Het was allemaal vervalst, maar door de explosie veranderde mijn uiterlijk wel. En mijn tijdkrachten werden aangetast, waardoor ik niks meer kon doen. Zelf geen wraak nemen op iemand die haar had weten te ontsnappen.'
'Je wilde wraak op me nemen puur omdat ik Carolina bevrijd had?'
'Ook, maar ook omdat jij de hele tijd al in de weg stond. Ik wilde wraak op jou nemen nadat je ervoor gezorgd had dat er niemand meer bij mijn circus kwam. Zoals je nog niet wist, was zij het grootste verassing waar de mensen op zaten te wachten. Na die gebeurtenissen zagen ze me als een oplichter.'
Hij was vroeger ook een soort van oplichter, jammer dat mensen het nu later pas door hadden.
'Wat kon ik eraan doen?'
'Je bevrijdde haar,' reageerde hij kwaad. 'Daar zul je ook voor boette. Gelukkig leerde ik een eeuw daarvoor een heel belangrijke schurk kennen, die me des tijd wel begreep. Hij opende meer van mijn duistere kant. En nu zul je er echt aan gaan.'
Misschien was het nu wel de hoogste tijd om mijn tijd gave bij hem te gebruiken.
Er verscheen kristalen messen mijn kant op. Snel hief ik mijn hand naar voren. Op tijd stonden ze stil. Alleen was Bastiaan nog vol beweging.
Het zag ernaar uit dat hij me ging aanvallen. Ik probeerde het nog eens. Het lukte voor een deel. Hij kwam naar een halve minuut weer in beweging. De opening achter me was er weer. Ik maakte dat ik hier wegkwam. Ik rende door de gangetjes, die veel op een doolhof leken.
Ik zag kort achter me hem nog achter me aan rennen. Het leek hem eerst moeite te kosten en hij liep als een oude man, maar toen onze ogen elkaar kruiste spuwde zijn ogen vuur en begonnen duister te worden. Als een gek stormde hij snel op me af. Het leek alsof hij als een demon naar me toe zweefde. Ik moest hem probeerde af te schudde. Ik rende recht af dan linksaf. Ik probeerde dat zoveel mogelijk te doen. Mijn kuiten bij mijn voeten begonnen pijn te doen van het rennen. Zelf mijn voeten begonnen pijn te doen. Ik begon te hijgen van vermoeidheid. Ik keek nog achterover. voordat ik me de hoek nam. Ik leek hem niet meer te zien, plot leek ik ene glim te zien die me niet opmerkte. Ik probeerde bij de hoek te verstoppen. Ik stond stil en ademde diep in en uit.
Zou ik hem soms kwijt hebben geraakt? Zo, ja hoe kwam ik hier het beste uit.
Lag het aan mij, of leek ik iets ademen?
Het was misschien mijn verbeelding. Ik wachtte nog heel even af, voordat de kust veilig was. Ik voelde een wond boven mijn hoofd. Een onaangename geur drongen mijn neusgaten door. Wat was er toch boven mijn hoofd? Ik keek omhoog. Ik had mezelf zelf omgedraaid.
Ik deinst van schrik achteruit. What the...?
Bastiaan hingen boven mijn hoofd tegen iets onzichtbaar. Hij leek twee keer zo groot dan eerst. Zijn ogen leken heel duister en rood van de woedde. De aangename geur. Was dat soms zijn adem die enorm stonk?
Hij wilde met zijn hand mijn grijpen, ik wist het snel nog te ontwijken. Misschien kon ik hier via de tijd weg telepoteren. Deze plek beviel me inderdaad niet.
Hoe hard ik mijn best ook deed, het leek niet te helpen. Ik moest het doen wat ik had.
Ik rende weer terug naar het begin post. Ik moest iets hebben om hem te verslaan. Of alleen gewond te raken. Desnoods een mes of iets scherps.
De glasscherven van het gymzaal zouden erg van past komen.
Had ik ze maar. Er verschenen opeens paar meten voor me voeten iets doorzichtig was dat glas dat op de grond lag? Alleen jammer dat de glas schreven geen vlijscherp mes werden. Er verscheen een kleine licht explosie, waardoor ik mijn handen voor mijn moest houden.
Achter me hoorde ik gekrijs van Bastiaan. Blijkbaar kon hij niet tegen licht. Waar had hij dan in zijn hoofd gehaald om in de 19de eeuw een licht kind te ontvoeren bij zijn circus of deze plek te kiezen waar sterren licht fonkelen? Voor me ontstond er een doorzichtige mes van glas. Ik raapte het ding van de grond op. Was het toeval of had deze plek zojuist mijn wens laten vervullen.
Ik aarzelde niet meer. Ik draaide me om naar Bastiaan. Ik had het mes snel achter mijn rug voor de hoop dat hij niet door had wat ik zou doen.
Hij die uit woedde steeds dichterbij kwam. WE schelen nog niet eens paar meters. Net toen hij meer dan een halve meter bij mij stond en mij wilde grijpen, sloeg ik mijn slag. Uit een reflex steek ik het mes recht in zijn hart. Zijn handen waar hij bij mijn kil wilde grijpen zakte bij zijn zij. Ik schepte er nog wat bij om het dieper in zijn hart te steken. Er kwam zelf bloed hij zijn mond. Blauw bloed die langs zijn nek drupte. Ik trok het mes snel uit zijn lichaam. Hij zakte op de grond. Zijn borst bloedde en het bloedde werd groter. Hij stief voor mijn ogen. Ik had hem verslagen, maar mijn gevoel vertelde me dat dit niet voorbij was. Alles om me heen begon weer te vervagen. Ik leek verblind te raken door het licht. Ik hief mijn handen voor mijn gezicht tegen het felle licht. Het koste me paar tellen, dat alles om me heen minder heftig werd. Ik was niet meer bij die vreemde ruimte. Ik bevond me op school. En wel bij de schoolgangen.
Wat was er gebeurd?
Er lag paar spetters bloed op de grond en zelf paar bloed vlekken op de kluisjes. Er weerklonk geluid van vechtende mensen. Ik draaide me heel goed om me heen om. Het klopte, sommige zaten te vechten met paar vreemde mannen die een donkerblauwe mantel om hadden. Een grote deel ervan lagen op de grond te bloedden. Zelf een paar van onze school lagen tegen de kluisjes gewond. Ik moest Carolina vinden voor uitleg.
En hoelang was ik eigenlijk weg?
Ik draaide me geschrokken om toen in mijn schouder vast pakte. Ik keek in de ogen van Andy. Dirk kwam er ook bij staan.
‘Hey, vriend. Waar was je? Je was wel meer dan twee uur opeens verdwenen. Carolina was zelf nog naar het school gebouw toe gerend om te kijken of je daar was.’
‘Natuurlijk kwamen een paar andere hiernaar toe om haar te volgen, zoals ik en Andy.’
‘Ja, klopt. Wij waren zelf ook op zoek naar jou. Op een gegeven moment kwamen die creepy gasten aangelopen en probeerde ons aan te vallen.’
Mijn ogen werden groot toen een gedaante achter Andy en Dirk kwam.
‘Jongens, Achter je staan…’ Ik maakte mijn zin niet helemaal af. Dirk draaide zich om en duwde hem naar achter. Hij ging met zijn zware gewicht op hem zitten, waardoor de handlanger wel gepletterd werd. Een onaangename gegrom van kwam uit zijn mond. Ik kreeg zelf de rillingen van de gekraak van botten.
Het voordeel dat Dirk zwaarder is dan de man zelf.
Nog paar andere van school moesten nog met een paar andere mannen vechten die met ze weinige zijn. En maar denken dat ze magische krachten hadden om die tegen ons te gebruiken. Niet dus.
Ik ging de andere mee helpen. Misschien kon ik mijn tijdgave hier bij gebruiken, zonder dat de andere het door hadden. Ik werd plots van achter me omhelst.
Ik schrokte eerst wel een beetje. De lichaam geur van mijn vriendin drongen mijn neusgaten door. En haar omhelzing achter me voelde aangenaam. Ik keek Carolina aan. Haar groene ogen fonkelen.
‘Waar was je, Deen? Ik probeerde je hier overal te vinden,’ reageerde ze bezorgd. Er klonk geen boosheid in haar toon.
‘Ik werd opeens.’
Ik draaide me met een ruk om van de schrik van het onmenselijke gebrul achter me. Het was de laatste persoon die ze uitschakelen. Nooit gedacht dat die als een monster kon schreeuwen. Ik keek haarweer aan, die ook naar het persoon keek die schreeuwde. Onze ogen kruiste elkaar weer.
‘Dat leg ik je straks weer uit. Nu moeten we hier de boel opruimen, voordat de andere leraren en de conciërge hier komen. Als ze dit zien dan…’ Ik kon mijn zin niet helemaal afmaken.
‘Ze zullen een hartaanval krijgen van de troep. En afvragen wie die gasten zijn die op de grond doodbloeden,’ zei Carolina met een grijns.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen