Foto bij Scar 131

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Hoogstwaarschijnlijk is niet goed genoeg. Hoogstwaarschijnlijk geeft geen garantie dat ik over een paar jaar nog steeds met de liefde van mijn leven in mijn armen in slaap kan vallen.
En hoogstwaarschijnlijk ga ik geen nacht goed kunnen slapen tot ik zeker weet dat de dokter na de binnenkomst van de uitslag geen slecht nieuws te melden heeft.

Ik word wakker in Paiges armen. We liggen op onze zij, met onze neuzen naar elkaar toe. Mijn gezicht ligt in haar hals, onze benen met elkaar verstrengeld. Paige is zelf blijkbaar al wakker, want ik voel haar handen door mijn haar en over mijn rug strijken, op een bijna voorzichtige manier.
Met een vermoeide kreun rol ik me op mijn rug en sla mijn armen om haar middel, zodat ze half bovenop me komt liggen. Ze glimlacht naar me en buigt zich voorover om een kus op mijn borstkas te geven.
'Goedemorgen, liefste,' zegt ze zachtjes.
Ik laat haar met één arm los, zodat ik de pluk haar die als een gordijn langs haar gezicht val achter haar oor kan strijken.
'Goedemorgen, lieveling,' antwoord ik.
Met haar hand strijkt ze via de zijkant van mijn gezicht naar beneden tot mijn borstkas. Ik trek haar lichaam dichter naar de mijne toe.
'Verder nog goed geslapen?' vraagt ze.
Ik knik. 'Ja, hoor. En jij?'
'Als een roosje,' antwoordt ze en ze komt tegen me aan liggen. Ze legt haar hoofd op mijn schouder en laat haar hand in figuurtjes over mijn borstkas en buik glijden.
'Is er nog iets wat je vandaag wil doen?' vraagt ze, aangezien we nu toch tot maandag vrij zijn.
'Ik ben al een tijdje niet bij Johanna geweest,' zeg ik. 'Ik zat er aan te denken om haar weer eens te bezoeken. Wil je mee?'
Ze knikt meteen.
'Ja, natuurlijk. Johanna is je tante, toch?' vraagt ze.
'Jep. En ze is vrij dement, dus... bereid je maar voor op een vrij verwarrend gesprek,' leg ik uit.
Ze knikt. En we zijn weer stil. Zware onderwerpen bespreken we zometeen wel. Nu is het daar nog te vroeg voor. Ik houd haar gewoon even in mijn armen en geniet van het gevoel van haar lichaam onder mijn handen.
‘Ik hou zo ontzettend veel van je,’ zeg ik schor, mijn stem niet meer dan een fluistering.
Paige draait haar hoofd om een kus op mijn schouder te kunnen geven en zegt: ‘Ik ook van jou.’
Ze rolt zich bovenop me en drukt haar lippen op de mijne en kus haar graag, mijn ene arm om haar middel geslagen en haar andere hand in haar nek.
De kus blijft bij een kus, maar toch voelt het zo intiem dat er iets in mijn borstkas op lijkt te zwellen. Ze laat zich weer op het matras zakken, onze lichamen nog altijd dicht tegen elkaar, en doet vermoeid haar ogen dicht.
Toen ik Paige leerde kennen, had ze heel erg veel moeite met uitslapen en stond ze altijd vrij vroeg al lusteloos naast het bed omdat ze zich nergens veilig genoeg voelde om lang te slapen. Inmiddels begint ze echter steeds minder een ochtenddienst te worden, wat ik helemaal niet zo erg vind, want het is geweldig om met haar in mijn armen in bed te liggen.
Ze pakt mijn hand in de hare en verstrengelt onze vingers. Haar handen zijn een beetje eeltig van al het harde werk dat ze gedaan heeft, maar toch zijn ze wel zacht en klein in vergelijking met de mijne. Die hand heeft klappen afgeweerd, klappen uitgedeeld, pistolen vastgehouden en koffers meegesleurd van Rusland naar Frankrijk naar de VS. En nu houdt het de mijne vast.
Zelfs nu we gewoon in bed liggen en vandaag nog helemaal niks nuttigs gedaan hebben, voelt het alsof ik de hele wereld aankan, zolang ik haar maar bij me heb. En als we zometeen naar Johanna gaan en er misschien wel slecht aan toe blijkt te zijn, zal ik het nodig hebben.

'Sinds een paar maanden weet Johanna niet meer dat Blueberry overleden is,' licht ik Paige in terwijl ik mijn auto in een veel te krappe parkeerplaats bij het verpleeghuis probeer te zetten. 'Meestal vertel ik haar maar gewoon dat ze in het buitenland aan het studeren is en zo snel mogelijk langs wil komen.'
Paige knikt. 'Zijn er verder nog dingen waar ik op moet letten?'
Ik schud mijn hoofd. 'Ze is er elke keer weer heel anders aan toe, dus ik weet niet precies waar we ons op voor kunnen bereiden. Als er iets aan de hand is waar ik je nog niet over heb verteld, doe ik het woord wel.'
'Oké, is goed. Het komt wel goed,' probeert ze me gerust te stellen terwijl we uitstappen.
Ik kan niet ontkennen dat ik zenuwachtig ben. Ik heb geen idee of ze vandaag een slechte of goede dag heeft. Meestal herkent ze me nog wel, maar niet altijd. Soms kom ik haar kamer binnen lopen en dan kijkt ze me aan alsof ze niet weet wie ik ben en dan ziet ze er zo ontzettend bang uit wanneer ik haar aanspreek. Hoewel het geen zin heeft en ik het dus ook nooit doe, heb ik steeds opnieuw weer de neiging om voor haar voeten op de grond te vallen en haar te smeken om te weten wie ik ben. Het voelt zo verschrikkelijk om voor je tante te staan en te beseffen dat ze niet meer weet wie je bent, terwijl je nog altijd dezelfde persoon bent als het kleine jongetje dat kwijlend op haar bank in slaap is gevallen nadat ik voor de derde keer op een dag Aladin wilde kijken, of de peuter die met pindakaas op haar muur getekend heeft.
We lopen het ziekenhuis binnen en ik hoef niet eens meer naar de borden te kijken om de dementie-afdeling te kunnen vinden. Onwillekeurig voel ik hoe ik Paiges hand steviger vastpak. En hoewel zij waarschijnlijk ook wel een beetje zenuwachtig is, loopt ze met zekere voetstappen en een rechte rug naast me, vastbesloten om mijn rots in de branding te zijn.
Aangekomen bij Johanna’s kamer, klop ik op de deur.
‘Binnen!’ hoor ik haar opgewekte, vertrouwde stem weer.
Haar vrolijkheid vertelt me dat ze óf een hele goede dag heeft, óf een dusdanig slechte dat ze al het leed dat ze ooit meegemaakt heeft is vergeten. Wanneer ik de deur open en haar heldere blik zie, besef ik met een opgeluchte zucht dat dat eerste van toepassing is.
‘Nathan,’ zegt ze met een glimlach en ze komt overeind van haar gemakkelijke stoel bij het raam. Het boek dat ze aan het lezen was legt ze in de vensterbank.
Dan ziet ze Paige en kijkt ze vragend naar mij.
‘Dit is Paige,’ verklaar ik terwijl we naar binnen stappen en ik de deur achter me dichtdoe. ‘Mijn vriendin.’
Haar ogen lijken op te lichten.
‘Oh, Nathan heeft me over je verteld!’ roept ze enthousiast en Paige kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw aan en ik zucht.
Dat haar nichtje dood is, is ze vergeten, maar dat ik maanden geleden één zin over Paige heb gezegd, weet ze nog alsof het een minuut geleden was.
‘Ik heb misschien wel eens wat over je gezegd,’ geef ik toe en Paige glimlacht lichtjes.
Johanna slaat haar armen om haar heen en een beetje verschrikt omhelst ze de oude vrouw terug. Wanneer Johanna zich losmaakt, gebaart ze naar een paar stoelen.
‘Ga zitten,’ biedt ze enthousiast aan en Paige en ik nemen plaats.
'Hoe gaat het met je?' vraag ik Johanna. Ze ziet er helderder uit dan ik haar in een hele lange tijd gezien heb, wat in principe goed is, maar ook een keerzijde heeft. Als ze een hele goede dag heeft, herinnert ze zich misschien alle ellende uit haar leven, of het feit dat bijna niemand de moeite neemt om haar te bezoeken. En misschien herinnert ze zich nu opeens wel weer dat Blueberry er niet meer is - en dat lijkt me het ergste.
'Goed,' zegt ze. 'Heel goed. Ik vind het leuk dat het zo weer winter wordt. Aan de ene kant kan ik dan minder naar buiten en dat is niet zo fijn, maar de sneeuw ziet er altijd wel heel erg mooi uit. En over een paar weken gaan ze kerstbomen halen en die mogen we dan allemaal versieren.'
Ik knik. 'Leuk. Ik ben blij dat je het naar je zin hebt.'
Ze glimlacht, maar wendt zich dan tot Paige.
'En jullie? Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?' vraagt ze.
Paige legt kort uit dat we elkaar via werk hebben leren kennen en dat we nog steeds collega's zijn. Johanna hangt nieuwsgierig aan haar lippen en stelt vraag na vraag. Hoewel haar geheugen heel slecht is, heeft ze elke keer dat ik haar op kwam zoeken wel gezien dat er iets van ongelukkigheid in mij broeide, te groot en fel om helemaal te kunnen verbergen. Ze heeft altijd al gezegd dat ze wilde dat ik iemand had die me gelukkig kon maken, en als ik zei dat ik een relatie met Nola had, dan zei ze dat ze niet dat bedoelde, maar iemand die me gelukkig maakte. Ik denk dat ik pas heel recent ben begonnen met begrijpen wat ze bedoelt.
Wanneer alles wat er over onze relatie te zeggen valt wel gezegd is, vraagt Johanna enthousiast: ‘Hoe gaat het met Blueberry?’
Hoewel ik wist dat het ging gebeuren, voel ik mijn hart naar mijn knieën zakken. Haar ogen zijn zo groot en licht, en ze ziet er zo gelukkig uit.
Net wanneer ik iets wil zeggen, is Paige me voor: ‘Ze is natuurkunde aan het studeren in Carleton University, dus ze kan niet zomaar langskomen, ook als ze dat zou willen.’
Ik kijk haar verschrikt aan. Met een benauwd gevoel besef ik dat ze gelogen heeft. Paige, die nog maar één keer eerder de waarheid niet heeft verteld, heeft gelogen.
Mijn blik schiet over haar lichaam, zoekend naar het litteken dat zich daar nu ergens vormt. Waar het ook is, het wordt door haar kleren bedekt. Het enige waar ik aan kan zien dat ze pijn heeft - want het doet pijn, een litteken dat zich een weg in je huid krast - is dat ze haar knieën op slot zet en haar schouders verstrakken. Verder is haar pokerface perfect.
Ik ben even niet in staat om iets uit te brengen. Gelukkig hoeft dat ook niet, want Johanna heeft haar aandacht op Paige gevestigd. En ik kan alleen maar daar zitten en verbaasd zijn.
‘Gaat het goed met haar?’ vraagt ze.
Paige knikt, maar zegt het niet hardop. Ik denk dat ze al geschrokken genoeg is van dat ene leugen.
‘Heb je enig idee wanneer ze misschien weer langs kan komen?’ vraagt ze verlangend.
Paige forceert een glimlach.
‘Ik weet zeker dat ze zo snel mogelijk langs zou komen als ze zou kunnen,’ antwoordt ze, wat technisch gezien geen leugen is. Als Blueberry nog in leven zou zijn, zou ze zeker weten zo snel mogelijk op bezoek komen.
‘Nathan?’ vraagt Johanna dan uit het niets. ‘Nathan, lieverd, gaat het wel?’
Nog altijd een beetje gedesoriënteerd kijk ik haar aan. Dan slik ik en slaag erin met mijn hoofd te knikken.
‘Hoe gaat het hier, trouwens? Red je je een beetje?’ vraag ik om het onderwerp te veranderen, wat gelukkig nog werkt ook.
Ze knikt opgewonden.
‘Ja, ja het is heel leuk! Elke dinsdagavond laten ze een film zien. Volgende dinsdag wordt dat de Titanic. En afgelopen keer was het Avatar. Dat was zo mooi! Met al die kleuren en dieren en zo. Soms laten ze ook wat enge films zien en die vind ik meestal wel heer erg spannend, maar meestal zit ik naast Katie en we hebben afgesproken dat we elkaars hand vast mogen houden als we bang worden. En Benjamin komt heel vaak langs. Ik probeer hem altijd wat eten te geven, want hij heeft nog steeds nauwelijks spek op de botten. Omdat het winter begint te worden ben ik ook een trui voor hem aan het breien,’ ratelt ze en ze haalt een bundeltje wil met breinaalden uit een van de lades van haar kast. ‘Kijk, in het donkergroen. Dat staat hem altijd zo knap.’
Paige en ik moeten om de zoveel tijd onwillekeurig glimlachen om haar enthousiasme wanneer ze vertelt over hoe ze gistermiddag na een potje van bijna vier uur gewonnen heeft met Monopoly en hoe dat echt maar op een nippertje lukte.
Ondertussen flitst mijn blik om de zoveel tijd weer naar Paige, zoekend naar een litteken. Ik kan er geen vinden, wat betekent dat hij ergens onder haar kleding verscholen ligt. Ze kijkt me geen een keer recht aan, alsof de bang is dat er teveel in haar ogen te zien is om te leven.
Wanneer na een tijdje het bezoekuur over is, gaan Paige en ik weer. We nemen uitgebreid afscheid en beloven snel weer langs te komen. En daarna lopen Paige en ik weer hand in hand weg. Hoewel nu het moment is om het haar te vragen, kunnen we het opeens geen van tweeën opbrengen om iets te zeggen. Pas wanneer we in de auto zitten en ik me er niet toe kan zetten om al weg te rijden, zeg ik er iets van.
‘Paige, ik... wat... ik snap...’ Ik struikel grandioos over mijn woorden en zucht. ‘Paige, waar zit het litteken.’
Ze stroopt haar rechtermouw op en aan zijkant van haar onderarm zie ik een glimmend litteken van haar pols tot haar elleboog lopen. Ik staar er met grote ogen naar. Mijn hand glijdt voorzichtig over de beschadigde huid heen.
‘Paige, ik... Het... Doet het pijn?’
Ze haalt haar schouders op. 'Een beetje. Het valt wel mee.'
Volledig van mijn stuk gebracht neem ik haar gezicht in mijn handen en kijk haar onthutst aan. Omdat ze ziet dat ik van streek ben, glimlacht ze geruststellend naar me, maar ik heb genoeg reden om verbaasd te zijn. Voor mij maakt een litteken niet zoveel uit. Ik heb er al genoeg. Maar voor Paige heeft het veel meer waarde. Voor vandaag had Paige nog maar één keer eerder in haar leven gelogen, en dat was niet eens vrijwillig. Het aantal littekens op haar lichaam is in één minuut verdubbeld.
'W... Waarom heb je dat gedaan?' vraag ik.
'Zodat jij het niet hoefde te doen,' zegt ze en ze legt haar handen om mijn polsen. 'En ik weet dat dit leugen voor jou nog veel pijnlijker is dan voor mij.'
In dat laatste heeft ze zeker gelijk, want telkens wanneer ik het tegen Johanna zeg voelen de woorden aan als gebroken glas in mijn keel. Maar toch voelt het zo surreëel.
'Maar... Maar... Waarom?' sputter ik.
'Omdat jij het waard bent,' zegt ze en ze bevrijdt haar hoofd uit mijn handen. Ze drukt een zachte, bijna vlinderachtige kus op mijn lippen, en het voelt alsof mijn hart een looping maakt. 'Omdat jij mij alles waard bent.'

Reacties (2)

  • BethGoes

    Woww van elleboog tot pols, dat is een flink litteken voor zo'n kleine leugen! Denk ik. Idk, geen verstand van hoe het werkt. Wel knap van Paige!

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Hoe "groter" de leugen is, hoe groter het litteken. In dit geval lijkt het in principe niet zo'n grote leugen en als het over iemand anders ging was het helemaal niet zo belangrijk geweest, maar aangezien Blueberry's dood zo'n zware betekenis voor Nathan (en dus ook voor Paige) heeft, is het litteken vrij groot. Een andere reden is omdat Paige eigenlijk nooit liegt en hiervoor nog maar één ander litteken was. Zelfs als ze een klein leugen zou vertellen, zou het meer impact hebben, want het is zo ongebruikelijk voor haar en het is een grotere drempel voor haar om over heen te stappen dan voor andere mensen.

      1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh zo lief!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen