Foto bij H71: Nachtverslag ~ Khana

James en ik zaten samen aan de ontbijttafel en James wreef even vermoeid in zijn ogen. “Nog moe?” vroeg ik en geeuwde even. Hij knikte en zei: “Ja, dit is al de vijfde dag op rij dat ik zo vroeg op sta… Jij ook precies?” Ik knikte ook en zei toen: “Ik heb veel gereisd met Nick hiervoor en er zaten niet echt pauzes in.” We vielen weer stil en aten ons ontbijt op. “Waar is Nick trouwens?” vroeg hij toen en ik haalde mijn schouders op. “Geen idee, maar hij komt waarschijnlijk zo meteen wel opdagen”, zei ik en dronk de warme chocomelk op. Met een zucht dook ik verder weg in mijn dunne trui en James keek me even verward aan. “Heb je geen warmere kledij bij?” vroeg hij en ik schudde mijn hoofd. “Nee, mijn enige warmere trui zit nog onder het zand van onze reis in Egypte en ik heb nog geen tijd gevonden om hem te wassen…”, zei ik met een zucht en hij keek me met wat medelijden aan. “Ik zal straks wel een van mijn truien geven, ik heb er nog een paar op voorraad. Er is hier trouwens een wasserij, je kunt daar je kleren laten wassen”, zei James met een glimlach en ik antwoordde dankbaar: “Bedankt, dat is echt lief… Het zou inderdaad handig zijn.” Hij tilde opeens snel zijn kop met thee op en dronk er van, maar ik zag wel dat zijn wangen rood waren geworden. Hopelijk had hij zich niet aan de thee verbrand…

“Goedemorgen Khana, goedemorgen James”, zei opeens iemand en ik zag Nick op ons af komen lopen. Hij had zijn plateau volgeladen met eten en verschillende mensen keken hem verbaasd na. “Hoi Nick, fijne nacht gehad?” vroeg ik en hij knikte. Hij zette zich bij ons aan tafel en keek kort naar de blozende James, maar zei toen: “Ik heb trouwens vannacht het één en het ander ontdekt.” Zijn stem was serieus geworden en James en ik keken hem nieuwsgierig aan. “Wat dan? Iets over… je weet wel?” vroeg James en Nick knikte. “Ja, niet enkel daarover… Maar ik zal daarmee beginnen. Ngorongoro is hier niet ver vandaan even geland en hij zag er vrij gezond uit. Voordat ik echter naar hem toe kon gaan, kwam er een jeep aan met mensen in. Ze schoten met wapens waarop een geluidsdemper stonden, waardoor er niet veel te horen was. Het leek alsof ze op jacht waren naar Ngorongoro, maar hij is kunnen wegvliegen. Toen is de jeep weggereden en ik heb hem proberen te volgen, maar één van de mannen had het idee dat ze werden gevolgd en schoten toen in mijn richting. Ik heb niets, maar ik weet dus ook niet wie die mensen waren en waar ze heen zijn gereden”, vertelde Nick en ik keek James even aan. “Dat klinkt niet goed…”, zei ik bezorgd en James knikte. “Beste mensen, over 10 minuten vertrekt de ochtendsafari! Zorg dat u klaar staat bij de parking! Het is nog vrij mistig, maar dat zorgt ook voor mooie foto’s!” zei iemand opeens vrolijk en ik zag Mwembe staan. Hij zwaaide even naar ons en ik wuifde met een kleine glimlach terug. Ik richtte me terug op James en hij zei: “Kom Khana, ik zal nog een trui geven.” “Ik zie jullie wel bij de parking, dan kan ik dit nog opeten”, zei Nick en ik knikte, waarna ik samen met James terug naar ons huisje ging.

Tien minuten later stonden we met nog enkele toeristen op de parking. De trui van James was lekker warm en ik had meteen mijn vuile kledij naar de wasserij gebracht. Nick had even gelachen toen hij me in deze te grote trui had gezien, maar was daarna vrij stil. “Oké, kom maar mee!” riep Mwembe opeens en we volgden hem. “Juffrouw?” zei James met een verlegen glimlach en hij bood zijn arm aan. Ik schudde mijn hoofd glimlachend, maar nam hem wel aan. Terwijl we verder wandelden, keek Nick opeens onrustig om zich heen. “Nick, is er iets?” vroeg ik terwijl ik James even stopte. “Hij is hier in de buurt”, zei Nick met een blik op de lucht en automatisch maakte mijn hart een sprongetje. Ngorongoro was hier in de buurt… “Mevrouw, meneren? Komen jullie?” riep Mwembe ons opeens toe en ik keek kort naar de twee mannen naast mij. Met die mensen gingen we Ngorongoro niet zien…

“We blijven hier, Khana heeft haar voet net omgeslagen”, riep Nick opeens terug en ik keek hem even verrast aan, waarna ik dan maar meeging in zijn excuus en wat meer op James leunde. Automatisch werden James’ wangen vuurrood, maar Mwembe trok een medelijdende blik en zei: “Oké, veel beterschap alvast! Goed mensen, let’s go!” Terwijl de rest in een jeep stapten, draaiden wij ons om en hinkte ik met James en Nick terug naar het hotel. “Het valt me op dat je me de laatste tijd vrij veel als excuus gebruikt…”, zei ik toen en Nick grijnsde even betrapt. “Dat is wel waar, maar geef toe: je stond er ideaal bij om je voet verstuikt te hebben…”, zei hij toen en ik knikte toen toegeeflijk. “Wat gaan we nu doen?” vroeg James toen en Nick antwoordde: “We gaan terug naar ons huisje en dan klimmen we erna over ons terras, waarna we wat langs de kraterwand gaan afdalen naar beneden. Ik vermoed dat we Ngorongoro daar wel ergens zullen ontmoeten.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen