. . .


Esai kon zich niet herinneren dat er ooit een meisje was geweest in wiens aanwezigheid hij zich ongemakkelijk voelde, maar het kostte hem verdomd veel moeite om haar vurige blik niet te ontwijken. Hij wist beter dan zich ook maar een beetje negatief over de club uit te laten, zelfs al berustte haar verhaal op de waarheid. Hij wilde het echter ook niet voor hen opnemen. Het was niet zo dat hij precies wist waar de club mee bezig was. Wel was het algemeen bekend dat junks hun patch verloren, en hij stelde zich zo voor dat ze heus hun best hadden gedaan om haar broer te helpen. Maar zeker wist hij het niet. Zijn vader had hem een paar keer meegenomen naar het clubhuis van Santo Padre, behalve zijn oom kende hij er nauwelijks mensen.
      ‘Waar is je broer nu?’ vroeg hij stilletjes, in plaats van zich op de club te richten. ‘Is hij ook…’
      Hij zweeg en boog zijn hoofd, staarde naar hand die nog steeds in de zijne lag. Hij vond het prettig, merkte hij. Heel lichtjes streek hij met zijn duim over haar huid.
      ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze. ‘Hij is niet naar de begrafenis gekomen. Misschien is hij ook wel dood. Diezelfde avond vluchtte hij weg en liet mij achter.’
      Esai kon zich niet voorstellen hoe het was om zo bezorgd om een familielid te zijn. Hij had geen broers en zussen. Hij trok zijn rechterhand uit die van haar, sloeg een arm om haar rug en pakte met zijn andere hand die van haar weer vast. Toen ze iets verstijfde kreeg hij er al spijt van, maar het duurde niet lang voor ze weer ontspande en zelfs een beetje dichter naar hem toe schoof.
      Een lange tijd was ze stil en leunde ze slechts tegen hem aan. Toen zei ze opeens: ‘Het was een kartel bij wie Neron schulden had. Die kwamen geld opeisen. En toen hij dat niet had…’
      Hij keek opzij, hoorde hoe snel haar ademhaling ging. ‘Je hoeft het niet te vertellen,’ zei hij zacht. ‘Je hoeft niet te vertellen wat er gebeurd is als je nog niet zo ver bent.’
      Hij kon zich zo ook wel denken wat er gebeurd was. Waarschijnlijk hadden ze haar ouders levend verbrand of in stukken gehakt. Waarom haar oog eruit was gesneden, was ook niet langer een vraag. Waarschijnlijk om haar broer onder druk te zetten.
      ‘Misschien moeten we je daarom in de gaten houden,’ bedacht hij. ‘Denk je dat ze nog eens terug zullen komen?’
      ‘Als ze daar bang voor waren en me werkelijk wilden beschermen hadden ze wel iemand anders dan jou gestuurd, denk je ook niet?’
      Esai voelde het schaamrood op zijn wangen verschijnen. ‘Waarschijnlijk,’ gaf hij toe. Zichzelf even gelijkstellen met een volwaardig lid… hij had geen idee waar hij het lef vandaan had gehaald. Hij keek even opzij.
      Ze tuurde vooruit, in gedachten verzonken. Zonder de verminking moest ze heel mooi zijn geweest… Ze zag er breekbaar uit, toch oogde ze niet gebroken. Het levensvuur brandde vurig in haar. Er moest heel wat voor nodig zijn om er zo bij te kunnen zitten, zo kort nadat het leven van haar familie was genomen.
      ‘Als ze me dood hadden gewild, had ik hier nu niet gezeten,’ zei ze toen. ‘Iemand getuige laten zijn waar ik getuige van ben geweest… Ik denk dat ze geloven dat iemand dood beter af is.’
      ‘Denk jij dat ook?’ vroeg hij zacht.
      Hij hield zijn adem in, zich er van bewust dat hij nu misschien wel een persoonlijke grens overschreed. Eigenlijk had hij het gevraagd voor hij er erg in had en was hij vergeten dat ze elkaar pas vandaag hadden ontmoet.
      ‘Ervoor zorgen dat dit niet mijn leven gaat beheersen voelt als wraak,’ antwoordde ze. ‘Daar klamp ik me aan vast.’
      Hij vond het moedig. Ze was een bijzonder meisje, eentje die hij graag wilde beschermen. Ook als die opdracht niet van zijn vader was gekomen.
      ‘Ik weet niet of je het gelooft,’ begon hij aarzelend. ‘Maar als mijn vader me niet had opgedragen om je in de gaten te houden, had ik precies hetzelfde gereageerd.’
      Ze glimlachte lichtjes toen ze hem vanonder haar wimpers naar hem omhoogkeek. ‘Ik geloof je.’
      Het was een fluistering, en op de een of andere manier klonk het heel verleidelijk en voelde hij de haartjes in zijn nek overeind komen. Hij glimlachte terug, een lichte blos op zijn wangen.
      Damn – hij was voor haar aan het vallen.
      Zo hard.

‘Voel je vrij om nee te zeggen,’ zei hij na een tijdje. ‘Maar vind je het nog fijn om toch even met mijn pa te praten? Ik kan me voorstellen dat je je afvraagt waarom je zo belangrijk voor hen bent. Misschien ehm – misschien hebben ze ook iets over je broer gehoord?’
      Ze aarzelde, beet op haar lip. ‘Ik weet niet of ik iets over mijn broer wil horen. Het is zijn schuld dat mijn ouders dood zijn.’
      En dat van de club.
      Deze keer zei ze het niet hardop, maar hij kon het verwijt voelen.
      ‘Oké dan,’ zei ze met een zucht. ‘Ik geloof niet dat ik veel keus heb als ik met jou wil blijven omgaan, voorzitter in spé.’
      Hij trok een mondhoek op. ‘De vacature voor mijn old lady staat nog open.’
      ‘Nou dan mag je nog wel wat aan je versiertrucs gaan werken.’ Ze gaf hem een plagerig schouderduwtje en liet zich daarna van de tafel glijden. ‘Let’s go. Dan heb ik het maar gehad.’
      Esai grijnsde en ging ook van de tafel af. Terwijl hij iets over de ontbrekende verlichting op de trap mompelde, greep hij haar hand weer vast om haar zogenaamd te kunnen leiden – al kon ze niet zo veel kanten op, behalve naar beneden.
      Ze lachte zachtjes, wat zijn hart een salto liet maken en hij greep haar wat steviger beet.

Hoewel hij het liefst ook een arm om haar heen had geslagen toen ze het clubhuis binnenkwamen, wilde hij haar niet openlijk claimen. In plaats daarvan liet hij zijn handen in zijn zakken glijden en maakte hij zich automatisch iets breder.
      Zijn vader had hij al gauw gevonden, die zat aan een tafeltje in de hoek met de VP te praten. Hij knikte hem even toe, waarmee Esai aannam dat hij straks wel naar hen toe zou komen.
      ‘Heb je dorst?’ vroeg hij toen hij in de richting van de bar liep.
      ‘Er gaat wel wat in ja. Doe maar wat.’
      Ze hees zich op een barkruk. Esai vroeg een prospect om twee glazen fris, daarna ging hij naast haar zitten. Ze staarde naar een paar Mayans die pool aan het spelen waren. Haar blik leek aan het logo op hun ruggen vastgeplakt, en hij vroeg zich af of ze haar broer voor zich zag.
      ‘We kunnen zo ook wel een potje poolen?’ stelde hij voor.
      ‘Als je dat aandurft. Ik ben een pro.’
      Hij nam de uitdaging graag aan. Nadat ze hun glazen hadden leeggedronken en de tafel vrij was gekomen, nam hij haar ermee naartoe.
      Het was een ontspannen potje. Hij merkte dat het haar moeite kostte om de diepte in te schatten met maar één oog, maar alsnog kon ze zich goed redden. Tijd met haar leek voorbij te vliegen, het voelde echt alsof ze dit al veel vaker hadden gedaan.
      Een zware hand op zijn schouder trok hem uit zijn gedachten toen hij ingespannen naar haar gezicht had zitten kijken terwijl ze zich concentreerde op de volgende stoot. Zijn wangen gloeiden even toen hij besefte dat hij had zitten staren en dat zijn pa hem er nog op betrapt had ook.
      ‘Dit is Alesia,’ zei hij tegen zijn vader.
      Alesia keek op. Hij zag de tweestrijd in haar ogen, merkte haar gespannen schouders op terwijl ze zijn vader aanstaarde.
      ‘Hé. Marcus.’ Hij stak zijn hand uit.
      Ze keek Esai even aan, daarna schudde ze langzaam haar hand.
      Er hing een beetje een broeierige spanning. Hij wist niet of het slim was, maar hij had het gevoel dat hij iets moest zeggen.
      ‘Ze heeft me verteld dat haar broer vroeger een Mayan was. Creeper.’ Hij keek zijn vader indringend aan, als om aan te geven dat het een gevoelig onderwerp voor haar was.
      Zijn pa knikte ernstig. ‘Dat heb ik gehoord. Het spijt me voor wat er met je familie gebeurd is, Alesia.’
      Ze snoof.
      ‘Ilias Lopez heeft ons ervan verwittigd dat je hier kwam wonen en vroeg of we een oogje in het zeil konden houden. Op verzoek van zijn broertje.’
      ‘Gilly,’ concludeerde Alesia zacht.
      Er glansde een warmte in haar ogen die een onverwachte jaloezie deed opvlammen. Was dat haar vriendje?
      In ieder geval leek ze iets te ontspannen. ‘Dat is fijn te horen.’
      Zijn vader legde een hand op haar schouder. ‘Weet dat je altijd naar ons toe kan komen als er iets is.’
      Aarzelend knikte ze. ‘Ik eh – ik denk dat ik maar naar huis ga. Ik moet voor oma koken.’
      ‘Ja – ik zal je brengen.’
      ‘Ik pak mijn tas.’ Ze knikte naar hun rugzakken die ze bij de bar had neergezet. Voor hij haar achterna kon lopen, greep zijn vader hem bij zijn bovenarm en bracht zijn gezicht dicht bij dat van hem.
      ‘Onthoud dit, zoon. Dit is geen nieuw speeltje voor je. Ze staat onder onze bescherming. Beschouw haar als je zuster.’
      Hij slikte en voelde zijn wangen gloeien. ‘Ik zou nooit…’
      ‘Lieg niet tegen me. Ik zie hoe je naar haar kijkt. Doe je plicht, maak haar leven niet zwaarder. We weten allebei hoe jij met meisjes omgaat.’
      Esai klemde zijn kiezen op elkaar.
      Dit was anders. Zij was anders.

Reacties (1)

  • VampireMouse

    Ik had 2 zinnen nodig om te bedenken waar dit ook alweer over ging. Love it!!
    Verder xxx

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen