Foto bij Scar 133

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik geef een kus op haar voorhoofd en laat mijn handen even over het lichaam glijden waarvan zij heeft durven beweren dat het niet prachtig is. Wanneer ik voel dat de verhitheid van net wegtrekt en Paige het langzaamaan koud begint te krijgen, graai ik naar de dekens die ergens bij het voeteneind zijn beland en leg die over ons heen. Ik dek Paige extra zorgvuldig toe en laat mijn armen om haar heen glijden. Ik voel een zucht van ontspanning om haar heen gaan.
Voor het eerst sinds heel lang voelt het alsof alles op zijn plaats is. Ik heb een vriendin die niet alleen evenveel van mij houdt als ik van haar, maar ook nog eens bloedmooi is en - ik kan het niet ontkennen - overweldigend goed in bed. Leven is eigenlijk nog nooit zo perfect geweest als nu. En ik zou er alles voor doen om het zo te houden.

Wanneer we de volgende ochtend wakker worden, verstrikt in de dekens, liggen we nog steeds dicht tegen elkaar aan. Mijn armen liggen om haar middel heen en ze voelt zo veel kleiner en kwetsbaarder aan in mijn armen. Pas wanneer ze slaapt, kun je zien hoe erg ze elke dag bezig is met de schijn ophouden. Wanneer ze wakker is, doet ze altijd haar best om er sterk en hard uit te zien, alsof ze de hele wereld aankan, maar wanneer ze slaapt kun je zien dat ze dat ze helemaal niet zo onwankelbaar is als ze iedereen wil laten denken. Soms kruipt ze weg in mijn armen zoals ik dat zo nu en dan ook bij haar doe, en dan wordt het me steeds maar al te duidelijk dat ze genoeg pijn in haar leven heeft meegemaakt om zich soms een beetje klein te willen voelen.
Aangezien we elkaar gisteravond goed hebben uitgeput, waren we eigenlijk al in slaap gevallen voor we kleren aan konden trekken, en ik kan de heerlijke warmte van haar naakte lichaam tegen de mijne goed voelen. Omdat ik weet welk effect het op me zal hebben als ik me te bewust word van de zachte ronding van haar heupen, of de manier waarop haar borstkas rijst en daalt in het ritme van haar ademhaling, doe ik mijn uiterste best om niet naar haar lijf te kijken. Ik geef gewoon een zacht kusje op haar slaap en strijk door haar haar.
Wanneer een paar minuten later haar ogen moeizaam open gaan, heb ik haar slapende gezicht al een tijdje liggen bewonderen. Zodra ze me ziet, glimlacht ze vermoeid en nestelt ze zich nog wat dichter tegen me aan.
'Lekker geslapen, lieveling?' vraag ik met een beetje hese stem.
Ze knikt. 'Als een blok. En jij?'
'Hetzelfde.'
Ze zucht en gaat weer wat verliggen.
'Ik heb echt het gevoel dat ik nog een halve dag zou kunnen slapen,' murmelt ze.
Ik glimlach en geef een kusje op haar mondhoek. 'Nou, dan doe je dat toch?'
Ze schudt haar hoofd. 'Ik wil gewoon nog even met je blijven liggen. Een bed is echt tien keer comfortabeler als jij erin ligt.'
Ik maak een instemmend geluidje en druk kort mijn lippen op het litteken op haar arm.
'Zal ik er even wat zalf op smeren?' vraag ik. Er is bij de apotheek een soort zalf verkrijgbaar die littekens wat minder pijnlijk kan maken. Ik heb het in mijn badkamer liggen voor Paiges rug en een paar van mijn eigen grotere littekens, maar ik kan het ook gebruiken voor haar arm. Het is niet een bizar groot litteken, zeker in vergelijking met haar rug, maar omdat het vrij vers is kan het nog wat zeer zijn en als je een litteken in een vroeg stadium wat vaker behandeld, kan dat overgevoeligheid in de toekomst voorkomen.
Ze knikt, waarschijnlijk vooral omdat ze weet dat ik heel graag iets voor haar wil kunnen doen, en ik sta op. Even later kom ik terug met het potje zalf.
Ik kruip weer naast haar onder de dekens en draai de deksel van het potje. Zorgvuldig verspreid ik wat van de zalf over het litteken en zorg dat het goed intrekt. Ik leg het potje op het nachtkastje en kom weer naast haar liggen.
Wanneer ze een poging doet zich uit te rekken, laat een klaaglijke kreun horen.
'Gaat het?' vraag ik, half lachend.
Ze verbergt haar gezicht in het kussen en murmelt: 'Spierpijn.'
Ik geef een paar kusjes over haar nek, schouderbladen en rug.
'Is het gemeen dat ik daar een béétje trots op ben?' vraag ik.
'Aangezien ik net iets te veel genoten heb van de manier waarop je die spierpijn veroorzaakt hebt, denk ik niet dat ik het je kwalijk kan nemen.'
Mijn hand strijkt even over haar blote middel en ik zie kippenvel op haar lichaam ontstaan.
'Zal ik het litteken op je rug ook even insmeren?' vraag ik. Eigenlijk heeft ze bijna nooit last van het litteken, behalve misschien na een hele lange dag zwaar werken. Toch voelt het telkens als een vrij intiem moment en zorgt het er altijd voor dat de huid minder gevoelig is en minder snel pijn zal gaan doen, dus ik doe het graag.
Ze knikt en gaat wat gemakkelijker op haar buik liggen. Ik pak het potje weer en doe wat van de zalf op mijn vingers. Zachtjes begin ik het over de lengte van haar rug te verdelen. Zodra het koude goedje haar huid raakt, holt ze haar rug een beetje en stokt de adem in haar keel. Al snel ontspant ze weer en ik masseer het mengsel in haar huid. Ze slaakt een zucht van verlichting.
Wanneer ik klaar ben leg ik de zalf weg en was mijn handen. Aangezien het nog in moet trekken, ligt ze nog steeds op haar rug wanneer ik terugkom. Het is inmiddels al tien uur 's ochtends, maar ik heb zo het vermoeden dat we geen van beiden echt zin hebben om nu al op te staan en we hebben toch vandaag en morgen de hele dag vrij, dus ik ga weer naast haar liggen.
Haar hand vindt de mijne en ze beantwoordt mijn glimlach. In stilte blijven we zo liggen, tot ik denk dat de crème wel ingetrokken moet zijn en ik de dekens weer over haar heen leg, want ik kan aan haar zien dat ze het al koud begint te krijgen. Ze komt dichter tegen me aan liggen en al snel belanden we weer in elkaars armen. Ze rust haar hoofd in mijn hals en ik voel opnieuw dat ze glimlacht.
'Ik moet eigenlijk boodschappen gaan doen voordat de supermarkt dichtgaat,' zeg ik met tegenzin.
Ze maakt een ontevreden geluidje en nestelt zich dichter tegen me aan. 'Nog vijf minuutjes.'

Wanneer ik een tijdje later terugkom van de winkel, heb ik geen zin om de tassen neer te leggen zodat ik mijn telefoon kan pakken en bel ik aan. Zodra Paige opendoet, kan ik zien dat ze gehuild heeft en ik voel mijn hart verkrampen.
De uitslag van het doktersonderzoek is terug. Ze heeft de uitslag teruggekregen en het is slecht nieuws. Het kan niet anders.
Hoewel de afgelopen dagen niet al te gemakkelijk waren, zeker toen we naar Blueberry en Johanna gingen, waren we wel gelukkig. Het voelde alsof ik mijn leven op orde had, alsof ik toch een klein beetje op een roze wolkje leefde. En nu, in een keer, raakt de realiteit me weer. Als een klap. Zonder waarschuwing, en zonder genade.
'Paige, wa-'
'De dokter heeft gebeld,' zegt ze schor. 'We moeten praten.'
Er borrelen wel tienduizend vragen op in mijn keel, maar ik slaag er niet in om iets uit te brengen en knik maar gewoon. Met stramme bewegingen loop ik naar binnen en zet de tas met boodschappen op de grond. Dat komt allemaal later wel. Nu zijn er waarschijnlijk veel belangrijkere dingen aan de orde. Ik schop mijn schoenen uit en hang mijn jas aan de kapstok. Dan volg ik Paige naar de woonkamer.
Ze gebaart in een onvaste beweging naar de bank.
'Kun... Zullen we even gaan zitten?' stelt ze voor.
Ik knik en laat me, gevolgd door haar, op de bankkussens neerzakken. Ik vraag niets, want dat hoeft niet. Het enige wat ik kan doen, is wachten tot ze klaar is om het te vertellen.
'Nathan,' begint ze verstikt. Haar stem klinkt aan de ene kant koortsachtig en aan de andere kant harder dan ze in werkelijkheid is. 'Nathan, ik denk dat het het beste is als we uit elkaar gaan.'
Als ze een pistool tegen mijn knieschijf had gezet en de trekken over had gehaald, had het minder pijn gedaan.
Uiteindelijk weet ik uit te brengen: 'Paige, waar heb je het o-'
'Ik zal een overplaatsing naar een andere stad aanvragen, zodat ik daar kan gaan wonen. Ik... Ik denk gewoon niet dat ik het aankan om te zien dat je op een gegeven moment... dat... dat je na een tijdje weer met een andere vrouw...' Ze kan haar zin niet afmaken, waarschijnlijk omdat het zo ontzettend belachelijk is.
Ik zie tranen in haar ogen branden, maar ze houdt haar rug gerecht en haar gezicht in de plooi. Haar houding is formeel en diplomatiek, bijna kil. Het voelt alsof ze zich helemaal van me af heeft gesloten.
'Lieverd, alsjeblieft. Wat is er toch aan de hand? Vertel me gewoon alsjeblieft wat er aan de hand is,' smeek ik haar.
Ze kijkt me niet aan. Ik denk niet dat ze dat aankan. Uiteindelijk doet ze een poging om iets uit te brengen, maar ze heeft nog geen woord volledig uitgesproken voor ze in tranen uitbarst en ineenkrimpt. Ik twijfel er geen seconde over om haar in mijn armen te nemen en houd haar dicht tegen me aan.
Eventjes laat ze het toe en begint ze onbedaarlijk te huilen, met hartverscheurende snikken die niets van haar over lijken te laten. Ik houd haar met trillende handen vast en probeer diep adem te blijven halen, probeer niet toe te geven aan de angst en paniek die zich in elke vezel van mijn lichaam gevestigd heeft. Ik wil iets tegen haar zeggen, haar geruststellen of troosten, maar ik vertrouw mijn stem niet.
Na een paar minuten, veel te vroeg om alles echt te kunnen hebben verwerkt, maakt ze zich van me los en veegt met schokkende handen de tranen van haar gezicht. Ik reik een hand uit om haar aan te raken, maar ik bedenk me.
'Liefje, ik verstond het niet helemaal. Kun je het nog een keer zeggen?' vraag ik met tegenzin, want het is wel duidelijk dat de woorden ondraaglijk waren om uit te spreken en ik vind het naar dat ik het haar opnieuw moet laten doen.
Ze haalt een paar keer diep adem. De rauwe pijn die van haar gezicht af te lezen is is afschuwelijk, en het ziet eruit alsof ze elk moment in duizend stukjes kan breken.
Toch weet ze zich genoeg bijeen te schrapen om uit te brengen: 'Ik kan geen kinderen krijgen.'
Met ingehouden adem kijkt ze me aan, alsof dit de dag des oordeels is. Er is ontelbaar veel in haar blik te zien, maar verdriet en pijn spelen de boventoon, samen met angst. Dat is misschien wel het ergste. Ze ziet er bang uit. Ze is bang voor me. Voor wat ik zal denken, zal zeggen, zal doen.
Ergens snap ik het wel, want we weten dat we beide een kinderwens hebben, maar toch doet het pijn dat ze bang voor me is, om welke reden dan ook.
Het nieuws is zonder twijfel een schok, maar ik kan niet ontkennen dat ik, ergens heel diep vanbinnen, opgelucht ben. Zodra ik haar gezicht zag, dacht ik dat ze ernstig ziek was, misschien wel terminaal.
Blijkbaar ben ik dusdanig lang stil geweest dat Paige haar eigen conclusies getrokken heeft, want ze barst weer in tranen uit en maakt zich klein, haar gezicht verstopt achter haar handen.
'Het spijt me,' snikt ze. 'Nathan, het spijt me zo. Je-Je doet zoveel om me gelukkig te maken en je geeft al zoveel voor mij op en ik kan kan je niet eens een gezinnetje geven.'
Ik neem haar weer in mijn armen en hoewel ze waarschijnlijk nog steeds niet helemaal gelooft in het voortbestaan van onze relatie, stribbelt ze niet tegen. Onvrijwillig voel ik hoe ook bij mij de tranen hoog beginnen te staan, maar ze blijven in mijn ogen prikken zonder over mijn wangen te stromen.
'Oh, lieverd,' zeg ik zachtjes. 'Het hoeft je niet te spijten. Het is niet jouw schuld. Je bent nog steeds dezelfde Paige, oké?'
Ze schudt haar hoofd en maakt een verstikt geluid dat ijzingwekkend veel dieper gaat dan verdriet.
'Je zou zo'n goede vader zijn,' snikt ze.
Ik geef een kus op haar haar en wieg ons zachtjes een beetje heen en weer.
'Liefje... Het is oké. Neem het jezelf alsjeblieft niet kwalijk. Zelfs als we een gezinnetje willen stichten, kan dat ook op andere manieren. We kunnen een kindje adopteren, als we dat ooit willen. Het is niet het einde van de wereld, oké? En het is al helemaal niet het einde van mijn liefde voor jou,' probeer ik haar te troosten, maar ik ben bang dat het niet al te veel zal helpen.
Ze schudt weer van nee, vastbesloten om zichzelf dit nooit te vergeven, zelfs als het haar schuld niet is.
'Ik wil niet dat je die ellenlange adoptieprocedure mee hoeft te maken. Ik wil je dat niet allemaal aandoen. Het is niet eerlijk. Je verdient een baby met jouw ogen en jouw glimlach en je verdient het om... Nathan, je verdient... je verdient iemand die je...' Er gaat weer een snik door haar heen, zo hard dat het onmogelijk geen pijn kan doen. 'Iemand die je kan geven wat ik je allemaal nooit kan geven.'
'Liefste, het is je plicht niet. Je bent niet op aarde gezet om een of andere babymachine te zijn, oké?' zeg ik en ik vraag me af wanneer ook ik begonnen ben met huilen. Als ik het niet aan mijn stem had kunnen horen, was het me waarschijnlijk niet opgevallen.
'Nathan, je begrijpt het niet,' snikt ze. 'Ik begrijp het niet.'
Wetende dat het nieuws haar dusdanig geraakt heeft dat ik niets kan zeggen om haar te troosten, houd ik haar maar gewoon in stilte vast tot ze uitgehuild is. Ze blijft zich de hele tijd aan me vastklampen alsof haar leven ervan afhangt.
'Ik snap het niet,' jammert ze nadat de ergste snikken voorbij zijn. 'Ik snap het niet. Ik... Mijn moeder heeft vijf kinderen gekregen. Niemand in mijn familie is onvruchtbaar. Ik... Genetisch gezien... Ik snap het gewoon niet. Het... Het klopt gewoon niet.'
Ik knik, aangezien ik altijd supergoed weet wat ik moet zeggen in zulke situaties, en trek haar dichter tegen me aan. Tegen de tijd dat haar tranen op zijn, doen mijn armen pijn omdat ik haar zo angstvallig vasthoud.
Ze maakt zich met onvaste bewegingen van me los en kijkt me met gebroken blik aan. Haar ogen zijn een beetje gezwollen van het langdurige huilen, en haar huid is een beetje vlekkerig. Ik neem haar gezicht in mijn handen kijk haar wanhopig aan.
'Liefje, ga alsjeblieft niet weg. Ik weet dat het een grote schok is en ik snap dat je van slag bent, maar maak geen overhaaste beslissingen, oké? Ik hou van je. Ik wil de rest van mijn leven met je doorbrengen. Dit verandert daar niets aan,' smeek ik haar. Ze knikt lichtjes, maar aan haar blik kan ik zien dat ze nog steeds niet helemaal helder nadenkt. 'Wat is er precies aan de hand? Kun je me uitleggen wat de dokter zei?'
Ze krijgt een misselijke blik in haar ogen, alsof het te afschuwelijk is voor woorden. Heel lang zoekt ze naar de juiste woorden, maar wanneer ze die niet kan vinden, zegt ze maar gewoon verloren: 'Ik was niet ongesteld. Het was een miskraam.'
Het bloed trekt uit mijn gezicht weg. Het voelt alsof ik nooit meer adem zal kunnen halen.
'W-Wat?' weet ik uit te brengen.
'Het was een miskraam. Ik heb een miskraam gehad.'
Ik kan het niet helpen: mijn lichaam begint te beven. De woorden blijven maar genadeloos door mijn hoofd dreunen. De vrouw waar ik van hou heeft een miskraam gehad en ik wist het niet eens. Ik was erbij toen het gebeurde en ik wist het niet eens.
'Je... Je was zwanger?' stoot ik uit. 'W-Wat? Hoe...?'
'Ik... De dokter... Het... Het is allemaal zo ingewikkeld. Blijkbaar... Blijkbaar is mijn lichaam niet in staat om een kind te krijgen en... en eigenlijk is het bijna onvoorstelbaar dat ik überhaupt zwanger ben geworden. Maar omdat mijn lichaam het eigenlijk gewoon niet aankan, heb ik een miskraam gehad. En nu... nu kan ik eigenlijk niet eens meer zwanger worden. Om de een of andere reden heeft de miskraam nog meer schade aan mijn lichaam aangebracht. En als het om de een of andere reden toch een keer gebeurt, zal het weer in een miskraam eindigen, of misschien wel erger,' perst ze over haar lippen. Ze krimpt weer ineen en haar ogen stromen weer over. 'We zijn een kindje kwijtgeraakt terwijl we niet eens wisten dat we er een hadden.'
Ik neem haar handen in de mijne in de hoop dat ik het trillen op kan laten houden, maar aangezien mijn eigen handen ook non-stop aan het beven zijn, heeft het totaal geen effect.
'Wist je dat je zwanger was?' vraag ik.
Ik kan niet anders dan een béétje opgelucht zijn wanneer ze haar hoofd schudt, want dat betekent dat ze niet het gevoel had dat ze zoiets voor me achter hoefde te houden.
'Nee. Nee, ik wist het niet. Ik wist het echt niet.' Haar hand gaat onwillekeurig naar haar buik. 'Ik had altijd gedacht dat, als ik zwanger werd, ik het gewoon aan alles zou kunnen voelen.'
Hoewel ze niet opnieuw begint te huilen - haar tranen zijn gewoon op - is haar verdriet bijna tastbaar wanneer ik haar opnieuw omhels.
'Nathan, ik weet niet wat ik moet doen,' zegt ze kleintjes. Haar stem breekt. 'Ik ben gewoon zo in de war.'
'Ik weet het, liefje,' probeer ik haar te troosten. 'Maar samen komen we er wel uit, oké?'
Ik zeg het vol overtuiging, maar na een paar seconde besef ik dat ik er eigenlijk helemaal niet zo zeker van ben. Ik wil haar wel helpen, natuurlijk, maar eigenlijk weet ik niet hoe. Ik ken haar goed genoeg om te weten dat ze mijn hulp niet zomaar zal accepteren, en hoewel we al een hele hoop mee hebben gemaakt, is dit anders. Paige is heel erg gewend om mensen de schuld te geven, want ze is opgevoed om de schuldige van een situatie te identificeren en als indien nodig uit te schakelen. Meestal geeft ze zichzelf de schuld, maar in de meeste gevallen is ze ook wel in staat om de echte schuldige aan te wijzen. Het litteken op haar rug? Dat komt door Jack Lockley. Nachtmerries over schreeuwen van pijn en levend begraven worden? Dat zijn trauma's die haar vader in haar hoofd heeft geforceerd. Maar dit is iets wat niemands schuld is. En ik weet heel zeker dat Paige iemand er de schuld van zal geven. En ik weet heel zeker dat die iemand zichzelf is.
Paige is niet een vergevingsgezind type, zeker niet als het om haar eigen "gebreken" gaat.
Als Jack Lockley haar ooit weer lastig zal vallen, of haar vader of haar broers, zou ik ze in elkaar kunnen slaan, of een poging daartoe. Ik zou zelfs een kogel door hun hoofd kunnen schieten, en ik denk dat het best nog wel eens zou kunnen dat ik daartoe bereid ben. Maar hoe moet ik in godsnaam Paige tegen zichzelf beschermen?

Reacties (2)

  • Sunnyrainbow

    Awh arme Paige!

    1 jaar geleden
  • BethGoes

    O m fucking g.

    Maar...…………………… HOE?

    Hoe lang was ze al zwanger dan? Want je bevalt toch niet 10 dagen Nadat je zwinger bent geworden? Of werkt het anders bij miskramen?

    1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Een miskraam is niet een bevalling. Op het moment dat je een miskraam krijgt heb je nog geen levensvatbare baby in je buik, en het gebeurt altijd in een vroeg stadium in de zwangerschap. Je spreekt pas van een bevalling wanneer de foetus het stadium heeft bereikt waarin het in principe zelfstandig zou moeten kunnen overleven. Als je dan bevalt en de baby dood is, heet het een doodgeboorte.
      Zeker in de eerste weken nadat je zwanger raakt kan er een risico zijn op een miskraam. Soms merk je het eigenlijk niet, maar soms ook wel, zoals dus bij Paige. Een miskraam hoeft niet altijd te betekenen dat je permanente vruchtbaarheidsproblemen hebt, maar bij Paige is er dus wel een verband.

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik heb het net even voor je opgezocht en je spreekt van een miskraam tot de 20e week van de zwangerschap en daarna is het een doodgeboorte. Als de baby het wel gewoon overleeft en zo is het een normale geboorte.

      1 jaar geleden
    • BethGoes

      Ohh oke... wat zielig voor Paige!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen