Foto bij ~Hoofdstuk 2~

Ik hoop dat jullie het iets vinden!☺️

Heel de vlucht is er geen woord tegen me gesprokken. Alle bij de jongens leken bang voor wat er ging komen. Het leek wel alsof ze niet wisten wat ze moesten zeggen maar ook niet wisten wat ze moesten doen. Ik zou ook niet weten wat ik zou moeten doen als ik mijn broers naar hun geboorte plek zou moeten brengen. Ik woon al vanaf mijn vierde levensjaar bij ze. Misschien zijn ze wel bang om me kwijt te raken? Ik betwijfel het bij Damian maar bij Rens zou het goed kunnen.
‘Nina, kun je weer terug naar planeet aarde komen?’ hoor ik Rens vragen waardoor ik verbaast met mijn ogen knipper en naar de jongen langs me kijk. ‘Waar denk je over na?’ vraagt de jongen me waarop ik mijn schouders ophaal. ‘Het komt wel goed.’ Zegt de jongen en drukt een zachte kus op mijn wang. Ik kijk hem aan en glimlach een echte glimlach naar hem.
‘We zijn er bijna.’ Hoor ik Damian van achter het stuur zeggen. ‘Ik heb een klein huisje voor ons gehuurd waar we tijdelijk kunnen verblijven.’ Zegt de jongen waarop ik knik en mijn blik op de bossen buiten de auto richt. Het is hier prachtig met al dat groen.
‘Prachtig, is iets wat jij nooit zult worden!’ Ik negeer de pijnlijke woorden en begin zachtjes te neuriën om ze niet kunnen horen. ‘Mij kun je niet negeren. Je weet dat ik de waarheid tegen je zeg.’ Gaat ze veder en ik begin nog iets harder te neuriën en focus me veder weer op de natuur buiten de auto. Uit het niets zie ik een groot wezen verschijnen en verbaast en lichtelijk geschrokken focus ik me op het zilvergrijze beest. Het grote beest rent volgens mij met onze auto mee en gehypnotiseerd bekijk ik het wezen van top tot teen. Hoe hij zich voortbeweegt en zijn spieren in zijn lichaam bewegen. Zodra onze auto vaart mindert kijkt het beest onze kant op en blikken zijn grote bruinen ogen recht in die van mij. Ik voel hoe er iets in me word losgemaakt wat ik niet kan plaatsen. Het beest lijkt ook wat verbaast en mindert ook vaart en voor ik het weet rent hij de bossen weer in. Zodra ik hem niet meer kan zien komt er een enkel woord in me op. “April”. Ik schut het van me af en kijk naar het bord wat ik langs de weg zie staan.
‘La Push?’ Vraag ik verbaast aan mijn broers zodra ik de woorden heb gelezen die er opstonden. Rens knikt en kijkt het dorpje rond waar we nu net doorheen rijden. Sommige dingen komen me vaag bekend voor maar zeker weet ik het niet.
‘La push is een indianen reservaat of zo. Hier ben je geboren, hier kom je vandaan.’ Verteld Rens me waarop ik zwak begin te glimlachen en om me heen kijk.
‘Toen je vier jaar was ben je afgestaan door je vader. Hij wilde je niet hebben omdat je geen jongen was.’ Legt Damian me uit waardoor ik zachtjes zucht en de steek in mijn hard negeer. ‘We weten ook dat je een oudere broer had maar meer weten we niet.’ gaat de jongen veder waarop ik zucht en knik.
‘Je was toen al niet gewenst, waarschijnlijk nu nog steeds niet.’ hoor ik in mijn hoofd waardoor ik opnieuw zucht en mijn blik weer op buiten richt. Het is hier zo rustig en mooi. Ik denk dat ik me hier wel thuis kan voelen. Mijn nieuwsgierigheid word geprikkeld door de mysterieuze uitstraling die dit dorp heeft waardoor ik nog meer wil zien van dit dorp. Damian parkeert de auto voor een klein huisje en meteen gooi ik de deur van de auto op en spring ik er uit. Ik kijk met grote ogen naar het mooie huisje voor me en meteen voel ik een echte glimlach op mijn gezicht verschijnen. Ik kijk spits mijn oren als ik een bekend geluid hoor en herken het geluid als dat van de zee.
‘Wat vind je er van?’ hoor ik Rens van achter me vragen waardoor ik me omdraai en naar de jongen glimlach.
‘Het is hier prachtig. Het is echt geweldig.’ Zeg ik waarop de jongen glimlacht en knikt.

Ik kijk toe hoe mijn broers hun koffers naar binnen brengen en ongeduldig spring van mijn ene been op het andere.
‘Kunnen we nu naar het strand gaan? Dan pakken we vanavond uit.’ stel ik voor waarop ik Damian ongeïnteresseerd zijn schouders zie ophalen. Ik weet dat hij me haat maar hij kan toch wel wat aardiger doen. Ik huppel op Rens af en pak de jongen zijn hand vast waarna ik hem mee trek naar het bos. Zo snel als ik kan trek ik de jongen mee door het kleine stukje bos waarna we uitkomen op het strand. Ik laat Rens zijn hand los omdat hij te sloom gaat en een seconde later hoor ik een harde plof en verbaast draai ik me om. Ik begin hard te lachen als ik de jongen met zijn gezicht in het zand zie liggen. Ik plof langs hem nee en kijk naar zijn quasi boze gezicht. Ik grinnik zachtjes en duw de jongen plagend tegen zijn schouder aan. Uit het niets voel ik twee armen om me heen die me soepel optillen en wild begint ik met mijn benen te spartelen.
‘Laat me los!’ schreeuw ik en word ook meteen losgelaten. Ik zie de grond op me afkomen en nog net op tijd kan ik mezelf opvangen en ga ik op de grond zitten. Ik kijk naar Damian die me had laten vallen en ik zie zijn boze blik waardoor ik boos terug kijk. De jongen zucht en komt dan langzaam tegenover me zitten.
‘Vertel me alsjeblieft alles over deze plek.’ Smeek ik de jongens waarop Rens breed glimlacht en Damian boos zijn gezicht schut.
‘We vertellen morgen wel wat je wilt weten.’ Zegt de jongen waardoor ik hem verbaast aankijk. ‘Je hebt het strand nu gezien dus gaan we nu naar huis en onze spullen uitpakken.’ Zegt de jongen waarop ik mijn hoofdschut. Rens kijkt verbaast naar zijn broer en schut zijn hoofd.
‘Kom op Damian, vertel haar gewoon wat ze wil weten.’ Dringt Rens bij de jongen aan waarop Damian koppig zijn hoofdschut.
‘Je weet net zo goed als ik dat ze dat niet verdiend! Ze verdient geen antwoorden!’ gromt de jongen waardoor ik verbaast mijn mond open laat vallen.
‘Wat?’ vraag ik de jongen verbaast. ‘Meen je dit nu serieus?’ vraag ik hem waarop hij knikt. Ik sta op en klop het zand van mijn broek af. ‘Wat ben jij toch een enorme klootzak!’ schreeuw ik waardoor ik de groep een stuk verderop naar ons zie kijken. Ik zou me in moeten houden maar ik kan het niet. ‘Je gunt me niks meer! Volgens mij wil je niet eens dat ik een leuk leven heb! Je haat me!’ schreeuw ik woedend naar de jongen die inmiddels ook is gaan staan. Hij kijkt me met een ijskoude blik aan en zucht geërgerd. ‘Weet je wat? Ik haat jou!’ Schreeuw ik
‘En nu is het klaar!’ schreeuwt de jongen woedend terug waarop ik mijn hoofd schut.
‘Nee! Het is nog helemaal niet klaar!’ schreeuw ik en open mijn mond om veder te gaan.
‘NADA NU IS HET KLAAR!’ Schreeuwt de jongen met een ijzige toon in zijn stem waardoor ik geschrokken mijn mond sluit en met grote ogen de jongen voor me bekijk. ‘Ik ben helemaal klaar met je kinderachtige gedrag!’ gaat hij veder. Ik voel hoe de tranen in mijn ogen prikken en mijn lip trilt omdat ik iets wil zeggen maar niks kan uitbrengen.
‘H-hoe noemde je me?’ vraag ik de jongen met een zachte trillende stem. ‘Ik weet dat je me haat maar ik had nooit gedacht dat het zo erg was. Ik dacht dat je nog ergens in je hard van me hield.’ Fluister ik waarop de jongen zijn blik iets verzacht. ‘Ik dacht dat je mijn broer was!’ Schreeuw ik en veeg ruw de tranen weg die toch uit mijn ogen waren ontsnapt. ‘Maar ik had het fout.’ Fluister ik. Ik zucht en stap de twee jongens voorbij en ren dan zo snel als ik kan terug het bos in. Ik bal mijn trillende handen tot vuisten en sla met veel kracht tegen een boom aan. Met veel gekraak breekt de boom tot mijn verbazing doormidden en komt met een harde klap op de grond neer. Verbaast kijk ik van mijn handen naar de boom en dan weer terug. ‘De boom was ziek ik kan niet zomaar een boom omslaan zo sterk ben ik niet.’ fluister ik zachtjes tegen mezelf terwijl ik vlug veder stap. Ik zucht en laat mezelf uiteindelijk tegen een dikke boom aanzakken. Ik zou zo graag willen schreeuwen, huilen, slaan, schoppen en nog veel meer andere dingen maar in plaats daarvan zit ik hier alleen tegen een boom aan en staar in het niets.
‘Kijk zie je het nu? Niemand mag je! Zelf je nep familie noemt je voortaan een Nada, Je bent helemaal niks. Je bent het nooit geweest en je zal het al helemaal nooit worden!’ Schreeuwt de stem in mijn hoofd en het ergste is dat ze helemaal gelijk heeft ook nog. Waarom moet ze nou gelijk hebben? Ik wil niet dat ze gelijk heeft!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen